Reizen
- Details
- Hoofdcategorie: Reizen (518)
- Categorie: Reizen
Winter 1993
Het Saimaa-dilemma
Het ligt in het zuidoosten van Finland (Karelië) dicht bij de grens met Rusland. Saimaanranta. Het is niet meer dan een hotel en een aantal bungalows. De kans op sneeuw is honderd procent en is dus geen kans meer. Voor de deur in het bos en even verder op het stijf dichtgevroren Saimaa-meer ligt een sneeuwlaag van zo’n 35 centimeter. Overal zijn loipes, zodat je op de klassieke manier kunt langlaufen. Hoewel: de schoolgaande kinderen hebben maling aan die loipes en maken op ski’s de schaatsbeweging, waardoor ze veel harder gaan en ze jou als het even kan ook nog omver skiën.
Het is koud in dit lieflijk schone landschap. Twaalf graden onder nul. Maar omdat er vrijwel geen wind staat is het aangenaam fris. Wat een schone zuivere lucht zeg! Diep door de neus inhalen en vol weer uitblazen. Het lijkt wel yoga. Bij de bungalow is natuurlijk een sauna. Elektrisch gestookt. Met berkentakjes, zandlopertjes en bakjes water om over de namaakkolen te gooien.
Ik heb niet zoveel op met sauna’s. Hoop gedoe, veel onzin en na afloop in dat koude water duiken heeft me nooit bekoord. En dan altijd te dikke plakkerige blote mensen om je heen, die zichtbaar toch niet echt voor hun plezier uit al die poriën zweten.
Maar hier in de private beslotenheid is het zeer aangenaam. De sauna op 90 graden en daarna naar buiten hollen en in de sneeuw rollen. Het is een waar genoegen, een lichtelijk sensationele ervaring en een uitnodiging om het steeds weer te herhalen.
Het maakt hongerig. Maar in het hotel is de kwaliteit van het eten matig. Te hard gesudderd taai rendiervlees bijvoorbeeld. Met of zonder veenbessensaus. We moeten dus boodschappen doen. Daarvoor moeten we naar Taipalsaari, zo’n 25 kilometer verderop. Dat klinkt simpel, maar is het niet.
Op de smalle kronkelende weg wordt geen sneeuw geruimd. Andere auto’s hebben de weg hier en daar spekglad gemaakt. Bovendien: soms herken je de weg niet meer en moet je maar wat tussen de besneeuwde bomen koersen in de hoop dat je niet vastraakt, naar beneden glijdt of tegen een boom rijdt. Mijn winterbanden helpen hier niet meer en dat betekent sneeuwkettingen.,
Een vervelend klusje, vooral in die kou. Twee kilometer voor het plaatsje is een parkeerplaats. Het restant van de weg is schoongemaakt.
Dan komt HET DILEMMA.
Doe je de sneeuwkettingen af , rijd je naar de supermarkt, keer je terug en doe je dan opnieuw de kettingen om de banden.
Of
Laat je de auto staan en loop je die twee kilometer naar het dorp. Maar ja, dan moet je met al die boodschappen ook weer teruglopen.
Is dit nu een luxe probleem?
Ja, natuurlijk!
Maar dat hoort bij wintersport.
Geloof ik.

- Details
- Hoofdcategorie: Reizen (518)
- Categorie: Reizen
Winter 1993
Landgenoot
De boot van Travemünde in het Noorden van Duitsland naar Helsinki, hoofdstad van Finland doet er 36 uur over. Aan boord van de 218 meter lange cruiser Finnjet vind je ondermeer drie restaurants, bars, conferentieruimte, casino, supermarkt, een zaal met dansvloer, sauna’s, whirlpools, een zonnedek en een kinderspeelplaats.
Het vertrek vindt plaats om 3 uur ‘s nachts. Dat is een raar tijdstip, maar je kunt al ’s avonds om tien uur inchecken. Dan is de keus aan jou: ga je naar bed, t.v. kijken in je buitenhut, drink je nog wat, ga je dansen, flaneren, shoppen, gokken, of nog even aan dek uitwaaien. Je komt dan mensen tegen aan wie je kunt zien dat ze zich voor diezelfde keus gesteld voelen.
De volgende dag bij het ontbijt komt een ouder Nederlands paar aan ons tafeltje zitten. Ze komen er te laat achter, dat wij landgenoten zijn en kijken ons enigszins hulpeloos aan. De man zoekt duidelijk naar een openingszin. Niet zo moeilijk , zou je zeggen als je pas ’s nachts om drie uur vertrokken bent. ‘Heeft u een beetje geslapen? , ligt voor de hand. Beter is: ‘Weet u dat deze boot 25 knopen per uur vaart?’. Het beste: 'Hoopt u ook zo, dat de Oostzee verderop bevroren is en ze de ijsbreker moeten inzetten?'
Maar niets van dat al. Na een wat al te lange pauze zegt de man: ‘Gaat u ook naar Helsinki?’

- Details
- Hoofdcategorie: Reizen (518)
- Categorie: Reizen
De Walgvogel van de Admiraal
Zomer 1996
Een aandoenlijke dodo
Wij zijn die ochtend de enige bezoekers in het scheepvaartmuseum van Mahébourg, een stadje in het zuidoosten van Mauritius.
Een mooi museum in een vorstelijk pand, dat daar door de Nederlanders is opgericht.
Je vindt er prachtige oude scheepswrakken, kaarten en mappen -o.a. van Abel Tasman- , schelpen , beeltenissen van Paul & Virginie, de Romeo & Julia van het zuidelijk halfrond en fossielen van vissen.
En uiteraard zijn er reconstructies van dodo’s, het nationaal symbool van dit eiland in de Indische Oceaan.
Overal vind je souvenirs met de –vermeende – afbeelding van deze vogel, die alleen op Mauritius voorkwam.
Een wat onbeholpen, aandoenlijke dikke vogel met een rudimentaire staart en onderontwikkelde vleugels.
De vogel die uiteraard niet kon vliegen, stierf uit in de zeventiende eeuw.
Dat gebeurde door de activiteiten van de Nederlanders, die toen de scepter zwaaiden op het eiland.
Alice in Wonderland
Wie ooit Alice in Wonderland heeft gelezen, denkt via de prenten te weten hoe de dodo er uit heeft gezien.
De vogel in dat prachtboek is een wat protserig beest, dat bijvoorbeeld andere dieren het idee aan de hand doet om –als ze allemaal drijfnat van de tranen van Alice zijn geworden- hard in de wind te gaan lopen om zo weer snel op te drogen.
In sommige publicaties lees je, dat de vogel is uitgestorven omdat de Nederlandse zeelieden ze vingen en in kooien stopten om ze mee te nemen op hun tocht naar de Oost.
Zo zouden ze verzekerd zijn van verse etenswaren.
Onzin; grote onzin
De directeur van het museum spreekt ons aan en zegt het leuk te vinden dat wij uit Nederland komen.
Vroeger op school heeft hij geleerd waar Amsterdam lag.
Hij zou er graag eens heen willen.
Als we over de dodo beginnen en zeggen dat het toch wel treurig is, dat die beesten allemaal door onze voorouders zijn opgegeten, begint hij hard te lachen.
’Onzin’, zegt hij. ’Grote onzin’.
Hij gaat ons voor naar de zolder, zoekt wat in dikke mappen en pakt er dan een copy uit van het dagboek van admiraal Jacob Corneliszoon van Neck.
’Hier’, dit kunt u waarschijnlijk wel lezen‘.
En ja hoor: een passage gaat over een samenzijn op het eiland van een aantal bemanningsleden, dat een paar dodo’s heeft klaargemaakt.
Ze proeven ervan en spugen het vrijwel onmiddellijk weer uit ‘want’ schrijft de admiraal:
’HET WAS EENE WARE WALGHVOGEL!'
Dan legt de directeur uit, dat de Nederlanders varkens en zwijntjes meenamen naar het eiland en dat er ook katten en ratten van boord kwamen.
De eieren van de vleugellamme dodo’s waren een eenvoudige prooi voor die beesten en daardoor zou het beest uitgestorven zijn.
Pas op de terugweg naar de hoofdstad Port Louis dringt het allemaal goed tot me door en begrijp ik waarom Jan Wolkers zijn boek De Walgvogel noemde. Dat woord komt namelijk verder in dat boek helemaal niet voor.
Maar Jan Wolkers gebruikte bijna altijd titels, die hij mooi vond. Vaak had hij al een titel voordat de eerste letters van een boek op papier stonden.
Zie ook: Media 11; Marathononterview met Jan Wolkers.
- Details
- Hoofdcategorie: Reizen (518)
- Categorie: Reizen
Voorjaar 2005
Een vriendelijke metropool

(Foto's Bart van Bockstaele)
Toronto is een aangename stad. De grootste en in economisch opzicht belangrijkste stad van Canada.
Divers en zeer multicultureel.
Zes miljoen inwoners, waarvan opmerkelijk genoeg iets meer dan de helft niet uit Canada komt.
Eén van die 'buitenlanders' is Bart van Bockstaele (Te Gast 8) bij wie ik op bezoek ben.
Hij is een Westvlaming, die hier al meer dan tien jaar woont.
In Toronto worden meer dan 140 talen gesproken; er zijn bijvoorbeeld vier Chinatowns, maar ook wijken met eigen winkels, cafés en restaurants voor Koreanen, Italianen of Tamils om er maar een paar te noemen.
The City of Churches heet het ook wel.

Non-Identiteit
De mensen in Toronto zijn vriendelijk. Ze zijn op hun eigen manier allemaal ingeburgerd.
Als de Canadezen hier een eigen identiteit hebben is dat vooral gebaseerd op non-identiteit. Leven en laten leven en laat een ieder toch vooral zijn eigen cultuur uitdragen Dat maakt de stad juist zo uniek en veelzijdig.
Als de inwoners al iets gemeen hebben dan is dat de manier waarop ze Toronto uitspreken.
Toroanoh, Turrono Thorraono.
Dat soort variaties, waarbij het opvalt dat niemand die tweede t uitspreekt.
72 Minuten

Als je een tocht door de stad hebt gemaakt -dat kan te voet bovengronds of zelfs ondergronds- kan je leuk eindigen in het restaurant van de opvallende CN-tower.
Die toren is 553 meter hoog en was lange tijd het hoogste vrijstaande bouwwerk ter wereld.
In het restaurant dat 350 hoog ligt, kun je in 72 minuten de stad en haar wijde omgeving aan je voorbij zien trekken, want dat is de tijd die nodig is om 360 graden te draaien.
Fusion-keuken

Fusion-keuken
De stad heeft brede lange, vaak tochtige straten.
Het aanbod in de winkels is enorm.
Restaurants zijn overal. Iets van een eigen Canadese keuken heb ik niet kunnen ontdekken.
Of het zou juist de fusion-keuken moeten zijn.

Rogers' Centre
Als je gedineerd hebt in het restaurant van de CN-tower moet je naar het bijbehorende Rogers Centre gaan.
Tot voor kort heette dat de Skydome, het stadion van de enige Canadese honkbalclub die in de Amerikaanse Major League uitkomt: de Toronto Blue Jays.

De eilanden
Vlak voor de kust van de stad ligt in het Ontario meer een aantal eilandjes. Daar kan je met een veerbootje naar toe.
Een tocht van tien tot twaalf minuten.
Die eilanden zijn verboden voor auto’s en zijn dus rustig.
Vrijwel overal heb je ruim uitzicht op de skyline van de stad.
Jammer alleen dat er vlakbij een vliegveld voor sportvliegtuigjes is. Soms hoor je vier of vijf van die krengen tegelijk.

Niagara watervallen

Maar HET uitstapje is natuurlijk de Niagara watervallen.
Aan de Canadese kant zijn ze het mooist.
De kermis met souvenirwinkels, hotels en andere attracties moet je dan maar even op de koop toe nemen.

- Details
- Hoofdcategorie: Reizen (518)
- Categorie: Reizen
Zomer 2007
Een groene archipel in de Oostzee
Toerisme voor leeftijdgevorderden
De Zweed voor mij in de rij, doet nog even de grote kofferbak van zijn Volvo open. En daar zie ik een gigantische hoeveelheid drank. Wodka, Whisky, wijn, bier en zelfs de lokaal gestookte appeljenever, die ze met een treurig gebrek aan fantasie Alvados gedoopt hebben. We wachten op de veerboot, die ons terug zal brengen van Eckerö, één van de Åland eilanden, naar het plaatsje Grisslehamn in Zweden. Een aangename tocht van nog geen twee uur.
Die Åland eilanden -spreek uit Olland- zijn een geografisch en politiek fenomeen. Een belastingparadijs bovendien voor Zweden & Finnen. Het zijn in totaal zo’n 6.500 eilanden, waarvan er tachtig bewoond zijn. Ze liggen halverwege Zweden en Finland, behoren staatkundig bij Finland, maar de officiële taal is Zweeds.
De eilanden zijn optimaal autonoom, hebben hun eigen regering, eigen vlag, eigen kentekens en eigen postzegels. De grootste stad Mariehamn, vernoemd naar echtgenote Maria Alexandrovna van Tsaar Alexander de tweede, noemt zich met gepaste trots de kleinste hoofdstad van Scandinavië .

Er wonen 26.200 mensen, waarvan 11.000 in Mariehamn. Het klimaat is mild vanwege de warme Golfstroom. Er zijn loof- en dennenbossen, visrijke meren, haffen en fjorden, je ziet er uitbundige wilde orchideeën; er zijn ondermeer elanden, herten, vossen en otters en veel vogels, waaronder vis- en zeearenden, ooievaars en purperreigers.
VEEL ZWEDEN
Er komen veel toeristen naar de eilanden. Vooral Zweden. Minder Finnen. Een paar Duitsers heb ik er ook gezien en een enkele Nederlander.
Die tocht van Grisslehamn naar Eckerö v.v. is de goedkoopste manier om er te komen. Je kunt ook vanuit Stockholm of Kapelskär met zo’n negen verdiepingen tellend hotelschip annex drijvend casino, dat een tussenstop maakt in Mariehamn op weg naar Turku of Helsinki in Finland. Vliegen kan ook. Zelfs met de plaatselijke maatschappij Åland Air vanuit Stockholm of Helsinki.
Een eerste indruk bevestigt het vermoeden, dat hier vooral oudere toeristen komen. Ze zoeken rust en ruimte. Willen wandelen, fietsen, vissen, roeien of kanovaren. Er zijn diverse kleine Museums.
En voor een verzetje ga je naar Mariehamn, waar een overdekt winkelcentrum is, aardige restaurants, terrasjes waar je zelfs cappuccino kunt krijgen en het nachtleven, ach het nachtleven schijnt er ook te zijn. Maar ik koester bij voorbaat vooroordelen aan het Scandinavisch nachtleven, dat zich toch vooral uit in teveel drankgebruik, Vikinggebral, lomp gehos en vechtpartijen.
Volkenbond
Eeuwenlang hoorde Åland bij Zweden, maar na de Napoleontische oorlogen werd het Russisch. Finland riep in 1917 de onafhankelijkheid uit en wilde Åland inlijven. De eilanders zelf wilden bij Zweden horen, maar de nieuwe Volkenbond besliste in 1921 anders en wees de archipel toe aan Finland. Maar dus met grote autonomie en behoud van de tax free handel. In de supermarkten tref je overigens veel Finse producten aan en de voetbalclub IFK Mariehamn staat op één na laatste in de Finse Hoofdklasse.
Ik geloof niet dat er veel gebeurt op die eilanden. De plaatselijke kranten Nya Åland en Åland schrijven gewoon over lokale dingen, over festiviteiten die her en der voor toeristen worden georganiseerd, over een brandje of een vals brandalarm, over grote vissen die gevangen worden en men portretteert toeristen, die mogen vertellen hoe mooi en aantrekkelijk het hier is. Zweden, Afghanistan, Rusland en Japan trof ik in vier kleine éénkolommertjes aan op linkerpagina acht.
Pagina 9 van 18



