Reizen

  
Winter 1993  

Landgenoot

De boot van Travemünde in het Noorden van Duitsland naar Helsinki, hoofdstad van Finland doet er 36 uur over. Aan boord van de 218 meter lange cruiser Finnjet vind je ondermeer drie restaurants, bars, conferentieruimte, casino, supermarkt, een zaal met dansvloer, sauna’s, whirlpools, een zonnedek en een kinderspeelplaats.
       Het vertrek vindt plaats om 3 uur ‘s nachts. Dat is een raar tijdstip, maar je kunt al ’s avonds om tien uur inchecken. Dan is de keus aan jou: ga je naar bed, t.v. kijken in je buitenhut, drink je nog wat, ga je dansen, flaneren, shoppen, gokken, of nog even aan dek uitwaaien. Je komt dan mensen tegen aan wie je kunt afzien dat ze zich voor diezelfde keus gesteld voelen.

       De volgende dag bij het ontbijt komt een ouder Nederlands paar aan ons tafeltje zitten. Ze komen er te laat achter, dat wij landgenoten zijn en kijken ons enigszins hulpeloos aan. De man zoekt duidelijk naar een openingszin. Niet zo moeilijk , zou je zeggen als je pas ’s nachts om drie uur vertrokken bent. ‘Heeft u een beetje geslapen? , ligt voor de hand. Beter is: ‘Weet u dat deze boot 25 knopen per uur vaart?’. Het beste: 'Hoopt u ook zo, dat de Oostzee verderop bevroren is en ze de ijsbreker moeten inzetten?' 

       Maar niets van dat al. Na een wat al te lange pauze zegt de man: ‘Gaat u ook naar Helsinki?’

 

 

 

De Walgvogel van de Admiraal

 Image


Zomer 1996

Een aandoenlijke dodo

Wij zijn die ochtend de enige bezoekers in het scheepvaartmuseum van Mahébourg, een stadje in het zuidoosten van Mauritius. 
      Een mooi museum in een vorstelijk pand, dat daar door de Nederlanders is opgericht.
Je vindt er prachtige oude scheepswrakken, kaarten en mappen -o.a. van Abel Tasman- , schelpen , beeltenissen van Paul & Virginie, de Romeo & Julia van het zuidelijk halfrond en fossielen van vissen.
      En uiteraard zijn er reconstructies van dodo’s, het nationaal symbool van dit eiland in de Indische Oceaan.
     
Overal vind je souvenirs met de –vermeende – afbeelding van deze vogel, die alleen op Mauritius voorkwam.
      Een wat onbeholpen, aandoenlijke dikke vogel met een rudimentaire staart en onderontwikkelde vleugels.
De vogel die uiteraard niet kon vliegen, stierf uit in de zeventiende eeuw.
      Dat gebeurde door de activiteiten van de Nederlanders, die toen de scepter zwaaiden op het eiland.

Alice in Wonderland  

Onzin; grote onzin  



Voorjaar 2005

Een vriendelijke metropool

 Image

Non-Identiteit 

De mensen in Toronto zijn vriendelijk. Ze zijn op hun eigen manier allemaal ingeburgerd.
      Als de Canadezen hier een eigen identiteit hebben is dat vooral gebaseerd op non-identiteit. Leven en laten leven en laat een ieder toch vooral zijn eigen cultuur uitdragen Dat maakt de stad juist zo uniek en veelzijdig.
      Als de inwoners al iets gemeen hebben dan is dat de manier waarop ze Toronto uitspreken.

 72 Minuten 

Fusion-keuken

Rogers' Centre 

De eilanden 

 Niagara watervallen 

  

Zomer 2007  

Een groene archipel in de Oostzee

 Image

Toerisme voor leeftijdgevorderden

De Zweed voor mij in de rij, doet nog even de grote kofferbak van zijn Volvo open. En daar zie ik een gigantische hoeveelheid drank. Wodka, Whisky, wijn, bier en zelfs de lokaal gestookte appeljenever, die ze met een treurig gebrek aan fantasie Alvados gedoopt hebben. We wachten op de veerboot, die ons terug zal brengen van Eckerö, één van de Åland eilanden, naar het plaatsje Grisslehamn in Zweden. Een aangename tocht van nog geen twee uur.
      Die Åland eilanden -spreek uit Olland- zijn een geografisch en politiek fenomeen. Een belastingparadijs bovendien voor Zweden & Finnen. Het zijn in totaal zo’n 6.500 eilanden, waarvan er tachtig bewoond zijn. Ze liggen halverwege Zweden en Finland, behoren staatkundig bij Finland, maar de officiële taal is Zweeds.
      De eilanden zijn optimaal autonoom, hebben hun eigen regering, eigen vlag, eigen kentekens en eigen postzegels. De grootste stad Mariehamn, vernoemd naar echtgenote Maria Alexandrovna van Tsaar Alexander de tweede, noemt zich met gepaste trots de kleinste hoofdstad van Scandinavië .


Er wonen 26.200 mensen, waarvan 11.000 in Mariehamn. Het klimaat is mild vanwege de warme Golfstroom. Er zijn loof- en dennenbossen, visrijke meren, haffen en fjorden, je ziet er uitbundige wilde orchideeën; er zijn ondermeer elanden, herten, vossen en otters en veel vogels, waaronder vis- en zeearenden, ooievaars en purperreigers.
      

                                                                                                VEEL ZWEDEN

Er komen veel toeristen naar de eilanden. Vooral Zweden. Minder Finnen. Een paar Duitsers heb ik er ook gezien en een enkele Nederlander.
      Die tocht van Grisslehamn naar Eckerö v.v. is de goedkoopste manier om er te komen. Je kunt ook vanuit Stockholm of Kapelskär met zo’n negen verdiepingen tellend hotelschip annex drijvend casino, dat een tussenstop maakt in Mariehamn op weg naar Turku of Helsinki in Finland. Vliegen kan ook. Zelfs met de plaatselijke maatschappij Åland Air vanuit Stockholm of Helsinki.

ImageEen eerste indruk bevestigt het vermoeden, dat hier vooral oudere toeristen komen. Ze zoeken rust en ruimte. Willen wandelen, fietsen, vissen, roeien of kanovaren. Er zijn diverse kleine Museums.

En voor een verzetje ga je naar Mariehamn, waar een overdekt winkelcentrum is, aardige restaurants, terrasjes waar je zelfs cappuccino kunt krijgen en het nachtleven, ach het nachtleven schijnt er ook te zijn. Maar ik koester bij voorbaat vooroordelen aan het Scandinavisch nachtleven, dat zich toch vooral uit in teveel drankgebruik, Vikinggebral, lomp gehos en vechtpartijen.

 

Volkenbond

Eeuwenlang hoorde Åland bij Zweden, maar na de Napoleontische oorlogen werd het Russisch. Finland riep in 1917 de onafhankelijkheid uit en wilde Åland inlijven. De eilanders zelf wilden bij Zweden horen, maar de nieuwe Volkenbond besliste in 1921 anders en wees de archipel toe aan Finland. Maar dus met grote autonomie en behoud van de tax free handel. In de supermarkten tref je overigens veel Finse producten aan en de voetbalclub IFK Mariehamn staat op één na laatste in de Finse Hoofdklasse.

Ik geloof niet dat er veel gebeurt op die eilanden. De plaatselijke kranten Nya Åland en Åland schrijven gewoon over lokale dingen, over festiviteiten die her en der voor toeristen worden georganiseerd, over een brandje of een vals brandalarm, over grote vissen die gevangen worden en men portretteert toeristen, die mogen vertellen hoe mooi en aantrekkelijk het hier is. Zweden, Afghanistan, Rusland en Japan trof ik in vier kleine éénkolommertjes aan op linkerpagina acht.

 

 

 

 

Winter 1994

Salomon

Hij noemt zichzelf Salomon, want dat vindt ‘ie een mooie naam. Lang, mager en goedlachs. Een jaar of 25 schat hijzelf, want een geboortepapiertje heeft hij nooit gezien. Z’n vader vocht voor het Mozambikaanse bevrijdingsfront Frelimo en sneuvelde toen hij nog een baby was.
      Z’n moeder overleed niet lang daarna aan ’één of andere ziekte‘.
Hij kent iedereen en iedereen kent hem. Voor twintig Amerikaanse dollars per dag heeft hij mij veertien dagen lang begeleid en intussen een modaal Mozambikaans jaarsalaris verdiend. Salomon is een beroepsregelaar. Die vind je veel in de derde wereld. Toen ik aankwam op ‘t vliegveld in Maputo, de hoofdstad van Mozambique, loodste hij mij snel door de douane.
      Hij had voor die veertien dagen een auto bemachtigd, bracht mij in contact met de mensen die ik nodig had, versierde een plek in een Antonov-vrachtvliegtuig om naar Beira te gaan, wist de weg naar de militairen van de Verenigde Naties, bracht mij in contact met de mensen van de plaatselijke radio en zorgde tijdens de rechtstreekse VPRO-uitzending voor een zang- en dansgroep van veertig mensen, die a capella zongen en zichzelf met een soort voeten-percussie begeleidden.

Om die uitzending live te kunnen verzorgen had ik één van de allereerste satelliettelefoons bij me. Het apparaat was één meter bij een halve meter en woog zo’n zestig kilo. De antenne was nog groter en woog zeker tien kilo. Er was een modem bij van nog eens 25 kilo. Voeg daarbij alle kabels en snoeren en u begrijpt dat er voor de vlucht van Amsterdam naar Maputo veel extra geld voor overgewicht betaald moest worden. Om precies te zijn. Fl 3.026,95 .
      Salomon vond ‘t krankzinnig om voor de terugvlucht nog eens zo‘n bedrag uit te geven. ‘Ik regel dit wel‘, zei hij. ‘Geef me 100 US $ en het komt voor elkaar. Maar geen biljet van 100 ,want dat accepteren ze hier niet’.
      Ik gaf hem twee briefjes van vijftig. Hij stapte op een grondstewardess af, maakte wat grapjes en wees op mij en m’n apparatuur.
Even later gaf hij haar één briefje van 50 US $.
      Hij lachte weer en maakte een gebaar met z’n arm, dat ik gewoon door kon lopen. Zelf ontfermde hij zich over de apparatuur, die hij moeiteloos aan boord van het vliegtuig wist te krijgen.
       Zo!.
       Dat was vlot en knap geregeld.
Had ik toch mooi zo’n Fl. 3.000,-- voor de VPRO verdiend.

In het vliegtuig dacht ik er nog eens over na. Dit was dus kleine corruptie. Daar had ik gewoon aan meegedaan.  Sterker nog: ik was er uiterst tevreden over.
      Maar ja.
       Wat had ik er zelf aan?
Op mijn loonstrookje zou ik er niets van terugvinden. En voor die 100 US $ had ik natuurlijk geen kwitantie, dus die moest ik ook nog proberen terug te krijgen.
      Op de declaratie vulde ik in:
      Smeergeld om grondstewardess om te kopen: 125 US $.
Chef declaraties Jan Jongepier moest er wel om lachen.
Voor die 25 $ heb ik een fles whisky gekocht.

                                                     ‘Op Salomon‘.