Reizen

 

Voorjaar 2004  

Een gebrandmerkte man

Als we uit de bus stappen bij het stadion wijst Theo de plaatselijke parkeerwachter aan. 
       ‘Dat is Marco’. 
Ik kijk de man aan en zie een gebrandmerkt gezicht met verschrikkelijke littekens. Hij is dik aangekleed en heeft een doek over zijn hoofd. Pas 26 jaar oud.
Het gebeurde acht jaar eerder in Cochabamba, een stad in het centrum van Bolivia. Marco logeerde bij zijn vriend Victor. Toen hij in zijn eentje het huis verliet, dachten buurtbewoners dat hij een inbreker was. Ze pakten hem, bonden hem vast aan een lantaarnpaal, goten benzine over hem heen en staken hem in brand.
      Lynchen noemen ze dat in Bolivia.

Cochabamba is een stad van bijna één miljoen inwoners. Heel druk, lawaaiig, divers, gezellig en crimineel. Een mengelmoes van Indianen, Mestiezen, Latino’s en blanke afstammelingen van Spanjaarden, die allemaal één ding gemeen hebben. Ze kauwen op Cocabladeren.
       De stad ligt op 2600 meter hoogte en heeft volgens de Lonely Planet gids het meest plezierige klimaat ter wereld. (There is hardly a healthier or more ideal climate on earth with clear, beautiful skies.).
      Theo Roncken, een Nederlander die hier woont, vindt dit laatste een beetje onzin. Cochabamba ligt in een dal en als het warmer wordt, blijven de uitlaatgassen hangen.‘Smog is hier jammer genoeg een heel normaal verschijnsel‘.

In de stad publiceerde de organisatie Accion Andina de getuigenis van Marco onder de kop ‘Gebrandmerkt’ als schrikwekkend voorbeeld van dit soort wraakacties.
     
Uit het rapport:

      Marco was een straatkind. Nooit naar school geweest. Zijn ouders werkten op de markt en gingen iedere dag s’ochtends om vier uur weg om pas ‘s avonds laat terug te komen. Victor, een buschauffeur ontfermde zich over de jongen, die uit huis wegliep toen hij zeven jaar oud was. Ze verloren elkaar een tijd uit het oog tot Marco achttien jaar was en -met die noodlottige gevolgen- bij Victor in huis werd opgenomen.


Politie steelt luxe jeep


Het is maar één verhaal uit een lange reeks van criminaliteit, geweld, seksueel misbruik, corruptie, oplichting, wraak en uitbuiting.

Daniël bijvoorbeeld had een winkel met hebbedingetjes, die hij zelf uit China haalde. Hij boerde goed en kocht op zeker moment een luxe Jeep. Een paar weken later werd de auto gestolen. Daniël deed uiteraard aangifte, hoewel hij -zoals vrijwel alle inwoners van Cochabamba- weinig vertrouwen in de politie had. Wekenlang hoorde hij niets, tot hij een telefoontje kreeg van iemand uit de San Antonio gevangenis.
      Volgens deze gesprekspartner was de auto ’ontvoerd’. Hij kon hem voor 3.000 US$ terugkrijgen. Daniël bracht een bezoek aan de gevangene, die hem uiterst professioneel uitlegde dat hij niets met de diefstal van doen had, maar hem als tussenpersoon van dienst kon zijn.

Daniël ging direct op het aanbod in. Zijn verzekeringsagent was namelijk zeer blij met deze nieuwe situatie en zag -ook zonder betaalbon- geen problemen om de afkoopsom op zich te nemen. Ook de contactpersoon in de gevangenis handelde de zaak natuurlijk zonder enig papierwerk af.
      Daniël vond na een paar aanwijzingen zijn auto terug op een braakliggend stuk land. In goede staat en zelfs met een half gevulde tank. Alleen de ingebouwde cassetterecorder ontbrak. Van de politie kreeg hij een complimentje dat de zaak zo probleemloos was opgelost.

Toen hij met een paar vrienden naar het beste restaurant van de stad ging om de terugkeer van zijn auto te vieren, zag hij zijn ’tussenpersoon’ in gezelschap van een aantal politiemensen.
      Zij hadden ook wat te vieren.

 

        



Najaar 1994

Verleiden en verleid worden

Op een willekeurige ochtend in september ‘s ochtends om acht uur is het waanzinnig druk op Copacabana, de belangrijkste en meest bekende verkeers- en flaneer-ader in Rio de Janeiro.

De eerste badgasten 

Op het brede trottoir langs de appartementen, hotels en restaurants gaan de eerste terrassen open, op het strand liggen de eerste badgasten en doet men al aan voetbaltennis, volleybal, Aerobics en andere ochtendgymnastiek en de eerste zwemmers zijn in het water.

Alle mensen doen aan body-language.
      Overal wordt volop geflirt. Verleiden en verleid worden is het nationale motto van bijna alle Brazilianen.
      Ineke Holtwijk schrijft er over in haar mooie boekje Kannibalen in Rio: 
      ‘In vijf minuten weet je of een man je begeert of niet. Er zijn drie soorten vriendschappen met mannen.
      Ofwel hij is je minnaar, ofwel hij was je minnaar ofwel hij wil je minnaar worden.’

En verder: 'Brazilianen, levensgenieters bij uitstek, hebben geen last van Calvinistische schuldgevoelens. Begeerte is een bewijs van levenslust. 
      ’Ik wil de zonnestraal zijn, die je doet ontwaken. De zeep zijn, die je lichaam wast’.

Plastische chirurgie  

Nergens ter wereld gedijt de plastische chirurgie beter dan in Brazilië. Dan gaat het bepaald niet alleen om flaporen en andere malheur.
      Te dunne lippen, te kleine borsten, vetrandjes, niet alleen dat wordt verholpen, maar ook een vermeende kromming in de neus, een vlekje op de wang of een te veel bobbelende Venusheuvel.

Iedere ochtend liep ik tussen al dat vlees een stukje hard. Eén maal heb ik daar opnames van gemaakt. Ik vertel daarbij een paar anekdotes.
      Bijvoorbeeld over de voormalige president Itamar Franco, die zich tijdens het carnaval liet fotograferen met een 27-jarige T.V.-ster, die zoals duidelijk op die foto’s te zien was, geen onderbroekje aan had.
      Of het verhaal van de minister van Economische Zaken Zélia Cardoso de Mello, die een verhouding had met Bernardo Cabral, haar collega van Justitie. Terwijl in de ministerraad actuele en behartenswaardige zaken werden besproken, schreven zij elkaar stiekem geheime liefdesnotities.

En dan was er de soap Van Lichaam en Ziel. De 22-jarige hoofdrolspeelster Danièle Peres maakt het in die serie uit met haar geliefde. De man trekt zich dat zo erg aan, dat hij Danièle vermoordt. Niet in de serie maar in het echt.

En om de thriller compleet te maken, moet u weten dat de schrijfster van deze serie in het echt de moeder van Danièle is.

Op Copacabana vonden ze het overigens volkomen normaal.

 

Najaar 1994  

 Het mooiste stadion ter wereld

 ImageAls je van sport houdt zijn er evenementen en dingen die je dolgraag wil meemaken.
      Zo wilde ik bijvoorbeeld wel eens naar de mooiste en historisch meest beladen voetbaltempel ter wereld, het Maracanã -stadion in Rio de Janeiro Brazilië .
      Op 2 oktober 1994 was het zover.
De wedstrijd ging tussen de thuisclub Flamengo en Santos.
      Vanaf het eerste moment was de sfeer, de beleving, het enthousiasme, de vreugde en het verdriet tot diep in je botten voelbaar.

Kunst, ballet & oorlog 

Voetbal zit in de Brazilianen. Voor velen is het ’t belangrijkste in hun leven.
      Voetbal is pure kunst, ballet, samba en poëzie maar het is ook gemeen, oorlog, onsportiviteit en drama; het is levenskunst, passie, creativiteit, aanvalslust en improvisatievermogen.

Luister eens naar deze opnames, die ik in het stadion maakte. 
      Opnames van de overweldigende sfeer, de teleurstelling bij een tegendoelpunt en het enthousiaste bij de eigen goal. 
      Tussendoor vertel ik het één en ander over het Braziliaanse voetbal, het beste ter wereld. 
Het team werd vijf maal wereldkampioen en vooral het team uit 1970 was zo verschrikkelijk goed, dat het waarschijnlijk het beste voetbalelftal aller tijden was.

Een ander gedicht gaat zo:

 

 

 

  
Voorjaar 1998

Jevgeni, een Oezbeek

"Het eten wordt ieder jaar beter’, zegt de man naast mij vergenoegd. ‘Vindt u ook niet?’
      Even wilde ik zeggen: ’dan moet het de vorige keren wel erg slecht zijn geweest’.
      Maar dat zou niet beleefd zijn. Dus ik zeg: ’Ik zou het niet weten, want dit is de eerste keer dat ik met Uzbekistan Airways vlieg‘. De jongeman naast me is een jaar of 25. Hij is mager, pikzwart haar, een gebruind gezicht en donkere spleetogen. Hij draagt modieuze kleren en reist kennelijk regelmatig met deze maatschappij. Dit moet een geslaagde Oezbeek zijn.
      We zijn op weg van Londen naar Tasjkent, de hoofdstad van Oezbekistan in Centraal Azië .
      Hij heet Jevgeni. 
     ‘Maar dat is toch een Russische naam?’
Hij legt het me allemaal uit. Zijn ouders zijn Oezbeken. Ze gingen in 1966 naar Moskou nadat hun huis bij de aardbeving in Tasjkent instortte. Alles verwoest. Alles kwijt. Ze moesten wel. ‘Ik ben in Moskou geboren. Ze gaven mij een Russische naam, omdat Oezbeken in Moskou gediscrimineerd worden. Ik ben vernoemd naar Jevgeni Onegin, u weet wel uit die roman van Alexander Poesjkin. Heeft Tsjaikovski nog een opera van gemaakt'.

GEORGIA STATE UNIVERSITY

Jevgeni studeert al vier jaar economie aan de Georgia State University in Atlanta USA. ‘Ze noemen me daar Jef ’. Hij is wel eens naar een honkbalwedstrijd van de Braves geweest, maar begrijpt de spelregels niet. Basketbal vindt hij leuker. En ja; het kan heel warm worden in Atlanta.
      Zijn ouders wonen weer in Oezbekistan. Het werd na het uiteenvallen van de Sovjet Unie steeds moeilijker om het hoofd boven water te houden. Zijn vader -een taxi-chauffeur- kreeg steeds minder werk, omdat de Russen elkaar de mooiste klussen toeschoven. En zijn moeder werkte als schoonmaakster in zo’n groot staatshotel. Maar daar was steeds minder werk omdat de toeristen liever naar moderne hotels gingen of een huisje in het centrum van Moskou huurden.

Zij gingen terug naar Tasjkent en Jevgeni, die een uitstekend student was, kreeg een beurs van de Oezbeekse overheid. Hij moet het geld wel terugbetalen en heeft een soort morele verplichting om terug te gaan als hij afgestudeerd is. 
      ‘Maar ik weet niet of ik dat doe. Amerika bevalt me namelijk uitstekend. En ik heb een vriendin. Ze komt uit Puerto Rico. Wat moet zij daar? En als ik in Amerika een baan heb kan ik die lening ook veel sneller terugbetalen. Bovendien: ik spreek geen Oezbeeks. Mijn ouders hebben mij in het Russisch opgevoed. Ze spraken zelden Oezbeeks met elkaar. Durfden ze niet‘.
      Hij tast in zijn tas en haalt een scriptie te voorschijn.Een verhandeling over de huidige stand van de economie in Oezbekistan.
En dan: ’Wilt u dit hoofdstuk eens lezen. En er een mening over geven’. 
      Ik kijk hem aan. ’Dat wil ik wel doen, maar ik ben geen econoom en ik ga voor ’t eerst naar Oezbekistan’. 
      ‘Daar gaat het niet om. Het gaat om ‘t principe’.
Ik lees het hoofdstuk en denk:‘ Waarschijnlijk heeft hij gelijk’.

DOUBLE LANDLOCKED  

De theorie van Jevgeni is de volgende: Oezbekistan is -in zijn termen- een double landlocked country. Je moet altijd door minstens twee landen om bij een zeehaven te komen. Dat is slecht voor de exportpositie. Oezbekistan is in potentie een rijk land. Olie en vooral gas is er volop. Maar olie of gas per tankauto door twee andere landen naar een zeehaven brengen is verschrikkelijk duur. De aanleg van pijpleidingen evenzo. Bovendien moet je dan toestemming van die andere landen krijgen. Turkmenistan bijvoorbeeld. 
      “Weet u wel wat voor achterlijk land dat is? 
      Als die toestemming geven moet je kapitalen betalen. En dan nog worden vrachtwagenchauffeurs slachtoffer van corruptie. Overheid, politie, iedereen is daar corrupt‘.
      ‘Landbouwproducten hebben we ook. Katoen. Graan. Maar ook daarvoor geldt dat het allemaal zeer duur wordt als het geëxporteerd moet worden.
      Weet u dat wij prachtige juwelen hebben. Kleding.
      We zouden zoveel meer kunnen als we maar niet double landlocked waren.’

Als we nog zo’n uurtje moeten vliegen zegt hij:
      ‘Weet u dat er nog maar één ander land in de wereld is dat double landlocked is? 
      ‘Nee Jef, dat weet ik niet’.
      ‘Welk land denkt u?’
Dat moet ik kunnen bedenken want ik kijk al mijn leven lang op kaarten en in atlassen.
      ‘Geef me even‘, zeg ik en ga de continenten langs.
      Noord, midden en Zuid Amerika. Paraquay? Nee natuurlijk niet.
      Afrika dan. Centraal Afrikaanse republiek? Rwanda? Oeganda? Nee. Nee. Nee.
      Azie: Bhutan? Nee. Grenst aan China. Tadjikistan ook.
      Europa. Tsjechië ? Hongarije? Luxemburg? Nee. Nee. Nee.

      ‘Weet je ‘t zeker Jef?’ 
      ‘Ja’ zegt hij. 'Ik heb het precies nagegaan‘. 
      ‘Nou ik ben benieuwd‘.

Dan komt het antwoord:

            LIECHTENSTEIN.

 

 

Najaar 2009

GLAGOLITISCH ALFABET

 

Eettentje aan de Boulevard

Kijk eens naar deze letters. Ken u dit alfabet?
      Het lijkt een beetje op Grieks en lijkt ook verwantschap te hebben met het Cyrillisch schrift. 
Ik fotografeerde dit opschrift vorig jaar oktober in het plaatsje Baska op het Kroatische eiland Krk (Reportages 18).
      Het stond op een eettentje aan de boulevard.
      De zaak was gesloten, zodat ik het niet aan de eigenaar kon vragen. Een paar Kroaten die ik aanschoot begrepen mij niet, omdat zij geen Duits of Engels verstonden.

Ik ben wat gaan zoeken en heb het gevonden. Dit is Glagolitisch, het oudste Slavische alfabet. Ontworpen rond 862-863 door de monniken Constantijn de Filosoof en Methodius. 
      Het schrift werd al vrij snel verdrongen door het Cyrillisch en Latijns alfabet. Alleen in het noorden van Kroatië werd het tot in het begin van de twintigste eeuw nog gebruikt.
      Het oudste bewaarde Glagolitische schrift is het zogeheten Baska Tablet. Vandaar dat de eigenaar van het eettentje deze letters heeft aangebracht. Aan de hand van onderstaand alfabet is vrij eenvoudig te herleiden wat er staat, NAMELIJK:

                                         
                              BISTRO BASKA
.

 


 

Baska Tablet

Het onderstaande stenen Baskatablet (twee bij één meter) dateert uit ongeveer 1100 en wordt bewaard in het Kroatisch Instituut voor Kunst en Wetenschap in Zagreb.
      Het werd half negentiende eeuw gevonden in de St. Lucykerk nabij Baska. In de tekst wordt duidelijk gemaakt dat koning Zvonimir van Kroatië een stuk land schenkt aan de Benedictijnen.