Zomer 1973

Koffie & ammoniak

We zijn op weg van Göteborg in Zweden naar het Noorse Kongsberg. Nog voor tien uur op maandagochtend bereiken we Oslo. Er staat een stevige wind en het regent. Alle winkels zijn gesloten. Vrijwel geen mens op straat. We besluiten naar het beroemde Norsk Folkemuseum te gaan. Dicht.
      Tja..
Dan maar ergens een kopje koffie. Liefst een dubbele espresso. En misschien wel een cognagje erbij, omdat we doorweekt zijn en het behoorlijk koud hebben.
      Maar dat valt op die natte maandagochtend in juli nog niet mee.
      Uiteindelijk belanden we in een donker etablissement, waar -behalve een mevrouw met een schortje voor- niemand is. De tafeltjes zijn bedekt met zeiltjes in een ruitjesmotief. Er staan vaasjes met namaakbloemen op. De houten vloer is net geboend en ruikt een beetje naar ammoniak. Aan de wand hangt een onbestemd landschapsschilderij.
      De mevrouw met het schort spreekt nauwelijks Engels. Maar wij hebben een woordenboekje Nederlands-Noors en proberen espresso‘s te bestellen . Dat is er niet. En cognag? Geen sprake van..
      Gewone koffie wel.
En of er ook iets te eten is?
      Ja, dat is er.
De mevrouw verdwijnt en komt pas na een kwartier weer terug.  Met vier koffie en vier harde koekjes.
      Als we willen betalen, maakt ze ons duidelijk dat ze er niets voor wil hebben.
Pas bij het verlaten van de tent zien we dat achter het etablissement een kerkhof ligt.

We hebben in de rouwkamer gezeten.