Een grensfascinatie

 

Het is nog net geen obsessie, maar al vrijwel mijn inmiddels vrij lange leven heb ik een fascinatie voor grenzen. Je hebt fysieke en psychische grenzen, morele en ethische.
      Maar mij gaat het vooral om geografische grenzen. Als ergens een grens opdoemt wil ik er over.

Waarom?

Geen idee eigenlijk. Want grenzen zijn soms natuurlijk -een rivier bijvoorbeeld- maar vaker is het een min of meer willekeurig getrokken lijn. Een lijn bovendien die in de geschiedenis lang niet altijd dezelfde is.
      Europa bijvoorbeeld telde na de tweede wereldoorlog 29 onafhankelijke landen. Nu zijn dat er volgens mijn berekening 50. Ga maar na hoeveel grenzen hier bij gekomen zijn.

Bovendien kun je ook in een land een grens over. Een ‘gevoelsgrens’. Vooral als zo’n land eilanden heeft.
      Naar mijn gevoel ga je een grens over als je met de boot bijvoorbeeld van het vasteland van Italië naar Sardinië vaart.
Sterker: als je van Den Helder naar Texel vaart heb ik dat al.
      Als je daarentegen van bijvoorbeeld Lissabon naar de Azoren of van Tromsø in Noorwegen naar Spitsbergen vliegt heb ik dat gevoel weer niet. En al helemaal niet als je vliegt van Europa naar de V.S.

Altijd bij boten; nooit met vliegtuigen.
      Ik denk dat die laatsten te hard gaan; te hoog vliegen.

Er blijken veel meer mensen te zijn met een fascinatie voor grenzen. Er zijn ook reisschrijvers waarin steeds weer grenzen terugkomen.
      De Italiaanse cultuurfilosoof en schrijver Claudio Magris is daar één van de bekendste voorbeelden van. Hij noemt zichzelf een grensschrijver en definieert de grens in ‘Aan de andere kant’ als volgt:

Ik heb ‘t even op een rijtje gezet. Welke (gevoels)-grenzen ben ik over land of over water gepasseerd? (Inclusief grenzen van niet meer bestaande landen)


Daar gaat ’ie:

 

Zie ook Audio (3): Grensincidenten