Reizen
- Details
- Hoofdcategorie: Reizen (518)
- Categorie: Reizen
Lommerrijk & aangenaam
(Voorjaar 2012)

Lommerrijk & autovrij
Kaposvár is een aantrekkelijke stad in het zuidwesten van Hongarije.
Brede lommerrijke straten en pleinen, een autovrij centrum, markante gebouwen -modern, en barok-, restaurants, terrassen en ‘grappige’ beeldhouwwerkjes.
In 2000 kreeg de stad een universiteit en daarna is het centrum gerenoveerd en opmerkelijk veranderd.
Flaneren is hier een soort cultureel erfgoed.
Town Hall

De Town Hall is prominent aanwezig.

Flaneren, winkelen & drinken

Het flaneren & winkelen gaat de hele dag door.
Soms gaan de mensen op een terrasje zitten.
Daar worden overigens geen maaltijden geserveerd. Dat moet binnen genuttigd worden.
Kossuth Plein

Barok

Imre Nagy
Kaposvár is de geboorteplaats van Imre Nagy, premier tijdens de Hongaarse opstand van 1956.
Hij werd in 1958 terechtgesteld, maar werd in 1989 volledig gerehabiliteerd.
Hij werd op grootse wijze herbegraven.
Een beeld van hem heb ik niet kunnen ontdekken.
Wel is er een aantal andere ‘’tongue in cheek’’ beeldhouwwerken.
Saluerende vrouw met hoed

Rund met stok en vogel

Mannen met stok en hond

- Details
- Hoofdcategorie: Reizen (518)
- Categorie: Reizen
Zomer 1999
Pepperspray in een verdeelde stad
Piia is een mooie aantrekkelijke vrouw. Midden twintig. Zij is een Estische. ’Honderd procent Estisch’, zegt ze zelf.
Dat is zeer uitzonderlijk hier in Narva, want meer dan 95% van de bevolking is Russisch. Of beter: Russischtalig.
Piia is een soort sociaal-cultureel jongerenwerkster.
Zij werkt veel met jonge mannen, die haar nog wel eens ‘per ongeluk’ aanraken. Daarom heeft ze pepperspray bij zich.
Ze heeft het al twee maal gebruikt. Sinds die tijd wordt ze redelijk met rust gelaten.
Zelfs door de jonge heren, die zich steevast iedere dag lam zuipen met goedkope Russische wodka.
Soms beginnen ze -zegt Piia- al om tien uur ‘s ochtends.

Grensconflict
Narva is een verdeelde stad, die in het uiterste noordoosten van Estland ligt bij de grens met Rusland. De rivier de Narva deelt de stad in tweeën.
Aan de andere kant ligt Ivangorod. Tussen 1918 -na de onafhankelijkheid van Estland- en 1944, toen de Sovjet Unie het inlijfde, lag de grens zo’n vijftien kilometer verderop en was Ivangorod Estisch. Het is nog steeds een betwiste grens.
De Esten vinden dat ze er eigenlijk aanspraak op moeten maken, maar in de praktijk gebeurt dat niet.
‘We zitten er niet op te wachten om hier nog meer kansarme Russen te krijgen’, zegt Piia.

Sovjetstijl
Het is geen mooie stad; Narva.
Het werd in 1944 vrijwel volledig verwoest en na de tweede wereldoorlog opgebouwd in ‘klassieke’ Sovjetstijl.
Veel brede wegen, veel saaie flatgebouwen en een paar protserige optrekjes.
Bij de grensovergang ligt aan beide zijden van de rivier een fort. Daar tussen ligt de zogeheten Vriendschapsbrug.
En er is ook een voetgangersbrug.

Goedkoop
Ik loop op die brug met Piet Boerefijn, een Nederlander, die al lang in Estland woont en die moeilijke aan Fins verwante taal vloeiend spreekt.
Het bevalt hem wel in Estland.
Hij heeft een klein flatje in de hoofdstad Tallinn en een soort weekendhuis met sauna vlak aan de Oostzee in het Lahemaa Nationaal Park.
Wij zijn de 210 kilometer van Tallinn naar Narva over een uiterst rustige weg gereden.
Op de brug worden we begeleid door een geüniformeerd persoon. We mogen tot halverwege.
De Russen in Narva hebben vergunning om iedere dag één maal de grens over te gaan.
Ze doen dat massaal, want alles in Rusland is inmiddels tien maal goedkoper dan in Estland.
In 1993 sprak een zeer grote meerderheid van de inwoners van Narva zich in een referendum uit voor aansluiting bij Rusland.
Nu is dat volgens Piet Boerefijn geheel anders. De meeste inwoners werken in de plaatselijke textielfabriek.
Ze zien dagelijks de enorme welvaartsverschillen tussen Estland en Rusland.

Examen
Bijna de helft van de inwoners heeft inmiddels de Estische nationaliteit. Daarvoor moeten ze slagen voor een taalexamen.
De Russen, die dit niet doen mogen niet meestemmen bij landelijke verkiezingen.
Een deel van de bevolking heeft een grijs paspoort, wat aangeeft dat ze in feite statenloos zijn.
Piia vindt het wel goed, dat de Russen examen moeten doen .
’Ze willen hier wonen en werken, ze profiteren van de vooruitgang; dan moeten ze er ook maar wat voor doen. Ik moest vroeger toch ook Russisch leren’, zegt ze.
En voordat we in een plaatselijk café nog wat gaan drinken, stift ze haar lippen.
Ze weet heel goed dat ze er mooi uitziet en in het café weer de nodige aandacht zal krijgen.
- Details
- Hoofdcategorie: Reizen (518)
- Categorie: Reizen
Oezbekistan & Kirgizië
In de lente van 1998 maakte ik een reis door Centraal Azie.
Daar schreef in de afgelopen jaren een paar stukjes over.
Die heb ik even op een rijtje gezet
Londen-Tasjkent
Voorjaar 1998
Jevgeni, een Oezbeek
‘Het eten wordt ieder jaar beter’, zegt de man naast mij vergenoegd. ‘Vindt u ook niet?’
Even wilde ik zeggen: ’dan moet het de vorige keren wel erg slecht zijn geweest’.
Maar dat zou niet beleefd zijn.
Dus ik zeg: ’Ik zou het niet weten, want dit is de eerste keer dat ik met Uzbekistan Airways vlieg‘.
De jongeman naast me is een jaar of 25. Hij is mager, pikzwart haar, een gebruind gezicht en donkere spleetogen.
Hij draagt modieuze kleren en reist kennelijk regelmatig met deze maatschappij. Dit moet een geslaagde Oezbeek zijn.
We zijn op weg van Londen naar Tasjkent, de hoofdstad van Oezbekistan in Centraal Azië .
Hij heet Jevgeni.
‘Maar dat is toch een Russische naam?’
Hij legt het me allemaal uit. Zijn ouders zijn Oezbeken.
Ze gingen in 1966 naar Moskou nadat hun huis bij de aardbeving in Tasjkent instortte. Alles verwoest. Alles kwijt.
Ze moesten wel.
‘Ik ben in Moskou geboren. Ze gaven mij een Russische naam, omdat Oezbeken in Moskou gediscrimineerd worden.
Ik ben vernoemd naar Jevgeni Onegin, u weet wel uit die roman van Alexander Poesjkin. Heeft Tsjaikovski nog een opera van gemaakt'.
GEORGIA STATE UNIVERSITY
Jevgeni studeert al vier jaar economie aan de Georgia State University in Atlanta USA. ‘Ze noemen me daar Jef ’.
Hij is wel eens naar een honkbalwedstrijd van de Braves geweest, maar begrijpt de spelregels niet. Basketbal vindt hij leuker.
En ja; het kan heel warm worden in Atlanta.
Zijn ouders wonen weer in Oezbekistan. Het werd na het uiteenvallen van de Sovjet Unie steeds moeilijker om het hoofd boven water te houden.
Zijn vader -een taxi-chauffeur- kreeg steeds minder werk, omdat de Russen elkaar de mooiste klussen toeschoven. En zijn moeder werkte als schoonmaakster in zo’n groot staatshotel.
Maar daar was steeds minder werk omdat de toeristen liever naar moderne hotels gingen of een huisje in het centrum van Moskou huurden.
Zij gingen terug naar Tasjkent en Jevgeni, die een uitstekend student was, kreeg een beurs van de Oezbeekse overheid.
Hij moet het geld wel terugbetalen en heeft een soort morele verplichting om terug te gaan als hij afgestudeerd is.
‘Maar ik weet niet of ik dat doe. Amerika bevalt me namelijk uitstekend. En ik heb een vriendin. Ze komt uit Puerto Rico. Wat moet zij daar?
En als ik in Amerika een baan heb kan ik die lening ook veel sneller terugbetalen. Bovendien: ik spreek geen Oezbeeks.
Mijn ouders hebben mij in het Russisch opgevoed. Ze spraken zelden Oezbeeks met elkaar. Durfden ze niet‘.
Hij tast in zijn tas en haalt een scriptie te voorschijn.Een verhandeling over de huidige stand van de economie in Oezbekistan.
En dan: ’Wilt u dit hoofdstuk eens lezen. En er een mening over geven’.
Ik kijk hem aan.
’Dat wil ik wel doen, maar ik ben geen econoom en ik ga voor ’t eerst naar Oezbekistan’.
‘Daar gaat het niet om. Het gaat om ‘t principe’.
Ik lees het hoofdstuk en denk:‘ Waarschijnlijk heeft hij gelijk’.
DOUBLE LANDLOCKED
De theorie van Jevgeni is de volgende: Oezbekistan is -in zijn termen- een double landlocked country.
Je moet altijd door minstens twee andere landen om bij een zeehaven te komen. Dat is slecht voor de exportpositie.
Oezbekistan is in potentie een rijk land. Olie en vooral gas is er volop.
Maar olie of gas per tankauto door twee andere landen naar een zeehaven brengen is verschrikkelijk duur. De aanleg van pijpleidingen evenzo. Bovendien moet je dan toestemming van die landen krijgen. Turkmenistan bijvoorbeeld.
“Weet u wel wat voor achterlijk land dat is?
Als die toestemming geven moet je kapitalen betalen. En dan nog worden vrachtwagenchauffeurs slachtoffer van corruptie. Overheid, politie, iedereen is daar corrupt‘.
‘Landbouwproducten hebben we ook. Katoen. Graan.
Maar ook daarvoor geldt dat het allemaal zeer duur wordt als het geëxporteerd moet worden.
Weet u dat wij prachtige juwelen hebben. Kleding.
We zouden zoveel meer kunnen als we maar niet double landlocked waren.’
Als we nog zo’n uurtje moeten vliegen zegt hij:
‘Weet u dat er nog maar één ander land in de wereld is dat double landlocked is?
‘Nee Jef, dat weet ik niet’.
‘Welk land denkt u?’
Dat moet ik kunnen bedenken want ik kijk al mijn leven lang op kaarten en in atlassen.
‘Geef me even‘, zeg ik en ga de continenten langs.
Noord, midden en Zuid Amerika. Paraquay? Nee natuurlijk niet.
Afrika dan. Centraal Afrikaanse republiek? Rwanda? Oeganda? Nee. Nee. Nee.
Azie: Bhutan? Nee. Grenst aan China. Tadjikistan ook.
Europa. Tsjechië ? Hongarije? Luxemburg? Nee. Nee. Nee.
‘Weet je ‘t zeker Jef?’
‘Ja’ zegt hij. Ik heb het precies nagegaan‘.
‘Nou ik ben benieuwd‘.
Dan komt het antwoord:
LIECHTENSTEIN.
Tasjkent Oezbekistan
Voorjaar 1998
Corrupte agenten & olifanten met giftige slagtanden
‘Zullen we het eens op z’n Russisch doen’, zegt Boris.
Hij pakt de fles single malt whisky en vult twee limonadeglaasjes. Dan leegt hij in één teug zijn glas.
‘Lekker’, zegt hij.
En hij herhaalt nog eens dat dit de eerste keer in zijn leven is, dat hij whisky drinkt.
‘Nu jij Ronald. Op z‘n Russisch!’
Boris wordt vertrouwelijk. Hij is geen Oezbeek, maar komt uit Novosibirsk in Siberië.
Maar hij woonde al in Tasjkent, toen dat nog bij de Sovjet Unie hoorde.
‘Het wordt hier wel steeds moeilijker voor ons. Die Oezbeken schuiven elkaar alle klussen toe. Ze krijgen voorrang als er een baantje is en worden voorgetrokken als er huizen worden toegewezen'.
Hij werkt bij een agentschap, dat er ondermeer voor zorgt om journalisten als ik te helpen.
’Als er problemen zijn, moet je me onmiddellijk bellen’.
Anderhalf uur later is de fles leeg en Boris stomdronken.
’Ik ga wel even naar beneden’, stamelt hij. ’Daar hebben ze nog wel wodka’.
Op de gang valt hij over een stoel, blijft liggen en wordt benaderd door een paar hoeren.
Ik sluit mijn kamer goed af en val onmiddellijk in slaap.
Locatie: De 8-ste verdieping van hotel Uzbekistan in Tasjkent de hoofdstad van Oezbekistan in Centraal Azië .
LELIJKE STAD
De volgende dag slenter ik maar wat door de lelijke stad, die in 1966 vrijwel volledig verwoest werd door een aardbeving.
Geheel volgens de Sovjet-tradities werd de stad op ranzige wijze herbouwd met brede straten, grote pleinen en sombere hoge flatgebouwen, gespeend van ook maar het geringste spoortje creatieve architectuur.
Als ik ergens een paar foto’s maak, word ik aangehouden door twee agenten.
Ze vragen mijn papieren, zien dat ik geen Rus ben en gebaren dat ik mee moet naar het politiebureau.
Hoewel ze alleen maar in het Russisch praten, wordt mij duidelijk, dat er ‘iets’ niet in orde is met mijn visum. Ze wijzen ernaar.
In een klein gesloten kamertje op het bureau probeer ik duidelijk te maken, dat ik wil bellen. Met Boris natuurlijk. Die moet me hier maar uit krijgen.
Maar de agenten staan dat niet toe. Ik moet betalen om ‘het probleem’ op te lossen. Zevenduizend Som -ongeveer 75 US$-.
Dat is heel veel geld in dit land, waar het gemiddeld maandinkomen niet meer dan vijfduizend Som is.
Er zijn mensen, die beweren dat ze in zo’n geval niet betalen. Dat ze gewoon afwachten, wat er dan gebeurt.
Ik wantrouw die verhalen. In ieder geval ben ik niet zo’n held.
Ik betaal gewoon.
Het bureau ligt aan het voormalige Karl Marxplein. Even verderop was het Leninplein. Het beeld van Lenin is van zijn sokkel gehaald. Nu staat er een pompeus standbeeld met een goudkleurige wereldbol.
Daarop is maar één land aangebracht: Oezbekistan. Naar verhouding veel te groot. 
Als je er goed naar kijkt, zie je dat de omtrek van dit land op een hond lijkt. Gevolg van de bizarre wijze, waarop Stalin ooit de grenzen van zijn immense rijk trok.
Het Karl Marxplein heet nu Amir Temurplein naar de nieuwe held van Oezbekistan.
Amir Temur, ook wel Tamerlan de Aardschudder of Timur Lenk dan wel Timur de Kreupele was een enorme schoft.
Hij leefde in de veertiende eeuw en was één van de laatste wereldveroveraars.
HET VERLOREN HART
Ik ga op een terrasje zitten. Recht tegenover het enorme standbeeld, waarbij Amir Temur op een paard zit.
Ik sla ’Het verloren hart van Azie’ van Colin Thubron open. En lees over ‘De Aardschudder’.
‘Geen zweem van mededogen verstoorde zijn voortgang.
Zijn slachtingen overtroffen die van al zijn voorgangers.
De torenhoge piramides van schedels, die hij achter zich liet, waren welbewuste waarschuwingen.
Nadat hij Perzië onder de voet had gelopen en de Kaukasus had geplunderd, sloeg hij de restanten van de Gouden Horde terug tot Moskou en lanceerde een onbezonnen aanval op India, waar twintigduizend Mongolen doodvroren.
In de Gangesvlakte voor Delhi lieten de eskadrons gepantserde olifanten met vergiftigde snijplaten aan hun slagtanden een kortstondige huiver door de Mongoolse gelederen gaan.
Een jaar later trokken de Mongolen terug de bergen over.
Ze lieten een land achter dat zich een eeuw lang niet zou herstellen met vijf miljoen doden aan de Indiase kant‘.
AFKOOPSOM
Ik leg het boek weg en bel Boris. Een half uur later is hij er.
Hij is absoluut niet verbaasd dat ik op het politiebureau een afkoopsom heb moeten betalen.
’Dat doen ze altijd. De volgende keer, ga ik wel met je mee‘.
En dan:
‘Overigens krijg ik nog geld van je, want ik heb gisteren op het vliegveld moeten betalen om jou snel door de douane te krijgen. Dat heb je toch wel gemerkt?’
Hij heeft gelijk. In het vliegtuig zaten twaalf niet-Oezbeken, die er een paar uur over deden om ter plekke een visum te bemachtigen.
Op zeker ogenblik verscheen Boris, die mij als eerste mee naar buiten nam.
‘Hoeveel krijg je dan van me?’
‘Zevenduizend Som’, zegt hij.
Osh Kirgizië
Voorjaar 1998
Het achterland van God's wraak
Naast mij Kasper Doornbusch (met baard) met de familie Jilkiankan.
(Foto's: Janny Doornbusch)
GRENSOVERGANG
De waarschuwingen zijn voor niets geweest.
Bij de grensovergang tussen Andizjan in de Ferganavallei van Oezbekistan en het stadje Osh in Kirgizië is niets aan de hand.
Een slagboom die open staat en een man in een oude autobus, die gebaart dat we toch vooral moeten doorrijden.
Ik zit in een auto met Janny Doornbusch, een vrouw van middelbare leeftijd met lang vuurrood henna-haar.
Ze valt op hier Janny. Maar dat vindt ze niet erg.
Zij woont in een buitenwijk van Osh met haar man Kasper.
Hij is een Nederlandse politiecommissaris die een anti-drugs project van de Verenigde Naties leidt.
Osh is namelijk het verzamelpunt van grote hoeveelheden opium en heroïne, die vanuit Afghanistan via het Pamirgebergte in Tadjikistan naar Kirgizië worden gesmokkeld.
De drugs gaan van hieruit naar Europa, de Verenigde Staten en het verre Oosten.
OUDER DAN ROME
Osh is oud. Ruim 3.000 jaar.
’Ouder dan Rome’, staat er op borden in en rond de stad. Van die ouderdom is in de stad overigens niets te merken.
Het is zeer armoedig en architectonisch niet interessant.
Oude monumentale gebouwen, bijzondere pleinen, mooie beeldhouwwerken of anderszins interessante objecten zijn er niet of ze zijn verdwenen.
Ranzige nonchalance onder de Sovjet-periode heeft ervoor gezorgd, dat deze stad die ooit een belangrijke pleisterplaats op de Zijderoute was, verloederd en uitgewoond is.
Aan de rand van de stad ligt een ruggengraat van drie bergen, die de vorm van een zwangere vrouw heeft.
Zij heet de troon van Salomo.
Op de top ligt een naar Mekka gerichte kapel, waarin zich het graf van Salomo bevindt.
De bergrug is een bedevaartsplek voor vrouwen , die maar niet zwanger willen worden. Als wij de berg bestijgen komen we dan ook veel vrouwen tegen. ‘Eén keer de Salomo beklimmen en het komt wel goed‘. Zeggen ze in Osh.
Kasper heeft een oude jeep.
We gaan met z’n drieen richting China en Tadjikistan en komen in een spannende onbekende verre wereld.
De weg is slecht.
We komen vrijwel geen auto’s meer tegen. Mensen rijden op ezels of op paarden.
Een gevleugelde uitdrukking hier is:
‘At attan kiyan jat’ en dat betekent :
’Als je geen paard hebt, heb je ook geen benen’.
LENINPIEK & PIEK KOMMUNIZMA
Overal zijn bergen. Vaak groen bemost, soms roodbruin uitgeslagen.
Regelmatig zitten er angstaanjagende spelonken in vanwege aardverschuivingen.
In de verte zie je de sneeuwbergen met namen als de Leninpiek en de piek Kommunizma.
Ze zijn hoger dan 7.000 meter.
ONEINDIGE ONAARDSE ONHEILSPELLENDE SCHOONHEID!
De zomer komt eraan en dat betekent dat sommige mensen uit Osh hun nomadenbestaan weer opnemen.
Ze vestigen zich in dit ruige gebied in joerten; ronde vilten tenten.
Wij kloppen aan bij de familie Jilkiankan en worden uiterst hartelijk ontvangen.

ALCOHOLISCHE PAARDENMELK
De familie spreekt een beetje Russisch; Janny & Kasper ook en zo leren wij, dat deze mensen tot oktober hier blijven wonen.
Ze hebben een paar paarden.
Die worden niet alleen als vervoermiddel gebruikt maar de merries worden gemolken en daarvan worden diverse producten gemaakt.

Onder andere Koumis.
Zurige licht alcoholische melk, die lekker combineert met de zoete broodjes, de koekjes, de noten en het fruit dat men ons voorzet.
DRIELANDENWERELD
Wij zetten de tocht voort en komen in de drielandenwereld Kirgizië -Tadjikistan-China.
Bij de grensovergang worden de vrachtauto’s door medewerkers van Kasper tegengehouden. De chauffeurs moeten alles uitladen.
Daarna moeten ze hun wielen één voor één verwijderen. De banden moeten van de velgen, koplampen moeten gedemonteerd worden; kortom alles wordt eraan gedaan om het de chauffeurs zo moeilijk mogelijk te maken.
Zo’n controle duurt al gauw tien tot twaalf uur. En dan lopen ze de kans dat ze het verderop nog een keer moeten overdoen.
Het gevolg is dat de smokkelauto's de route door het Pamirgebergte steeds meer mijden.
Maar daarmee is het probleem niet opgelost.
De grens is groot en ontoegankelijk voor de mensen van de V.N. omdat hun mandaat niet zo ver reikt.
Mensen op paarden en ezels of zelfs te voet gaan hier de grens over met grote hoeveelheden drugs.
Het duurt allemaal wat langer dan met de vrachtauto’s maar het is wel zo effectief.
TERUG IN OSH
Terug in Osh valt me nu pas goed op, dat de Kirgiezen en Oezbeken in aparte wijken wonen, maar wel met elkaar de enorme grote markt bevolken.
De Kirgiezen hebben gevorkte baarden, Chinese trekken en Kirgiezenogen zoals die beschreven worden in De Toverberg van Thomas Mann.
Ze hebben hoge witvilten hoeden op het hoofd. De vrouwen hullen zich in traditionele kledij met uiterst felle kleuren.
De Oezbeken hebben een meer Mongools uiterlijk. Vrouwen alweer vaak in rood, roze, paars en gifgroen.
Mannen met wijde broeken en zwart-witte platte hoedjes. Veel mensen hebben gouden tanden.
HEVIGE RELLEN
In 1990 waren er in Osh en omgeving hevige rellen tussen Oezbeken en Kirgiezen. Volgens officiële cijfers vielen er 300 doden en meer dan duizend gewonden.
In Osh beweert men dat de aantallen veel hoger waren.
De pers werd geweerd, maar er zijn amateur-opnames gemaakt, die de meest verschrikkelijke beelden te zien geven.
Beelden bijvoorbeeld van baby’s, die aan vleeshaken zijn opgehangen.
Dit tot grote ontzetting van de mensen, die bezweren deze beelden gezien te hebben.
Als je vraagt of dit soort rellen zich kunnen herhalen, stuit je zowel bij Kirgiezen als Oezbeken op een muur van achterdocht en stilzwijgen.
Maar volgens Russen, die er nog wonen is de situatie in feite nog uiterst gespannen.
Zij verlaten het land dan ook en masse.
Centraal Azië.
Het achterland van Gods wraak (of ook wel):
De gesel van God.
Tasjkent Oezbekistan
Voorjaar 1998
Eten met een Bollywood-diva
Ik doe boodschappen met Shandira.
We lopen op de markt van Tasjkent, de hoofdstad van Oezbekistan. We trekken veel aandacht Shandira en ik.
Zij is bloedmooi: één van de beroemdste filmsterren in dit land.
Een soort Bollywood-diva.
Maar de Oezbeekse filmindustrie is volkomen ingestort en daarom werkt zij bij de plaatselijke vestiging van een Nederlandse bank als p.r.functionaris.
En omdat ik ‘s avonds met haar bij de directeur thuis Oezbeekse plov ga eten doen wij de inkopen.
Op de markt wijkt iedereen voor Shandira.
‘Wie is toch die man naast haar?’, denken ze.
GELIGE WORTELS
De huishoudster annex kokkin heeft een heel lijstje gemaakt.
We kopen prei, uien, grote gelige wortels, spitskool, rozijnen, een sliert knoflookbollen, korianderzaad, komijnzaad, saffraan, groene thee, rode en witte wijn, hoewel dit laatste niet op het lijstje staat. ‘Koken in wijn is veel lekkerder‘, zegt Shandira.
We nemen voor onze plov lamsvlees.
Dat moet van Shandira.
Meestal gebruikt men in Oezbekistan schapenvlees. Maar rund, kip, varken, geit of zelfs paard kan ook.
Goede rijst is volgens de p.r.functionaris het geheim van een goede plov. Het beste is Devzira rijst uit de Fergana-vallei.
De marktkooplieden verdringen zich om het haar te verkopen. Sterker: ze willen het haar voor niets geven.
Hoe maakte de kokkin mevrouw Aliantin die avond haar Oezbeekse plov?
Voor zes personen:
Zes kopjes rijst, twee wortels, drie preitjes, drie rode uien, twee spitskooltjes, 1 ons rozijnen, zes bolletjes knoflook, eetlepel korianderzaad, eetlepel komijnzaad, twaalf draadjes saffraan, ruim 1 kilo lamsbout.
DRAADJES SAFFRAAN
De draadjes saffraan een paar uur van tevoren in water laten ‘weken’. De zaadjes in een droge pan roosteren. Fijn maken in een vijzel.
De groenten in grove stukken snijden. Het vlees in dobbelstenen.
Eerst wordt de rijst in boter gebakken. De saffraan wordt erbij gevoegd. De rijst is goed als het glazig en geel is.
In een braadpan wordt het lamsvlees aangebraden in olijfolie. Dan de uien erbij. Even laten meebakken.
Daarna volgen de groenten en de kruiden. Beetje peper en zout. Hierover gaat de rijst. Rozijnen later toevoegen.
Doe er zoveel witte wijn bij dat alles onder staat. Ongeveer een uur en een kwartier heel zacht laten sudderen.
Het vocht moet geheel worden opgenomen.

Zes bollen knoflook worden apart klaargemaakt.
Het kopje eraf halen, insmeren met olijfolie en in aluminiumfolie wikkelen. Een uur in een oven van 180 graden laten roosteren.
De bollen later in zijn geheel in de plov steken.
Een wodka als aperitief.
Dan hoor je groene thee te drinken, maar de bankdirecteur, zijn Noorse echtgenote, een paar Amerikaanse buren, Shandira en ik hielden het op wijn.
Veel wijn.
- Details
- Hoofdcategorie: Reizen (518)
- Categorie: Reizen
Mozambique, Lesotho & Zuid-Afrika
Ik ben elf keer in Afrika geweest.
Daar heb ik de afgelopen jaren diverse stukjes over geschreven.
Hieronder heb ik een paar bezoeken aan zuidelijk Afrika achter elkaar gezet.
Maputo Mozambique
Winter 1994
Salomon
Hij noemt zichzelf Salomon, want dat vindt ‘ie een mooie naam. Lang, mager en goedlachs. Een jaar of 25 schat hijzelf, want een geboortepapiertje heeft hij nooit gezien.
Z’n vader vocht voor het Mozambikaanse bevrijdingsfront Frelimo en sneuvelde toen hij nog een baby was.
Z’n moeder overleed niet lang daarna aan ’één of andere ziekte‘.
Hij kent iedereen en iedereen kent hem. Voor twintig Amerikaanse dollars per dag heeft hij mij veertien dagen lang begeleid en bovendien ongeveer twee jaarsalarissen verdiend.
Salomon is een beroepsregelaar. Die vind je veel in de derde wereld. Toen ik aankwam op ‘t vliegveld in Maputo, de hoofdstad van Mozambique, loodste hij mij snel door de douane.
Hij had voor die veertien dagen een auto bemachtigd, bracht mij in contact met de mensen die ik nodig had, versierde een plek in een Antonov-vrachtvliegtuig om naar Beira te gaan, wist de weg naar de militairen van de Verenigde Naties, bracht mij in contact met de mensen van de plaatselijke radio en zorgde tijdens de rechtstreekse VPRO-uitzending voor een zang- en dansgroep van veertig mensen, die a capella zongen en zichzelf met een soort voeten-percussie begeleidden.
Om die uitzending live te kunnen verzorgen had ik één van de allereerste satelliettelefoons bij me. Het apparaat was één meter bij een halve meter en woog zo’n zestig kilo. De antenne was nog groter en woog zeker tien kilo. Er was een modem bij van nog eens 25 kilo. Voeg daarbij alle kabels en snoeren en u begrijpt dat er voor de vlucht van Amsterdam naar Maputo veel extra geld voor overgewicht betaald moest worden. Om precies te zijn. Fl 3.026,95 .
Salomon vond ‘t krankzinnig om voor de terugvlucht nog eens zo‘n bedrag uit te geven. ‘Ik regel dit wel‘, zei hij. ‘Geef me 100 US $ en het komt voor elkaar. Maar geen biljet van 100 , want dat accepteren ze hier niet’.
Ik gaf hem twee briefjes van vijftig. Hij stapte op een grondstewardess af, maakte wat grapjes en wees op mij en m’n apparatuur. Even later gaf hij haar één briefje van 50 US $.
Hij lachte weer en maakte een gebaar met z’n arm, dat ik gewoon door kon lopen. Zelf ontfermde hij zich over de apparatuur, die hij moeiteloos aan boord van het vliegtuig wist te krijgen.
Zo!.
Dat was vlot en knap geregeld.
Had ik toch mooi zo’n Fl. 3.000,-- voor de VPRO verdiend.
In het vliegtuig dacht ik er nog eens over na. Dit was dus kleine corruptie. Daar had ik gewoon aan meegedaan.
Sterker nog: ik was er uiterst tevreden over.
Maar ja.
Wat had ik er zelf aan?
Op mijn loonstrookje zou ik er niets van terugvinden. En voor die 100 US $ had ik natuurlijk geen kwitantie, dus die moest ik ook nog proberen terug te krijgen.
Op de declaratie vulde ik in:
Smeergeld om grondstewardess om te kopen: 125 US $.
Chef declaraties Jan Jongepier moest er wel om lachen.
Voor die 25 $ heb ik een fles whisky gekocht.
‘Op Salomon‘.
Beira Mozambique
Winter 1994
Mijnen & Hollandse honden
Het is dringen voor het Antonov vrachtvliegtuig, dat al staat te ronken op het vliegveld van de Mozambikaanse hoofdstad Maputo. Veel militairen en nog veel meer hulpverleners uit de hele wereld die allemaal naar Beira willen, een stad aan de oceaan in het centrum van het land.
Ik ben met Mozambikaanse Angela en kom alleen maar het vliegtuig in, omdat zij een bloedmooie brutale vrouw is voor wie al die drukdoende mannen wel móeten bezwijken. Uiteindelijk worden er zo’n honderd mensen in de raamloze holte gepropt. Liggend op zakken en leunend tegen kratten en kisten proberen wij ons tijdens de vlucht in evenwicht te houden.
Beira blijkt totaal in puin te liggen. Volledig vernield door de onafhankelijkheidsoorlog tegen het Portugese leger en later door de burgeroorlog, die zich na de onafhankelijkheid in 1975 afspeelde tussen het Marxistisch-Leninistische bevrijdingsfront Frelimo en de andere bevrijdingsbeweging Renamo, die werd gesteund door het apartheidsregime van Zuid Afrika.
Ik ben op weg naar een klein contingent Nederlandse militairen, dat onderdeel vormt van UNOMOZ, de United Nations Operation in Mozambique. Zij zijn uitgestuurd om Mozambikanen zelf te leren mijnen te vinden en op te ruimen. Want er liggen in Mozambique door die oorlogen naar schatting twee miljoen mijnen.
In hotel Miramar direct aan de oceaan, is luitenant-kolonel Van der Veen een beetje gefrustreerd. In augustus 1993 arriveerde hij in Mozambique, maar nu is het februari 1994 en is er nog niets van de grond gekomen. Hij en zijn tien andere Nederlandse militairen stuiten voortdurend op bureaucratische verordeningen en procedures, waardoor er geen schot zit in de oprichting van de mijnontruimingsschool.
Toch blijft hij goede hoop houden, dat de missie zal lukken. Het is de bedoeling dat in totaal 1200 Mozambikanen worden opgeleid tot mijnontruimers. Daarbij maken de Nederlanders gebruik van mijndetectoren.
Vlak bij hen zit het Amerikaanse mijnontruimingsbedrijf Ronco. Deze particuliere organisatie werkt met Nederlandse mijnontruimingshonden. En dat leidt -vertelt de overste- tot vermakelijke taferelen.
De honden hebben namelijk Nederlandse commando’s geleerd als ’ZIT’, ’BLIJF’ of ’ZOEK’.
De Amerikanen hebben zich die kreten in het Nederlands eigen gemaakt en moeten dat nu weer aan de Mozambikanen leren. Gevolg: de honden worden geconfronteerd met zeer merkwaardige ‘dialecten’.
Maar ja.
Het alternatief zou zijn, dat de honden Portugees moesten leren.
Waarom de Nederlanders dan niet gewoon met deze Nederlandse honden werkten wist de luitenant-kolonel eigenlijk ook niet.
’We zijn er nu eenmaal niet voor opgeleid’.
P.S.
Navraag leert, dat de missie later toch nog redelijk succesvol is verlopen. Uiteindelijk volgden 570 Mozambikanen de opleiding tot mijnontruimer.
En twee jaar geleden is in Mozambique een Belgisch experiment begonnen waarbij gewerkt wordt met Afrikaanse hamsterratten. Deze beesten hebben een sterk ontwikkelde reukzin en kunnen moeiteloos TNT opsporen. Ze zijn overal te vinden en dus goedkoop. Bovendien zijn ze zo licht, dat een mijn niet tot ontploffing komt als ze ermee in contact komen.
Wereldwijd liggen er overigens nog naar schatting tussen de 60 en 110 miljoen mijnen, die per jaar 15 tot 20.000 slachtoffers (doden en gewonden) maken. Een kwart van die slachtoffers is kinderen.
Maseru Lesotho
Voorjaar 2000
24 Hoedjes & 12 verkoopsters
Eén van de merkwaardigste gebouwen in Afrika staat in de belangrijkste straat van de hoofdstad Maseru in Lesotho. Een onafhankelijk land dat geheel omringd wordt door Zuid Afrika. Een koninkrijk.
Een land, dat er prat op gaat het -denk even na- hoogste laagste punt ter wereld te hebben. Het land heeft ook een ijsbaan, volgens mij de enige in heel Afrika.
Kingsway heet die straat. En daar staat een vrij groot gebouw in de vorm van een hoed, de zogenaamde Basotho hoed. Er is een restaurant in gevestigd, waar je hele dikke omeletten kunt eten. Het bouwsel is van onderen rond en loopt omhoog in een punt met een kroon erop. Het is felgeel met een bruinrode rand. Het is gevormd naar de heuvel, die zich in het land bevindt bij het fort van de voormalige koning, Meshoeshoe de Grote.
Deze hoed is het nationale symbool van Lesotho. Je vindt het overal terug.
Bijvoorbeeld in de vlag, maar ook op nummerplaten van auto’s.

Pitriet
In Maseru, maar ook in kleinere plaatsjes op het platteland, kun je van die hoedjes kopen. Ze worden gemaakt van een soort pitriet. Uiteraard met de hand.
Recht tegenover mijn hotel aan Kingsway op een pleintje was zo’n verkoopplaats. Er stonden zeker twaalf verkoopsters. Als ze je zien gaan ze elkaar beconcurreren. ’ You want hat, mister? Selfmade hat. Very very cheap‘.
Ze zijn leuk en druk en kleurrijk gekleed. Ze trekken aan je haar, aan je broek , aan je trui. Ze lachen en flirten.
En ze bieden zo hard tegen elkaar op, dat de hoedjes uiteindelijk vrijwel niets meer kosten.
Ik keerde in Holland terug met 24 hoedjes in verschillende soorten en maten.
Op Internet wordt anno 2007 zo'n hoedje aangeboden voor 39 US $.
Ik heb er nog een paar over.

Semonkong Lesotho
Voorjaar 2000
De hond van de rattenvanger
Het tweede deel van de weg van de hoofdstad Maseru naar Semonkong in het centrum van Lesotho is niet zo best.
De weg is niet geasfalteerd, maar bestaat uit keien, stenen, scherpe steentjes, grint en zand met daar tussen kuilen. Veel kuilen.
Er moeten drie passen genomen worden. Nkesi’s pass (2660 meter), de Ponto (2905 meter) en de Thaba Putsoa (3096 meter).
Vangrails zijn er niet en diverse keren smeek ik om alsjeblieft maar geen klapband te krijgen.
Het is een bloedstollend mooie tocht in een voornamelijk kaal en ruig landschap in een fascinerende schakering van tinten rood, paars, blauw en geel, afwisselend donker en licht.
De mensen zijn gehuld in dekens en hebben een doek om het hoofd, een pet of de karakteristieke Lesotho-hoed op en soms een mijnwerkershelm als souvenir aan werkzaamheden in de Zuid-Afrikaanse koper- of diamantmijnen. Ze zwaaien, steken een duim op of maken het V-teken. Blanken zijn hier nog een bezienswaardigheid.
Lesotho is het koninkrijk in de lucht met –zoals men mij diverse keren uitlegt- het hoogste laagste punt ter wereld; namelijk 1300 meter. Het is ook een geografisch wonder, want het wordt geheel omringd door één land: Zuid Afrika. Een soort landeiland dus. Net als San Marino. Maar niet zoals The Gambia, want dat wordt weliswaar alleen door Senegal omgeven, maar grenst aan zee. Brunei en Monaco trouwens ook.
Het land is sinds 1966 onafhankelijk en was nooit een thuisland en kende geen apartheid. Eén inwoner heet Masotho, meerder inwoners zijn Basotho, de taal is Sesotho en het land van de Sotho’s is dus Lesotho; (spreek uit als Lesoetoe). Ongeveer net zo groot als België met ruim twee miljoen inwoners; vrijwel allemaal Basotho.
ONRUSTIG
In het land is het onrustig.. Dat is al zo sinds 23 mei 1998 , toen de regerende LCP ( Lesotho Congres Party) bij verkiezingen 79 van de 80 zetels in het parlement haalde. Een schandaal meende de oppositiepartijen. Er zou sprake zijn geweest van verkiezingsfraude op grote schaal.
Maar toen een door Zuid Afrika uitgevoerd juridisch onderzoek uitwees, dat het met die fraude wel meeviel en de zittende regering recht van bestaan had, braken ernstige ongeregeldheden uit. En toen in september van datzelfde jaar een staatsgreep dreigde riep de regering Zuid Afrika te hulp. President Nelson Mandela, die op dat moment in de Verenigde Staten was, gaf opdracht een zogeheten vredesmissie naar Lesotho te sturen. Het Zuid-Afrikaanse leger viel het land binnen, maar stuitte op onverwachte tegenstand. En ging al spoedig over tot grof geweld.Veel doden; nog meer gewonden.
Daarna verkeerde het land enige tijd in een volstrekte anarchie. Plunderingen gevolgd door brandstichting waren aan de orde van de dag. Vooral winkels en bedrijven van Zuid-Afrikanen moesten het ontgelden. Anno 2000 is de hoofdstad Maseru nog lang niet hersteld van die activiteiten.
Langs de belangrijkste straat de Kingsway staan overal nog zwartgeblakerde panden, er zijn gaten geslagen in de weg, spullen worden in stalletjes op straat verkocht of middenstanders zijn in containers getrokken.
GEZELLIGE CHAOS
Het is er overigens wel een uiterst gezellige chaos. Overal wordt muziek gedraaid of gemaakt, de mensen lijken vrolijk en spreken je voortdurend aan. Dat gebeurt overigens niet alleen om hun Engels uit te proberen, maar heeft ook nogal eens een bijbedoeling.
“Ach u komt uit Nederland. Mooi land. Heel mooi land. Ik heb er nog een zuster wonen. Misschien kan ik ook bij u langskomen als ik daar naartoe ga. By the way: hebt u wellicht interesse om diamanten te kopen. Ik heb prachtige exemplaren, die bij u veel geld waard zijn. Heel veel geld. Mister, u kunt miljoenen verdienen. Miljoenen”.
Om tot besluit vijf Rand te vragen als ik daar niet op inga. Kennelijk was zijn eigen handel niet zo lucratief als hij voorstelde.
En de diamanten waren waarschijnlijk gewoon bergkristallen.
De zestiende mei zou een spannende dag worden in Maseru. De oppositie had geëist, dat er een datum genoemd zou worden voor nieuwe verkiezingen. Er zou die dag ook een nationale staking plaatsvinden en tegen stakingsbrekers zou streng worden opgetreden.
In anonieme pamfletten, die in de stad verspreid werden, werd opgeroepen opnieuw tot actie over te gaan als geen datum genoemd zou worden. Vooral buitenlanders zouden hard worden aangepakt. Nieuws, dat in Zuid-Afrikaanse kranten heel veel aandacht kreeg.
In Beeld Johannesburg bijvoorbeeld werd in kapitaal-letters paginabreed gewaarschuwd:
Polisie, weermag aan grens ontplooi. .
KOMMER HEERS OOR LESOTHO-HAATBRIEF
En verder:
Suid-Afrikaanse sakelui is aangeraai om weens die plofbare situasie na hernieude dreigemente van geweld, stakings en plundery uit
Lesotho weg te bly.
ROADBLOCKS
Als ik een paar dagen voor die zestiende mei in het noorden van het land met de auto vlak voor de grensovergang Ficksburg-Maputsoe arriveer, word ik tegengehouden door de Zuid-Afrikaanse politie.
“U weet toch wat zich daar in dat land afspeelt?
'Ja? Goed!
U bent gewaarschuwd!”.
In Lesotho blijken inderdaad veel roadblocks te zijn opgeworpen. Soms controleert de politie, soms het leger. Regelmatig moet je een formulier invullen, waar je denkt heen te gaan. Verder zijn er overigens in die tijd geen ernstige ongeregeldheden geweest.
Men vermoedt dat er geen belangwekkende organisatie achter de anoniem verspreide pamfletten zit, maar dat het om individuele acties gaat. Vrij algemeen is men overigens wel van mening, dat het tijd wordt om nieuwe verkiezingen uit te schrijven.
HEY MISTER
In Semonkong in het centrum van het land is van al die opwinding niets terug te vinden. Ik ben de enige gast in de plaatselijke lodge en dat zal ik weten ook.
De plaatselijke bevolking komt en masse langs.
'Hey daddy, you want something? Koffie, thee, zelfgemaakt gebak? Fruit? Een poppetje kopen, mister? Een Lesotho-hoed wellicht.
Hey father, goedemorgen, wil je paard rijden?
Heb je een gids nodig? Wat is het koud hè. Heb je misschien een deken nodig? Een trui, een jas?'

Maletsunyane waterval
Een kilometer of zes buiten Semonkong liggen de Maletsunyane watervallen, die maar liefst 192 meter hoog zijn.
Ik wil er naar toe.
In Lesotho hoor je dat op een paard of een pony te doen, maar ik heb van mijn leven nog nooit op zo’n beest gezeten. Bovendien heb ik geen zin in een gids.
Dan maar lopend.
Men legt mij omstandig uit hoe ik moet lopen om daar te komen, want groene of rode stippen zijn hier gelukkig nog niet. Eigenlijk is het een kwestie van de rivier volgen, maar die is vaak niet te vinden tussen het kreupelhout.
De hond van de lodge vertrouwt het -waarschijnlijk terecht- niet en besluit dat hele eind voor mij uit te lopen. Ik noem hem Lucky.
We komen door hele kleine dorpjes, waar de mensen in de karakteristieke ronde Rondavels wonen. Ze zijn vriendelijk en niet opdringerig. De kinderen vinden het allemaal prachtig en lopen met ons mee. Als een soort rattenvanger van Hamelen bereik ik met hond en zo’n dertig kinderen de watervallen.
Ik ga zitten en kijk. Haal de frisse lucht diep naar binnen.
Heel even is het leven volmaakt.
VOLKSLIED
’s Avonds laat de eigenaar van de Semonkong-lodge mij het volkslied horen.
Lesotho, fatse la bo ntat’a rona
Har’a mafatse le letle ke lona
Lesotho, voorouderlijk erf,
het mooiste land op aarde
Hier waren wij kinderen.
Hier werden wij mannen. Foto: www.traveladventures.org
O, wij houden van u.
God bescherm Lesotho en bewaar ’t.
Doe oorlogen en strijd verdwijnen.
O, dierbaar land van onze vaderen.
Vrede zij met u
De Aar Zuid Afrika
Voorjaar 1994
Een triomfantelijke demonstratie
Woensdag 27 april 1994 was een zeer gedenkwaardige dag.
Ik bevond mij in het stadje De Aar in Die groot Karoo van Zuid Afrika, ongeveer in het midden van de lijn Kaapstad-Johannesburg.
Voor ‘t eerst in de geschiedenis waren er democratische verkiezingen.
Maandenlang hadden de mensen er naar toe geleefd; wekenlang was er uitbundig feest gevierd.
De mensen kregen drie dagen om te stemmen, maar op de eerste dag stonden er lange rijen.
OOR DIE SPOOR
De Aar is een stadje van circa 40.000 mensen.
Globaal een derde van de bevolking is blank, een derde is kleurling; een derde is zwart. De blanken woonden in hun eigen wijk.
Op kaarten in de plaatselijke bibliotheek stond alleen dit deel, hoewel aan de andere kant van het spoor ‘Oor die Spoor’ veel meer mensen woonden.
Er waren ook twee squattercamps ‘oor die spoor’. Krottenwijken voor ontheemden, zwervers en vluchtelingen.
In De Aar mocht gestemd worden door 8.433 ‘bruinmense’, 6.643 ‘swartmense’ en 5.190 ’blankmense’. In iedere wijk was één stemlocatie. Op woensdag 27 april 1994 ‘s middags om één uur stonden vrijwel alle kleurlingen en zwarten demonstratief voor het gemeentehuis -de Municipaliteit- in de blanke wijk.
Geduldig, gedisciplineerd, trots en vaak met een vlaggetje in de hand van de ANC (African National Congress); de partij van Nelson Mandela, die toen zijn triomfantelijkste overwinning zou behalen.
Eén van die mensen was Lisa. Zij was schoonmaakster in hotel De Aar, waar ik drie weken heb doorgebracht.
Zij begon ‘s ochtends om zes uur en had dan al een uur gelopen.
Ze moest werken tot er niets meer te doen was. Dat was nooit vóór tien uur ‘s avonds.
Ze moest dan weer een uur terug lopen. Ze werkte zeven dagen per week.
Haar inkomsten: 80 Euro per maand.
- Details
- Hoofdcategorie: Reizen (518)
- Categorie: Reizen
Donker Afrika; Zimbabwe, Botswana, Namibië & Zambia
(Bavianen, krokodillen, olifanten , bastards & westerse arrogantie)
In 1995 maakte ik een reis naar zuidelijk Afrika. Donker Afrika.
Zimbabwe, Botswana, Namibië & Zambia
Daar schreef ik de afgelopen jaren een paar verhaaltjes over, die ik hier bij elkaar heb gezet
Victoria Falls Zimbabwe
Najaar 1995
Bavianen afschieten
Ik hoor een schot.
Dat is raar.
Want ik lig in bed op een luxueuze kamer in één van de meest prestigieuze hotels ter wereld; het Victoria Falls hotel bij de beroemde watervallen in Zimbabwe.
Het is half zes in de ochtend en het begint voorzichtig licht te worden.
Ik sta op; schuif de gordijnen opzij en kijk naar de keurig aangeharkte tuin met al die hagen, Engelse gazons en Mangobomen.
Verderop schijnt iemand met een lantaarn.
En dan hoor ik opnieuw een schot.
ACTIE?
Je kunt dan een paar dingen doen.
----Gewoon doorslapen en doen alsof je niets gehoord hebt.
----Je kunt een ontbijtje nemen. Dat kan in dit hotel al vanaf een uur of vier. Verse jus, lekkere koffie, knapperige broodjes, gepocheerde en gebakken eitjes, spek, ham, saucijsjes, yoghurt en lonkend fruit zorgen ervoor dat je de schietpartij gewoon vergeet.
----Je kunt naar buiten gaan en kijken wat er aan de hand is.
Ik kies voor het laatste. Schiet wat kleren aan en loop naar de plek waar ik licht zag.
Daar staat een donkere man in uniform. Hij heeft een karabijn in zijn handen. Op de grond liggen twee bavianen.
De man heeft ze doodgeschoten.
Hij ziet mij aankomen en kijkt vriendelijk lachend. 
‘Waarom doet u dat?’, vraag ik maar eens.
De man trekt een nog bredere grijns en legt uit, dat hij die opdracht heeft gekregen van de directie van het hotel.
De apen klimmen namelijk in de mangobomen en eten het fruit op.
De hotelgasten houden daar niet van.
Die komen weliswaar naar Zimbabwe om naar apies en andere beesten te kijken, maar diezelfde beesten mogen vooral niet te dichtbij komen.
Hij legt de bavianen op een kruiwagen. Groet mij vriendelijk en beent weg.
Ik kijk hem volkomen verbijsterd na.
OUD-KOLONIAAL
Het is een merkwaardig hotel. Ik ben er tien dagen geweest. Er waren alleen maar blanke toeristen.
In het restaurant moest je een jasje aan en een stropdas voor. Voor 10 US $ te huren.
Op iedere blanke was een zwarte bediende. Een overigens zeer begeerd baantje.
De bediendes verdienden in 1995 -omgerekend- vijftien Euro per maand. Maar ze vingen natuurlijk een veelvoud aan fooien.
Nobelprijswinnares Doris Lessing, die in het voormalige Rhodesië geboren werd, schrijft er in haar boek ‘Terug naar Afrika’ het volgende over:
‘In het oud-koloniale Victoria Falls Hotel, één van de heerlijkste hotels ter wereld: ruim, dromerig, traag, koel in de grote hitte- de ideale locatie voor een film van Merchant-Ivory- stond een zwarte jongeman te pronken met zijn nieuwe jeans‘.
Regenbogen
Binnen vijf minuten ben je vanuit dit zwaar bewaakte hotel bij de beroemde watervallen, die op de grens van Zimbabwe en Zambia liggen. 
Over een lengte van twee kilometer stort het water van de Zambezi zich zo’n honderd meter naar beneden.
Een uiterst spectaculair schouwspel.
Soms zie je zes regenbogen tegelijk.
ONTDEKKING
De watervallen werden op 16 november 1855 ontdekt door David Livingstone.
Althans: zo luidt de tekst op de sokkel van zijn standbeeld.
Dat is natuurlijk onzin. Een voorbeeld van westerse arrogantie en blank machtsdenken.
Die watervallen bestonden al honderdduizenden jaren.
De plaatselijke bevolking spreekt ook helemaal niet over de Victoria Watervallen, maar heeft het over Amanza Thunquayo, oftewel ‘Water dat als rook opstijgt‘.
En liever nog over: Mosi oa Tunya en dat betekent ‘Rook die dondert‘.
Anno 2008 is de bezettingsgraad van het hotel niet hoger dan 30%.
Het narcistische en dictatoriale schrikbewind van Mugabe heeft ervoor gezorgd dat de toeristenindustrie in het land volkomen is ingestort.
LIVINGSTONE ZAMBIA
Als je toch naar die watervallen wilt, kun je maar het beste naar het stadje Livingstone in het zuiden van Zambia gaan.
Daar kun je een bus nemen naar de watervallen. Een fiets huren kan ook.
Je kunt het zelfs lopen. Een kilometer of tien.
Livingstone is overigens een arm en armoedig stadje. Weinig karakteristiek.
Aan de rand bevinden zich verschrikkelijke krottenwijken. In het centrum wemelt het van de hoeren, zwartgeldwisselaars en bedelende kinderen.
Op de plaatselijke muntbiljetten -de kwacha- staan de watervallen prominent.
Op het biljet van honderd kwacha staat een zwarte man, die zijn ketens doorbreekt.
Hij wordt vergezeld van een buffel. Daartussen: Mosi oa Tunya.

Katima Mulilo Namibië
Najaar 1995
Een Olifantenbot
Godfrey heeft het niet op olifanten.
‘Ze kunnen heel agressief worden. En dan moet je echt maken dat je weg komt’.
We hebben zojuist de Ngoma bridge over de drooggevallen Chobe rivier genomen.
De grens in het zuiden van Afrika tussen Botswana en Namibië
Dit is de Caprivistrip, een strook grond in het Noordoosten van Namibië .
Bijna 500 kilometer lang en soms niet meer dan 25 kilometer breed.
De weg door de Savannen is onverhard en slecht. Kuilen, stenen. Soms moeten we rotsen op de weg ontwijken.
Zebra’s zien we, herten, impala’s , giraffes, bisons en gnoes.
Bij een waterplaats een enkele leeuw. Struisvogels. Arenden.
En dan zijn er die zwarte olifanten. Ze steken in groepjes de weg over.
Als ze blijven staan blijft Godfrey ook staan.
Hij laat een ruimte open van zeker 50 meter. Neemt nauwkeurig de weg op en taxeert hoe hij weg kan rijden als een olifant ineens op de auto zou willen afrennen.
Godfrey komt uit het kleine stadje Victoria Falls in Zimbabwe. Vlakbij de beroemde watervallen, die over een lengte van twee kilometer zo’n honderd meter omlaag vallen.
In het koloniale witte Victoria Falls hotel had ik hem ontmoet. Ik wilde naar Botswana, Namibië en Zambia en zo weer terug naar Zimbabwe.
Bovendien moest ik ontdekken of hier inderdaad het enige vierlandenpunt ter wereld bestaat.
(Daarover een andere keer meer)
Godfrey had de juiste auto en wilde dolgraag een leuk bedrag verdienen.
‘We moeten wel improviseren’, zei hij. ’Bij die grensovergangen doen ze soms behoorlijk vervelend’.
BASTARDS. BLOODY BASTARDS
Dat bleek direct bij de grensovergang Kazungula tussen Zimbabwe en Botswana.
We moesten met de auto moest door een plas met desinfecteringsmiddel rijden en daarna in een bak met datzelfde spul gaan staan.
Achter ons kwam een auto met een Botswaans kenteken. De chauffeur mocht over een ander deel van de weg gewoon doorrijden.
‘Ze zijn een beetje gek hier’, zei Godfrey.
‘Alle buitenlanders moeten door die bak rijden, maar hun eigen mensen niet. Die kunnen kennelijk niets oplopen.
'They're bastards, zei hij.'Bloody bastards.’
We rijden in Botswana door het Chobepark. In de Chobe Game lodge kunnen we logeren voor 300 US $.
Een krankzinnig hoog bedrag. Een gemiddeld jaarsalaris in dat land.
We kunnen ook de ‘Koninklijke suite’ nemen voor 2.500 US $.
´Daar hebben Richard Burton en Elizabeth Taylor nog geslapen’, meldt de portier trots.
’Er staat een foto van hen op de kamer’.
‘Zie je wel’, zegt Godfrey.
’Ze zijn gek die Botswanen. Hartstikke gek’.
We kunnen uiteindelijk voor niet meer dan 15 US$ terecht in een hotelletje in Kasane.
Een zeer armoedig stadje met heuse krottenwijken.
Als Botswana inderdaad het rijkste land van zwart Afrika is, dan is die rijkdom aan Kasane voorbijgegaan.
GEOGRAFISCH FENOMEEN
De Caprivi-strip is een geografisch fenomeen.
Tot de eerste wereldoorlog was Namibië Duits Zuidwest Afrika. De Duitsers hadden ook Tanganyika (globaal het huidige Tanzania) in hun bezit.
In hun koloniale expansiedrift wilden ze dwars door Afrika een corridor maken, zodat je voortdurend over Duits grondgebied van de ene kolonie naar de andere kon gaan.
Ze ruilden Zanzibar en Helgoland voor de strip.
Het is ze overigens maar ten dele gelukt omdat de Brit Cecil Rhodes het hen onmogelijk maakte.
EEN ILLEGAAL BOTJE
De weg wordt intussen steeds slechter.
’Er zitten hier te veel olifanten’, zegt Godfrey.
'Ze worden afgeschoten en dat is terecht ook'.
Ik besluit om hier maar geen stelling in te nemen.
‘Kijk maar naar die jonge bomen‘, zegt hij.
’Die worden kaal gevreten door die beesten.
Als ze niet worden afgeschoten is het hier binnen tien of vijftien jaar een woestijn.
Net als de rest van dit land.’
De bewijzen voor dit gedrag kun je aanraken.
Op tal van plaatsen liggen olifantenbotten.
Ik besluit om één zo’n bot mee naar huis te nemen.
(Waarschijnlijk is het een borstwervel, maar als u het beter weet laat dan een bericht achter via mijn rubriek Opmerkingen)
DRIJVENDE BAR & KROKODILLEN
Het is al donker als we in het stadje Katima Mulilo aankomen.
Daar ligt aan de rivier de Zambezi lodge.
De volgende dag zie ik dat er hoge hekken om het resort staan.
Op de oevers van de Zambezi wemelt het namelijk van de krokodillen.
Op iedere twee vierkante meter zit er één.
Bij de lodge hoort een drijvende bar, die ’s middags van vier tot zes uur open is.
Je moet ernaar toe over een wankel bruggetje.
Daaronder zie je overal de krokodillen.
Aan de bar zitten mensen uit Katima Mulilo.
Ineens gooit er iemand een stukje vlees naar buiten, waarna de krokodillen met opengesperde bek omhoog komen.
Ze moeten erg lachen om mijn schrikreactie.
Na twee borrels besluiten Godfrey en ik om op sapjes over te gaan.
We moeten nog over dat bruggetje terug. En een hapje eten in het restaurant.
Er staat namelijk krokodil op het menu.
Kazungula Botswana
Najaar 1995
Bezeten op zoek naar een vierlandenpunt

Onbekend continent 1880
Kijk eens naar deze kaart van Afrika. 1880. Een vrijwel volkomen onbekend continent.
De Turken zitten nog in delen van Tunesië, Libië , Egypte en Soedan. De Portugezen hebben al bezittingen in Angola en Mozambique.
De Engelsen hebben Nederland definitief uit Zuid-Afrika verdrongen en de Fransen zijn actief aan de Westkust.
De rest is een donker gebied, waar -zo wordt meer en meer in Europa bekend- veel te graaien valt.
Het grote graaien tot 1914
Kijk maar naar de kaart hieronder. 1914. Het continent is in ruim dertig jaar opgedeeld.
De grenzen zijn getrokken door ambtenaren aan tekentafels.
Soms speelden ze een spelletje poker en moesten bij verlies de grenzen verleggen.
Frankrijk, Engeland, Duitsland en Portugal worden de grootgrondbezitters.
België krijgt in Kongo zijn eigen kolonie. Italië en Spanje doen ook nog een beetje mee.

Gelukszoekers & andere criminelen
Afrika wordt overspoeld door goud- diamant- en andere gelukszoekers, door een nieuwe lichting slavendrijvers, kolonisten, avonturiers, missionarissen en zendelingen, door militairen, landrovers en andere criminelen.
Slechts Ethiopië en Liberia - gesticht door ex-slaven uit de V.S.- blijven onafhankelijk.

Vooral de Duitse expansiedrift is opmerkelijk.
Ze zitten in Togo, Kameroen , Tanzania (Duits Oost-Afrika) en Namibië (Duits Zuidwest-Afrika ).
In 1890 sloten de Duitsers met de Britten het zogeheten Zanzibarverdrag.
Engeland kreeg Zanzibar in ruil voor Helgoland. Bovendien kregen de Duitsers de strook grond van circa 450 kilometer in het noordoosten van Namibië .
Dit is de Caprivistrip, vernoemd naar Georg Leo Graf von Caprivi, van 1890 tot 1894 Rijkskanselier.
De Duitsers hadden nu toegang tot de Zambezi, maar wilden eigenlijk dwars door Afrika een corridor oprichten, die de Duitse kolonies Zuidoost Afrika en Oost Afrika met elkaar zou moeten verbinden.
Dat is ze niet gelukt.
Maar het gevolg van deze ruil was, dat er in zuidelijk Afrika een soort vierlandenpunt ontstond tussen Namibië , Botswana, Zambia en Zimbabwe.
Het enige in de wereld.
De waarheidsvinding
Omdat ik de onblusbare gewoonte heb om altijd op kaarten te kijken en in atlassen te bladeren, hield deze kwestie mij soms hevig bezig.
Was dat nu een echt vierlandenpunt of leek het er maar een beetje op?
Ik probeerde daar informatie over te krijgen, maar dat lukte niet.
Niemand die ik benaderde wist het of was er in geïnteresseeerd.
Tot 1995.
Ik ging een paar radioprogramma’s maken over het ranzige koloniale verleden van Afrika; over de verdeel- en heerspolitiek van een aantal Europese landen en over de gevolgen die dat allemaal met zich teweeg had gebracht.
En passant zou ik kunnen uitzoeken of dat vierlandenpunt werkelijk bestond.
Maar ook toen was er geen informatie over te krijgen.
Internet moest zich nog helemaal ontwikkelen en Wikipedia werd pas een aantal jaren later opgericht.
Ik sprak in Victoria Falls Zimbabwe met een historicus.
Hij wist het niet.
Met een vierwiel aangedreven auto ging ik naar Botswana. In Kasane sprak ik met een soort stadsarchivaris. Hij wist het niet.
Ik reed naar Katima Mulilo in de Caprivistrip van Namibië en kreeg in de Zambezi-lodge bezoek van een deskundige.
Hij wist alles van de onafhankelijkheidsbeweging, die zich verenigd had in de Caprivi Liberation Army, maar niets van grenzen.
De grenzen waren daar volgens hem gewoon niet getrokken.
Ik heb 't er toen maar bij laten zitten
Kazungula
Ik reed terug naar Botswana, waar bij Kazungula (ten noordoosten van Kasane) een veerpontje vaart naar Zambia. De enige grensverbinding tussen die landen.
Er was niets dat verwees naar een mogelijke toeristische attractie in de vorm van een vierlandenpunt.
Toen besloot ik mijn eigen punt te creëren.
Kijk eens naar de foto hieronder.

Het punt in de Zambezi
De grenzen van de vier landen situeerde ik in de Zambezi.
En als ik met de veerpont zou gaan zou ik vanzelf over het punt varen.
Ik was daar met Godfrey, een man uit Victoria Falls.
Samen zouden we een fles champagne openmaken als we halverwege waren.
Het was later allemaal op de radio te horen.

Impalila-eiland
Boudewijn Büch ging een jaar laten ook maar op zoek naar het vierlandenpunt.
Hij maakte er in zijn serie De wereld van Boudewijn Büch een T.V.-programma van, dat werd uitgezonden op 18 mei 1996.
Volgens Büch bestond het punt wel degelijk en lag het op Impalila-eiland.
Maar hij verklaarde dat het hem verboden werd om daar naar toe te gaan.
Zie (nogmaals) kaartje hiernaast.
Quadripoint
Op Internet wordt hier en daar nog steeds gespeculeerd over het wel of niet bestaan van dit Quadripoint..
Er is geen eenduidigheid.
Maar het toerisme heeft vat op het onderwerp gekregen.
Zowel op Impalila als Ntwala zijn lodges waar je voor behoorlijk veel geld een chaletje kunt huren.
Je kunt vandaar op Safari gaan, boottochten in luxe schepen of in uitgeholde boomstammen maken; je kunt vissen of anderszins recreëren.
Als je maar niet in de rivieren gaat zwemmen, want de krokodillendichtheid daar is angstaanjagend groot.
Het toppunt van deze vakantie bereik je echter als je in een luie stoel gaat zitten, een drankje neemt en uitkijkt op mijn vierlandenpunt.
Ntawala Impalila 
Pagina 13 van 18










