Reportages (162)

 

Zomer 1982

Dämpfer kaputt in Bled

Het begon op de Wurzenpass tussen Villach in het Oostenrijkse Karinthië en Bled in de autonome republiek Slovenië van Joegoslavië. Een vervelende rammel onder mijn Citroën CX. Uitlaat. Dat was duidelijk. Juli 1982.
     
De pas is 1073 meter hoog, de weg is smal en telt een vrij groot aantal haarspeldbochten. Stoppen was geen optie. Het was nog zo’n veertig kilometer naar het vakantieoord Bled. Vooruit maar. Wij bereiken met fors gerammel en geknal een camping, waar nog diverse andere Nederlanders staan. ’s Avonds maakt de eigenaar een vuurtje en gaat vleesjes roosteren. ‘’Hé pik, kom nog eens langs’’, roept een zwaar opgemaakte mevrouw. Er gaat veel drank om. Slivovich. 45% alcohol. ‘’De pik’’ laat het zelf zien.
      De volgende dag ga ik naar een garage in Bled. Joegoslavische volksmuziek schalt door de zaak. De garagist spreekt een beetje Duits. Hij rijdt de wagen naar binnen, krikt hem omhoog en zegt: ‘’Dämpfer kaputt’’. Met veel armbewegingen en dramatisch gezucht maakt hij duidelijk dat hij zal proberen om dit te gaan repareren. Hij schenkt voor ons beiden een ranjaglas slivovitch in en drinkt zijn glas in één teug leeg. ‘’Komt u over een uur of twee maar terug’’.
      Ik loop het stadje in en stap een soort winkel-van-sinkel binnen. Ik heb een walkman bij me en koop een cassettebandje. Yugoslavian songs & dances van het Ansambl Branko Milenovic. En dan begin ik aan mijn tocht langs het meer van Bled. Een kilometer of vijf. Op de cassette staan vrolijke maar soms ook melancholische nummers. Bijvoorbeeld dit. Ik doe het rustig aan. Zie hoe een man met grote moeite een karper vangt en op de kant krijgt. Hij maakt met zijn vuist een overwinningsgebaar. De vis wordt in een net bewaard en niet teruggegooid. Hier is karper een delicatesse.
      Na een uur of twee kom ik terug in de garage. De monteur maakt mij duidelijk dat de knalpot niet meer te repareren is. Maar dit is het Oostblok. Hij heeft metalen platen en andere materialen tevoorschijn gehaald; heeft scharen, boren, zagen, beitels, schroeven, moeren en ander bric-à-brac gereedschap. Hij gaat een nieuwe knalpot in elkaar zetten. En dan schenkt hij weer twee ranja-glaasjes in.
      Ik ga nog maar een keer het meer rond. Zet de cassette weer aan en hoor dit nummer met Branko Milenovic op de accordeon. Je kunt vrijwel overal vlak langs het water lopen. Maar niet bij het zomerverblijf van Tito. Joegoslavië is nog een grote eenheid in 1982. Tito, geboren in Ljubljana Slovenië, heeft alles in de hand. Ik drink ergens een sterke kop koffie, waar heel veel suiker inzit, eet een paar met ijs gevulde pannenkoekjes en keer terug bij de garage.
      De monteur grijnst. De nieuwe knalpot is klaar, maar hij wijst me erop dat ook de rest van de uitlaat aan vervanging toe is. Hij zal dat ook allemaal in elkaar zetten en dan kan ik aan het eind van de middag weer terugkomen. Opnieuw schenkt hij twee glazen slivovitch in.
      Tja.
Zou die man in die tussentijd blijven doordrinken? Ach. Nog maar een keer het meer rond. Nu tegen de klok in. Op het cassettebandje staan nummers uit alle republieken van Joegoslavië. Maar vooral Macedonië, Servië en Bosnië zijn goed vertegenwoordigd. Ik luister nu naar dit nummer.
      Als ik uiteindelijk weer in de garage terug ben is alles in orde. De man heeft een geheel nieuwe uitlaat in elkaar geflanst. Ik moet voor die hele dag werken -omgerekend- niet meer dan zestig gulden betalen. We nemen nog een glas. De uitlaat heeft het jarenlang volgehouden.

     

 

 


Najaar 2014

Vissershaventje aan de Somme


Eindpunt

Ik hou van geografische eindpunten. Tot hier en niet verder.
      Zo kwam ik laatst in Le Crotoy, een vissersplaatsje in het
noordwesten van Frankrijk.

      Het ligt in Picardië bij de brede monding van de Somme. Aan de overkant begint Normandië.
Naar het westen
ligt een breed strand waarachter Het Kanaal zo langzamerhand overgaat in de Atlantische oceaan.

      Het verschil tussen eb en vloed kan hier oplopen tot tien meter.


 Centrum


Je kunt hier mooie wandelingen maken, een beetje slenteren in de straatjes en op tijd een visje eten op een terras.
      De grotere
vissersboten liggen in verband met aanslibbing in Le Tréport, maar dagelijks wordt verse vis aangevoerd. En veel mensen in Le Crotoy hebben werk in de (paal)-mosselkwekerijen.
      Jules Verne had hier een huis. Net als Toulouse-Lautrec. Jeanne d'Arc zat er gevangen.


Somme



Huis Toulouse-Lautrec

           

Kleuren



Strand en kustlijn



Gemeentehuis



Einder


 

 

Najaar 2014

Wallen, water en zout


Brede monding

 Saint-Valery-sur-Somme is een aantrekkelijk plaatsje aan de brede monding van de Somme in het noordwesten van Frankrijk.
      Het heeft niet meer dan 3.000 inwoners, maar in het seizoen is het behoorlijk druk.
Het stadje heeft middeleeuwse wallen, smalle kronkelende winkelstraten, vaak met klinkerbestrating en langs de rivier loopt een smal pad met hier en daar cafés en restaurants, die natuurlijk een terras aan het water hebben.  


Winkelstraat



Terrassen



Er is hier uiteraard veel vis in de restaurants, maar ook het lamsvlees wordt aanbevolen. Er is een groot tijverschil, waardoor de weides waarop die lammeren grazen iedere dag onderlopen. Het gevolg is een zoutwatervegetatie, die de lammetjes een unieke smaak geeft.


Zoutopslag



Straatje

         

Somme


 

 

 

Wijngaarden, akkers & verstilde dorpjes

Als je in de Franse Champagne bent, moet je champagne drinken. Zelfs als je niet zo dol bent op dat drankje moet je eraan geloven.
      En -die oude waarheid gaat altijd op- daar op je eigen terras in die glooiende heuvels onder milde temperaturen smaakt het natuurlijk uitstekend.
      Te midden van die mooie, verstilde vaak enigszins uitgewoonde en verloederde dorpjes.  

 

Coteaux de Sézannais

Je kunt champagneroutes volgen. Bijvoorbeeld te beginnen in Sézannne in het uiterste zuiden.
      Maar je kunt ook je eigen weg kiezen over smalle tussendoor wegen.  
Via Broyes, Montgivroux, Fère Champenoise, Villeseneux, Clamenges en Coligny naar Vertus en dan weer terug naar Sézanne.
      Je laat dan de grootste Champagneplaatsen Epernay en Reims aan je voorbij gaan.


Wijngaarden


Lang niet overal zie je dit soort wijngaarden.
      Er is veel meer akkerbouw: graan, aardappelen, uien. Veeteelt heb ik niet gezien.

Je kunt stoppen bij de Champagnemakers, maar dan moet je vrijwel altijd eerst een afspraak maken.
      Bovendien zie je soms afnemers, die zo’n honderd dozen tegelijk inslaan. En daar kom jij dan aan met die ene doos.

Wij leren dat de meest gebruikte druif in dit gebied de Pinot Meunier is (56%). Gevolgd door de Chardonnay (32%) en de Pinot Noir (12%).


Broyes


Fère Champenoise


Gemeentehuis


Hond


Villeseneux


Watermolen bij de Somme

Clarenges


Vertus



 

Petite Cité de Caractère


Place de la République

 
In het zuiden van de Franse Champagne ligt een enigszins verstild Middeleeuws stadje: Sézanne.     
Een kleine 5.000 inwoners.
      De activiteiten spelen zich vooral af op het centrale pleintje Place de la République. Hier zijn de terrassen. staan een paar markante huizen en er is natuurlijk de gotische Saint-Denis kerk.  Het stadje afficheert zich als een Petite Cité de Caractère.
      Daar valt wel iets voor te zeggen.

 

Saint-Denis


Kerkwand


Terrassen



Vakwerkhuizen
        

Hier en daar staan vakwerkhuizen

Promenades

De stad kent een paar wandelpromenades met dubbele rijen linden


La femme sans tête



En in de Rue de Broyes bevindt zich dit hotel-restaurant.
     
Waar die naam vandaan komt is niet duidelijk, maar omdat Sézanne een middeleeuws stadje is, wordt aangenomen dat er hier ooit een guillotine gebruikt is om een vrouw om wat voor reden dan ook te onthoofden.

 

Subcategorieën