Reizen
- Details
- Hoofdcategorie: Reizen (518)
- Categorie: Reizen
Guyana-Brazilië-Bolivia
Ik ben twee keer in Zuid-Amerika geweest en heb daar een paar stukjes over geschreven.
Die heb ik even achter elkaar gezet.
Voorjaar 2004
Georgetown Guyana
Een kokosnoot als wicket.
In het voorjaar van 2004 liep ik zomaar wat door de straten van Georgetown, de hoofdstad van Guyana in Zuid Amerika. Mijn begeleider was René van Dongen, die daar voor Unicef werkte en vlakbij zee woonde met zijn vrouw uit Trinidad en twee puberende nichtjes.
In een stil straatje speelden jongens & meisjes cricket. De bal was met elastiekjes in elkaar gefrommeld, het bat een platgemaakte boomstronk. Het wicket was een grote kokosnoot waarop ze wiebelende houtjes hadden gelegd..
Er waren goede spelertjes bij. Zelfs een kleine spinbowler die veel grotere jongetjes regelmatig uitgooide.
Cricket is de nationale sport in Guyana. Het is namelijk een voormalige Engelse kolonie.
Hoewel: het is ook 200 jaar van Nederland geweest.
En dat kan je zien aan de kanalen door de stad en een enkel sluisje. Je kunt het terugzien in de architectuur van sommige oude gebouwen, er is een wijk die Werk & Rust heet; er is de Vlissingen road en alle boodschappen kun je doen op de Stabroekmarkt.
Guyana heeft geen eigen cricketteam.
Het is in deze sport onderdeel van de West-Indies. Daar zitten ook spelers in van Jamaica, St.Kitts en Nevis, Trinidad & Tobago en Barbados. Om er een paar te noemen.
Deze week is in de Caraïben het wereldkampioenschap cricket begonnen.
Er doen zestien landen mee, waarvan er vijftien een Angelsaksische achtergrond hebben. De zestiende is Nederland, dat dan ook geen schijn van kans maakt.
Toen wij door die straten liepen riepen de mensen met enige regelmaat ‘congratulations’.
De West-Indies hadden de dag tevoren namelijk in Georgetown tegen Engeland gespeeld en voor ’t eerst in vele jaren hadden de Engelsen gewonnen. Iedereen ging ervan uit dat wij Engelse toeschouwers waren, die nog even de stad wilden zien..
‘s Ochtends om elf uur kwamen we in een fantastisch Rumhuis terecht, dat overigens alleen voor mannen toegankelijk was.
Vrijwel alles in dit café was blauw & wit. Alleen de ramen waren geel. In het midden stond een groot poule-biljart.
Er werd veel rum geschonken op dit vroege tijdstip. Heel veel rum. Niet El Dorado. En dat was jammer want dit merk dat in Guyana wordt gemaakt is jaren achteréén uitgeroepen tot beste rum van de wereld.
Een zeer dronken man stapt op ons af. Hij neemt ons op, priemt zijn vinger in onze richting en zegt:
‘Hey man. Take a drink b’fore I kill ye‘.
Audio (1):
Het radioprogramma dat ik maakte met René van Dongen kunt u beluisteren op
http://www.vpro.nl/programma/wereldnet/afleveringen/17714520/
Najaar 1994
Rio de Janeiro Brazilië
Verleiden en verleid worden

Op een willekeurige ochtend in september ‘s ochtends om acht uur is het waanzinnig druk op Copacabana, de belangrijkste en meest bekende verkeers- en flaneer-ader in Rio de Janeiro.
Het verkeer gaat in drie rijen dik richting centrum.
Dan komt er een strook met souvenirwinkeltjes, cafetariaatjes, stalletjes met ijs en fruit , badspullen en andere prullaria, dan weer drie rijstroken richting centrum, een strook van een meter of zes waar verleidelijk uitziende mensen hardlopen en naar elkaar kijken.
De eerste badgasten
Op het brede trottoir langs de appartementen, hotels en restaurants gaan de eerste terrassen open, op het strand liggen de eerste badgasten en doet men al aan voetbaltennis, volleybal, Aerobics en andere ochtendgymnastiek en de eerste zwemmers zijn in het water.
Alle mensen doen aan body-language.
Overal wordt volop geflirt. Verleiden en verleid worden is het nationale motto van bijna alle Brazilianen.
Ineke Holtwijk schrijft er over in haar mooie boekje Kannibalen in Rio:
‘In vijf minuten weet je of een man je begeert of niet. Er zijn drie soorten vriendschappen met mannen.
Ofwel hij is je minnaar, ofwel hij was je minnaar ofwel hij wil je minnaar worden.’
En verder:
'Brazilianen, levensgenieters bij uitstek, hebben geen last van Calvinistische schuldgevoelens. Begeerte is een bewijs van levenslust.
’Ik wil de zonnestraal zijn, die je doet ontwaken. De zeep zijn, die je lichaam wast’.
Plastische chirurgie
Nergens ter wereld gedijt de plastische chirurgie beter dan in Brazilië. Dan gaat het bepaald niet alleen om flaporen en andere malheur.
Te dunne lippen, te kleine borsten, vetrandjes, niet alleen dat wordt verholpen, maar ook een vermeende kromming in de neus, een vlekje op de wang of een te veel bobbelende Venusheuvel.
Iedere ochtend liep ik tussen al dat vlees een stukje hard. Eén maal heb ik daar opnames van gemaakt. Ik vertel daarbij een paar anekdotes.
Bijvoorbeeld over de voormalige president Itamar Franco, die zich tijdens het carnaval liet fotograferen met een 27-jarige T.V.-ster, die zoals duidelijk op die foto’s te zien was, geen onderbroekje aan had.
Of het verhaal van de minister van Economische Zaken Zélia Cardoso de Mello, die een verhouding had met Bernardo Cabral, haar collega van Justitie. Terwijl in de ministerraad actuele en behartenswaardige zaken werden besproken, schreven zij elkaar stiekem geheime liefdesnotities.
En dan was er de soap Van Lichaam en Ziel. De 22-jarige hoofdrolspeelster Danièle Peres maakt het in die serie uit met haar geliefde.
De man trekt zich dat zo erg aan, dat hij Danièle vermoordt. Niet in de serie maar in het echt.
En om de triller compleet te maken, moet u weten dat de schrijfster van deze serie in het echt de moeder van Danièle is.

Voorjaar 2004
Cochabamba Bolivia
Een gebrandmerkte man
Als we uit de bus stappen bij het stadion wijst Theo de plaatselijke parkeerwachter aan.
‘Dat is Marco’.
Ik kijk de man aan en zie een gebrandmerkt gezicht met verschrikkelijke littekens.
Hij is dik aangekleed en heeft een doek over zijn hoofd. Pas 26 jaar oud.
Het gebeurde acht jaar eerder in Cochabamba, een stad in het centrum van Bolivia. Marco logeerde bij zijn vriend Victor.
Toen hij in zijn eentje het huis verliet, dachten buurtbewoners dat hij een inbreker was.
Ze pakten hem, bonden hem vast aan een lantaarnpaal, goten benzine over hem heen en staken hem in brand.
Lynchen noemen ze dat in Bolivia.
Cochabamba is een stad van bijna één miljoen inwoners. Heel druk, lawaaiig, divers, gezellig en crimineel.
Een mengelmoes van Indianen, Mestiezen, Latino’s en blanke afstammelingen van Spanjaarden, die allemaal één ding gemeen hebben.
Ze kauwen op Cocabladeren.
De stad ligt op 2600 meter hoogte en heeft volgens de Lonely Planet gids het meest plezierige klimaat ter wereld.
(There is hardly a healthier or more ideal climate on earth with clear, beautiful skies.).
Theo Roncken, een Nederlander die hier woont, vindt dit laatste een beetje onzin. Cochabamba ligt in een dal en als het warmer wordt, blijven de uitlaatgassen hangen.
‘Smog is hier jammer genoeg een heel normaal verschijnsel‘.
In de stad publiceerde de organisatie Accion Andina de getuigenis van Marco onder de kop ‘Gebrandmerkt’ als schrikwekkend voorbeeld van dit soort wraakacties.
Uit het rapport:
‘Opnieuw verscheen de vrouw met een jerrycan vol benzine. Ze maakte er geen probleem van hem helemal onder te gieten.
Daarna stak ze een lucifer aan en liep op hem toe.We hoorden de plof van een explosie en hij begon te branden.
Het was indrukwekkend hoe de jongen brandde en gilde.
Ze hadden hem met plastic koorden aan de lantaarnpaal vastgebonden. Toen de koorden gingen smelten kon Marco zich lostrekken en zichzelf bevrijden.
Hij begon te rennen en probeerde zijn T-shirt uit te doen. Hij spurtte de heuvel af, verloor zijn schoenen, maar bleef dwars door de doornstruiken rennen’.
Marco was een straatkind. Nooit naar school geweest.
Zijn ouders werkten op de markt en gingen iedere dag s’ochtends om vier uur weg om pas ‘s avonds laat terug te komen. Victor, een buschauffeur ontfermde zich over de jongen, die uit huis wegliep toen hij zeven jaar oud was.
Ze verloren elkaar een tijd uit het oog tot Marco achttien jaar was en -met die noodlottige gevolgen- bij Victor in huis werd opgenomen.
Anno 2007 hoopt Marco nog steeds dat er particuliere hulporganisaties zijn, die hem zullen helpen met plastische chirurgie.
Het is maar één verhaal uit een lange reeks van criminaliteit, geweld, seksueel misbruik, corruptie, oplichting, wraak en uitbuiting.
Daniël bijvoorbeeld had een winkel met hebbedingetjes, die hij zelf uit China haalde. Hij boerde goed en kocht op zeker moment een luxe Jeep. Een paar weken later werd de auto gestolen.
Daniël deed uiteraard aangifte, hoewel hij -zoals vrijwel alle inwoners van Cochabamba- weinig vertrouwen in de politie had. Wekenlang hoorde hij niets, tot hij een telefoontje kreeg van iemand uit de San Antonio gevangenis.
Volgens deze gesprekspartner was de auto ’ontvoerd’. Hij kon hem voor 3.000 US$ terugkrijgen.
Daniël bracht een bezoek aan de gevangene, die hem uiterst professioneel uitlegde dat hij niets met de diefstal van doen had, maar hem als tussenpersoon van dienst kon zijn.
Hij ging direct op het aanbod in.
Zijn verzekeringsagent was namelijk zeer blij met deze nieuwe situatie en zag -ook zonder betaalbon- geen problemen om de afkoopsom op zich te nemen. Ook de contactpersoon in de gevangenis handelde de zaak natuurlijk zonder enig papierwerk af.
Daniël vond na een paar aanwijzingen zijn auto terug op een braakliggend stuk land. In goede staat en zelfs met een half gevulde tank. Alleen de ingebouwde cassetterecorder ontbrak.
Van de politie kreeg hij een complimentje dat de zaak zo probleemloos was opgelost.
Toen hij met een paar vrienden naar het beste restaurant van de stad ging om de terugkeer van zijn auto te vieren, zag hij zijn ’tussenpersoon’ in gezelschap van een aantal politiemensen.
Zij hadden ook wat te vieren.
Radioportret van Theo Roncken in Cochabamba Bolivia. Theo geeft judo- en jiujitsu-les . Onder andere aan beveiligingspersoneel en kinderen van gevangenen. Hij werkt voor de organisatie Accion Andina, een onderzoekscentrum naar lokale gevolgen van internationale politiek. De nadruk ligt op de thema's drugs, veiligheid en justitie.
http://www.vpro.nl/programma/wereldnet/afleveringen/17714553/

Voorjaar 2004
Chapare Bolivia
Stenen, kuilen & een ingestorte brug

Dit is -in rood- de Chapare. Een provincie in het hart van Bolivia.
Een vaak ontoegankelijke jungle. Enorm groen. Heel vochtig.
HET gebied van de Cocaboeren.
Ik ben hier met Theo Roncken (Te Gast 16) een Nederlander, die woont in Cochabamba, een grote stad op zo’n 200 kilometer van de Chapare.
Hij is verbonden aan het centrum Accion Andia, dat onderzoek doet naar de lokale gevolgen van internationale politiek, onder andere op het gebied van drugs en drugsbestrijding.
Wonderbaarlijk mooi
Wij hebben zo’n vier uur in de bus gezeten, voordat we arriveren in het plaatsje Villa Tunari. Een wonderbaarlijk mooie tocht met steeds wisselende landschappen.
We beginnen in een gebied met een soort bergvegetatie, want Cochabamba ligt op 2600 meter hoogte.
Eerst stijgen we nog, maar daarna blijft het voortdurend dalen. Het klimaat wordt subtropisch en is tenslotte tropisch.
De bus is vol. Er zitten vrijwel alleen Indianen in.
Iedereen kauwt op cocabladeren.Theo ook. Hij heeft het mij geleerd.
Niet bijten, niet zuigen, maar voorzichtig kauwen. Een propje maken en in de wangzakken proppen.
En als het teveel wordt gooi je het weg en doe je weer nieuwe bladeren in de mond.
Vooral niet doorslikken.
Cocaboeren
De Cocaboeren in de Chapare produceren die cocabladeren. Maar er zijn er ook die cocapasta maken voor de productie van cocaïne.
De overheid in Bolivia voert tegenover die boeren een wat dubbel beleid.
Soms treedt men zeer agressief op; anderzijds wordt het ook weer getolereerd, want de productie van cocabladeren is nodig voor het land en goed voor de economie.
En ook productie en export van cocaïne levert veel geld op.
De bus wordt onderweg diverse malen aangehouden.
Iedereen moet dan uitstappen, waarna de politie de bus onderzoekt.
Ze zijn vooral op zoek naar chemische middelen waarmee de cocapasta wordt gemaakt.
Maar ook dit onderzoek gaat niet bepaald fanatiek.
En er is steeds ruimte voor vrouwen, die visjes, kaas en sandwiches verkopen.
Soms stopt de bus bij stalletjes waar die vrouwen zitten.
Villa Tunari

Villa Tunari aan de Chapare
Tropische regens
De weg is slecht en zeer bochtig. Naarmate we de Chapare naderen wordt de weg steeds slechter. Onverhard, kuilen, stenen.
De weg is al eens geasfalteerd, maar dat is niet bestand tegen de tropische regens en de vochtigheid. Palmbomen zijn hier.
We zien fel gekleurde bloemen. Vlinders. Uitbundige vogels.
Een kilometer of tien voor Villa Tunari komen we bij de staart van een file met vrachtwagens.
De bus wurmt zich langs al die vrachtauto’s en in de bus zoeken de passagiers naar een verklaring.
Ingestorte brug

Vier maanden geleden is de brug over de rivier Chapare ingestort.
Er werd een noodbrug aangelegd, die -zo weten sommige mensen- een week tevoren ook is ingestort.
Als we bij de rivier komen zien we dat een grote veerboot aan de ketting is gelegd.
Het rivierwater is te hoog en de stroming te hevig voor deze boot.
De vrachtauto’s moeten wachten tot het peil in die rivier gezakt is of tot het moment dat de brug gerepareerd is.

De overkant
Theo en ik willen naar de overkant, want daar pas begint de Chapare.
We gaan van een noodtrap af en begeven ons over rotsen en stenen door het water naar een plek aan de rivier waar lokale mensen hun kleine bootjes hebben uitgerust met een motor.
Zo kunnen ze mensen en goederen overzetten.

MENSEN & GOEDEREN
El Puente Jungle Lodge
Wij stappen aan de overkant in een taxi, die ons brengt naar de El Puente Jungle Lodge.
Een idyllisch plekje in het oerwoud.
Huisjes met airco en een zitje.

Van hieruit worden leuke uitstapjes verzorgd voor de toeristen.

- Details
- Hoofdcategorie: Reizen (518)
- Categorie: Reizen
New York-Miami-Toronto-Los Angeles
Ik ben acht keer in Noord-Amerika geweest. Daar heb ik de afgelopen jaren een paar stukjes over geschreven.
Hoewel er in de toekomst nog meer zullen volgen, heb ik ze voorlopig achter elkaar gezet.
Voorjaar 2005
New York/New York
This is New York; You know!

In New York zijn vijftien vestigingen van de vermaarde boekhandel Barnes & Noble.
Eén van de mooiste is ongetwijfeld het statige gebouw op Manhattan aan Union Square bij 17th street.
(Onderste foto)
Mooi ingericht en een ongehoord grote keus.
Als je bijvoorbeeld iets over honkbal zoekt, staat er een meter of vijftien aan gespecialiseerde boeken.
Er zijn op alle etages leren fauteuils, waarin je je rustig met een boek kunt terugtrekken.
RUSTIG & INGETOGEN
Als je al vooroordelen hebt over de Amerikaanse samenleving (oppervlakkig, ongeïnteresseerd, a-cultureel etc.) dan moeten die hier behoorlijk genuanceerd worden.
De bezoekers zijn goed gekleed; niemand heeft -in tegenstelling tot ‘het platteland‘- obesitas; men is rustig en ingetogen en laat zich informeren door deskundig personeel.
CASSETTES

Er is ook een grote etage met muziek.
Ik koop de C.D. ‘Live’ van Alison Krauss & Union Station.
En dan vraag ik aan de verkoopster of ze dit misschien ook op cassette hebben.
Zij kijkt mij onthutst aan en zegt: ’Een cassette?’
‘Ja’, zeg ik en voel mij genoodzaakt om uit te leggen dat zich in mijn auto in Europa nog altijd een cassetterecorder bevindt.
‘Een cassetterecorder’, zegt ze verbijsterd. ‘In een auto?‘.
‘Ja’, zeg ik maar.
‘Ik zal het even vragen’, zegt ze.
Ze loopt naar een collega en legt het haar proestend uit.
De dames kijken mijn richting op, wisselen blikken en zeggen ongetwijfeld tegen elkaar, dat er in Europa kennelijk nog boerenkinkels wonen, die cassettebandjes draaien.
Ze komt terug en zegt:
’Het spijt me, maar die hebben wij niet meer.
This is New York you know’.
Voorjaar 2004
(Miami/Florida)
Grof & behoorlijk onbeschoft
In theorie klopte het. Vlucht MP 645 van Martin Air zou om kwart voor drie landen op Miami International Airport in Florida.
Om kwart over vier zou in het Dolphin Stadium de honkbalwedstrijd in de National League tussen de Florida Marlins en de Chicago Cubs beginnen.
Ik zou een taxi nemen naar het stadion en na afloop slapen in het Catalina hotel aan Collins Avenue.
In mijn binnenzak zat een perskaart voor die wedstrijd. Recht achter de thuisplaat zou ik zitten.
De volgende ochtend om negen uur zou ik doorvliegen naar Bolivia.
Zware bagage kon in de kluis op het vliegveld.
Mooier kon het allemaal niet.
Vlucht 645 arriveerde op tijd. Het vliegtuig werd snel ontruimd. Dat ging dus voorspoedig. Tot ik arriveerde in de aankomsthal.
Bij de douane stonden duizenden mensen in achttien rijen van minstens vijftig meter lang te duwen en te trekken.
Een volstrekte chaos.
DOUANEVERKLARING
Miami is dé luchthaven voor passagiers die naar Midden- en Zuid-Amerika gaan.
Zij mogen niet in transit blijven, maar moeten sinds 11 september 2001 allen door de douane.
Met een douaneverklaring, die je zeer exact moet invullen.
Als je een correctie maakt, iets vergeet of iets verkeerd invult, is het mis.
Vul bijvoorbeeld niet Holland in, want je krijgt gegarandeerd problemen.

TOT DIEP IN DE ANUS
Een paar Colombianen, die voor mij in de rij stonden waren na ruim drie uur wachten aan de beurt. Ze hadden hun formulier in het Spaans ingevuld, maar dat was niet naar wens van de mevrouw achter het loket.
Zij reageerde grof en onbeschoft en stuurde de mensen terug.
Zij wees naar achteren en zei:
“Ga maar terug. Daar achter zijn mensen, die je helpen om het formulier in het Engels in te vullen’.
Zo mogelijk nog onbeschofter waren de mannen & vrouwen, die de bagage controleerden.
Een ieder, die er een beetje Arabisch uitzag werd er uitgehaald en gecontroleerd.
De spullen werden uit de tassen gehaald, op een hoop gegooid en niet terug gestopt.
De mensen werden ook uitvoerig gefouilleerd. Sommigen verdwenen in hokjes, waar ze -werd mij verzekerd- tot diep in hun anus werden gecontroleerd.
Waarop?
Tja.
Narcotica mag je niet binnen brengen. Chemicaliën ook niet. Medicijnen alleen met een doktersverklaring,.
Verder is het verboden om bij je te hebben: fruit, groenten, planten, plantaardige producten, aarde, vlees, vleesproducten.
Ook geen vogels, slakken en andere levende en/of wilde dieren.
Om nog even te onderstrepen, dat je hier een echt kapitalistisch land binnengaat, leer je dat het vervoer van valuta of waardepapieren wettelijk natuurlijk wel is toegestaan.
ONGEACHT HET BEDRAG.
In mijn bagage zaten een pakje stroopwafels en een zak drop . Die had ik bij me voor de mevrouw bij wie ik in Bolivia op bezoek zou gaan.
Twintig meter voor het loket, heb ik die spullen maar in een vuilnisbak gekieperd.
En de wedstrijd… ach de wedstrijd was in de negende en laatste inning toen ik op mijn hotelkamer arriveerde.
Gelukkig verloor het team uit Miami dik.
Voorjaar 2005
Toronto/Canada
Een vriendelijke metropool

(Foto's Bart van Bockstaele)
Toronto is een aangename stad.
De grootste en in economisch opzicht belangrijkste stad van Canada.
Divers en zeer multicultureel.
Zes miljoen inwoners, waarvan opmerkelijk genoeg iets meer dan de helft niet uit Canada komt.
Eén van die 'buitenlanders' is Bart van Bockstaele (Te Gast 8) bij wie ik op bezoek ben.
Hij is een Westvlaming, die hier al meer dan tien jaar woont.
In Toronto worden meer dan 140 talen gesproken; er zijn bijvoorbeeld vier Chinatowns, maar ook wijken met eigen winkels, cafés en restaurants voor Koreanen, Italianen of Tamils om er maar een paar te noemen.
The City of Churches heet het ook wel.

Non-Identiteit
De mensen in Toronto zijn vriendelijk. Ze zijn op hun eigen manier allemaal ingeburgerd.
Als de Canadezen hier een eigen identiteit hebben is dat vooral gebaseerd op non-identiteit.
Leven en laten leven en laat een ieder toch vooral zijn eigen cultuur uitdragen
Dat maakt de stad juist zo uniek en veelzijdig.
Als de inwoners al iets gemeen hebben dan is dat de manier waarop ze Toronto uitspreken.
Toroanoh, Turrono Thorraono.
Dat soort variaties, waarbij het opvalt dat niemand die tweede t uitspreekt.
72 Minuten

Als je een tocht door de stad hebt gemaakt -dat kan te voet bovengronds of zelfs ondergronds- kan je leuk eindigen in het restaurant van de opvallende CN-tower.
Die toren is 553 meter hoog en was lange tijd het hoogste vrijstaande bouwwerk ter wereld.
In het restaurant dat 350 meter hoog ligt, kun je in 72 minuten de stad en haar wijde omgeving aan je voorbij zien trekken, want dat is de tijd die nodig is om 360 graden te draaien.
Fusion-keuken

De stad heeft brede lange, vaak tochtige straten.
Het aanbod in de winkels is enorm.
Restaurants zijn overal.
Iets van een eigen Canadese keuken heb ik niet kunnen ontdekken.
Of het zou juist de fusion-keuken moeten zijn.

Rogers' Centre
Als je gedineerd hebt in het restaurant van de CN-tower moet je naar het bijbehorende Rogers Centre gaan.
Tot voor kort heette dat de Skydome, het stadion van de enige Canadese honkbalclub die in de Amerikaanse Major League uitkomt: de Toronto Blue Jays.

De eilanden
Vlak voor de kust van de stad ligt in het Ontario meer een aantal eilandjes.
Daar kan je met een veerbootje naar toe.
Een tocht van tien tot twaalf minuten.
Die eilanden zijn verboden voor auto’s en zijn dus rustig.
Vrijwel overal heb je ruim uitzicht op de skyline van de stad.
Jammer alleen dat er vlakbij een vliegveld voor sportvliegtuigjes is.
Soms hoor je vier of vijf van die krengen tegelijk.

Niagara watervallen

Maar HET uitstapje is natuurlijk de Niagara watervallen.
Aan de Canadese kant zijn ze het mooist.
De kermis met souvenirwinkels, hotels en andere attracties moet je dan maar even op de koop toe nemen.

Zomer 1981
Los Angeles/California
Los Angeles-New York-Londen
-Hilversum
Eén van de meest succesvolle radioprogramma’s ooit vond plaats in de zomer van 1981.
Tenminste: als je afgaat op luistercijfers en luisteraarsreacties, populariteit, perspublicaties en praatjes bij de koffie, op kantoor of bij de kapper.
Twee teams van twee verslaggevers vertrokken op 3 juni bij de VPRO-studio.
Zij moesten de wereld rond.
Min of meer in navolging van Jules Vernes hoofdpersoon Phileas Fogg uit ’De reis rond de wereld in 80 dagen’.
Zij moesten in ieder geval in Istanbul, Bombay, Singapore, Yokohama, San Francisco, New York en Londen ‘stempeltjes’ halen.
ROMMELEN & SJOEMELEN
Er waren echter grote verschillen met de excentrieke en steenrijke Phileas Fogg.
Dit was namelijk ECHT.
De verslaggevers moesten de klus klaren in 60 dagen en hadden geen geld. Ze moesten werken onderweg. Rommelen en sjoemelen.
En zij moesten opnames maken, die op één of andere manier naar Hilversum verstuurd moesten worden.
Daarna werden door ’het thuisfront’ montages gemaakt, die negen weken lang iedere woensdag van kwart voor elf tot één uur werden uitgezonden in het programma Villa VPRO op Hilversum 1.
Roel van Broekhoven en ik waren team 1 ook wel ’donker & interessant’ genoemd.
Team 2 bestond uit Ton van der Graaf & Jan Willem Dolk.
Zij waren gedoopt tot ’jong en blond’.
Om het spannend te maken, werd er een wedstrijd van gemaakt.
De teams zaten elkaar dwars en legden elkaar in de luren.
SUCCES
Vanaf het eerste moment bleek het programma een groot succes.
Wekelijks kwamen zakken vol met post, tips en aanmoedigingen.
Op kantoren werden weddenschappen afgesloten; vakanties werden verzet.
Het luistercijfer steeg tot anderhalf miljoen per uitzending.
Jarenlang werden wij later aangesproken op deze reis.
In het digitale VPRO radioarchief zijn de negen afleveringen verschenen.
Daar kunt u ook terecht voor dagboeken, perspublicaties, reacties en spelregels.
De laatste aflevering staat in het teken van de terugkomst in Hilversum.
Ondanks dat op hetzelfde moment het huwelijk van kroonprins Charles en Lady Di rechtstreeks werd uitgezonden zijn er zo’n 10.000 mensen verzameld bij de VPRO-villa’s aan de ‘s Gravelandseweg in Hilversum.
Bloemen, erebogen, een fanfare, tientallen fotografen; het kan allemaal niet op.
Roel en ik hadden eerder in Los Angeles met hulp van Moniek van de Ven de rechten van het project verkocht op Sunset Boulevard in Hollywood.
Ton en Jan Willem spreken in Londen met mogelijke nazaten van Phileas Fogg.
Team jong & blond wint uiteindelijk de strijd.
Zij deden de reis in 53 dagen.
Roel en ik waren drie dagen langer onderweg.

V.r.n.l: Jan Willem Dolk, Ton van der Graaf, Roel van Broekhoven en ik.
- Details
- Hoofdcategorie: Reizen (518)
- Categorie: Reizen
Sombor Servië
Het laantje van Mladic

Voorjaar 2007
Een open deurtje
Deze lommerrijke laan bevindt zich in Sombor Servië (Vojvodina).
Mijn vriend Peter Flik -links op de foto in wit t-shirt- die altijd verrast met de meest onmogelijke vragen & opmerkingen, zegt:
‘Wat zou jij doen als we nu Mladic tegenkwamen?’
‘Tja eh. … laat me even .. Eh.’
'Zag je die open deur?'
'Ja. Heb ik op de foto'.
'Nou?'
'Wat nou?'
‘Schiet nou op, want hij is direct weer weg’.
‘Tja eh. Bellen!’
‘Bellen met wie?’
‘Tja eh. …. ‘
‘Te laat!’.
Vraag aan u:
- Details
- Hoofdcategorie: Reizen (518)
- Categorie: Reizen
Bergdorpje aan het eind van de weg

Straatjes, kerken,olijven
Villatalla is een klein bergdorpje in het Italiaanse Ligurië . Het ligt 550 meter hoog en heeft ongeveer vijftig vaste inwoners.
Hier eindigt de smalle kronkelende weg, waar twee auto´s nauwelijks langs elkaar heen kunnen. Twintig kilometers van Imperia aan de kust.
Via Dolcedo, Molini di Prela, Cannetto Sottano en Tavola. Langs Valloria, het dorp met de beschilderde deuren. (Beelden 25)
Heuvels en dalen met volop olijfgaarden. Hier worden de Taggia-olijven gekweekt; smaakvol, klein en een beetje zout.
Er komt sublieme olijfolie uit dit gebied.

Vergrijsd & verlaten
In Villatalla wonen vooral oudere mensen. Een inwoner schat de gemiddelde leeftijd op 65. De jeugd is vertrokken. Naar de kust, waar geld te verdienen is. In Imperia, San Remo en Genua. Of ze zijn vertrokken naar Milaan of Turijn.
Veel huizen staan leeg.
Een paar panden zijn gekocht en opgeknapt door buitenlanders. Duitsers, Zwitsers, Engelsen. Sommige panden worden verhuurd.

Cruiseschip
Als het een beetje helder is, heb je in Villatalla vrijwel overal uitzicht op zee.
’s Avonds ligt het oude stadsdeel van Imperia -Porto Maurizio- te blikkeren in de zon.
Soms gaat er een monumentaal cruiseschip voorbij.

Chiesa Parrochiale

Villatalla heeft een paar kerken.
Meest opvallend is de bombastische Chiesa Parrochiale.

Pleintje; terrasje
Er is een pleintje met een postkantoor.
Je kunt iets eten bij de Osteria di Villatalla. Daar is een uiterst klein terras.
Drie maal per dag vertrekt bus 24 naar Imperia. Soms duurt die tocht een uur; soms vijftig minuten.
Je kunt er wandelen of mountainbiken, maar dan moet je wel behoorlijk in conditie zijn.


- Details
- Hoofdcategorie: Reizen (518)
- Categorie: Reizen
Zuid-Sudan kiest voor onafhankelijkheid
Vandaag en de komende dagen daarna gaat de bevolking van Zuid-Sudan in een referendum voor onafhankelijkheid kiezen. Dat gebeurt gegarandeerd met een zeer grote meerderheid. Er zullen grote rijen mensen voor de stembussen staan.
Als daarna andere resultaten bekend worden, kunt u er zeker van zijn dat de uitslag van het referendum gemanipuleerd is en dat de verkiezing corrupt verlopen is.
Geheel denkbeeldig is dat niet, want de machthebbers in het noorden willen dat het land een eenheid blijft.
Niet omdat ze zich zouden interesseren voor het wel en wee van de inwoners in het zuiden, maar vooral vanwege de aardolievelden, die in het zuiden liggen.

Sudan is in oppervlak het grootste land van Afrika. (60 maal zo groot als Nederland). Er wonen ruim 40 miljoen mensen.
Al vanaf 1955 is het uiterst onrustig in dit land. Hoewel de situatie in Sudan zeer gecompliceerd is, is de kern eenvoudig.
In het noorden wonen Arabische Islamieten; in het zuiden (een derde van het land) Christenen en Animisten.
De mensen in het zuiden zijn langdurig in allerlei opzichten gediscrimineerd, vervolgd en uitgebuit.
Van 1955 tot 1972 was er een bloedige burgeroorlog , waarbij aan Zuid-Soedanese zijde ongeveer 500.000 slachtoffers vielen.
Vanaf 1983 tot aan 2005 ging het er nog veel heftiger aan toe.
Er vielen in die periode twee miljoen doden, nog meer gewonden en er waren vier miljoen ontheemden.
Uw Bloghouder trekt door het land

In januari en februari 1984 ben ik door heel Sudan getrokken. (Hier in een uitgeholde boomstam op de Nijl).
Van Wadi Halfa in het uiterste noorden bij Egypte tot Yei in het uiterste zuiden bij Uganda ( ca. 3.000 kilometer).
Er was toen in Zuid-Sudan (twintig maal zo groot als Nederland) om maar één voorbeeld te geven vier kilometer verharde weg.
In de grotere steden Bor en Juba waren vrijwel geen jonge mannen meer te bekennen.
Zij waren naar het toen Marxistische Ethiopië uitgeweken waar ze werden getraind door Russische en Cubaanse troepen.
Het Sudanese leger trok in die dagen naar het zuiden om ‘’orde op zaken’’ te stellen.
Ze voerden bombardementen uit, staken dorpen en steden in brand en kruisigden sommige christenen om een angstaanjagend voorbeeld te stellen.

Ik schreef daar een kort verhaal over onder de titel: (Reizen 67: De slag van Zuid-Sudan) ).
Ondermeer over het paaltje van de oppergod Bang Deng.
De Dinka's die een meerderheid in het Zuiden vormen, offeren bij feestelijke gelegenheden een os.
Het beest wordt dan aan een paaltje gebonden en wordt in de keel gespeerd nadat het gepiest en gepoept heeft.
Ook Gerard Jacobs (Te gast 26 ) heeft over die reis een nogal hilarisch stukje geschreven
De Opstand
De opstand in Zuid-Sudan begon nog voor de onafhankelijkheid op 1 januari 1956.
Guerilla-strijders verenigden zich in de Anyanya-beweging. Zij meenden terecht dat het zuiden na die onafhankelijkheid achtergesteld zou worden.
De beweging ondervond veel tegenstand van het noorden, maar kende intern ook grote tegenstellingen tussen leden van oppositionele stammen en facties.
De situatie verergerde toen Kolonel Gaafar Nimeiry na een militaire coup aan het bewind kwam.
Toch werd in 1972 in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba een bestand afgekondigd waarin het Zuiden een vorm van autonomie kreeg.
In 1983 begon de tweede burgeroorlog.
Nimeiry, die -na een korte onderbreking- weer aan de macht was trok de autonomie in, verklaarde heel Sudan tot een Islamitische staat waar bijvoorbeeld ook de sharia (Islamitische wetgeving) gold.
De Anyanya-beweging hergroepeerde zich en vormde het SPLA , Sudan People’s Liberation Army.
Tweeentwintig jaar lang werd er in het land gevochten.
Het werd één van die vergeten conflicten in de wereld, waar het westen vrijwel geen aandacht voor had.
Tot er precies zes jaar geleden op 9 januari 2005 in de Keniase hoofdstad Nairobi toch nog een vredesakkoord werd getekend.
Het zuiden kreeg opnieuw autonomie en zou zich zes jaar later in een referendum over onafhankelijkheid mogen uitspreken.
De opbrengsten van de olievelden zouden fiftyfifty verdeeld worden en wederzijds zouden gewapende troepen even groot worden.
Het Noorden ging hier schoorvoetend mee akkoord, maar de afgelopen maanden zijn er tal van signalen geweest, dat het Noorden greep op het Zuiden wil houden.
Vertegenwoordigers van de regerende Nationale Congrespartij bijvoorbeeld hebben al gedreigd om de uitslag van het referendum niet te erkennen. En ook over de preciese grens zijn nog geen bindende afspraken gemaakt.
Nieuw geweld dreigt als de uitslag bekend zal zijn.

Nieuwe vlag
Inwoners van Zuid-Soedan vieren vooruitlopend op het referendum hun onafhankelijkheidsfeest met de nieuwe vlag van het nieuw te vormen land.
Pagina 14 van 18




