Reizen

 


Een onverwacht feestje


Onbekende helden  

En toen wij in de aankomsthal kwamen begon ook daar iedereen te klappen en te juichen alsof wij -simpele passagiers- een soort Wereldcup gewonnen hadden.
      We werden uitgenodigd om naar een speciale ruimte in de terminal te gaan om een drankje te gebruiken en een hapje te eten.

Het was duidelijk.
      Ik had iets gemist, maar had geen idee wat eigenlijk.
Pas toen ik bij mijn tweede glas whisky en een paar uitstekende dim-summetjes een informatiepakket ontving, begreep ik dat stomtoevallig op diezelfde dag het nieuwe vliegveld van Singapore was geopend: Changi Airport.

Die informatie leerde ondermeer dat de bouw 1.5 miljard Singaporese dollars had gekost -toen ongeveer 1 miljard US$-.
      Voorts dat er voor het vliegveld 200 ha. zeemoeras was opgeofferd en dat de luchthaven was dichtgegooid met 12 miljoen kubieke meter zand en gesteente, dat was verwijderd van de nabij gelegen heuvels.

 


70 miljoen passagiers  

 

 

 

Een grensfascinatie

 

Het is nog net geen obsessie, maar al vrijwel mijn inmiddels vrij lange leven heb ik een fascinatie voor grenzen. Je hebt fysieke en psychische grenzen, morele en ethische.
      Maar mij gaat het vooral om geografische grenzen. Als ergens een grens opdoemt wil ik er over.

Waarom?

Geen idee eigenlijk. Want grenzen zijn soms natuurlijk -een rivier bijvoorbeeld- maar vaker is het een min of meer willekeurig getrokken lijn. Een lijn bovendien die in de geschiedenis lang niet altijd dezelfde is.
      Europa bijvoorbeeld telde na de tweede wereldoorlog 29 onafhankelijke landen. Nu zijn dat er volgens mijn berekening 50. Ga maar na hoeveel grenzen hier bij gekomen zijn.

Bovendien kun je ook in een land een grens over. Een ‘gevoelsgrens’. Vooral als zo’n land eilanden heeft.
      Naar mijn gevoel ga je een grens over als je met de boot bijvoorbeeld van het vasteland van Italië naar Sardinië vaart.
Sterker: als je van Den Helder naar Texel vaart heb ik dat al.
      Als je daarentegen van bijvoorbeeld Lissabon naar de Azoren of van Tromsø in Noorwegen naar Spitsbergen vliegt heb ik dat gevoel weer niet. En al helemaal niet als je vliegt van Europa naar de V.S.

Altijd bij boten; nooit met vliegtuigen.
      Ik denk dat die laatsten te hard gaan; te hoog vliegen.

Er blijken veel meer mensen te zijn met een fascinatie voor grenzen. Er zijn ook reisschrijvers waarin steeds weer grenzen terugkomen.
      De Italiaanse cultuurfilosoof en schrijver Claudio Magris is daar één van de bekendste voorbeelden van. Hij noemt zichzelf een grensschrijver en definieert de grens in ‘Aan de andere kant’ als volgt:

Ik heb ‘t even op een rijtje gezet. Welke (gevoels)-grenzen ben ik over land of over water gepasseerd? (Inclusief grenzen van niet meer bestaande landen)


Daar gaat ’ie:

 

Zie ook Audio (3): Grensincidenten

 

 

 

 


Voorjaar 1995

Vladimir Vyssotski; de Russische volksheld

Drank- en drugsmisbruik  

Hij overleed op 25 juli 1980.
      Hartstilstand.
Veroorzaakt door overmatig drank- en drugsmisbruik.
      Hij was pas 42.
Vladimir Vyssotski -ook wel liefkozend Volodia genoemd- werd tegen alle regels in begraven op het Vagankovo kerkhof aan de rand van het centrum van Moskou. Er was naar schatting een half miljoen mensen.
      Nu is zijn graf een bedevaartsplek waar Russen uit alle delen van de voormalige Sovjet-Unie in alle rust vooral op zondag bijeenkomen.

Vyssotski maakte zo’n 700 songteksten. Daarvan werden er in de Sovjet-Unie maar vijf op een 45-toeren plaatje geproduceerd. Zijn overige teksten werden verboden.
      Hij mocht officieel ook niet optreden als zanger. Als hij onder het publiek kwam ging dat onder de noemer ’ontmoeting met de acteur Vyssotski’. Maar natuurlijk zong hij in die onnavolgbare stijl zijn liederen, waarbij hij zichzelf op de gitaar begeleidde.
      Mensen maakten illegaal opnames. Cassettebandjes werden keer op keer gekopieerd en zo ontstond er een enorm reservoir aan bandjes, waarin druk gehandeld werd.

Bij de ingang van het kerkhof is een stalletje waar je die bandjes voor een paar roebel nog steeds kunt kopen.

   

De Wolvenjacht  

Zijn bekendste lied is De Wolvenjacht. Dit lied werd namelijk niet verboden. Het gaat over jagers, die een gebied met rode vlaggen hebben uitgezet om te verhinderen dat de wolven zullen ontsnappen.
      Maar de leider van de roedel breekt uit, waarna alle wolven volgen en de jagers het nakijken hebben.
Hoewel de symboliek duidelijk is, meenden de communistische leiders zichzelf in de ontsnapte wolf te herkennen, zodat ze het lied niet verboden.

Luister HIER naar de Wolvenjacht    

Marina Vlady  

Taganka-theater  

Marina Vlady maakt een optreden van Vyssotski mee in het Taganka-theater in Moskou en zal aan hem voorgesteld worden.
Zij schrijft:
‘Vanuit een ooghoek zie ik een jonge man aankomen. Hij is klein en slecht gekleed. Alleen de heldergrijze ogen trekken mijn aandacht. Zonder een woord te zeggen neemt hij mijn hand , drukt hem langdurig en dan, na hem gekust te hebben, gaat hij recht tegenover mij zitten en begint me aan te staren.
      Zijn zwijgzaamheid stoort me niet, wij kijken elkaar aan , zoekend naar herkenningspunten. Ik weet dat je Vyssotski bent. Je lijkt in niets op de beestachtig brullende reus uit het toneelstuk, maar de intensiteit van je blik doet me de eerder gevoelde emoties herbeleven.

Hij zegt:
      ‘Eindelijk ontmoet ik u dan”.

Buitensporig lelijk monument  

Zeven flessen wodka per dag  

Marina Vlady zal na hun eerste kennismaking regelmatig naar Moskou komen. Het was vaak moeilijk en lastig.
      ’Die zes of zeven flessen wodka per dag verwoesten je leven’, schrijft ze.

En dan volgt er in het boek een scène, waarin Vyssotski neervalt op straat.

Fabelachtig! Ongelooflijk!  

Vyssotski overleeft, maar blijft problemen met drank houden. Ondanks middeltjes en implantaten, die bij gebruik van alcohol een giftige reactie geven.
      Toch zijn er ook hoogtepunten in hun relatie. Vooral als Vyssotski het land uitmag en zich verbaast over de rijkdom.
Eerst in Polen dan in Frankrijk en later in de Verenigde Staten.

In Hollywood mag hij optreden voor een zaal vol met beroemdheden. Rock Hudson is er. Paul Newman, Gregory Peck.
      Vlady schrijft
:

Terug bij het graf  

Op de begraafplaats blijven die middag mensen komen.
      Alle bedevaartgangers leggen bloemen op het graf. Een mevrouw is voortdurend bezig om verlepte bloemen weg te halen. Van de verse bloemen knipt ze de stelen af.
      ‘Dat doet ze’, fluistert Svetlana, ‘om er voor te zorgen dat de bloemen niet gestolen worden en niet opnieuw verkocht kunnen worden‘.

Vladimir Vyssotski woonde tussen 1975 en 1980 in de Málaja Gruzínskaja, een rustige lommerrijke straat aan de noordelijke rand van het centrum; vrij dicht bij het Vagankovsko kerkhof. Hij woonde acht hoog recht tegenover een monumentale basiliek.
      De kerk was in die tijd ingericht als een warenhuis annex supermarkt.
Vyssotski ergerde zich daar enorm aan en ging altijd demonstratief met zijn rug naar het raam zitten.

Sommige teksten zijn in het Nederlands vertaald.
      Dat is gedaan door Judith Starreveld.
      Luister naar : Hij keerde niet terug van het slagveld

Eerst lees ik de Nederlandse vertaling.(4’20”)

Luister HIER naar het radioprogramma uit de VPRO-Serie Ongehoord

 

 

 


Zomer 1985

Een klein Grieks eiland

 Image

Pserimos is een klein Grieks eiland vlak voor de kust van Turkije. Drie en twintig jaar geleden woonden er zo’n 25 mensen. Er was één klein hotel (Tripolitis) en één politieagent: Dimitri. De eigenaar van het hotel was Kostas. Dimitri en Kostas konden het goed met elkaar vinden.

Als Kostas bijvoorbeeld plotseling wat verse vis nodig had en er waren geen eilanders of vissers bij de hand, schroomden Dimitri en zijn andere vriend Jannis niet om in zee een stukje dynamiet tot ontploffing te brengen, waarna de dode en verdoofde vissen heel efficiënt uit het water werden gehaald.
      Volkomen illegaal natuurlijk, maar daar zaten de heren niet mee.

De gasten van het hotelletje kregen van Kostas een notitieblokje. Als ze wat wilden drinken, haalden ze dat gewoon uit de ijskast en zetten een streepje achter de naam ouzo, wijn of bier.


OPDRUKSPELLETJE  

Je kon ook een gratis consumptie verdienen.
      Dat ging zo.

Op de grond werd een glaasje ouzo gezet.
      Als je op handen en voeten voor het glas ging liggen en je liet je door je armen naar beneden zakken kon je met je mond het glaasje pakken en leeg drinken. Als je dat deed zonder dat andere delen van je lichaam de grond raakten, werd er geen streepje achter je naam gezet.
      Mijn vriend en collega Ton was erg goed in dit opdrukspelletje.


RUSTIG & RUIG  

Pserimos is 16 vierkante kilometer groot. Er zijn geen wegen. In een uur of drie kun je lopend het eiland ronden. Het is er mooi, zeer rustig en behoorlijk ruig. Iedere ochtend arriveert er een veerbootje uit Kos. Dat braakt een aantal passagiers uit, dat zich op het witte strand laat ploffen.
      ‘s Middags om een uur of half vijf gaat het bootje terug en is het eiland weer eigendom van de inwoners en de vaste gasten. Dan wordt ‘s avonds regelmatig een lange tafel gedekt. Een groepje eilanders gaat met harpoenen de zee in om vissen te vangen (vooral de inktvis daar is lekker), anderen gaan de heuvels in om verse kruiden te plukken en de achterblijvers maken een groot houtskoolvuur.
      Twee uur later gaat iedereen aan tafel en wordt er nog meer ouzo, koude wijn (ook rood) en bier gedronken.


HALIKARNASSOS  

Vanuit Pserimos kun je met de zeilboot eenvoudig de Turkse kust bereiken. Bodrum ligt vlakbij. Vroeger heette dat Halikarnassos en was er het mausoleum dat ter ere van Koning Mausollos gebouwd was, één van de zeven wereldwonderen uit de klassieke tijd.

Hoe klassiek het dynamiet en het opschrijfboekje inmiddels zijn, weet ik niet, maar op Pserimos is niet veel veranderd. Ik kwam gisteren een kennis tegen die er een dagje geweest was. Hij had in hetzelfde hotel gedronken. Volgens hem nog steeds het enige op het eiland. Hij had gehoord dat er in de zomer zo’n honderd mensen woonden en in de winter niet meer dan twintig.

 



Zomer 1988

Ga voor dit stukje naar Media 29: Wachten op Yasser Arafat