Reizen

 


Ga voor dit stukje naar media 27: Columnist voor de P.v.d.A.

 

Voorjaar 1998

Corrupte agenten & giftige slagtanden

‘Zullen we het eens op z’n Russisch doen’, zegt Boris. Hij pakt de fles single malt whisky en vult twee limonadeglaasjes. Dan leegt hij in één teug zijn glas.
      ‘Lekker’, zegt hij. En hij herhaalt nog eens dat dit de eerste keer in zijn leven is, dat hij whisky drinkt.
      ‘Nu jij Ronald. Op z‘n Russisch!’

Boris wordt vertrouwelijk. Hij is geen Oezbeek, maar komt uit Novosibirsk in Siberië. Maar hij woonde al in Tasjkent, toen dat nog bij de Sovjet Unie hoorde.
      ‘Het wordt hier wel steeds moeilijker voor ons. Die Oezbeken schuiven elkaar alle klussen toe. Ze krijgen voorrang als er een baantje is en worden voorgetrokken als er huizen worden toegewezen'.
Hij werkt bij een agentschap, dat er ondermeer voor zorgt om journalisten als ik te helpen.
      ’Als er problemen zijn, moet je me onmiddellijk bellen’.

Twee uur later is de fles leeg en Boris stomdronken.
      ’Ik ga wel even naar beneden’, stamelt hij. ’Daar hebben ze nog wel wodka’.
Op de gang valt hij over een stoel, blijft liggen en wordt benaderd door een paar hoeren. Ik sluit mijn kamer goed af en val onmiddellijk in slaap.
      Locatie: De 8-ste verdieping van hotel Uzbekistan in Tasjkent de hoofdstad van Oezbekistan in Centraal Azië .

LELIJKE STAD
Image
De volgende dag slenter ik maar wat door de lelijke stad, die in 1966 vrijwel volledig verwoest werd door een aardbeving. Geheel volgens de Sovjet-tradities werd de stad op ranzige wijze herbouwd met brede straten, grote pleinen en sombere hoge flatgebouwen, gespeend van ook maar het geringste spoortje creatieve architectuur. Als ik ergens een paar foto’s maak, word ik aangehouden door twee agenten.
      Ze vragen mijn papieren, zien dat ik geen Rus ben en gebaren dat ik mee moet naar het politiebureau. Hoewel ze alleen maar in het Russisch praten, wordt mij duidelijk, dat er ‘iets’ niet in orde is met mijn visum. Ze wijzen ernaar.

In een klein gesloten kamertje op het bureau probeer ik duidelijk te maken, dat ik wil bellen. Met Boris natuurlijk. Die moet me hier maar uit krijgen.
Maar de agenten staan dat niet toe. Ik moet betalen om ‘het probleem’ op te lossen. Zevenduizend Som -ongeveer 75 US$-. Dat is heel veel geld in dit land, waar het gemiddeld maandinkomen niet meer dan vijfduizend Som is.

Er zijn types, die beweren dat ze in zo’n geval niet betalen. Dat je gewoon moet afwachten, wat er gebeurt. Ik wantrouw die verhalen. Volgens mij zijn dat mensen, die nooit zelf in zo'n situatie hebben verkeerd.  
      In ieder geval ben ik niet zo’n held.
Ik betaal gewoon.

Het bureau ligt aan het voormalige Karl Marxplein. Even verderop was het Leninplein. Het beeld van Lenin is van zijn sokkel gehaald. Nu staat er een pompeus standbeeld met een goudkleurige wereldbol. Daarop is maar één land aangebracht: Oezbekistan. Naar verhouding veel te groot. Image
      Als je er goed naar kijkt, zie je dat de omtrek van dit land op een hond lijkt. Gevolg van de bizarre wijze, waarop Stalin ooit de grenzen van zijn immense rijk trok.

Het Karl Marxplein heet nu Amir Temurplein naar de nieuwe held van Oezbekistan. Amir Temur, ook wel Tamerlan de Aardschudder of Timur Lenk dan wel Timur de Kreupele. Dat was een enorme schoft. Hij leefde in de veertiende eeuw en was één van de laatste wereldveroveraars.

HET VERLOREN HART

Ik ga op een terrasje zitten. Recht tegenover het enorme standbeeld, waarbij Amir Temur op een paard zit. Ik sla ’Het verloren hart van Azie’ van Colin Thubron open. En lees over ‘De Aardschudder’.

AFKOOPSOM  

Ik leg het boek weg en bel Boris. Een half uur later is hij er. Hij is absoluut niet verbaasd dat ik op het politiebureau een afkoopsom heb moeten betalen.
      ’Dat doen ze altijd. De volgende keer, ga ik wel met je mee‘.
En dan:
      ‘Overigens krijg ik nog geld van je, want ik heb gisteren op het vliegveld moeten betalen om jou snel door de douane te krijgen. Dat heb je toch wel gemerkt?’

Hij heeft gelijk. In het vliegtuig zaten twaalf niet-Oezbeken, die er een paar uur over deden om ter plekke een visum te bemachtigen. Op zeker ogenblik verscheen Boris, die mij als eerste mee naar buiten nam.

      ‘Hoeveel krijg je dan van me?’
      ‘Zevenduizend Som’, zegt hij.

 

  
Winter 1984  

Alledaagse corruptie

 De organisatie Transparency International, die zich ten doel stelt de corruptie in de wereld in te tomen, is met haar jaarlijkse landenlijst gekomen van meest/minst corrupte landen. Er staan 179 landen op.
      Gedeeld eerste zijn Finland, Denemarken en Nieuw-Zeeland, waar nauwelijks corruptie voorkomt. Nederland is zevende. Het ergst is het in Somalië, dat op de 179ste en laatste plaats staat. Soedan in Afrika is nummer 172 en dat verbaast me niets. 

Mr. Omar zelf

Telefoontje  

Aanvankelijk leek het volkomen onmogelijk, tot er een telefoontje kwam van het ministerie. Omar zelf zou langskomen om een praatje te maken.

‘Eigenlijk moet ik u aanraden om daar niet naar toe te gaan’, zei hij breed lachend.
      ’Het is er gevaarlijk. Ons leger stelt orde op zaken tegen een stel militante guerrilla’s. Daar vallen slachtoffers bij. Ja. Inderdaad Ja.
      Bovendien zal het moeilijk worden om daar te komen, want er gaan in verband met die situatie geen vliegtuigen. U moet over land en dat is gevaarlijk. Er zijn geen wegen, dus u heeft een goede 4W-drive nodig. Er liggen mijnen en er zijn bandieten, die niet zullen schromen om alles van u af te pakken om u naakt achter te laten’.

’U begrijpt dus heren, dat ik u eigenlijk helemaal geen vergunning mag geven.   Realiseert u zich dat goed!’

Hij nam ons weer taxerend op en zei toen:
      ‘Als ik het toch doe, kost u dat geld‘

      ‘Hoeveel dan?’, mister Omar’
      ‘Tja eh… als u mij 500 US$ betaalt, lukt het wel’.

En na onze verbouwereerde blikken:
      ‘Ach heren, ik weet het. U noemt dat in Europa corruptie.
      Maar dit is Soedan. Hier gelden heel andere regels.

Laat mij u dat eens uitleggen:
      Ik ben de oudste uit een gezin van negen kinderen. Mijn ouders hebben mij in de gelegenheid gesteld om te studeren. Dat is gegaan ten koste van mijn broers en zusters. Ik word geacht mijn hele familie te onderhouden. Maar denkt u dat mijn ambtenarensalaris daar toereikend genoeg voor is?
      Vergeet het heren.Vergeet het. Ik verdien 500 US$ per jaar.
      PER JAAR!'

Vergunning

  

 

 

EEN BEDELBRIEF VOOR EEN MONNIK

Tijdens mijn bezoek aan Bhutan in 1999  (Reizen 27)  ontmoette ik een hoge monnik: Lama Tsultrim. Dat gebeurde tijdens een puja, een inwijdingsfeest ter ere van de ingebruikname van het nieuwe gebouw van de SNV in de hoofdstad Thimphu.
      De puja duurde de hele dag. Tal van monniken gingen bidden, zongen en maakten muziek op zeer bijzondere blaasinstrumenten. Ze hadden daarnaast bellen, triangels, trommeltjes en andere slaginstrumenten bij zich.
Er waren gebedsvlaggen en -molens.
      Omdat zij gaandeweg de dag steeds meer bier gingen drinken werd het een uiterst vrolijke boel, waarbij ook veel geofferd werd. Vooral eten en drank.

Image

 

Het Lama Tsultrim Fonds

De brief verraste mij natuurlijk.
      Want hoe gaat zoiets:
Hij vraagt of ik zijn sponsor wil zijn en dan zeg je:
      'tja eh... ik zal eens kijken of dat mogelijk is'.

Maar ja. Die brief.
       Informatie in Bhutan leerde dat hij zo’n 3.500 gulden nodig zou hebben.
Ik richtte het Lama Tsultrum Fonds op en stuurde onderstaande bedelbrief aan vrienden, collega’s, familieleden en enkele bedrijven en organisaties.


Hartelijk dank  

Op een paar wantrouwige cynici na, reageerden veel mensen spontaan. Ik had het bedrag snel bij elkaar. Veel meer zelfs. 
      Er volgde gewoon per post een interessante briefwisseling, die mij  ondermeer exotische postzegels uit Bhutan opleverde.
In 2.000 is hij zijn langdurige meditatie begonnen.
      Hij is inmiddels een zeer hoog aangeschreven oppermonnik, die nog dagelijks mediteert.
Mede namens hem dank ik alle vriendelijke mensen, die mij destijds geld overmaakten.

  

 

Most traveled people

Bent u ook zo dol op lijstjes? Dan raad ik u aan om naar de site www.mosttraveledpeople.com te gaan.
Kunt u nagaan hoe bereisd u bent. Of eigenlijk: hoe bereisd u niet bent.

Op deze site bevindt zich een zeer intrigerende lijst van 673 ‘bestemmingen’ in de wereld. Onafhankelijke landen natuurlijk -dat zijn er momenteel 193- , maar ook ’territories’, (sommige) autonome gebieden, republieken en deelstaten, geografisch afgelegen eilanden, (sommige) enclaves en exclaves en de deelstaten, republieken of provincies van (sommige) landen.
      Uit de toevoeging ‘sommige’ blijkt dat het om een uiterst arbitraire lijst gaat. De staten van de V.S. tellen bijvoorbeeld allen mee. Net als de staten van Canada, Mexico, Brazilië , Zuid-Afrika, China en India. Maar de republieken van Rusland tellen bijvoorbeeld weer niet mee. Friesland trouwens ook niet.

De enclaves Llivia en Busingen staan erop ,maar Baarle Hertog en Baarle Nassau niet. De waanzinnige sub-sub enclave Dahala Khagrabari (India in Bangladesh in India in Bangladesh) bijvoorbeeld ook niet. En daar ben ik samen met mijn vriend Henk Weltevreden toch echt geweest.
      Maar goed: Het is wel aardig om zo’n lijst in te vullen en dan dit bijgaande certificaat te ontvangen, waaruit je leert dat je met 130 bezochte plekken op de 384ste plaats staat op de lijst van de meest bereisde mensen ter wereld. Om de zaak maar direct te relativeren, vermeld ik dat op de totale lijst 3357 mensen staan. Voornamelijk uit de Verenigde Staten.

Image

 

Politiek onjuist

De eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat ik bij het invullen een paar keer niet precies wist wat te doen. Ik ben in ‘bestemmingen’ geweest, die politiek en geografisch anders waren dan anno 2007. Macedonië bijvoorbeeld. Montenegro. En in een aantal deelstaten van India heb ik alleen maar in de trein gezeten. En: wat te doen met landen die niet meer bestaan. Tsjechoslowakije, Joegoslavië , DDR, Sovjet Unie?

Merkwaardig en politiek onjuist lijkt mij overigens de plaatsing van de Golan hoogvlakte als deel van Israël.
      Dit gebied is illegaal bezet en hoort bij Syrië.  

De ranglijst wordt aangevoerd door Charles A. Veley, die maar liefst 624 bestemmingen scoort. Deze multimiljonair doet natuurlijk niets anders dan reizen en dan ook nog in een waanzinnig hoog tempo. Hij is -om maar wat noemen- geweest op de Ashmore and Cartier Islands, de Chesterfield Islands, Moheli, Peter I Island en Bouvet Island. 
      Oh?  
     
      Tot mijn genoegen is Henk Weltevreden met 323 bestemmingen de hoogst genoteerde Nederlander. Hij is trouwens ook voorzitter van de Nederlandse vereniging van landentellers.