Poëzie

 

Berlin -1900- zoveel 

 

Hans van de Waarsenburg (Helmond 1943) is een geëngageerd dichter. Neem ‘Berlin -1900- zoveel’.
     
Is daar een exacte datum op te plakken?
Ik geloof het niet. Het speelt zich globaal af tussen 1911 en 1940.

Berlin in het gedicht -en niet Berlijn- was in die periode een cultureel rijke en enerverende stad. Een stad in verwarring ook.
      Een stad van kunstenaars en een voorhoede van avant-gardisten.
Maar ook een stad in oorlog en een stad waar de opkomst van nazisme overal aanwezig was met bijvoorbeeld boekverbrandingen op 10 mei 1933 op de Bebelplatz.
     
Het gedicht begint zo: (Jaap Harten is een collega dichter)

 

Berlin -1900- zoveel

voor Jaap Harten


Een bloedhete dag op de
Kurfürstendamm;
Berlin 1900 -zoveel.
Dames & Heren van goede stand
pellen een lila Pumpernickel


& daar onder de Brandenburgertor
in een huid van rode zijde
loopt Lodeizen jong en blond
gearmd met Thomas Mann
over steeds bruiner wordend asfalt


Het schellenraam van een voorbijtrekkend
en wohltemporiertes Marschkorps
verblindt hen


Hans Lodeizen was een Nederlands dichter die kort leefde: 1924-1950.
     
Hij stierf aan leukemie. Thomas Mann leefde van 1875 tot 1955.
Zij zouden dus inderdaad arm in arm gelopen kunnen hebben. Hoewel….Leden van de SA (Sturmabteilung) werden bruinhemden genoemd.
      In de periode tussen 1930 en 1940 waren zij in het Berlijnse stadsbeeld steeds prominenter aanwezig en ook de Marschkorpsen namen in omvang toe.
     
De jonge blonde Lodeizen zou toen dus jonger dan zestien jaar geweest moeten zijn.

Het gedicht gaat verder met:

 

Wanneer ze met knipperende oogleden
stil blijven staan
horen ze het huilen van Rosa Luxemburg
Het slopen van Cabaret Voltaire &
Het gelal van Kloos


In een doorzichtige long vliegt
Klee voorbij
gebaren makend en hoestend

 

Rosa Luxemburg was een van origine Poolse filosofe en communiste. Zij stierf in Berlijn in 1919 op 47-jarige leeftijd.
      Kloos was één van de Tachtigers (1859-1938), inderdaad een man met een drankprobleem en Paul Klee (1879-1940) was een schilder van wie de Nazi’s in 1937 120 kunstwerken in beslag namen.
     
Cabaret Voltaire was een groep avant-gardistische kunstenaars. Opgericht in Zürich begin 1916.
Een jaar later werd het in Berlijn voortgezet als de meer gepolitiseerde Dada-beweging.
      In 1920 werd daar de eerste en laatste internationale Dada-fair gehouden.


Het gedicht eindigt met:


Blauwe ruiters, haastig de paarden gezadeld,
rukken voor de laatste keer op.
Geheel of gedeeltelijk levend worden zij
boven een vuur van boeken gecremeerd.


Een bloedhete dag op de
Kurfürstendamm:
Berlin 1900- zoveel:
Ik veeg met een rode zakdoek
het zweet van mijn voorhoofd.


De Blauwe Ruiters (Der Blaue reiter) was eveneens een groep expressionistische kunstenaars waaronder Paul Klee en Wassily Kandinsky.
      Opgericht in 1911. De beweging werd opgeheven bij het begin van de eerste wereldoorlog.

In het boekje Schrijven of Schieten van Fernard Auwera is een interview uit 1969 opgenomen met Hans van de Waarsenburg.
      De interviewer begint over dit gedicht en informeert naar het engagement van de poëet over deze vooroorlogse periode.

Hij zegt:

‘Ik heb verdomme nog zoveel te zeggen, vooral over die naoorlogse situatie, maar kan dat allemaal in een nutshell?
     
Man, denk eens even aan Korea, Algerije, Kongo, Loemoemba, Vietnam enz.
Deze trieste rij van slachtingen groeit met de dag aan, terwijl welvaart en geluk met de gang van een verminkte slak voortgaan’.

Als je daar voor in de plaats Kongo, Syrië ,Assad, Afghanistan, Israël, Palestina en Iran zet en er de economische recessie bijhaalt, beland je vanzelf in 2012.

 

Brandenburger Tor Berlijn 1920 

ZoekPoëzie 1: Slauerhoff (1)
Maneschijn te Tsingtao


ZoekPoëzie 2; Natasha Lako
De vier heldinnen van Mirdita


ZoekPoëzie 3: Ursula Krechel
Boetedagen

 

ZoekPoëzie 4; Hugo Claus
Voor Gerrit Kouwenaar

 

ZoekPoëzie 5; Jan Engelman
En Rade

 

ZoekPoëzie 6; Johnny the Selfkicker
Dendermonde 63

 

ZoekPoëzie 7; Carlos Drummond de Andrade
De liefde, natuurlijk

 

ZoekPoëzie 8: James S. LaVilla-Havelin
Silver nights in Rochester

 

ZoekPoëzie 9; Simon de Geus
Jeugdherinnering

 

ZoekPoëzie 10: C.S. Adama van Scheltema
De Dijk


ZoekPoëzie 11: Wyslawa Szymborska
Een bewogen herbegrafenis

 

ZoekPoëzie 12; Drs.P
Heen & Weer

 

ZoekPoëzie 13: Tan-te Pol-lie
Voor de klei-ne-ren

 

Zoekpoëzie 14: Paul Rodenko
Bommen

 

Zoekpoëzie 15: Paul van Vliet
Meisjes van dertien

 

Zoekpoëzie 16: Joan Hambidge & Elisabeth Eybers
Bloedbanden

 

ZoekPoëzie 17: Marc Chagall & Blaise Cendrars
De dichter (Half vier)

 

ZoekPoëzie 18: Homero Aridjis
Droom in Tenochtitlán

 

ZoekPoëzie 19; Jan Hanlo
's Morgens

 

ZoekPoëzie 20; Slauerhoff (2) versus Schotman
Benard advies

 

ZoekPoëzie 21; Pablo Neruda
Een witte bungalow op Capri

 

ZoekPoëzie 22: David Shapiro
Empathy for Dave Winfield

 

ZoekPoëzie 23: Maurice Gilliams
Winter te Schilde

 

ZoekPoëzie 24: Saul van Messel
Restaurant

 

 ZoekPoëzie 25: Jacques van Tol
De olieman heeft een Fordje opgedaan

 

ZoekPoëzie 26: Lucebert
Hoop op Iwosyg

 

ZoekPoëzie 27: Sujata Bhatt
The stinking Rose

 

ZoekPoëzie 28: Bert Schierbeek
Remembrandt

 

 ZoekPoëzie 29: Peter Paul Zahl
In naam van het volk

 

ZoekPoëzie 30; Marnix Gijsen & René de Clercq
Mijn moeder was een heilige vrouw

 

ZoekPoëzie 31; Simon Vestdijk & Willem Elsschot
Slachtoffer Marinus van der Lubbe

 

ZoekPoëzie 32; Bertus Aafjes & Han G. Hoekstra
Achter de Ruit (Van Han G. Hoekstra)

 

ZoekPoëzie 33: K.Schippers & J.H.
The value of comma's

 

ZoekPoëzie 34: Denise Levertov
Misschien Geen Gedicht Maar Alles Wat Ik Zeggen Kan
En Ik Kan Niet Zwijgen

 

ZoekPoëzie 35: Ben Cami
Vier uitééngereten kinderen

 

ZoekPoëzie 36: Jan Kal & de kale berg
Mont Ventoux

 

ZoekPoëzie 37; Jac. van Hattum
Modern schilderij van een Fries dorp

 

ZoekPoëzie 38: Martinus Nijhoff & Simon Vestdijk
De ingenieur

 

ZoekPoëzie 39: Slauerhoff (3)
Paschen

 

ZoekPoëzie 40: Hans Andreus
Huizen op zwemvogelvoeten

 

 

 

Responsoria

Van Jacques Hamelink (Uit Responsoria 1980)

 

*

Je gebit liet je trekken

in twee keer, zonder verdoving

en je had nog haast alles.

Dat de tandarts tot het eind van de tortuur

zijn kracht en zijn kalmte wist te bewaren

vond je, anders gierig met loftuitingen, buitengewoon.

 

Zo was je. Jouw verzet brak pas

in kussen en tranen

toen je mijn kind werd.

 

 

Moeder & zoon

 

Moeder & zoon 6: Peter Hoefnagels
Le souffle au coeur 


Moeder & zoon 5: Ibrahim Selman
Moeder

 

Moeder & zoon 4: A.Marja
De moeder


Moeder & zoon 3: Martinus Nijhoff
De Wolken

 

Moeder & zoon 2: Gerard Reve
Droom


Moeder & zoon 1: Gerrit Achterberg
Moeder

 

 

 

 

 

 

Huizen op zwemvogelvoeten

 

In zijn debuutbundel uit 1951 ‘Muziek voor kijkdieren’ dicht Hans Andreus over een stad.

Het begint zo:


De stad ligt grijs en terra cotta

tussen de meren van reseda

de huizen op zwemvogelvoeten

bewegen zich maar eens per dag

 

Direct toen ik dat las moest ik om niet geheel duidelijke redenen aan het volgende kinderliedje denken:

Amsterdam, die grote stad

Die is gebouwd op palen

Als die stad eens ommeviel

Wie zou dat betalen?


Gaat het gedicht inderdaad over Amsterdam?
     
De stad wordt niet genoemd, maar Amsterdam heeft smalle en brede straten, grachten en pleinen, trams, duiven, fietsers en fietsendieven; er staan vrouwen op straathoeken en het zou best kunnen dat er 123 torens zijn.
     
Hans Andreus werd in 1926 in de Amsterdamse Jordaan geboren, ging er weg, kwam weer terug, ging weer weg en werd er uiteindelijk in 1995 herbegraven op Zorgvlied.
      Hij won zowel in 1954 als in 1963 de Poëzieprijs van de stad Amsterdam. Hij was ook nog kinderboekenschrijver.


Het gedicht gaat zo:


De stad

De stad ligt grijs en terra cotta

tussen de meren van reseda

de huizen op zwemvogelvoeten

bewegen zich maar eens per dag.

 

De archivaris blijft beweren

dat honderd drie en twintig torens

glimlachend op hun tenen staat

met duiven koerend in hun oksels.

 

De brede straten liggen languit

op hun rug de smalle straten

kruipen achteromziend weg

de grachten neuriën eenstemmig.

 

Boven de stad een zon van leisteen

boven de stad een maan van leisteen

maar eens per jaar kleden de bomen

zich aan en altijd zingen de vogels.

 

En ik loop door de brede straten

en spreek de trams aan en de autoos

en spreek een sprinkhaan van een fietser

toe maar hij verstaat het niet.

 

En ik loop door de smalle straten

en groet bekende fietsendieven

en schilder vrouwen op een straathoek

voorzichtig bij het is hun vak.

 

En langs de grachten op de pleinen

speel ik harmonica en soms

wordt er een raam half opgeschoven

soms kom ik boven voor een nacht.

 

En ik leef grijs en terra cotta

tussen de honderdzoveel torens

de huizen op te grote voeten

en de meren van reseda.

 

 

ZoekPoëzie 1: Slauerhoff (1)
Maneschijn te Tsingtao


ZoekPoëzie 2; Natasha Lako
De vier heldinnen van Mirdita


ZoekPoëzie 3: Ursula Krechel
Boetedagen

 

ZoekPoëzie 4; Hugo Claus
Voor Gerrit Kouwenaar

 

ZoekPoëzie 5; Jan Engelman
En Rade

 

ZoekPoëzie 6; Johnny the Selfkicker
Dendermonde 63

 

ZoekPoëzie 7; Carlos Drummond de Andrade
De liefde, natuurlijk

 

ZoekPoëzie 8: James S. LaVilla-Havelin
Silver nights in Rochester

 

ZoekPoëzie 9; Simon de Geus
Jeugdherinnering

 

ZoekPoëzie 10: C.S. Adama van Scheltema
De Dijk


ZoekPoëzie 11: Wyslawa Szymborska
Een bewogen herbegrafenis

 

ZoekPoëzie 12; Drs.P
Heen & Weer

 

ZoekPoëzie 13: Tan-te Pol-lie
Voor de klei-ne-ren

 

Zoekpoëzie 14: Paul Rodenko
Bommen

 

Zoekpoëzie 15: Paul van Vliet
Meisjes van dertien

 

Zoekpoëzie 16: Joan Hambidge & Elisabeth Eybers
Bloedbanden

 

ZoekPoëzie 17: Marc Chagall & Blaise Cendrars
De dichter (Half vier)

 

ZoekPoëzie 18: Homero Aridjis
Droom in Tenochtitlán

 

ZoekPoëzie 19; Jan Hanlo
's Morgens

 

ZoekPoëzie 20; Slauerhoff (2) versus Schotman
Benard advies

 

 ZoekPoëzie 21; Pablo Neruda
Een witte bungalow op Capri

 

ZoekPoëzie 22: David Shapiro
Empathy for Dave Winfield

 

ZoekPoëzie 23: Maurice Gilliams
Winter te Schilde

 

ZoekPoëzie 24: Saul van Messel
Restaurant

 

 ZoekPoëzie 25: Jacques van Tol
De olieman heeft een Fordje opgedaan

 

ZoekPoëzie 26: Lucebert
Hoop op Iwosyg

 

ZoekPoëzie 27: Sujata Bhatt
The stinking Rose

 

ZoekPoëzie 28: Bert Schierbeek
Remembrandt

 

 ZoekPoëzie 29: Peter Paul Zahl
In naam van het volk

 

ZoekPoëzie 30; Marnix Gijsen & René de Clercq
Mijn moeder was een heilige vrouw

 

ZoekPoëzie 31; Simon Vestdijk & Willem Elsschot
Slachtoffer Marinus van der Lubbe

 

ZoekPoëzie 32; Bertus Aafjes & Han G. Hoekstra
Achter de Ruit (Van Han G. Hoekstra)

 

ZoekPoëzie 33: K.Schippers & J.H.
The value of comma's

 

ZoekPoëzie 34: Denise Levertov
Misschien Geen Gedicht Maar Alles Wat Ik Zeggen Kan
En Ik Kan Niet Zwijgen

 

ZoekPoëzie 35: Ben Cami
Vier uitééngereten kinderen

 

ZoekPoëzie 36: Jan Kal & de kale berg
Mont Ventoux

 

ZoekPoëzie 37; Jac. van Hattum
Modern schilderij van een Fries dorp

 

Zoekpoëzie 38: Martinus Nijhoff & Simon Vestdijk
De ingenieur

 

Zoekpoëzie 39: Slauerhoff (3)
Paschen

 

 

 

 

 

 

Het Paaseiland & een goddeloos pamflet

 

Op zondag 31 maart 1929 was ‘t Eerste Paasdag.
      J.J. Slauerhoff was toen als scheepsarts aan boord van een schip dat zich ergens in het zuiden van de Atlantische Oceaan bevond.
Op die dag schreef hij zijn beroemde gedicht Paschen.
      Dat gaat over ’onze’ ontdekkingsreiziger Jacob Roggeveen, die ruim 200 jaar eerder -op 5 april 1722; ook Eerste Paasdag- een eiland ontdekte in de Stille Zuidzee.
     
Een bijzonder eiland, want er stonden overal grote beelden. Roggeveen noemde het Paaseiland.

Het gedicht begint zo:


Paschen

Zuid-Atlantische Paasch

Ver van klokluidende kerken.

De bemanning hoeft niet te werken,

Het zeil hangt stil aan de raas,

Zoals de wolken in ’t zwerk, en

Van Zondag is niets te merken.


Slauerhoff is -voorzover ik heb kunnen nagaan- nooit op Paaseiland geweest.
      Maar hij was er volgens zijn biograaf Wim Hazeu ’een leven lang door gefascineerd’.
Al op de middelbare school had Slauerhoff een artikel gescheurd uit het tijdschrift De Aarde en haar Volken, dat handelde over het Paaseiland.
      Hij schreef er niet alleen het gedicht Paschen over, maar ook het gedicht Rapanui (1921) en er is een -overigens onvoltooid- verhaal van hem gevonden over de komst van de eerste blanken op het eiland.

 

 

 

Waarschijnlijk is het ook de bijzondere reis van Roggeveen geweest, die hem aantrok.
     
Kijk eens naar het kaartje hierboven.. Via de Canarische eilanden en Trinidad naar Vuurland. Rond Kaap Horn en in de Grote Oceaan kwam hij op Paaseiland (Oster I) terecht. .

 

‘t Is tweehonderd jaar her

Dat Jacob Roggeveen,

Onze laatste zeevaarder.

Op vroegen Paaschochtend alleen

In den Stillen Oceaan

Een groep van drie bergspitsen peilde,

Daarna een grauw eiland omzeilde.

 

Hij zond zijn sloepen aan wal,

Zij vonden geen vruchten, geen vee,

Het water was troebel en brak,

Menschlijk leven ontbrak.

Wel stonden overal

Beelden, uitziend over zee,

Ruw, grootsch en ontevreê .

 

   

 

Was er inderdaad geen menschlijk leven?
     
Het kan zijn dat Slauerhoff hier één van zijn kenmerkende slordigheden heeft begaan.
Want volgens Boudewijn Büch maakte Roggeveen direct na zijn ontdekking van Paaseiland twee grote fouten: Hij claimde het eiland niet voor Holland en hij stond toe dat de scheepslui direct enkele bewoners om het leven brachten.
     
Maar ja; Ook Boudewijn Büch is nogal eens betrapt op leugens en fantasieën.

 

Doodshuizen en grafspelonken,

Donker verwilderd riet,

Afgoden in ’t zand gezonken,

Meren vol troebel water,

Een aschgevulde krater-

Resten, en anders niet.

 

Wel zag men een vlucht gevlekte

Reeën, maar geen werd geschoten,

Wel werden door langgerekte

Echo’s galmgaten ontsloten,

Men hoorde ‘t gekrijsch der gewekte

Dooden- toen vluchtten de booten

 

Jacob Roggeveen was eigenlijk op zoek naar Het Zuidland. Zijn vader Arent, een cartograaf was daar ook al mee bezig geweest.
      Op 1 augustus 1721 vertrok hij met drie schepen.

 

Die het rijk Zuidland zocht

En een dood eiland vond,

Maar den gevaarvolle tocht

Door ’t Onbekende bestond,

Keerde, ziek en gewond,

Werd in Oost-Indië een prooi

Van het Bewind welks octrooi

Hij door zijn wereldreis schond-

Keerde, in zijn geest gewond.

En werd in Holland gehoond.

 

Pamflet

Eerder -al voor zijn reis- was hij in Nederland in opspraak gekomen omdat hij hielp bij het uitbrengen van het goddeloze pamflet ’De val van ’s wereld afgod’.
      Dat verscheen in 1718 in Middelburg, waar het door ’t stadsbestuur in beslag werd genomen en in het openbaar werd verbrand.
      Toch hielp hij daarna bij het verschijnen van de delen 2 en 3.

 

Roggeveen werd inderdaad na zijn aankomst in Batavia gevangen genomen.
        Hij zou het monopolie van de VOC doorbroken hebben.

Maar na zijn terugkeer in Holland volgt de verschijning van deel 4, waarna hij opnieuw grote problemen kreeg en alom verguisd en vernederd werd.

 

 

Veere

 

Hij leefde verder in Veere,

Beschouwd als een godlooze dwaas,

Belasterd door predikanten,

Beloerd van achter het gaas

Van horren met kamerplanten.

Ieder jaar keerde het Paasch,

Maar ‘t eiland nimmermeer.

 

Het was een gevloekte plaats:

Begrijpt men wat er gebeurde

Met het geknakte leven

Van Jacob Roggeveen,

Als men weet dat hij betreurde

Er niet te zijn gebleven,

Daar, in die doodsheid, alleen?

ZoekPoëzie 1: Slauerhoff (1)
Maneschijn te Tsingtao


ZoekPoëzie 2; Natasha Lako
De vier heldinnen van Mirdita


ZoekPoëzie 3: Ursula Krechel
Boetedagen

 

ZoekPoëzie 4; Hugo Claus
Voor Gerrit Kouwenaar

 

ZoekPoëzie 5; Jan Engelman
En Rade

 

ZoekPoëzie 6; Johnny the Selfkicker
Dendermonde 63

 

ZoekPoëzie 7; Carlos Drummond de Andrade
De liefde, natuurlijk

 

ZoekPoëzie 8: James S. LaVilla-Havelin
Silver nights in Rochester

 

ZoekPoëzie 9; Simon de Geus
Jeugdherinnering

 

ZoekPoëzie 10: C.S. Adama van Scheltema
De Dijk


ZoekPoëzie 11: Wyslawa Szymborska
Een bewogen herbegrafenis

 

ZoekPoëzie 12; Drs.P
Heen & Weer

 

ZoekPoëzie 13: Tan-te Pol-lie
Voor de klei-ne-ren

 

Zoekpoëzie 14: Paul Rodenko
Bommen

 

Zoekpoëzie 15: Paul van Vliet
Meisjes van dertien

 

Zoekpoëzie 16: Joan Hambidge & Elisabeth Eybers
Bloedbanden

 

ZoekPoëzie 17: Marc Chagall & Blaise Cendrars
De dichter (Half vier)

 

ZoekPoëzie 18: Homero Aridjis
Droom in Tenochtitlán

 

ZoekPoëzie 19; Jan Hanlo
's Morgens

 

ZoekPoëzie 20; Slauerhoff (2) versus Schotman
Benard advies

 

 ZoekPoëzie 21; Pablo Neruda
Een witte bungalow op Capri

 

ZoekPoëzie 22: David Shapiro
Empathy for Dave Winfield

 

ZoekPoëzie 23: Maurice Gilliams
Winter te Schilde

 

ZoekPoëzie 24: Saul van Messel
Restaurant

 

 ZoekPoëzie 25: Jacques van Tol
De olieman heeft een Fordje opgedaan

 

ZoekPoëzie 26: Lucebert
Hoop op Iwosyg

 

ZoekPoëzie 27: Sujata Bhatt
The stinking Rose

 

ZoekPoëzie 28: Bert Schierbeek
Remembrandt

 

 ZoekPoëzie 29: Peter Paul Zahl
In naam van het volk

 

ZoekPoëzie 30; Marnix Gijsen & René de Clercq
Mijn moeder was een heilige vrouw

 

ZoekPoëzie 31; Simon Vestdijk & Willem Elsschot
Slachtoffer Marinus van der Lubbe

 

ZoekPoëzie 32; Bertus Aafjes & Han G. Hoekstra
Achter de Ruit (Van Han G. Hoekstra)

 

ZoekPoëzie 33: K.Schippers & J.H.
The value of comma's

 

ZoekPoëzie 34: Denise Levertov
Misschien Geen Gedicht Maar Alles Wat Ik Zeggen Kan
En Ik Kan Niet Zwijgen

 

ZoekPoëzie 35: Ben Cami
Vier uitééngereten kinderen

 

ZoekPoëzie 36: Jan Kal & de kale berg
Mont Ventoux

 

ZoekPoëzie 37; Jac. van Hattum
Modern schilderij van een Fries dorp

 

Zoekpoëzie 38: Martinus Nijhoff & Simon Vestdijk
De ingenieur

 

Zoekpoëzie 39: Slauerhoff (3)
Paschen

 

 

 

 

 

 

 

Van Lodewijk Ouwens

De kip, een jammerklacht

 

Zie de kip

 

Vogel: zeker

Maar nooit het luchtruim

de allesverterende drang naar verte

 

Veren: zeker

Maar nooit de trage vleugelslag

het hautaine zweven

 

Uit gebrek bestaat de kip

uit wat zij mist:

De coloratuur van bladgroene zangers

Het potloodventen van pauwen

Het scheurende oog van de havik

Het opgewekt cynisme van kraaien

De hockeydijen van de struisvogel

 

Tegenover de wulpsheid van wulpen

de gierigheid van gieren

stelt de kip haar kippigheid

het blindelings pikken

naar wat beweegt

 

Zoals zij klinkt is de kip:

de tweepotige k

de spichtige i

de prullige p

kip, haar spellen is haar verachten

 

Vel over borst is zij

een zak voor krop en maag en lever

eileiders

een warme zak voor drumsticks

tv boutjes

 

Ach arme naakte kip

het woord is vlees geworden

 

Lodewijk Ouwens is dichter, Neerlandicus, schrijfdocent en zelfstandig adviseur.

Daarnaast is hij een groot natuurliefhebber en vogelaar.

Hij was één van de mensen die mijn ‘roofvogel’ herkenden als verzopen houtduif.

( Intussen bij mijn kreek: 16).

 

Het gedicht is met zijn toestemming geplaatst.

Het is uit de bundel ''Wespenverdrinken en geel cellofaan'', dat eind vorig jaar is verschenen bij uitgeverij Douane in Rotterdam.