Josefien

 

Josefien gaat Sarah zien



Een mooi feest


Volgende week wordt ze vijftig. Josefien. Haar beste vriendin Daphne vindt dat ze daar een mooi feest van moet maken.
      ‘Je ziet maar één maal in je leven Sarah’, had Daphne gezegd.
'En dat MOET je vieren.
      Ik maak wel een spandoek en dat hangen we boven je raamkozijn'.

'Dat is weer eens wat anders dan ’De wijde weide’.

Josefien had haar vriendin een beetje glazig aangekeken. Moest dat nou echt? En dan met zo’n kreet! Een maand geleden hadden ze bij een gezamenlijk uitje in Vlissingen nog hooglopende ruzie gekregen.
      Op initiatief van Daphne was dat weer bijgelegd en daar was Josefien heel opgelucht over geweest. Dan kon ze haar nu toch weer niet tegen de haren instrijken. Maar kon er nu niets anders op dat spandoek?

Dat had Josefien wel eens gelezen. Maar dat vond Daphne natuurlijk te gewoontjes.

‘Wie ga je allemaal uitnodigen?’, vroeg Daphne.

EH… tja’, zei Josefien een beetje geschrokken. Zoveel kennissen had ze niet. Laat staan vrienden.

‘Vraag je die Joost Cornet?’, vroeg Daphne nieuwsgierig.

Josefien kreeg een diepe kleur en begon een beetje te stamelen.
      ‘Nou eh… dat weet ik niet hoor. Daar moet ik nog eens goed over nadenken‘.
Joost was haar direct leidinggevende.
      Chef van de afdeling Financiën van het kantoor van de papierfabriek aan de Prinsengracht in Amsterdam. Laatst hadden ze een afspraakje gemaakt.
      Een hapje gegeten bij Stempels in de voormalige gelddrukkerij van Joh.Enschedé aan het Klokhuisplein in Haarlem en daarna hadden ze nog wat gedronken bij Brinkman op de Grote Markt.
      Het ging allemaal een beetje stroef. Ze hadden voornamelijk over het werk gepraat. Joost was nogal nieuwsgierig geweest wat Josefiens collega’s van hem vonden. Hij had vooral naar de mening van Rietje Meinders gevist.

Josefien had zich op de vlakte gehouden. Ze was op tijd weer op de fiets naar huis gegaan. Haar buurvrouw Laila Hensen wilde meteen weten hoe het geweest was.

‘Is er nog iets gebeurd?’.
      ‘Nee’, had Josefien vastberaden gezegd. ‘Er is niets gebeurd!’.
En toen een beetje agressief:
      ’ Waarom zou er iets gebeurd moeten zijn?’

      ‘Nou rustig maar’, had Laila gezegd.
      ‘Als je een date hebt met een man kan er toch altijd wat gebeuren. Zo gaat dat nu eenmaal in het leven.
      Gelukkig wel’.

Josefien had haar buurvrouw nog eens goed aangekeken. Zij zag er altijd zo mooi en verzorgd uit. Bovendien had zij een vriend -Peter Daamen- die zeker tien jaar jonger was.

      ‘Ik ga Joost wel vragen’, zei Josefien.
      'En Rietje Meinders.
      Laila Hensen natuurlijk en haar vriend dan ook maar.
      Willy Koekenbier, de cheffin in de kantine van de papierfabriek kon ze vragen voor de catering.

Haar oudste zus Betty Hentenaar en haar man moesten ook komen.
      Josje van Dijk en Wout van Dam, die helemaal in het Groningse Thesinge woonden, konden blijven slapen.
      
      ‘En Harry Daudeij?’, vroeg Daphne,’vraag je die ook?’

Ze klonk hoopvol.

Hoewel ze het steevast ontkende wist Josefien dat Daphne viel op Harry.
      ‘Oké ‘, zei Josefien, die er zin in begon te krijgen.
Ineens zei ze:
      ‘Ik weet wat er op dat spandoek moet staan:

 

 

 

 

Het functioneringsgesprek

Nieuwe spullen

Ze weet niet goed wat ze moet aandoen. Josefien. Het is nu zeven uur en om elf uur is haar functioneringsgesprek met Joost Cornet. Dat is haar chef van de afdeling Financiën van het kantoor van de papierfabriek aan de Prinsengracht in Amsterdam.
      Ze heeft een tijdje geleden een geheel nieuwe outfit aangeschaft bij H & M in de Barteljorisstraat. Maar ze heeft dat nog nooit op kantoor aan gehad.
      Joost kende haar zo niet. Misschien zou hij wel denken dat ze hem wilde inpalmen als ze haar nieuwe spullen zou aandoen.

Josefien besluit om ‘normaal’ te doen. Ze is ook behoorlijk zenuwachtig. Al meer dan 25 jaar werkt zij op die afdeling. Nog nooit heeft ze een functioneringsgesprek gehad. Maar volgens haar collega Rietje Meinders was dat tegenwoordig noodzaak.
      Zij was al aan de beurt geweest. Joost Cornet was heel aardig en voorkomend tegen haar geweest.
      ‘Hij beoordeelt je , maar jij kunt ook melden wat je van hem vindt‘, zei Rietje.  
      ‘Bovendien kun je allerlei wensen uiten. Of je iets anders binnen het bedrijf wilt doen bijvoorbeeld. Of dat je meer geld wil verdienen.’

Een beetje verliefd  

Josefien had daar behoorlijk lang over nagedacht. Ze was in stilte een beetje verliefd op Joost. Maar dat kon ze tijdens zo’n officieel gesprek toch niet zeggen?
      Bovendien keek hij nogal vaak naar Rietje Meinders als hij op de afdeling was.
      ‘Zou Joost daar wel eens iets van gemerkt hebben?’
      ‘Was hij eigenlijk getrouwd?’. Hij sprak nooit over privé zaken.

Als het eindelijk zo ver is komt er een uiterst vriendelijk gesprek. Joost zegt dat hij zeer tevreden over haar is. Ze werkt snel en consciëntieus. Zij beoordeelt heel streng de vaak hoge declaraties van de buitenland-vertegenwoordigers en geeft op tijd de planten water.

En dan ineens vindt ze haar zelfvertrouwen terug.

Een date  

Joost is duidelijk ingenomen. Verrast door die ommekeer. Hij schenkt haar nog een kopje koffie in, kijkt haar taxerend aan en zegt:
      ‘Mag ik je nog iets vragen als we het officiële deel achter de rug hebben?‘.

Josefien krijgt opnieuw een kleur.
      ‘Eh .. Ja natuurlijk!’.

Joost maakt een eind aan het functioneringsgesprek met een korte samenvatting.
      ‘Je krijgt het nog op schrift’.

Hij kijkt haar weer indringend aan en gooit het eruit: 
     ' Zullen we deze hernieuwde kennismaking op een meer informele manier voortzetten?‘
     

‘Je bedoelt dat je een afspraakje met me wil maken?’, zegt Josefien een beetje ondeugend..
     

       ‘Eh.. Ja… Zoiets ja. Eigenlijk wel’, zegt Joost.
      ‘Goed’, zegt Josefien.
      ‘Komend weekend?’

Ze maken een afspraak.

Als Josefien het kamertje verlaat en op haar afdeling terugkeert kijkt ze even triomfantelijk naar Rietje Meinders.
      ‘Ze moest eens weten!’.

 

 

 

 

 

 

Een uitje in Vlissingen

Koetjes & kalfjes


Ze heeft de trein genomen. Josefien. Met haar vriendin Daphne. Zomaar.
      Van Haarlem naar Vlissingen.
Ze is in haar nieuwe outfit. Zwarte klokrok, zwarte blouse, wijnrood vestje, wijnrode panties, zwarte enkellaarsjes, zwarte trenchcoat.
      Ze lopen over de Boulevard Bankert en zien tankers en containerschepen langstrekken. Af en toe gaat er een loodsbootje naar een schip en zien ze een loods aan boord stappen.

Voor hotel-restaurant De Leugenaar blijven ze staan.
      ’Zullen we even naar binnen gaan’, zegt Daphne.

      ’Iets drinken, hapje eten, even bijpraten.
       Ik wilde je toch nog iets vragen’.


Vrolijke mevrouw  

Ze gaan zitten aan een tafeltje bij het raam. Een vrolijke mevrouw komt naar hun toe. Rood schortje voor, frivole bril.
      ’Hallo, ik ben Sonja. Wat zal het zijn? Als je koffie neemt, heb ik er hele bijzondere bonbons bij.
      Of -en ze kijkt op haar horloge- zijn jullie al aan iets stevigers toe?
Ik dacht het eigenlijk wel!
      Toch?
Wijntje, likeurtje. Kopje koffie met een cognagje?
      Zeg het maar hoor. Zeg het maar gewoon tegen Sonja‘.

      ‘Wat zullen we doen’, zegt Daphne.

Maar het dringt nauwelijks tot haar door. Josefien. Ze heeft een kleurtje en windt zich op.Trekt met haar lippen, tuit haar mond.

      ‘Wat zeg je?’.

      'Wat zullen we nemen?, zegt Daphne enigszins geprikkeld.

      ‘Ik eh … ik weet het nog niet!

‘Kom dames’, zegt Sonja.
      ‘Ik kan hier niet blijven staan. Het is behoorlijk druk. Dat zien jullie toch ook wel. Nou!’

Daphne wijst naar het leien bordje en zegt:
      'Ik wil mosselen. Met drie verschillende sausjes en frietjes. En een droge witte wijn.

‘Goed zo’, zegt Sonja.
      ‘En jij mevrouw in het zwart?’, zegt ze.

      ‘Eh..ja doe mij dat ook maar’, zegt Josefien.

En direct tot Daphne:
      ’Wat wil je me dan vragen?’

‘Nou’, zegt Daphne.
     
‘Laatst vertelde je dat je in jouw jeugd de staart van de koeien omhoog moest houden van boer Kees. En dat hij je dan een beloning gaf. Dat hij lief voor je was.
      Eh… wat deed hij dan?’

Josefien kijkt haar vriendin aan. Ontsteld.
      ‘Oh niets bijzonders’, zegt ze snel.

Daphne neemt haar op.
      ‘We zitten hier bij De Leugenaar, maar dat wil nog niet zeggen dat jij een potje moet liegen’.


We Gaan!  

Sonja komt met de glazen wijn.
      ’Wat is er allemaal aan de hand. Kunnen jullie je ruzie niet ergens anders uitvechten!‘.

‘Kom’, zegt Daphne. Ze pakt Josefien onder haar rechterarm, trekt haar omhoog en zegt:
      ‘We gaan!’.

 

Een nieuwe outfit


Geslaagd bij H & M
 

Zij staat nu al een kwartier voor de grote spiegel. Josefien. Ze is volledig in het nieuw. Met haar beste vriendin Daphne en haar modebewuste buurvrouw Laila Hensen heeft ze gisteren inkopen gedaan. Winkel in, winkel uit.
      Tot ze bij Hennes & Mauritz in de Barteljorisstraat geraakten. Daar waren ze geslaagd. Tenminste: dat vond Laila en Daphne zei dat ze het ermee eens was.
      Zelf wist ze het eigenlijk niet. Ook nu nog niet. Daar stond een mevrouw, die ze niet kende.
      Nog nooit had ze er ZO uitgezien.
      Josefien.
      Nog nooit!

Van de andere kant: Ze moest toegeven, dat 'het' wel wat had. Chique.
      Volgende week had ze op het kantoor van de papierfabriek aan de Prinsengracht in Amsterdam een functioneringsgesprek met haar direct leidinggevende Joost Cornet, hoofd van de afdeling Financiën.
      Ze was een beetje verliefd op hem. Maar daar wist hij natuurlijk niets van.


Verleidelijke knoopsluitingen  

Ze pakt haar zwarte trenchcoat en doet de dubbele knoopsluiting dicht. Trekt de afneembare ceintuur om haar taille. Handen losjes in de steekzakken, waarop een klep en een knoopsluiting zitten. Bandje met nog een knoopsluiting onder aan de mouw. Epauletten.
      ‘Die knoopsluitingen zijn heel verleidelijk’, had Laila gezegd.

Daaronder draagt ze een zwarte blouse. Een getailleerd model met ronde kraag. Korte kapmouw met rimpeleffect. Daarover een wijnrood vest. V-halsmodel.
      Geribde rand onder aan het vest en de mouw. Zachte fijn gebreide kwaliteit.

 

Zwarte klokrok  

Voor ’t eerst in twintig jaar heeft ze weer eens een rok aan. Zwart. Klokkend model. Rond gesneden figuurnaden onder de rokband.
      Rits achter. Geheel gevoerd, want het is immers winter.

Onder haar blouse -het is echt waar- draagt ze een zwarte push-up BH; onder haar rok een zwarte halve string.
      Gestreepte wijnrode panty’s en zwarte enkellaarsjes met een hak en een ritssluiting opzij, completeren het geheel.

Ze heeft ook een nieuwe bril met een Avanzi-montuur.
      ‘Een passende uitstraling’, vindt Laila. 

Gek toch, dat het er vandaag anders uitziet dan gisteren, toen Daphne en Laila erbij waren.
      En die hakken! Daar kan ze toch bijna niet op lopen. Maar àlà

 

 



AANGETEKEND  

Ze schrikt. Josefien. De post heeft een aangetekende brief gebracht. Afzender is haar werkgever; de papierfabriek, waarvan het kantoor gevestigd is aan de Prinsengracht in Amsterdam. ‘Wat kan dat toch zijn?’.
       Ze weet dat we leven in een tijd van recessie en dat er een economische crisis op komst is. Het gonst van de geruchten binnen het bedrijf. Bezuinigingen zouden er komen. Ontslagen wellicht.

Josefien durft de brief niet te openen. Ze werkt al meer dan 25 jaar bij het bedrijf. Zo makkelijk konden ze haar toch niet ontslaan. En wat moest ze dan gaan doen? Een ww-uitkering? De Bijstand? Ander werk zoeken?
      ‘Rustig’, zegt ze volkomen opgefokt. ‘Rustig blijven’.
Dan begint ze hardop aan haar oefeningen, die haar zelfvertrouwen moeten bezorgen.

      ’Ik ben voor succes geboren.
      Ik ben voor succes geboren’.

De bel gaat. Ook dat nog. Ze doet de deur open. Daphne. Haar beste vriendin. Tenminste tot voor kort. Daphne had laatst de telefoon op de haak gegooid, nadat ze Josefien had toevertrouwd dat ze maar eens aan zichzelf moest gaan werken. Dat ze meer zelfvertrouwen moest krijgen en niet meer zo ‘oenig’ moest doen.
      Eigenlijk wist ze niet precies wat dat betekende. Oenig. Ze had het opgezocht in de dikke van Dale.
      ‘Onbenullig’, stond daar. ’Dom, sullig, stom’. Dus dat vond Daphne.
En dat noemde zich haar vriendin. Nou ja zeg!‘
     
      
'Tegen wie had je het?’, vraagt Daphne.
     
       ‘Hoezo?’
    
       'Ik hoorde je toch praten? Je had het over succes'.

Josefien krijgt een kleur.
     
      'Eh... dat zijn mijn oefeningen'

      'Wat voor oefeningen?'


      'Nou gewoon'', zegt Josefien. 'Oefeningen'.

      'Oh', zegt Daphne. 'Gewoon oefeningen'.

En dan herhaalt ze het nog eens op luide toon.

      'WAT VOOR OEFENINGEN?'


VERGEELD BOEK  

Josefien besluit het er allemaal uit te gooien. Ze pakt het vergeelde boek van haar moeder.
      ‘’Practische psychologie. Hoe uw onderbewustzijn te activeren’.
‘Ik moet van jou toch aan mezelf werken. Meer zelfvertrouwen krijgen. Nou volgens dit boek van mijn moeder moet ik dan een paar keer per dag hardop dit zinnetje herhalen:
      ’Ik ben voor succes geboren’.

Daphne kijkt haar verbaasd aan. En ook zij gooit het eruit.
     
      ‘Ben je niet te oud voor die flauwekul. Bullshit is het. Denk je nou echt dat dat werkt. Mijn god; je bent er nog erger aan toe dan ik dacht’.

Josefien kijkt haar vriendin verschrikt aan en begint een beetje te huilen. Ze pakt de ongeopende enveloppe en geeft hem aan haar vriendin.
      ‘Hier kijk maar. Ik ben nog ontslagen ook’.

Daphne scheurt de enveloppe open en leest de laatste regels: 
     
’Nodig ik u uit voor een functioneringsgesprek.
      Hoogachtend: Joost Cornet; Hoofd Financiën’.

      ‘Zie je het nou’, zegt Daphne. ‘Jij raakt altijd in paniek. Denkt altijd het ergste. Ook als er niets aan de hand is. Maar ik ga jou klaarstomen voor dat gesprek.
      We kopen leuke nieuwe kleren, we zoeken een pruik voor je uit en je moet ook maar eens aan de contactlenzen. Of beter: laat ze laseren. Dat kan je dit jaar nog aftrekken ook'.

VERSE STRONT  

Josefien stokt. Laseren? Wat was dat ook weer.
Ze kijkt haar vriendin even aan. Dan kijkt ze naar buiten. Daar ligt de Hekslootpolder waar ze zo van houdt. Het groen, de koeien, de vogels, de geur van verse stront.

Ineens voelt ze zich opgelucht en zegt tegen een verbouwereerde Daphne:

      'Vroeger toen ik klein was werden die koeien nog met de hand gemolken.
       Ik mocht dan altijd de staart omhoog houden als ze moesten poepen'.

Ze zucht.
      Vergeet Daphne even en ziet boer Kees voor zich.
      Boer Kees, die altijd zo lief voor haar was als ze de staart omhoog had gehouden.