De koelbox


BELEGDE BROODJES & FRISDRANK  


Josefien en haar vriendin Daphne fietsen naar de Kennemerduinen bij Haarlem. Ze hebben een grote koelbox bij zich met daarin belegde broodjes, cakehapjes, fruit en drankjes. Bestek, bordjes en kommetjes zitten er ook in. 
      Voordat ze bij die idyllische plek in de duinen gaan picknicken, besluiten ze eerst een wandeling te maken. Ze willen bij Parnassia doorsteken naar het strand.
      Maar ja; het loopt een beetje lastig met zo’n koelbox.

Bij de fietsenstalling is een container, waar de mensen hun afvalzakken in kunnen deponeren. Josefien kijkt erin en zegt: ‘helemaal leeg’. 
      ‘Ze zijn waarschijnlijk net langs geweest’, zegt Daphne.

Ze kijken elkaar aan en besluiten de box even in de container te stallen. Als ze na een uurtje terugkeren zien ze de vuilniswagen wegrijden. De koelbox is uit de container verdwenen.
      Josefien is ontsteld en begint een beetje te huilen.
      ‘We moeten er achter aan’, zegt Daphne. ‘Vlug’.

Ze springen op hun fiets, maar zien de wagen in de verte verdwijnen. Een man met hond, die het allemaal gevolgd heeft en zich voorstelt als Freddy Abbink, zegt dat de wagen waarschijnlijk naar de vuilnisbelt gaat.
      Hij legt uit waar dat is.
Als de dames aankomen zien ze inderdaad de wagen. Ze schieten de chauffeur aan, die lachend vertelt, waar ’ie zijn lading gedumpt heeft.
      Josefien wordt kwaad, gaat stampvoeten en roept heel hard: ’Dat is anders helemaal niet om te lachen hoor’.
Ze begeeft zich onvervaard in de afvalhoop, begint als een konijn te graven in de berg, waarin ook kapotte afvalzakken liggen.  Even later haalt ze triomfantelijk de koelbox tevoorschijn. Met blutsen aan alle kanten en onder de modder. 
     

’Zullen we die broodjes nog opeten?’, vraagt zij aan haar vriendin.