De slaapkamerkast

Van Haarlem naar Thesinge

Josefien heeft via Marktplaats een antieke slaapkamerkast gekocht. Ze moet van haar woning aan de Vondelweg in Haarlem naar de heer en mevrouw Wout van Dam en Josje van Dijk, die in het Groningse plaatsje Thesinge aan de G.N. Schutterlaan wonen.
      ‘Door de polders langs Almere naar Groningen; de N 360 richting Delfzijl en dan de afslag Thesinge nemen’, had meneer van Dam gemaild.

Josefien is een beetje zenuwachtig. Ze rijdt eigenlijk nooit zulke grote afstanden. Bovendien is het de eerste keer dat ze met een boedelbak achter haar Volkswagen Golf moet rijden.
      Ze heeft haar vriendin Daphne gevraagd om mee te gaan. Dat is niet alleen gezellig, maar Daphne heeft een TomTom en weet ook nog hoe je die moet instellen. Bovendien kunnen ze de kast dan met z’n tweeën inladen en vastmaken.

De heenweg verloopt voorspoedig. Als Josefien de kast ziet valt het ding haar tegen. De kast is kleiner dan ze gedacht had en ziet er een beetje te nieuw uit. Maar ze durft daar niets van te zeggen ook al omdat Daphne in een kamer vol met cactussen, heel enthousiast met Josje van Dijk over kleer- en ladekasten praat.
Zo te horen heeft Josje er veel verstand van.
      ‘En dat voor maar 895 Euro’, hoort ze haar vriendin zeggen.

De kast wordt met dikke touwen in de boedelbak bevestigd, waarna Josefien en Daphne weer richting huis gaan. Ze rijdt de Schutterlaan uit richting Molenweg tot de donkere stem van de TomTom klinkt.

      ‘KEER OM. KEER OM’. Luid en duidelijk.

Josefien stopt bij een boerderij en gaat op de Molenweg keren.
      Ze heeft dat nog nooit met een aanhanger gedaan en begrijpt niet dat ze moet tegensturen.
      ‘Stop’, roept Daphne. ‘Stop. Je moet de andere kant opsturen’.

Josefien gaat op haar rem staan en ziet dat de boedelbak haaks achter haar auto hangt.
      ‘Langzaam weer optrekken’, zegt Daphne.

Josefien is echter in paniek. Van rechts komt een auto die er niet door kan. De boer en boerin zijn naar buiten gegaan en kijken het allemaal aan.
      Ze doet haar linkerportier omlaag, steekt haar hoofd uit het raam en laat haar koppeling zó snel opkomen dat de motor afslaat.
      Ze probeert opnieuw te starten maar is inmiddels zo in de war en opgefokt, dat ze per ongeluk het knopje van de elektrische vergrendeling indrukt. Terwijl haar hoofd nog buiten het portier is, komt het raam langzaam omhoog.

En daar zit ze: Josefien. Geschaard op een weg in Thesinge Groningen. Beklemd met een raam in haar kin. Een raam bovendien dat drukt en nog hoger op wil.

Daphne blijft rustig en drukt het knopje weer in.
      Josefien schokt en huilt.

      ‘Laat mij het maar doen’, zegt Daphne.