De kinderwagen

  

DECLARATIES & PLANTEN  

Josefien werkt al meer dan 25 jaar op het grote kantoor van de papierfabriek aan de Prinsengracht in Amsterdam. Zij is medewerkster van de afdeling Financiën. Zeer gewaardeerd, want ze let niet alleen streng op de declaraties van de buitenland-vertegenwoordigers; ze geeft ook iedere dag de planten water.
      Aan de overkant van de gracht is een dépendance, waar zich ondermeer de kantine bevindt. Iedere middag trekt een stoet kantoorpersoneel over de gracht en gaat via een bruggetje naar de overkant.

In de kantine kan goed gegeten worden. Cheffin Willy Koekenbier stelt er een eer in om iedere dag iets bijzonders aan te bieden. Artisjokken met lekkere sausjes, gegratineerde mosseltjes, dim-sum hapjes of gegrilde kikkerbilletjes. Hapjes waar Josefien overigens zelf niets van moet hebben.
      ‘Bah’, zegt ze dan. ‘Geef mij maar een bamibal’.

Er zijn nog veel medewerkers, die cash betalen. Josefien moet na de lunchpauze het geld ophalen. Daarvoor heeft ze een oud koektrommeltje aangeschaft.
      Josefien is een beetje bang.
      ‘Je weet het maar nooit met al die agressie, criminaliteit en verhalen over buitenlanders, die met wapens rondlopen’.

Als ze een aantal keren het bruggetje over is geweest, neemt zij een besluit.
      Ze koopt op een rommelmarkt een tweedehands kinderwagen. En ook een grote pop.
Iedere middag legt ze de pop in de wagen en begeeft zich zo over de Prinsengracht. Het trommeltje met geld stopt zij op de terugweg onder de dekens.
      Josefien voelt zich zo heerlijk beschermd.

Maar dan is daar ineens die donkere buitenlander..
      Hij stapt op haar af en vraagt waar het Anne Frankhuis is.
Josefien schrikt. Ze vertrouwt het niet en stamelt maar wat in haar niet vlekkeloze Engels.
      De man kijkt haar enigszins bezorgd aan, buigt zich voorover en kijkt in het wagentje, waar hij de pop ziet liggen.
Hij richt zich heel direct tot Josefien, die plotseling heel bang wordt.
      Ze laat haar wagentje op straat staan en snelt in paniek de gracht over naar de ingang van het kantoor.

De man staart haar verbaasd na. Hij kijkt nog eens in de wagen, haalt de pop eruit en besluit wagen & pop naar het kantoor te brengen.
      De door Josefien gealarmeerde portier John Schellings neemt alles in ontvangst.
Hij begin een beetje te lachen.

Josefien zit volkomen overstuur op een stoeltje.
      Ze huilt.