Goedemorgen

 

Even rust

 

Ik stop er een tijdje mee. Even rust.
      Mooie vakantie; zachte dagen     

Hervatting op maandag 6 september.
      Tot die tijd plaats ik af en toen een reiskiekje en herhaal een paar bijdragen.

Dit keer Salla Lapland & Ton van der Graaf (12 december 2007)

 

Goedemorgen!

 

Van Voorburg naar Tiengemeten

 


Een ongewenst ijsvogeltje

 

 

Op 10 mei 2007 werd het eiland Tiengemeten officieel geopend en tot natuurgebied verklaard door minister Gerda Verburg. Het eiland ligt in het Haringvliet tussen de Hoeksche Waard en Goeree-Overflakkee. Het eiland is nu onderdeel van het Natura 2000 programma van de EU. Alle Europese lidstaten is gevraagd waardevolle natuurterreinen op hun grondgebied met elkaar te verbinden, zodat flora en fauna zich straks over heel Europa kunnen verspreiden.

 

Ik woon sinds 1986 op Tiengemeten en schreef een boekje over mijn ervaringen op dit geïsoleerde eiland en de veranderingen die de nieuwe natuur brengt.
      Het boekje kwam begin mei 2007 uit. (Voorwoord Geert Mak)

LEPELAARS & KLUTEN  

Tiengemeten was een agrarisch gebied waar negen boeren op ruim 750 hectare binnendijks gebied hun brood verdienden. In februari 2005 vertrok de laatste boer met zijn familie en werd het eiland in twee jaar tijd getransformeerd tot een zoetwatergetijdenlandschap. De zuidelijke dijk is afgegraven waardoor het water van het Haringvliet vrij kan stromen over een deel van het eiland. Er ontstaan grote ondiepe waterplassen.
      Prompt zwemmen wilde zwanen over de voormalige akkers, klepperen groepen lepelaars opgewonden met hun snavel, laat de kleine zilverreiger zich zien, dalen vele soorten eenden in het ondiepe water en vinden opvallend veel kluten dit nieuwe foerageergebied.

 

GRAUWE GORZEN

Op de oostpunt van het eiland gaat Natuurmonumenten met kleinschalige akkerbouw oude graanteelten opnieuw introduceren, zoals wintergraan, gierst, spelt en zomertarwe. Dat gebeurt natuurvriendelijk en ouderwets met Zeeuwse trekpaarden voor de ploeg. Groot zal de oogst niet zijn want reeën en ganzen worden niet van de velden geweerd

                                                                                                        In november 2007 graaft een machine een zes meter brede strook tussen deze akkers en de sloten zo’n dertig centimeter af, want akkervogels hebben het moeilijk in Nederland. Natuurmonumenten zaait deze stroken vervolgens in met kruiden, die in een Zeeuws akkerreservaat zijn gewonnen. Hierdoor zullen in het voorjaar van 2008 vele grauwe gorzen, patrijzen, veldleeuweriken en andere akkervogels naar het eiland trekken.
      Tiengemeten wordt op deze manier steeds aantrekkelijker voor vogels

Bij de uitgave van mijn boekje werd ik geïnterviewd door Marcel van Lieshout van de Volkskrant. Hij begint zijn artikel op een originele manier;
      “Zeven vaste bewoners kent het Zuid-Hollandse Tiengemeten en één van hen is nu al in staat van verwarring over de nieuwe natuur op het eilandje.Ton van der Graaf woont er al 21 jaar en wordt sinds kort gefopt door een vogel die klanken uitstoot die verdacht veel lijken op de ringtoon van zijn mobieltje. Mooi dat hij herhaaldelijk voor niets naar zijn telefoontje is gehold.”

 

Ik kreeg via de mail veel reacties op dit citaat. Hieronder twee voorbeelden;

-------------------------------------


                                                                                                              
VOGELKENNER  

Een vogelkenner heeft bij mij in de tuin geconstateerd dat het hier om een spotvogel gaat. Een zomergast die variërend en constant luid imiterend tientallen andere vogels kan nadoen waaronder de merel en de spreeuw en dus ook mijn telefoon.

In de oude polder aan de oostkant van Tiengemeten wonen H. en C. in een prachtige oude boerderij.
      Ze hebben veel energie gestoken in het opknappen van zowel de stee als de grote tuin rond de boerderij. Een prachtige tuin, de mooiste van het eiland, waar je tegen de avond in de schemer de ransuilen ziet vliegen tussen de oude vijgenbomen, kronkelwilgen, bamboe en veel bijzondere planten langs een grote vijver vol met vis.

 

Foto: Corné van Oosterhout

KLEURRIJKE VISJAGER

Deze vijver is door de ijsvogel ook ontdekt. De prachtige, kleurrijke visjagende vogel leeft ook op Tiengemeten, maar je ziet hem zeer zelden.Bij de grote haven zit er één, maar die heb ik maar twee keer gezien. Ze zijn schuw en vliegen zó snel (tachtig kilometer per uur) dat je ze meestal slechts in een flits ziet. Een echte vogelaar noteert het met trots als hij er één heeft gesignaleerd.
      H. en C. zitten vaak aan een zelfgemaakte tafel bij het raam met uitzicht op de tuin.Twee meter van het raam ligt de vijver. Dagelijks zien zij daar een ijsvogel zitten op een paaltje anderhalve meter van het raam. En dagelijks zien zij van zo dichtbij de vogel meermalen het water in duiken en altijd met een visje in zijn bek weer bovenkomen. Niet voor niets luidt zijn naam in het Engels ’Kingfisher’.
      Veel vogelaars leggen zo € 10,- neer om een uurtje aan hun tafel te mogen zitten, fototoestel in de aanslag.
      Maar C. heeft een groot hart voor dieren en zij vindt het zielig voor de visjes. Dus iedere keer als de mooiste vogel van Nederland op háár paaltje gaat zitten, rent zij naar buiten om hem weg te jagen!
      Dat lukt natuurlijk, maar de ijsvogel is hardnekkig en komt dagelijks terug.

Stelt u zich nu eens het gezicht voor van vogelkenner en natuurgids Rob die een paar maal per week vogelaars op Tiengemeten rondleidt, toen C hem benaderde met de vraag;

     
”HOE KOMEN WE IN GODSNAAM VAN DIE IJSVOGEL AF?!”

 

 

 

Salla Lapland (Zomer 2005)

 

 


Even Rust

 

Ik stop er een tijdje mee. Even rust.
      Mooie vakantie; zachte dagen.

Hervatting op 22 augustus.
      Tot die tijd zal ik af en toe een reiskiekje plaatsen en een bijdrage herhalen.

Dit keer: Père-Lachaise Parijs & Anne Frid de Vries (28 september 2007)


Goedemorgen!

Van de Sallandse heuvelrug naar de bergen van Judea

 Anne Frid de Vries (Nijverdal 1966) woont sinds 1998 in Israël. Heeft een dubbele nationaliteit, net als vrouw Rachel en de kinderen Jonathan (2.5) en Itamar (6). Spreekt vloeiend Hebreeuws, werkt in de Israëlische hi-tech industrie en is niet van plan om ooit naar Nederland terug te komen.

De spaarzame vrije tijd wordt gevuld met het luisteren naar podcasts en daar wordt dan weer over geschreven in
een blog. 

     
Hij schrijft veel over de marathoninterviews van de VPRO en de interviews van Martin Simek op de RVU. Ik vind dat nogal opmerkelijk en vroeg hem naar het hoe en waarom:
      ‘Van een nijver dal naar een heilig land’.

 

 

 

Half-Nederlands in Israël

 

Het is lekker om Israëli te zijn. Het is handig om goed aangepast te zijn. Er is een wereld van nieuwe mogelijkheden, die de taal en de cultuur me bieden en ik ben trots op dat blauwe paspoort. Dat rode paspoort heb ik niet weggedaan. Nederlander ben ik ook nog steeds.
      Ik heb de Nederlandse taal nog; ik draag mijn geschiedenis met me mee. Ook al voel ik me bevrijd van Nederland, op mijn manier ben ik vanaf het begin van mijn verblijf in Israël aansluiting blijven zoeken met Nederland, mijn Nederland.

Er zijn genoeg dingen die ik geprobeerd heb en waar ik mee opgehouden ben. Er is hier een Nederlandse gemeenschap, waar ik me liever verre van houd. Ik kijk wel eens op
www.uitzendinggemist.nl maar de TV kan me uiteindelijk gestolen worden. En elk jaar gooi ik de uitnodiging van de ambassade voor een borrel op Koninginnedag ongeopend in de prullenbak.
       Op één van de vele omzwervingen op het internet ontdekte ik de archieven van Simek 's Nachts en daar ben ik naar blijven luisteren. Op die manier ontdekte ik podcasting en naast vele Engelstalige podcasts, luister ik trouw naar Simek op podcast en verder de nodige VPRO programma's. Dat is het Nederland in mij.

Er is een bepaalde coherentie met toen ik nog in Nederland woonde. Als ik mijn moment weet te vinden en een interview van Simek beluister of een marathoninterview, dan lijkt dat heel erg op vroeger. Ik draag een diepe nostalgie mee naar dinsdagen in 1989.
      Ik was student. Ik stond 's ochtends heel vroeg op en studeerde vlijtig in een poging het werk al tussen de middag klaar te hebben en dan begon de pret, VPRO radio. Met God zij met ons, Passages Passanten, Het spoor terug, interviews van Wim Kayzer en Max Pam, een uur Ischa, wat al niet.
      Sommige interviews van Wim Kayzer heb ik opgenomen en de bandjes beluisterde ik sinds 1989 nog vaak. Wagenaar, Dessaur, Rentes de Carvalho, Schillebeeckx. Als het mooi weer was, ging ik tussen drie en vier de deur uit. Dan wandelde ik van mijn studentenkamer in Oud-West naar de Plantage Middenlaan, café Eik en Linden. Op het bovenzaaltje schaarde ik me onder het publiek om live bij Een uur Ischa aanwezig te zijn.


PODCASTS


 Daar lijkt het luisteren naar die podcasts dus op. Dat is mijn persoonlijke smaak die ik meegenomen heb naar hier en die wezenlijk dezelfde is gebleven. Als de smaak zich ontwikkeld heeft, niet in het minst onder invloed van het Israëlische, dan komt dat in zekere zin tot uitdrukking in mijn voorliefde voor Martin Simek.
      Er is iets dat ik in hem herken en dat hij in zijn interviews ook vaak uitdraagt. Dat is het hybride, de drager van de meervoudige identiteit, Nederlands, Tsjechisch en een vleugje Italiaans. Ik voel mee met dat beurtelings zich identificeren met Nederland en de Nederlandse cultuur en er meteen weer als een buitenstaander naar kijken.
      Op dezelfde manier werd ik meegezogen in de marathoninterviews met
Rudi Kross, Lea Dasberg en Albert Helman.

Simek wordt nog fascinerender wanneer hij een gast heeft met dezelfde dubbele inborst. Het tweeluik van Mohammed Jabri staat mij nog in het geheugen gegrift. Probeert Jabri van Simek een Nederlander te maken, dan is hij een Tsjech en probeert Jabri heel erg Marokkaans te zijn, dan neemt Simek het op voor Nederland. De emoties lopen zo hoog op in het eerste deel dat de mannen bijna met elkaar op de vuist gaan.
      Dat is ook de reden dat er een tweede deel werd opgenomen. Daarin blijken ze beiden on-Nederlands te zijn, of half-Nederlands, zoals ik het ook ervaar. Heel luchtig stappen ze over de ruzie van de vorige uitzending heen en kunnen kameraden zijn. Daar is het volbloed Nederlands niet erg goed in.
      De omgang met heftige emoties ligt de Nederlander niet erg en als het niet lukt om ze eronder te houden, dan slaan ze diepe wonden en geeft dat licht aanleiding tot hardnekkige wrok. Geen basis om na flink schelden vrolijk verder te praten. Ik kon het ook nooit, tot ik het in Israël leerde. Dat is ook het leuke voor een hybride mens: je hebt een breder palet om uit te kiezen.

Dat echte (nou ja) Nederlanders daar absoluut niet mee overweg kunnen wordt nog wel het best duidelijk in het interview dat Simek met Rita Verdonk had. Daar ging het fout, maar vervolgens kwam het ook echt niet meer goed. Simek rekende het zichzelf aan, maar ik geef de schuld aan Verdonk, die afgrijselijk verkrampte bij een emotionele reactie op haar standpunten en beleid.
      De RVU wist er ook geen weg mee en het interview is uit Simeks archief verdwenen. Maar ik heb de mp3 nog - voor wie eens lekker kromme tenen wil trekken. Zo kom ik steeds weer bij Simek terug, ook als ik hem wat minder vind. Met hem, blijf ik op mijn manier Nederlander.

 

Père-Lachaise Parijs (Zomer 1986)


 

 

 

 

 

 

Even rust

 

Ik stop er een tijdje mee. Even rust.
      Mooie vakantie en zachte dagen.

Hervatting weblog op 22 augustus
      Tot die tijd plaats ik af en toe een reiskiekje en herhaal eerdere bijdrages.

Dit keer HongKong & Kok de Geus (23 maart 2008)

 

Goedemorgen! 

 

Van Rotterdam naar de Hoeksche Waard

 

      Kok de Geus (Rotterdam 1943). Vanaf 1973 woonachtig in de Hoeksche Waard maar  nog steeds veel in Rotterdam. Sinds 3 jaar geen noemenswaardige betekenis meer voor de samenleving (Vutter).
      Altijd de behoefte om kleine dingen groot te maken en grote dingen klein.
     

       'Als ik kon schilderen zou ik schilderen, als ik kon dichten zou ik dichten, als ik muziek kon maken zou ik saxofoon spelen, als ik kon schrijven zou ik niets anders meer doen.
      Tot die tijd af en toe een poging om contact te houden met de buitenwereld'.

       Uw bloghouder schreef een stukje over de mooiste smartlap van Nederland: Ketelbinkie

  Bij Kok de Geus kwamen toen deze herinneringen naar boven.

 

 

 

Toen wij van Rotterdam vertrokken


Ben je in Rotterdam geboren en een straatjongen van zestien jaar dan kan je niet anders dan het ruime sop kiezen. Bijna 50 jaar geleden monsterde ik aan op de SS Drente, een oude schuit van de Rotterdamse Lloyd.
      Op 16 oktober 1960 werd ik door mijn moeder en mijn drie jaar oudere zus naar de Jobshaven gebracht. De datum weet ik nog ,omdat mijn zus jarig was
Toen ik over de reling hing en de trossen werden binnengehaald had ik nog nooit van het woord ketelbinkie gehoord. Ik was immers aangemonsterd als dekjongen.
      Mijn moeder durfde ik niet te zoenen omdat ik dat sowieso al een tijd niet meer deed. Eénmaal los van de wal kreeg je dat vreemde gevoel in je keel en in je buik; het idee om pas na 6 maanden terug te komen zal daar wel mee te maken hebben.

Al snel brak ik het zeemansrecord van de Rotterdamse Lloyd. Varend langs het Marconiplein kreeg ik al kotsneigingen. De matrozen noemden mij ketelbinkie. Het begrip dekjongen was nieuw. Waarschijnlijk had de maatschappij de nieuwe functie nog niet gecommuniceerd met de overige varensgezellen. 
      Toen ik de matrozen verteld had dat ik dekjongen was en geen ketelbinkie, begrepen ze goed wat voor type ik was. In de messroom hoorde ik ze al smoezen: ‘we zullen die ketel maar eens gelijk zijn plaats wijzen‘. De rest van de reis was het dus KETEL; geen ketelbinkie en zeker geen dekjongen.

De werkzaamheden van een ketel had ik niet begrepen tijdens mijn sollicitatiegesprek bij de rederij. Met het woord dekjongen had ik mijzelf al zien staan aan dek met mijn linkerhand boven de wenkbrauw, zoals de Indianen naar de bisons staarden. Neen, het ging om eten halen voor de matrozen en de olielui en daarna de hele boel afwassen.
      ’s Ochtends vroeg eerst de tafels dekken, dan de mensen gaan porren, na het ontbijt afwassen, bedden opmaken, hutten dweilen, schijthuizen boenen en weer tafels dekken, afwassen en ga zo maar door. ’s Avonds na het eten tot een uur of tien drank voor de zeelui verzorgen.

Naast het kotsen moest ik er de eerste weken een nieuwe taal bij leren. Olielui was een verzamelnaam voor stokers, oliemannen, handlangers en poetsers. Aan dek werkten, matrozen, onder- de-gages en lichtmatrozen.
      De onderofficieren waren een bootsman, een voorman, een timmerman en een lampenist. Je moest het maar even weten.


JAVANEN

De Rotterdamse Lloyd had veel op ‘Indië’ gevaren. De bedienden waren Javanen. Zij spraken half Nederlands en de Nederlanders zaten op hun beurt vol met Maleise uitspraken.

De dag na vertrek was een zondag en de matrozen probeerde mij al snel uit.

'Ketel, ga jij straks even bij de kapitein de bijbels ophalen'. Ik had mij voorgenomen ieder spel mee te spelen. Het duurde even voordat ik de hut van de kapitein gevonden had. Iedereen speelde onder één hoedje.
      De kapitein stuurde mij naar de hofmeester. De hofmeester wist dat de kabelgast er nog een paar had liggen. De kabelgast zit altijd in het voorste gedeelte van het schip. Dus over dek naar het kabelgat. De kabelgast had geen bijbels, 'ze nemen je in de maling', zei hij. ‘Hier! neem maar alvast de boterkwastjes mee, dan ben je niet voor niets gekomen. Deel de kwastjes maar vast uit aan de matrozen‘.
      Het klonk wel redelijk; de kwastjes waren voor in de tropen als de boter te zacht was om te smeren.

Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat was het dus pezen en dan ook nog eens doen of je achterlijk bent om de bemanning hun pleziertje te gunnen. Natuurlijk waren er voor mij ook grenzen. Als de zeelui een tijdje van huis waren kregen ze allerlei verlangens. Ketel was dan veel minder achterlijk. Er waren dan toch altijd wel een paar echte zeebonken die het voor je opnamen. Na 10 dagen hel begon eindelijk het avontuur zoals ik het had gehoopt.

Tien dagen slecht weer, dus veel gekotst en veel gehuild; een soort heimwee.


Hongkong

Dan is het ineens mooi weer en varen we de haven van Port Said binnen. Als je dan als straatjongen amper Rotterdam uit geweest bent en je ziet, hoort en ruikt Port Said dan is het of je droomt.
      Arabieren die op kleine bootjes langszij komen om kamelenzitjes te verkopen en nog allerlei andere zaken die interessant waren. Matrozen tipten me dat je hier niets moet kopen, want in Singapore zou het veel goedkoper zijn.
      Dan maar wachten. Overigens was er weinig te besteden. De gage was ƒ 92,80 per maand.Van dit bedrag ging ƒ 30,00 af omdat daar de dienstkleding van betaald moest worden. Een klein kameeltje had misschien net gekund.

Eerst nog even het Suezkanaal door. Twee keer per dag gaat dat met een konvooi dus allemaal in een lange rij door het kanaal. In het midden ligt een groot meer daar passeer je het konvooi dat van de andere kant komt. Weer een dag of zeven op volle zee naar Singapore.
      Gelukkig was het spiegelend water, ook de veronderstelde heimwee was van de baan. Kortom: ik voelde me zeeman. Singapore was een nog groter verrassing dan Port Said. Het leek wel of je naar een climax vaarde. Na Singapore: Hongkong.
      Daar was alles nog goedkoper, was mij al verteld. Het binnenvaren in de baai van Hongkong is iets om nooit te vergeten. Aan de ene kant wolkenkrabbers zoals ik ze tot dan toe nog niet gezien had en aan de andere kant een enorme chaos van bootjes die allemaal dwars door elkaar liggen alsof ze net getroffen waren door een wervelstorm. Als ketelbinkie kom je nauwelijks de wal op. Het werk gaat immers door.
      In Hongkong mocht ik voor het eerst even de wal op. Samen met een lichtmatroos. Na ruim 3 weken eindelijk vaste grond.
      Ik liep door de straten van Hongkong alsof ik net een beenmergtransplantatie achter de rug had. In vakjargon heet dat zeemansbenen. Het was alsof ik droomde in Hongkong al die mensen, de geluiden en de enorme drukte.

                                                                                                                 
NAAIMEISJES

De grote jongens gingen ’s avonds de wal op. Al drie weken lang gehoord wat ze daar allemaal van plan waren. Om een uur of acht ’s avonds kwam er allemaal vrouwvolk aan boord. Eerst dacht ik dat het naaimeisjes waren. In Singapore had je die ook. Voor een paar dollar kon je dan je kleding laten verstellen. Meestal waren dat wat oudere vrouwen. In Hongkong waren dat wel heel jonge naaisters.
      Eén van de matrozen vond het leuk om zo’n meisje bij mij in mijn hut op te sluiten. We zullen die ketel even rode oortjes bezorgen. Al snel kwam ik er achter dat het zeker niet om de naaister ging die ik in mijn hoofd had.

Het meisje gaf me wel wat prijzen door. Ik dacht: in Japan zal het wel weer goedkoper zijn. Trouwens daar kocht ik een servies voor mijn moeder. Zij had mij voorlichting gegeven.
      'Als je dan zonodig moet, gebruik dan wat'.
'Ja, ja, dat weet ik wel, ik hoef niets'.
      Ik moest er niet aan denken. Voordat we in de Oost waren, werd aan boord een voorlichtingsfilmpje gedraaid. Ze lieten zien wat de gevolgen waren van syfilis, druipers Spaanse kraag en andere enge dingen.
      De druiper was goed te behandelen. Er ging een apparaatje in je kanaal; aan het eind sprongen er 4 mesjes uit het apparaat en dan trok de arts het apparaatje terug. Het resultaat was dan dat je geslachtsdeel, waar iedereen toch zuinig op is, veranderde in een lege bananenschil.
      De troep werd er dan afgeschrapt en je werd weer dicht genaaid. Het klinkt misschien wel kinderachtig maar voor ketel was naaien voorlopig uit de boze. Lekker wachten tot ik groot en sterk zou zijn.
Gelukkig ging de deur al weer snel open.
      'En? heeft ze je broek genaaid, ketel?'

                                                                                                                    
YOKOHAMA

De andere dag moest ik de verhalen in de messroom aanhoren van de mannen die de wal op waren geweest. Ik kon het niet begrijpen. Ze hadden niet eens de moeite genomen om naar die voorlichtingsfilm te kijken.

Eindelijk Yokohama; dat moest de climax zijn want daarna begon al weer de weg terug. Het servies kostte rond de ƒ 10,00. Van vissen hield ik niet, maar ik kocht toch een schitterende werphengel met zo,n molentje.
      Op de terugweg in Genua heb ik de hengel geruild voor twee van die lopende en sprekende poppen. Prachtig verpakt in een doos met aan de voorkant cellofaan.
      Alsof de poppen al in hun graf lagen. Mijn neef had daar om gevraagd, hij had een tweeling.

We kwamen al weer in de buurt.  Nog steeds bij een beetje wind zeeziek. Dan komt er ook nog kanaalkoorts bij. Dat wil zeggen het tegenovergestelde gevoel van heimwee. Het gevoel heeft wel dezelfde achtergrond. De spanning dat je bijna thuis bent. Spannend om na 6 maanden weer thuis te komen.
      In die zes maanden had ik ƒ 32,00 bij elkaar gewerkt. Natuurlijk had ik het servies en de poppen nog, de rest van het geld is aan cola en limonade opgegaan. Bier, hield ik nog niet binnen. Dus er was nog geen sprake van een zeeman, gewoon lulletje rozenwater.


CLIMAX  

Gedurende die zes maanden hebben de grote jongens mij uiteindelijk toch te pakken gehad. Vaak vervloekte ik die lui. De laatste dag nabij het Marconiplein moest ik in opdracht van de voorman, de olielui gedag gaan zeggen. Zes maanden schijthuizen schoonmaken, kots opdweilen van dronken lui en het aanhoren van de meest gore taal werd toen beloond.

De ƒ 32,00 die ik over had van mijn gage viel in het niet bij de tip die ik bij elkaar kreeg.
      Hut in hut uit. Alles in de zak. Op het toilet, zo bleef het voor mij heten, heb ik het geld zitten tellen. Ruim ƒ 400,00. Ik kon mijn ogen niet geloven, dat was de climax van de reis.

Met mijn weekendtas met lijn 15 snel naar huis.

 


HongKong China (Voorjaar 2003)

 

 

…….

                                                                                                                         

 

 

 

 

Vrouw & Reedio

 

Eigenlijk moest dit stukje Vrouw en Radio heten, toen werd het Vrouw en A/V, vervolgens Vrouw en Gaatjes en nu is het Vrouw en Reedio

Toen ik een jaar of veertien was, was ik wel eens ziek.
      ‘Echt ziek ?’ vroeg mijn moeder dan.
      Tsja, echt ziek.
Dan bleef ik thuis en mijn moeder luisterde naar de radio en als ik dan beneden op een bedje lag zei mijn moeder:
      ‘Luister hier maar eens naar‘.
Dan luisterden we samen naar Permanent Wave, (permanent waave noemde ik dat) en de letter M. Vrouwenprogramma’s voorzover ik me kan herinneren.
      Mijn moeder spoorde me aan goed te luisteren.

Als ik niet naar school ging en niet ziek was, gingen we op vakantie met het hele gezin: pappa, mamma, mijn zusje en ik. Mijn vader had een klein radiootje dat liep op batterijen; zwart met oranje plastic ter grootte van een pocketboek. 
      Daar luisterden we naar.

Terwijl mijn moeder mij kennis liet nemen van gesproken woord op de radio zocht en vond ik dat radiootje in de kampeerspullen en nam ‘t mee onder de dekens. Er zat een draaischijf op waarmee je de zenders kon vinden. 
      Zo had ik toch gezelschap als mijn vader beneden de stop omdraaide omdat ik anders te lang lag te lezen.

                                                                                                                 
RADIOMEUBEL  

Niet lang daarna kreeg ik het oude radiomeubel van mijn ome Jaap. Een echt meubel met een grote radio erin en een klep met daarin een platenspeler met een platenwisselaar. Je kon er LP’s op stapelen, die dan met een klap naar beneden vielen. Zo kon je er 10 opzetten. Het duurde lang voor ik er zoveel had.
      Dat vlotte pas wat toen ik van een zoon van een oom van mijn moeder mijn eerste platen kreeg, waaronder een plaat van Santana.

De radio stond altijd aan. Bij het huiswerk maken luisterde ik naar Radio Noordzee, Radio Caroline (Reedio Kerolijn) en Radio Luxemburg (Reedio Luxemboerg).
      Later op zaterdagochtend naar ZI van de VARA en eens per jaar de top 100, die ik opnam met een microfoon voor de speakers op een bandrecorder (bendrekorder).
      Er is nog steeds een niet meer af te spelen bandje met daarop mijn scheldende stem tegen mijn zuster die binnenkwam, terwijl ik popmuziek opnam.

Jaren daarna ging ik het huis uit en kreeg de grote radio mee, die mijn ouders hadden gekocht bij hun huwelijk in de late jaren 50. Die radio diende als radio maar ook als bijzettafeltje; de kringen van de natte glazen zijn nog zichtbaar.
      Later bond mijn vriend er een roze kringelige antenne (van Russische makelij) aan. Ik luisterde eerst naar de AM en later naar de UKW (de huidige FM).
      Nog later kwamen er meer radio’s in mijn leven, de zogenaamde negerradio die ik kocht van mijn eerste salaris bij de VPRO. En transistor, draagbare, radio’s. Altijd en overal Radio!

De muziekradio was al lang vervangen door gesproken woord zenders.

                                                                                                                  
RADIOTOREN  

Een paar jaar geleden ging ik voor het eerst op mezelf wonen na altijd samen gewoond te hebben. De negerradio ging mee; er was geen tv in mijn huisje en ik luisterde avonden lang naar de Avonden en nachten lang naar andere radiozenders. Altijd de radio; mijn vaste vertrouwde radio. 
      Toen ik nog niet zo lang geleden een ander ‘eigen’ huisje betrok, ging ook de negerradio weer mee. Ik woon nu dichtbij Spannenburg, een ‘radiotoren’, maar dat had tot gevolg dat ik geen radio uit de lucht meer kon luisteren, want die toren stoort ! 
      Dus sloot ik een kabelabonnement af. Wat tot gevolg had, dat de negerradio geen dienst meer kon doen omdat er geen antenne-aansluiting op zat. Na rondvraag op de redactie naar een overbodige radio met antenne-aansluiting, waar geen reactie op kwam, (logisch natuurlijk, want radiomakers gebruiken al hun radio’s), bood mijn lieve collega Ger aan onderzoek te doen naar een radio met aansluiting.
      En toen stond daar ineens op een ochtend een grote doos met een touwtje erom.    Een gift !
      Een gift van onze Ger en zijn vrouw! Hij was er helemaal voor naar de M-Markt geweest. Hoeveel moet een collega wel niet van je houden om dat er voor over te hebben!

De doos ging mee naar huis en mijn zoon van 8 hielp met uitpakken !
      Op een zondagochtend kwam de radio met speakertjes uit de doos en we keerden hem op zijn buik. En jawel: daar prijkte een geperforeerd rechthoekje, dat je door moest drukken en daarachter zat de antenne-aansluiting.
      Bij het doordrukken viel de hele antenne-aansluiting IN het toestel en vervloog mijn hoop op de Verneming Van het Vrije Woord uit de Ether.
      Ik ging de was opvouwen en bezat mijn ziel in lijdzaamheid. Tot ik beneden kwam en mijn kleine jongen met behulp van mijn nageletui (mag een zoon vrijuit uit zijn moeders handtas grijpen ?) de aansluiting tevoorschijn had gepeuterd en er de kabel al in had gestoken !
      And there shall be Reedio!

                                                                                                      
RADIO-AANSLUITING  

Dat dacht je maar als Vrouw met Reedio(aansluiting). Er kwam alleen een enorme bak ruis (uitdrukking vorige eeuw). Het heeft nog een week geduurd voor ik het boekje zover doorgrond had dat ik wist hoe ik de radio moest programmeren.
      En dat is gelukt !
Radio 6 (luister daarnaar !) staat op 1, BNR op 2, Radio 1 op 3 etc. Een typisch vrouwelijke logica, maar volstrekt logisch !

Een Gelukkig Luisterende Vrouw …….. beneden in de woonkamer ja. Maar niet boven. Dus nu na 5 maanden de stoute schoenen aangetrokken en aangeschaft: vijf meter Coaxkabel, een splitter, twee ‘schoentjes’.
      Gelukkig had ik al een boorapparaat, een doos met schroevendraaiers en een aardappelschilmesje.

Dus naar de reediowinkel, me alles uit laten leggen, pies of keek, met boorapparaat gat geboord in vloer, van bovenaf, iesie, 3 cm uit de plintkant, beneden, wiebelend op stoofje (van mijn grootmoeder, meer dan 100 jaar oud) op kruk, meer dan 50 jaar oud, een gat geboord in plafond.
      Zitten die gaten dan recht boven elkaar?
Nee natuurlijk !
      Met behulp van breinaald met plakband aan Coaxkabel kabel vastgeplakt, doorgevoerd, kabel doorgetrokken; welke schoentjes passen op de splitter en waarom zit ‘het stopcontact’ van de kabelaansluiting zodanig dicht op de buizen van de CV dat je er geen splitter op kunt aansluiten? Mannenlogica, maar het is Gelukt !
      Splitter met twee kabels (voor boven en beneden, een Vrouw met Reedio wil toch ook de Luxe van Boven En Beneden reedio, in het gaatje gekregen.
      Nu komt er boven reedio uit een tievie(tje). Ooit gekregen als Nieuwjaarsgeschenk van mijn broodheer, een piepklein oranje tievietje, waar reedio uitkomt en daar stroomt dan zomaar op een zondagochtend A. den Doolaard uit!
      Van mijn ‘eigen’ VPRO Radio-programma OVT.


De volgende keer over beeld op de T.V. (Tievie)

 

Cochabamba Bolivia (Voorjaar 2004)

 

 

 

Even rust

Ik stop er even mee.
      Mooie vakantie. 
      

Hervatting op zondag 22 augustus.
      Tot die tijd zal ik regelmatig een 'kiekje' plaatsen en een bijdrage op de startpagina herhalen.

Dit keer: Tessel Blok (24 april 2007)  & Imperia

Goedemorgen!

 

Van Gent naar De Peel

 

       Tessel Blok werkt ruim twintig jaar bij de VPRO.

      Zij heeft ervaring in het organiseren, produceren en presenteren van radio- en t.v.-   programma’s.

 

       Ondermeer Welingelichte Kringen, Ischa, Het gebouw, De Ochtenden, Villa VPRO, Noorderlicht en voor televisie Het Buitenhof. 
      
     

      Zij schreef in nachtelijke uren dit klavertje vier van misverstand & improvisatie.

 

 
Vileine Belgen?

We zijn in Gent. Heerlijke stad.

Moeilijk parkeren, dat wel. Ergens in het centrum op een pleintje zien we een gaatje. Er staat een vriendelijke mijnheer, die ons heel behulpzaam met enorme armbewegingen helpt de auto in het kleine plekje te manoeuvreren. We stappen uit. De vriendelijke mijnheer meldt ons meteen dat we “daar absoluut niet mogen staan, u staat daar geheel tegen alle regels in”.
      Zijn hulp was goed bedoeld, maar regels zijn regels.
      We vinden in een buitenwijk een plek op een plein omgeven door rolluiken van particuliere parkeergarages.
Op één van de deuren hangt een bord, met opschrift:
      “Verboden tegen ijzeren poort te wateren: zoniet dan staat u zelf in voor de electrische gevolgen”.
      Dubbel liggen we om dat volstrekt misplaatste “zoniet”… maar het lachen vergaat je snel.
Je denkt alleen nog maar aan die “electrische gevolgen”…
      Wat zijn die?
      In de kraag gevat worden en direct door naar de elektrische stoel??
      Wegens vochtaanraking geëlektrokuteerd worden??
      Een eenvoudige maar dure schadeclaim van de getroffene voor een nieuwe garagedeur, elektrisch en wel??

Je weet het niet.
      Nog niet
      Nooit.
Kijk, dat blijft maar spoken.
      Knap-vals, zou ik denken.

  

Mamma & Cruijff

Mijn moeder is klein.
      Echt klein.
Maar daarmee houdt haar geringheid wel op!

Zo lijkt het niet als we in 1971, ergens in een hotel op de grens tussen Bulgarije en Joegoslavië , proberen een lift uit te komen, terwijl er vijf enorme Russen instappen. Iedereen is al buiten -ook mijn vader en ik-, maar mijn kleine moedertje wordt onbarmhartig over het hoofd gezien en teruggedrongen in de kooi.
      Weg zijn ze.
      We kijken een beetje verwezen naar elkaar.
Het duurt. En het duurt. En het duurt nog langer.
      Mamma is weg, denk ik. Als een tweede hondje Laika meegenomen de ruimte in door die Russen.
Nooit komt de lift meer beneden, laat staan met mamma.
      En dan komt ‘ie toch nog. De lift.
      Met mamma & de Russen.
Trots en lachend stapt zij uit.
      ‘Ze zagen me eerst helemaal niet. Alsof ik een knopje van de lift was”, zegt ze.
      ‘Toen ben ik hard …CRUIJFF en SCHENK gaan roepen’.
Ze is op handen gedragen naar beneden gebracht. En met een buiging naar buiten geleid.

 

Zus van Dieuwertje

Een klein marktje ergens op de grens van de Brabantse en Limburgse Peel.
      Ik loop daar met mijn zus.
De marktvrouw van het kraampje met gekke jurken zegt tegen me: ‘Goh, wat lijkt zij op……”
      ‘Ja’, zeg ik, ‘opvallend toch… ze is het namelijk zelf’.
Antwoord:’
      Ja, het is inderdaad wonderlijk hoeveel ze op haar lijkt’.
      Dat komt misschien omdat ik het echt ben’, zegt mijn zus.
Antwoord:
      ’Ja ja, het is opvallend die gelijkenis’.

We hebben maar wat onopvallende jurkjes gekocht.

 

                                  Hè ?

                                                   De gewonden
                                           worden eerst verbonden.
                                           Vervolgens onomwonden
                                       naar ’t slagveld teruggezonden.

 

 

Imperia Italië (Voorjaar 2010)