Goedemorgen

 

Even Rust

 

Ik stop er een tijdje mee. Even rust.
     
Mooie vakantie; zachte dagen.

 Hervatting op maandag 6 september.
     
Tot die tijd zal ik af en toen een reiskiekje plaatsen en een bijdrage herhalen.

Vandaag Thimphu Bhutan (Voorjaar 1999)  & Guus van Bladel (2 april 2009)

 

Goedemorgen!

 

Van Weert naar Melaka 

 

 

De zon stond nog steeds heet en breed in Melaka, aan The Street of Melaka te schijnen toen ik (73) op dinsdag 22 maart 2005, net voor Pasen, om 4 uur ‘s middags, naar mijn huisarts, dr. Chow Ken Tek wandelde voor mijn periodieke medische check-up.
      Hij houdt zijn spreekuur op de 1e etage van het Mahkota Medical Centre bij mij in de straat. In het Medical Centre aangekomen voelde ik me vermoeid en rustte even in één van de comfortabele fauteuils in de receptie.
      Op de trap werd ik plotseling onwel, sloot mijn ogen en viel op de grond. Toen ik mijn ogen opende bemerkte ik dat ik in de spreekkamer van mijn huisarts in een rolstoel zat weggezakt en dat dokter Chow door de telefoon zei:
      “Activeer het hartteam!…

Wat er daarna gebeurde was als een soort droom. De inmiddels gewaarschuwde cardioloog, dr. Ang Eng Lip, die zijn kantoor heeft naast de trap, kwam onmiddellijk naar dr. Chow’s spreekkamer en ging met mij en de verpleegsters, die mij op een brancard hadden gelegd naar een kamer met een tredmolen, computers en medische apparatuur elders in het ziekenhuis.
      Na een onderzoek werd ik naar een ziekenkamer gebracht.
Men vroeg mij hoe ze mijn familie konden waarschuwen….

Verward en bang

Vrij snel kwam de cardioloog mij vertellen dat ik urgent zou moeten worden gedotterd en als ik dat goed zou vinden zou dat zelfs nog dezelfde avond gebeuren.
      Om 7 uur lag ik in de operatiekamer en begon het hartteam o.l.v. Dr. Ang, met het dotteren dat tot 9 uur duurde. Daarna zei de cardioloog dat hij drie verstopte aderen had behandeld. Men bracht mij naar een kamer op de Intensive Care Unit van het ziekenhuis, waar David (45), mijn door het ziekenhuis gewaarschuwde partner, op mij zat te wachten.
      Ik was verward en bang. De situatie kwam mij als ongeloofwaardig voor…

Na een lange, angstige en beroerde nacht werd ik in de loop van de volgende dag van de ICU overgebracht naar een normale ziekenkamer. Mijn huisarts en de cardioloog bezochten mij en vertelden dat ik na een goede rust waarschijnlijk de volgende dag (Witte Donderdag) al naar huis zou kunnen.
      Ik zou een derde arts krijgen die mij zou bijstaan: dr. Lee Yew Ming, een hartchirurg. Ik was bang, bezorgd en depressief.

Omstreeks 5 uur in de middag kreeg ik donderdag in mijn ziekenkamer bezoek van de hartchirurg die kwam kennismaken.
      Hij zei dat ik naar huis mocht want het dotteren was geheel naar wens verlopen. Dr. Lee vertelde mij tevens dat mij in de nabije toekomst een open hartoperatie te wachten stond i.v.m. een te vernieuwen fibrerende hartklep.
      “U bent aan een goede doorsmeerbeurt toe”, zei hij.
Ik schrok van dit bericht en wist me geen raad. Dr. Lee vertelde mij o.a. dat ik me in de toekomst niet meer mocht haasten, spanningen diende te vermijden en veel moest rusten.
      Hij gaf mij medicijnen die ik ‘s ochtends na het ontbijt moest innemen. Ik voelde mij thuis bang, belabberd en depressief. Ik was hier niet op voorbereid.


Congres in Kuala Lumpur  

De volgende dag, Goede Vrijdag, moest ik al voor controlebezoeken naar de hartchirurg en de cardioloog, die beiden hun spreekkamer in het Mahkota Medical Centre hebben. Ik vroeg hun toestemming om op maandag 28 maart, (2e Paasdag), een congres in Kuala Lumpur te mogen bijwonen.
      Dr.Lee zei dat hij maandag die beslissing zou nemen. Op zijn vraag hoe ik me voelde antwoordde ik:
      “Ik voel me ongelukkig en onzeker en ik ben erg bang en bezorgd voor mijn toekomst.”
Ik vertelde hem dat ik nooit hartklachten had gehad maar dat ik nu dag en nacht aan mijn hart en, voor de eerste keer in mijn leven, aan doodgaan liep te denken en dat ik waarschijnlijk daardoor bang en depressief was.

Op Paaszaterdag bracht ik een bezoek aan mijn huisarts, dr. Chow, en ik vertelde hem o.a, over mijn angsten voor de open hartoperatie..

Op Eerste Paasdag deed ik voorzichtig wat voorbereidend werk voor het congres in Kuala Lumpur (over het bezoeken van Nederlandse gevangenen in het buitenland), georganiseerd door de Nederlandse Ambassade, Buitenlandse Zaken en Reclassering-Nederland in Nederland. Ik voelde mij wat beter.

De 2e Paasdag is in Maleisië een gewone werkdag en ik bracht mijn afgesproken bezoek aan de hart-chirurg. Hij gaf mij toestemming om naar Kuala Lumpur te gaan maar onderstreepte zijn boodschap dat ik kalm aan moest doen.

Omdat ik één van de sprekers op dit congres zou zijn en over mijn geregelde bezoeken aan ter dood veroordeelden in de dodencellen van de Changi gevangenis in Singapore zou vertellen, had ik het heel vervelend gevonden indien de artsen mij verboden hadden om aan het congres deel te nemen.
      Onmiddellijk na Pasen, van dinsdag 29 maart tot zaterdag 2 april was ik daarom in Hotel Nikko in Kuala Lumpur. Mijn spreekbeurt was verzet tot donderdag 31 maart.
      Ik was niet angstig en niet meer depressief, maar piekerde wel over de komende open hartoperatie. Na dit congres ging ik met meer moed naar huis.

Controle  

Op maandag 4 april ging ik voor een controlebezoek naar mijn artsen, dr. Chow en dr. Lee in het ziekenhuis. Beiden benadrukten nogmaals het feit dat ik het heel kalm aan moest doen.
      Ik kreeg van de hartchirurg een schouderklopje omdat ik al 25 jaar geleden met roken was gestopt. We hadden een goed gesprek en men stelde voor dat ik over 3 weken beide artsen opnieuw zou ontmoeten. Ik kreeg voor die periode medicijnen mee naar huis.
      Mijn angst was door dit gesprek voor een deel verdwenen.

Na drie weken ging ik op maandag 25 april voor een controlebezoek naar de hartchirurg en naar de huisarts. Ik vertelde hen dat ik mij nog steeds erg ongelukkig voelde en bleef piekeren over mijn open hartoperatie en over dood gaan zodat ik er soms een slapeloze nacht door had.
      Na overleg met het artsenteam werd besloten dat men de open hartoperatie voorlopig met enige maanden zou uitstellen.
      “Maar denk er aan: Het is wat mij betreft geen afstel”, zei de hart-chirurg.
Hij besloot om mij naast de 3 medicijnen die ik reeds had, een vierde medicijn te geven n.l. 1x daags een half tabletje APO-ATENOL 25 mg. Door dit medicijn werd mijn hartslag van ca. 75 naar ca. 60-65 hartslagen p/min. teruggebracht.
      Ik moest nu extra rustig zijn en mij vooral niet inspannen. De bijwerking van deze medicijn kon jeuk veroorzaken. Als ik kortademig zou worden of dikke enkels en tintelende vingers zou krijgen, diende ik terstond naar het ziekenhuis te gaan.

Gezien de professionele aanpak en het feit dat haast alle hartoperaties in Maleisië konden worden gedaan en men er de laatste en modernste hartmedicijnen heeft, besloot ik voor deze operatie in Maleisië te blijven en ook niet voor een “second opinion” naar elders in Maleisië, Singapore of Nederland te gaan.
      Toen mijn hartchirurg mij vertelde dat hij in Melaka deze operaties verscheidene malen met succes had gedaan, stelde ik hem voor mij ook in Melaka te opereren en mij niet naar een ziekenhuis in Kuala Lumpur te sturen.

Mahkota Medical Centre  

Op maandag 28 november 2005 was het zover dat ik een dubbele open hartoperatie onderging in het Mahkota Medical Centre in Melaka.
      Ik kreeg een nieuwe, mechanische Aorta-ader van het merk: “St.Judes B. Mechanical” en ik had een “Coronery Artery Bypass”.

Ik heb slechts 5 dagen in het ziekenhuis gelegen.

De hospitaalrekening voor deze operatie was, inclusief 3 weken nazorg, € 11.000,= geheel betaald door mijn uitstekende verzekeringsmaatschappij CZ Actief in Gezondheid.

Het vallen op de trap in het ziekenhuis, net voor Pasen 2005, had voor mij grote gevolgen want ik realiseerde mij dat met die val, mijn laatste levensfase in Maleisië, “Mijn Ouderdom”, onvoorbereid was begonnen.

 

LITANIE VAN MIJN OUDERDOM.


….. maar ik wil absoluut niet klagen.

 

RUST  

HONDERD  

Mits mijn hart blijft kloppen en ik leer leven met de ongemakken van het ouder worden kan en wil ik op 13 september 2031 in Maleisië 100 worden.

 

 

Even Rust

 

Ik stop er een tijdje mee. Even rust.
     
Mooie vakantie; zachte dagen.

 Hervatting op maandag 6 september
     
Tot die tijd zal ik af en toe een reiskiekje plaatsen en een bijdrage herhalen.


Vandaag: Caprivistrip Namibië (winter 1994) & Gerard Jacobs (16 mei 2008)

Goedemorgen! 

 

 

 Van het Midden-Oosten tot Zuid-Soedan

 

 

Gerard Jacobs (1953) is journalist en schrijver.

 

 

 

In oorlog met een IKEA-pakketje 

Op zoek naar de bronnen van de Nijl arriveren wij na een slopende tocht door het onmetelijke Soedd moeras, in het dorp Yeï, een gehucht aan een onverharde weg in het grensgebied van Zuid-Soedan met Kenia, Oeganda en Zaïre.
      We hebben dagenlang tussen de Dinka’s verkeerd, een Afrikaans nomadenvolk, dat leeft van melk vermengd met bloed. We zijn uitgeput, vuil, hongerig en dorstig als we ons melden bij het kantoor van het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen in Yeï, dat verantwoordelijk is voor de opvang van duizenden vluchtelingen in de regio.

Het hoofd van de UNHCR, een Spaanse aristocraat met een markiezenbaardje, bekijkt ons neerbuigend, haalt de neus op en stuurt ons weg – ondanks de aanbevelingsbrieven van de Nederlandse ambassade in Khartoem.
      Nijdig huren wij – veeleisende verslaggevers die al maanden onderweg zijn van Alexandrië naar het hart van Afrika- een kamer in het plaatselijke hotel, tevens bordeel, een verzameling rondavels met rieten dak. Eten is er niet, wel lauw bier, vertelt de uitbater, en de douche wordt door de dames gebruikt als werkruimte.
      Als de avond valt en de douche nog steeds bezet is, rijdt een 4-wheeldrive het terrein op. De UNHCR-vertegenwoordiger nodigt ons, op last van zijn vrouw, zo bekent hij chagrijnig, uit voor de avondmaaltijd.

     

‘Een karig maal,’ waarschuwt zij, een beeldschone Filippijnse, glimlachend. ‘Rijst met vis.’ Het is een arm dorp.
      Zij kookt bij kaarslicht, buiten op het erf, op een primus en inspireert mijn collega tot het schrijven van gedichten bij sterrenlicht.

We halen samen water in de rivier. Ze had, vertelt ze zuchtend als we met koud water in een plastic teiltje de afwas doen, meer van het leven verwacht toen hij, deze edelman uit Aragon, haar ten huwelijk vroeg op de Filippijnen.
      Een kasteel, suggereren wij. Niet deze hut van aangestampt leem. Wij kijken hem bestraffend aan. Hij drinkt mokkend whisky. Er is geen ijs.
Ze heeft een verzoek. Met de diplomatieke koerier is onlangs gearriveerd – per vliegtuig in de hoofdstad Khartoem, toen per boot over de Nijl naar Joeba, en verder landinwaarts met de camion naar Yeï -, een slaapkamerklerenkast. De bruine Ikeadozen liggen op het erf, halfgeopend.

      ‘Mijn man kan geen wijs uit de gebruiksaanwijzigingen,’ bekent ze.
Of wij, in ruil voor het met liefde bereide maar karige maal, de kast in elkaar willen zetten?

Wij doen urenlang galant ons best. Maar helaas, zo blijkt ook na lang zoeken met een kaars op het erf, er ontbreekt een plastic zakje met schroeven en bouten.
      ‘Geen probleem,’ verzekeren wij de Spaanse edelman bij het afscheid. ‘Volgens de instructie, kunt u de ontbrekende onderdelen ophalen bij de dichtstbijzijnde Ikea-vestiging.
      Waarschijnlijk in Genève.’

 

Caprivi Strip Namibië (Winter 1994)

 

 

 

Even rust

 

Ik stop er een tijdje mee. Even rust.
     
Mooie vakantie; zachte dagen.

Hervatting op maandag 6 september 22 augustus.

 

Tot die tijd zal ik af en toe een reiskiekje plaatsen en een bijdrage herhalen.

Dit keer Frans Hertoghs ( 4 februari 2008) & Skagen in Denemarken. 

 

Goedemorgen!

 

Van Nederland naar Nieuw-Zeeland

 

Frans Hertoghs was ‘een leven lang’ in Nederland leraar Nederlands. In 1995 -toen hij al drie grote kinderen had- gaf hij een opmerkelijke draai aan zijn leven.


 


UKKEL & Z'N UKKELAARS


Een inwoner van Zeeland heet een Zeeuw. Een inwoner van Nieuw-Zeeland daarentegen een Nieuw-Zeelander. Maar hoe heet een inwoner van Bangkok: is dat misschien een Bangkokker? Bangkokkaan? Of zelfs een Bangekok?

Zoals elke taal heeft het Nederlands een heel systeem om de inwoners te noemen naar de plaatsen waar ze wonen. Dat doet het Nederlands met achtervoegsels. En achtervoegsels zijn woorddelen die op zich geen enkele betekenis hebben maar die de betekenis ervan veranderen van het woord waar ze achter staan. Zo duidt het achtervoegsel -aan vaak de bewoner van een plaats aan.
      Iemand die in Amerika woont is een Amerik-aan, net zoals een inwoner van Bolivia een Bolivi-aan is. En op dezelfde manier kennen we Arubanen, Afrikanen, Bahamanen, Corsicanen, Costaricanen, Cubanen, Gambianen, Javanen, Jamaicanen, Kenianen, Koreanen, Liberianen, Nicaraguanen, Samoanen, Srilankanen, Tonganen, en Zambianen.
      Krijgen inwoners van plaatsen die op een -a eindigen in het Nederlands dus altijd het achtervoegsel -aan? Hoho, dan onderschat u de taal toch wel een beetje. Want in taal is niets automatisch of logisch.
      Het is namelijk ook heel gewoon om de inwoners van een plaats die eindigt op -a aan te duiden met het achtervoegsel -ees. In Canada wonen Canadezen, in China Chinezen en op Malta vinden we heel wat Maltezen. Die zijn in het taalkundige gezelschap van Andorrezen, Guyanezen, Havanezen, Luandezen, Oegandezen en Panamezen.

                                                                                               
LIMENEN & ANKARIOTEN

Soms gebruiken we geen -aan of -ees, maar dan verlengen we de plaats op -a met het achtervoegsel -er, zoals in Limaër, Accraër, Sint-Helener of Eritreeër. Of we schrappen de hele uitgang -a en vervangen we die door -er: zo leven er in India Indiërs (en geen Indiaërs of Indianen) en in Attica zelfs Attiërs. In Lima wonen Limenen en in Ankara zelfs Ankarioten. En waarom wonen er in Europa geen Europanen en wel Europeanen, die we ook Europeeërs mogen noemen?
      Er komen niet alleen lettergrepen bij, soms verdwijnen ze spoorloos. Een bewoner van Antarctica heet geen Antarcticaan maar een Antarctiër, en een bewoner van Botswana heet een Botswaan en geen Botswanaan, zoals we zouden mogen hopen. En als u niet wist hoe een een inwoner van Guatemala heette, zou u dan op het correcte Guatemalteek gekomen zijn?
      Wist u dat een inwoner van Addis Abeba mag kiezen tussen Addis Abebaër en een verrassende Addis Abebiet?

De verwarring is mooi zichtbaar bij een inwoner van Breda die volgens de Nederlandse Spraakkunst aanspraak mag maken op niet minder dan drie correcte aanduidingen: Bredanaar, Bredaënaar, en Bredaër. Volgens bovenstaande voorbeelden had hij ook kunnen heten: Bredaan, Bredees, Bredeen, Breteek, Brediet en zelfs Bredioot


AQUITANEN & SPANJOLEN  

Gaat het u intussen ook al duizelen? Nou, de Nederlanders kennelijk ook want bij een flink aantal minder gebruikelijke namen op -a hebben ze de moed volledig opgegeven. Bij inwoners van Bermuda, Suva en Dhaka bijvoorbeeld staat aangegeven: omschrijving. Daar is dus geen officieel woord voor een bewoner en die moeten we noodgedwongen aanduiden met bijvoorbeeld bewoner van Suva of inwoner van Bermuda.
      Waarom heet een inwoner van Australië een Australiër en waarom noemen we een inwoner van Aquitanië een Aquitaan? En waarom heet iemand uit Arabië dan geen Arabiër of Araab maar een Arabier? En waarom wonen er in Spanje naast Spanjaarden ook Spanjolen?

Wat ik altijd prachtig vind zijn de drie- of vierletter-namen, die erop duiden dat de naam van het land is afgeleid van de bevolking en niet andersom. In Jutland, Rusland, Denemarken en Noorwegen wonen dus geen Jutlanders, Ruslanders, Denemarkers en Noorwegenaars, maar Jutten, Russen, Denen en Noren.
      Griekenland herbergt veel Grieken. En consequent zijn we allerminst. Zo wonen in Oostenrijk Oostenrijkers maar in Frankrijk Fransen. En de allermooiste korte vorm tref je aan in Groot Brittannië, waar geen Groot-Brittanniërs wonen maar gewoon Britten.

Zulke dingen vind ik nou leuk. De Nederlandse taal produceert uitgangen waar je nooit op zou komen en die doordat ze in de Algemene Nederlandse Spraakkunst vermeld staan ineens een heleboel onlogische vormen in onze toch al zo rijke taal binnenhalen.
      Laten we eens een klein testje doen en kijken hoe goed uw kennis van die woordenrijkdom is. Ik noem eerst de plaats op en u raadt wat het officiële woord is. Laten we met het buitenland beginnen.
      Op de Abruzzen wonen Abruzzezen, in Aden vind je Adenieten en een inwoner van Algiers is een Algierser. Had u alle drie goed? Nou, dat is dan knap want ikzelf wist geen enkele bewoner correct te benoemen.
      Hier komen nog een paar mooie: In de Andes wonen Andijnen, in Azerbeidzjan wonen behalve Azerbeidzjanen Azeri, de Balearen worden bewoond door, jawel... Balearen.
      Caracas huisvest voornamelijk Caracenen, en in Ivoorkust wonen Ivorianen. En door wie wordt Curaçao bewoond? Door Curaçaoërs en zelfs Curaçaoënaars!
In Kaapstad verblijven vooral Kaapstatters en Kapenaren, terwijl Cyprus en Cairo bevolkt worden door respectievelijk Cyprioten en Caïroten. La Paz herbergt natuurlijk Lapacenen, en Madrid Madrilenen. Monaco barst van de Monegasken, terwijl Sofia de voornaamste vindplaats is van alle Sofioten.

                                                                                  
BEVERAREN & GELDROPPERS

Okee, zegt u misschien, die buitenlanden, daar weet ik niet zoveel van.
      Maar ook in de Lage Landen staan we vaak voor verrassingen. Zo wonen in Assen behalve Assenaren ook Assers, terwijl in Geldrop vooral Geldroppenaren en Geldroppers wonen. En wie wonen er in Lelystad? Lelystedelingen. In Hoedekenskerke wonen geen Hoedekenskerkgangers maar Hoedekenskerkenaren. Natuurlijk wordt Beveren niet bevolkt door Bevers maar door Beveraren, Knokke telt wel een paar knokkers maar er wonen allemaal Knokkenaren, Moeskroen telt veel Moeskroenenaren, en geloof het of niet maar Ukkel wordt bewoond door echte Ukkelaars.

Zeg eens eerlijk, hoeveel had u er goed? Misschien wel meer dan ik. Wat een schitterende verwarring en wat een rijkdom aan onverwachte vondsten.
Misschien wel de allermooiste vind ik de inwoners van Bergen. Zowel in het Noord-Hollandse Bergen als in het Belgische Bergen (ook bekend als Mons) wonen natuurlijk Bergenaren.
      Maar wat te denken van het Limburgse Bergen, waarvan de spraakkunst vermeldt dat de inwoners niet Bergenaren heten maar dat die omschreven moeten worden als bijvoorbeeld ‘inwoners van Bergen’. Geweldig zoiets!
 
Het is een voorrecht en een bijna culinair gevoel om als Nederlander te mogen leven tussen de Bangkokkers, de Addis Abebieten en de Caïroten!
Arme Ukkelaars!



Audio 34:

  

Radioportret van Frans Hertoghs. Gemaakt in 2003.

 

 

Skagen Denemarken (zomer 2000)

 

Noordzee op Oostzee

 

 

 

 

 

Even Rust

 

Ik stop er een tijdje mee. Even rust.

      Mooie vakantie en zachte dagen.

Hervatting op maandag 6 september.

 

Tot die tijd zal ik af en toe een reiskiekje plaatsen en een bijdrage herhalen.

Dit keer: Helsinki (winter 1993) en Joop Wassenaar (herh.:31 januari 2010)

 
Goedemorgen! 

 

 

 

 Van Zutphen naar Pori

Joop Wassenaar  (Zutphen 1958) toog in de herfst van 1994 naar Finland om daar te blijven.
      Hij woont in Pori aan de Westkust, is vertaler, publicist en correspondent voor de Nederlandse radio.

Over zijn carriere als landverhuizer zegt hij:
      'Ik kan me goed vinden in de volgende definitie: de ideale immigrant is niet langer gast maar gastheer in zijn nieuwe omgeving'.
      

  

VERDACHT VAN MOORD


(De uitholling van de Finse rechtsstaat)

 

Joop  was ineens om zeer duistere redenen medeverdachte in een moordzaak. Hij werd ondermeer gedwongen om zijn DNA af te staan.

Joop maakte daar onder zijn pseudoniem JoopFinland een hilarisch verhaal van, dat ik in het najaar van 2007 publiceerde.
      Ik ontving een vervolg, dat minstens zo hilarisch is.


In het kort nog even de geschiedenis:

 

 Op 1 december 2006 wordt in Pori, Finland, Jukka Lahti vermoord. Reeds diezelfde middag staat de politie in de tuin van de schrijver van dit artikel. Lahti –in het stuk Van der Meer gedoopt- was mede verantwoordelijk voor massa-ontslagen in Pori. Tot de ontslagenen behoort ook de vrouw van de auteur. Meer linken tussen Van der Meer en JoopFinland zijn er niet, maar desalniettemin wil de politie bij de laatste diens DNA testen. Op herhaalde weigeringen van JoopFinland reageert de politie met het sturen van een ”mobiel DNA-laboratorium” in de persoon van Jorma Kyläniemi –Jorma Dorpsveld voor intimi- met een plastic tas. JoopFinland houdt voet bij stuk en eist dat zijn DNA wordt afgenomen door een bevoegd medicus. Dorpsveld keert onverrichterzake bureauwaarts)

 

”Van de politie in Pori heb ik geen last meer gehad”. In die trant besloot Joop het artikel “DNA in een zakkie“. Hij heeft ruim twee jaar in die waan geleefd. Eind november vorig jaar kreeg hij echter ’n onthutsend bericht.

 

 

BOER ZOEKT BOEF

 

door JoopFinland

 

Maandagmorgen, telefoon uit het politiebureau. De beller hakkelt en stottert, een moment denk ik dat er met mijn kinderen iets gebeurd is, maar dan gaat het over het telefoonnummer van mij en dat van mijn vrouw. Daar is iets mee. ”Wat is daarmee?” vraag ik. ”Dat is door ons afgeluisterd. Ik moet U dat van de rechtbank vertellen.” “Welk telefoonnummer, welke rechtbank en wie is ons?“, vraag ik weer. “Uw telefoonnummer en de arrondissementsrechtbank van Pori”, klinkt het. ”Wij onderzoeken de moord op Jukka van der Meer“. Omdat de sukkel naar de telefoon van mijn vrouw gebeld heeft, vraag ik hem naar mijn telefoonnummer. ”Dit is Uw telefoonnummer, dit waarheen ik nu bel”, antwoordt hij. ”Of niet dan? Nou, in ieder geval moet ik U volgens de wet meedelen dat dit telefoonnummer door ons is afgeluisterd in de periode tussen eind november en eind december 2007. Dat is een besluit van de rechtbank dat ik U dat moet meedelen. Meer weet ik er niet van. Voor meer informatie kunt U bellen met mijn baas. Wacht, ik geef U zijn nummer...“

 

Verdacht

 

Voorlopig gaan we ervan uit dat het om het telefoonnummer van mijn vrouw gaat en zij belt een ex-collega om na te kunnen gaan of en hoeveel mensen van het bedrijf waar zij en Van der Meer werkten ’n soortgelijke mededeling hebben ontvangen. De aangesprokene weet evenwel van niets. Daarop belt zij de rechercheur die momenteel over het onderzoek in de zaak Van der Meer gaat. Hij legt uit dat het om twee telefoonnummers gaat, dat van mijn vrouw en dat van mij. Onze nummers zijn volgens een besluit van de rechtbank in 2007 een maand lang getapt, daarna is de tap volgens een besluit van diezelfde rechtbank een jaar lang geheimgehouden. Eind 2008 is de geheimhouding door de rechter verlengd met nog een jaar zodat men pas vandaag verplicht is ons over de zaak te informeren. Mijn vrouw vraagt om hoeveel van deze gevallen het gaat en of zij en ik van de moord verdacht werden. “Dit is allemaal netjes volgens de wet opsporingsmethoden gegaan en we hebben in het kader van dit onderzoek heel veel mensen onderzocht“, luidt het antwoord. We kunnen bij de balie van de rechtbank een kopie van het besluit ophalen.

 

Mijn vrouw en ik gaan ervan uit dat, evenals in het geval van het massale DNA-onderzoek, de telefoontap wijdverbreid is toegepast en zij belt Harri Aalto, de misdaadverslaggever van de plaatselijke krant Satakunnan Kansa. Of hij er meer van weet. Neen, Harri weet er nog niets van en zal de zaak checken. Harri kun je niet makkelijk meer verbazen. Hoewel? Harri is wel even stil wanneer mijn vrouw mijn voornaam noemt en vraagt dan voor de zekerheid of mevrouw Finland de echtgenote van JoopFinland is. Harri’s hersens gaan altijd een beetje op slot zodra er immigranten in beeld komen. Mij heeft hij eens gebeld en gevraagd of ik op dat moment in Finland was. In Harri’s wereld zijn immigranten namelijk economische vluchtelingen die in Finland het recht op ’n een riante uitkering van 500 euro in de maand ophalen en van dat geld lekker gaan leven waar ze vandaan komen. Voor Harri is het ook niet te bevatten dat er in heel Finland, waar iedereen familie van elkaar is en je dus bijvoorbeeld honderdduizend Aalto’s hebt, maar vier mensen wonen met mijn achternaam: mijn vrouw, mijn twee zoons en ik.

 

Maar Harri weet uiteindelijk meer dan wij. Veel meer. Na de roerige maandag blijft het een paar dagen stil maar dan heeft Harri zijn stukje voor de krant klaar. Juist voordat wij naar de rechtbank gaan om ons dossier te bemachtigen, lees ik dat de telefoontap geenszins grootschalig is toegepast. ”Het gaat om de zeven verdachten in de zaak, om mensen in hun directe omgeving en om een aantal mensen in de werkplaats van het slachtoffer, aldus de politie.” Het is voor het eerst in het drie jaar voortslepende moordonderzoek dat het aantal verdachten in de pers komt. Koortsachtig scannen mijn vrouw en ik onze omgeving op een mogelijke verdachte. Nog in de gangen van de rechtbank hebben we het over een kandidaat. Dan is het echter zover. Showdown. ’n Jonge ambtenaar legt een lijvig dossier voor ons op de balie en in één oogopslag zien we waarover dit allemaal gaat. Beide telefoonnummers zijn afgeluisterd in het kader van het onderzoek naar verdachte JoopFinland! Harri Aalto wist dat ik tot het selecte gezelschap van die zeven verdachten behoor, vandaar zijn verbazing aan de telefoon.

 

Zwanemeer

 

Dirty Harri heeft waarschijnlijk al die tijd van harte meegewerkt aan het onderzoek van Juha Joutsenlahti. Juha Joutsenlahti, da’s Fins voor Johan Zwanemeer. Leider van het onderzoek in de moordzaak tot augustus 2008. Baas van Jorma Kyläniemi, Jorma Dorpsveld. Ik heb Zwanemeer nooit in het echie ontmoet, heb ook geen foto van hem gezien. In het beeld dat ik me van hem heb gevormd, is hij een soort tweelingbroer van Dorpsveld. De bange helft. Waar Dorpsveld in zijn geborneerdheid schreeuwt en het op slaan of schieten zet, daar staat Zwanemeer om de hoek te wachten op de dingen die komen gaan en vooral op hulp. Dorpsveld draagt een leren jasje, Zwanemeer een regenmantel, zo’n beige van de Finse C&A. Dorpsveld houdt van ijshockey, Zwanemeer van eer en deugd.

 

Johan Zwanemeer vangt niet alleen boeven, hij probeert ook Finse kinderen te behoeden voor hel en verdoemenis. Johan loopt in diensttijd de scholen hier plat met zijn Boodschap. Die gaat over drugs. Drugs moet je niet gebruiken, laat staan verkopen, van drugs word je moordenaar of kinderverkrachter, daar komt Johan’s boodschap in het kort op neer. Hoe Johan dat weet? Iedereen met het hart op de rechte plaats weet dat, aldus Johan. Aan wetenschap heeft Johan niks. Intimidatie en dwangverpleging zijn Johan’s medicijnen tegen de verloedering. Kids moet je bang maken voor drugs en als dat niet geholpen heeft dan is het tijd voor geweld. Johan staat niet alleen in zijn geniale bespiegelingen. Het Finse drugsbeleid is een kopie van het Finse drankbeleid. En sorteert ook hetzelfde trieste effect. Finnen drinken desnoods benzine omdat rode wijn taboe is en Finse jongeren roken, spuiten, slikken en snuiven alles dat op hun weg komt omdat op het enkel in bezit hebben van 5 gram marihuana gevangenisstraf staat. Voorlichting bestaat niet, het prediken van de nul-tolerantie gebeurt in politie-uniform.

 

Al ver voor de moord op Van der Meer heb ik hier over Zwanemeer en zijn War On Drugs geschreven in mijn column voor het weekblad Satakunnan Työ. Onder de titel ”De stank uit het Zwanemeer” riep ik hem op om de kindertjes van Pori voor de broodnodige verandering eens tegemoet te treden in hemdsmouwen en met een deskundige uit West-Europa naast hem aan de tafel. Bij de laatste parlementsverkiezingen hier wist de kerel zoveel publiciteit te geven aan de vondst van een wietplant bij een jonge, vrouwelijke kandidate dat haar partij (de Linkse Bond waarvan ik ook lid ben) de kandidatuur introk. Bij mij brandde er toen iets definitief aan. Je hebt hier een club van ouwe wijven en morele herbewapenaars die zich ”Weg met Drugs” noemt. Ik beschreef de familiebanden tussen Zwanemeer en de plaatselijke leider van een racistisch partijtje hier en stelde de lezers voor om een vereniging op te richten met de naam ”Weg met Zwanemeer”.

 

Boer

 

Johan Zwanemeer is niet alleen mislukt als pedagoog, ook als rechercheur gaat hij af als een gieter. Justitie heeft de geheimhouding op de telefoontap opgeheven en het aantal verdachten in de zaak heeft naar buiten kunnen komen omdat de vermoedelijke dader van de moord is gepakt. Jongstleden augustus arresteerde men mevrouw Van der Meer, volgens de politie heeft zij inmiddels een bekentenis afgelegd. Eind februari komt de zaak voor de rechter. De doorbraak in de zaak werd bereikt nadat Zwanemeer was vervangen als leider van het onderzoek. Tijdens de moord in 2006 werd er gebeld met de alarmcentrale. Op grond van het nog eens een keer goed beluisteren van het bandje van dat gesprek kwam de nieuwe onderzoeksleiding tot de conclusie dat er van een indringer van buitenaf in de woning helemaal geen sprake is geweest. Het slachtoffer en zijn vrouw takelden elkaar toe tijdens een echtelijke ruzie, de man werd daarbij bewust of onbewust gedood. Ik denk dat Johan Zwanemeer met het door de vrouw verzonnen verhaal van de indringer maar al te graag akkoord is gegaan. Immers, een echtelijk robbetje knokken met fatale gevolgen is voor de media in een land als Finland met al zijn schiet- en steekpartijen lang niet sexy genoeg. Johan heeft publiciteit nodig om zijn oorlog tegen drugs te kunnen voeren en publiciteit heeft de hele rimbam omtrent deze moord meer dan genoeg gebracht.

 

Ook het relaas dat wij van de rechtbank meekregen, slaat als een tang op een varken. Zwanemeer heeft duidelijk teveel bij de kapper in de leesportefeuille zitten bladeren. ”Jaloezie” zou mijn motief voor de moord zijn geweest, en mijn ”gewelddadige, psychopatische natuur” werd in het onderzoek helemaal opgehangen aan de waslijn van de buren die ik ooit met een schaar te lijf ben gegaan. Ik heb Jukka van der Meer nooit ontmoet en heb mijn vrouw ook niet meer dan een keer of twee zijn naam horen noemen in de korte tijd –6 weken!- die ze onder hem werkte. Toen de politie op de middag na de moord bij ons kwam, waren wij net verhuisd en excuseerden wij ons netjes voor de rotzooi. Maar het protocol leest dat “er in de woning van verdachte duidelijk is gevochten”...(?!)

 

Geschoffeerd

Mensen vragen me wat me nu het meest tegen de borst stuit in deze hele affaire. Het is erg dat mijn persoonlijke en zakelijke correspondentie is geschoffeerd. Het is erg dat ik de –weinige- landgenoten hier niet kan vertrouwen omdat één van hen benaderd moet zijn door justitie om mij te schaduwen. Het is erg dat ik ervan uit moet gaan dat ik geen bescherming van justitie geniet, dat mijn post, telefoon en computer nog steeds worden gecheckt, en dat ik de volgende keer wanneer hier de Finnen elkaar te lijf gaan, weer hoog op het lijstje van verdachten zal staan. Dat is allemaal erg.

     Maar ronduit weerzinwekkend en verontrustend vind ik het niveau van het onderzoek dat is gedaan. Iemand van Bureau Jansen&Jansen dat de opsporingsmethoden van politiediensten checkt op ongerijmdheden, schreef me de volgende definitie van politie-onderzoek: “Je moet het eigenlijk zo zien: politieagenten zijn boeren. Er zit niet veel diepte in hun werk, niet zoveel als de televisieseries veronderstellen. (...) Meestal werken ze met scenario's waar dan verdachten aan gekoppeld worden. Als ze niet snel iemand hebben, gaan ze een verdachte naar het profiel toeredeneren.

      Natuurlijk wllen ze ook graag alles verzamelen, DNA, vingerafdrukken, IP-nummers etc, maar dat is meer om te verbergen dat ze geen idee hebben waar te beginnen. Dat ze dan een tap zetten is ook weer logisch, niet leuk, maar het is de meest eenvoudige manier om wat informatie te verzamelen, zinloos meestal, maar goed je moet toch wat. (...) Je kunt natuurlijk altijd zeggen dat de politie onbeschoft, niet georganiseerd en niet capabel is, dat zeggen wij van Jansen&Jansen ook zo nu en dan, maar moord-onderzoek is, zeker als er niet een stapel duidelijke sporen is, erg moeilijk..“

 De rechtsstaat, ik dacht dat het een verheven ideaal was, maar het blijkt ’n roestende ploeg ergens op een winterse akker...

 

Helsinki Finland (Winter 1993)

 

 Even rust


Ik stop er een tijdje mee. Even rust.
      Mooie vakantie en zachte dagen.

Hervatting op zondag 22 augustus.

Af en toe zal ik een reiskiekje plaatsen en een bijdrage herhalen.

Dit keer: Els de Waard (30 juni 2008) en Santa Rosa in Guyana

 

Goedemorgen!

 

Van Simone de Beauvoir tot Zadelpijnen

 

 


Een kok voor de damesleesclub

Een paar weken geleden hield ik voor mijn werk een inleiding in Zalencentrum Akantes in Amsterdam. Waar ik menig maal dansend op “ I will survive” mijn eigen toekomst had bezworen of gemijmerd op muziek van Joni Mitchell – daar hield ik nu achter een katheder een power point presentatie voor ambtenaren. Wel onder het toeziend oog van Henny de Zwaan, feministe van het eerste uur – prachtig en groot geportretteerd aan de muur.
      De toiletten zijn nog op de bekende plaatsen. Gek om op de helft van de deuren nu bordjes ‘heren’ te zien. Ik was er zeker 25 jaar niet binnen geweest maar (of juist ‘ dus’ ) voor mij was het altijd het vrouwenhuis gebleven. Pas bij de bijeenkomst nu, met subgroepen tot in wat ooit de redactieruimte van de Amsterdamse Vrouwenkrant was geweest, voelde ik aan den lijve hoezeer het verleden tijd is, ‘ onze’ vrouwenbeweging.

Kort na die roerige tijd richtten wij een vrouwenleesclub op – omdat we vonden dat we meer moesten lezen maar er uit ons zelf niet aan toe kwamen. Het was wel een braaf aftreksel van de activiteiten van de jaren daarvoor, maar het was een vrouwengroep.
      We begonnen met ons zevenen en zijn nu nog met vijf: Linjo, Heleen, Elly en Rikste, ooit respectievelijk collega’s en schoonzus van me, en ikzelf.
      Het is al zo lang geleden dat we niet zeker weten of we al ons 25 jarig jubileum kunnen vieren. Ik denk dat ‘t moment wel bijna daar is. We hebben allemaal Elly zwanger meegemaakt en dat was in 1985. Daarmee werd moederschap een, waarschijnlijk nog bescheiden, item – na en naast Simone de Beauvoir en Marguerite Yourcenar.
      Allereerst kwamen we beurtelings bij elkaar – dat wil zeggen bij de Amsterdamse groepsleden, wat we allemaal waren op Heleen na. Alles passeerde de revue: slechte en aflopende relaties, nieuwe verkeringen, teleurstellende en nieuwe banen, kinderen en kleinkinderen, gezondheid, ouders die oud werden en dood gingen, de toestand in de wereld waarover we nooit echte consensus bereikten – en de boeken die we afspraken maar dan toch weer opzij hadden gelegd voor eigen keus.
      Over minstens één boek waren we het eens. ‘”Zadelpijnen en andere verhalen” is een elitair niemendalletje. Die tuttenclub lijkt in niets op wat wij zijn: beide benen op de grond, geëngageerd, serieus met niet meer dan vleugjes uitspatting en meer met elkaars leven bezig dan met de mannen die er in voorkomen.

Inmiddels woont niemand van ons meer in Amsterdam en treffen we elkaar elke zes weken bij Elly – oorspronkelijk omdat zij kleine kinderen thuis had en daarom moeilijk weg kon, nu omdat ze nu eenmaal het grootste huis heeft en het beste kan koken.

Jaren lang lazen we alleen boeken van vrouwelijke schrijvers – volgens zeggen omdat ik dat had verordonneerd. Tegenwoordig zit er ook nog wel eens een man in het stapeltje dat ieder voor zich heeft liggen na het eten. De man van Elly eet al een paar jaar met ons mee als dat zo uit komt.


Uitstapjes naar de Hoeksche Waard

 


Een grote eer  

 

 

Bijzondere menu's


Al die jaren al kookt Ronald ‘ voor de dames’ , en al die jaren al zorgt hij voor bijzondere menu’s met meestal buitenlandse gerechten.

Het is bepaald een eer dat hij voor ons mag koken maar andersom is hij voor ons wel DE chefkok die elke vrouwenclub zich mag wensen.

 

 

 

 

 


Santa Rosa Guyana (Voorjaar 2004)