Beelden


Polderdemocratie

 

Keetje van Bekaf


CURIEUZE NAAM  


KOKENDE PEK & TEER 

Net als ik het maar eens aan iemand wil vragen, komt het antwoord. Bij het begin van het straatje staat een standbeeld van een strijdbare mevrouw.
      Het is Keetje van Bekaf, die op 22 juli 1490 tijdens de Hoekse & Kabeljauwse twisten ten strijde trok tegen de Hoeksen. Zij deed dit samen met andere vrouwen, omdat de mannen op zee aan het vissen waren.
      Keetje gebruikte kokende pek en teer.


VIJAND MOEST 'AFTREKKEN'  

Op de sokkel van het standbeeld dat is gemaakt door het beeldhouwersechtpaar Jean en Marianne Bremers staat dat ’de vijand na een gevecht van 7 uren moest aftrekken’.  
      Of er ook veren aan te pas kwamen vermeldt de tekst niet.  


KEETJE & JACOBA  

Waarom Keetje van Bekaf ‘een Kabeljauw’ was, is me niet duidelijk.
      Misschien voelde zij zich wel verwant met Jacoba van Beieren, die overigens in 1436 overleed.

 

Goedbedoelde rimram of knap bedachte dijkgedichten

Visie 1:

In de Hoeksche Waard , waar ik woon, bevindt zich een mooi netwerk van fiets- en wandelpaden. Omdat ik weer regelmatig hard loop, kom ik vaak over die paden.



Curieuze teksten

Het zijn curieuze teksten. Prozaïsch bedoeld. Poëtisch misschien wel.

Ik zeg uitdrukkelijk ’bedoeld’, want ik vind het eerlijk gezegd rimram.


Dialoog  

Het zijn er maar een paar.

Deze ‘wegdekdialogen’ zoals ze genoemd worden zijn dus eigenlijk een soort 'wegwerkdialogen'. Bedacht door kunstenares Linda Pijnacker. Zij wil namelijk ‘een dialoog op gang brengen tussen lezer en landschap’.

En daar wringt het natuurlijk.
     
      Ideetje; toch? 

 

Sunday 12 July 2009

Visie 2:

Je kunt er ook anders tegen aan kijken.
      Dat doet bijvoorbeeld
Frans Mensonides, een Neerlandicus uit Leiden.
Hij ging in het voorjaar met het openbaar vervoer naar het dorpje Goudswaard en wandelde over een fietspad naar Piershil.
      Hij noteerde op dit traject alle teksten, zette die achter elkaar en kwam tot het volgende gedicht:


Frans Mensonides, (’gedichten, daarin heb ik doorgeleerd, al schrijf ik ze zelf niet’) vindt dit een mooi beeld.
      ’Die stukgevallen woorden, die zich dan toch aaneengorden tot iets moois. Dat is precies wat dit gedicht doet. Je neemt het verbrokkeld tot je, maar als je het onder elkaar opschrijft vormt het toch een min of meer begrijpelijke taaluiting. Een mooi zelfverwijzend gedicht!’.

Ik had het zo niet gezien, maar vind het knap gevonden.

En dan signaleert Frans Mensonides een volgend punt.
      Want wat gebeurt er als je in de andere richting -van Piershil naar Goudswaard- loopt en het gedicht dus in omgekeerde volgorde leest?
      ‘Niet bevorderlijk voor het begrip’.
Maar constateert hij ‘aan het eind krijg je, als het goed is, natuurlijk de briljante inval dat je de volgorde van de regels moet omdraaien’.

En dat is natuurlijk zo.
      Daarom zijn die n en e in dat andere gedicht omgedraaid.

Alles valt op zijn plaats, want op dit punt gekomen is alles open.

 

How many years can a mountain exist?


Before it's washed to the sea


The answer my friend


Is blowin' in the wind! 

 

Twintig jaar AZ-Kunstprojekten 


BOMVOLLE GALERIE  


MENNO BAUER


BOB KEMPER 


MAURICE DEN BOER