Media (370)

 

Het moment van geluk

(OVT Zondag 13 juli; Radio 1)
Morgen aflevering twee van negen zomercolumns, die ik voor de VPRO-Radio heb gemaakt.
      Het zijn persoonlijke herinneringen aan radioprogramma’s, waaraan ik in het verleden heb meegedaan.
      Ik zoek in mijn archief naar fragmenten en praat die op columnistische wijze aan elkaar. De afleveringen duren ongeveer tien minuten en worden uitgezonden in het programma OVT, iedere zondagochtend na het nieuws van elf uur op Radio 1.
      Vandaag op de dag van de WK-finale gaat het over Rio de Janeiro. Ik was daar in 1994. In een kolkend Maracaña-stadion lees ik een voetbalgedicht voor van Carlos Drummond de Andrade: Het moment van geluk. Over het Braziliaanse team dat in 1970 wereldkampioen werd.   
      En ik loop hard op het strand van Copacabana en vertel over de nauwelijks verhulde verschillen tussen soaps en de werkelijkheid. (Reizen 54)


Een fragment:

Voetbal in Brazilië is pure kunst, het is samba, ballet, poëzie. Maar het is ook oorlog, intimidatie, vuil spel en drama. 
      Kunstenaars in Brazilië, die zeggen niets van voetbal te weten worden daar niet serieus genomen. Schrijvers en dichters hebben de sport beschreven en bewierookt.
      In het Maracaña-stadion bij de finale van het wereldkampioenschap komt dat allemaal bij elkaar.
      Twintig jaar geleden was ik in dat stadion. De wedstrijd ging tussen Flamengo uit Rio de Janeiro en Santos uit Sao Paulo. Bij de stand 1-1 draag ik temidden van een uitzinnig meelevend publiek een voetbalgedicht voor van Carlos Drummond de Andrade. (Reizen 53)

(Het programma is opgenomen voor de schokkende 7-1 nederlaag tegen Duitsland. Met de nederlaag tegen Uruquay in de WK-finale van 1950 in Rio de Janeiro behoort deze wedstrijd tot de heroisch-dramatische dieptepunten in de Braziliaanse voetbalgeschiedenis). 

 

ARCHIEFCOLUMNS 1: De Grote Oorlog

 

 


De grote oorlog

(OVT Zondag 6 juli 2014)

Morgen begint een serie van negen zomercolumns, die ik voor de VPRO-Radio heb gemaakt. Het zijn persoonlijke herinneringen aan radioprogramma’s, waaraan ik in het verleden heb meegedaan. Ik zoek in mijn archief naar fragmenten en praat die op columnistische wijze aan elkaar.
      De afleveringen duren ongeveer tien minuten en worden uitgezonden in het programma OVT, iedere zondagochtend na het nieuws van elf uur op Radio 1.

De eerste zogeheten archiefcolumn gaat over de eerste wereldoorlog. Het begint zo:
Journalisten en vooral journalisten, die geschiedenis hebben gestudeerd houden van ronde getallen. Om te herdenken. Het zal u niet ontgaan zijn, dat er dit jaar nogal wat programma’s gemaakt werden omdat honderd jaar geleden de eerste wereldoorlog ontbrandde. Vooral de afgelopen week.
Twintig jaar geleden was dat overigens interessanter. Er leefden toen namelijk nog een paar soldaten, die in die oorlog gevochten hadden. In de streek rond Ieper bijvoorbeeld, waar 100.000 mensen wonen en 600.000 gesneuvelde soldaten uit die eerste wereldoorlog begraven liggen, vond ik Jules van Damme .97 jaar oud. Hij werkt nog in de tuin Jules. Scherp van geest. Hij spreek Kustwest Vlaams, een bedreigde taal. Omdat hij ook een bescheiden aantal tanden in zijn mond heeft, is hij niet zo makkelijk te verstaan. Maar.. Wees gerust; het wordt allemaal vertaald. Ik spreek hem in gezelschap van mijn Belgische collega Fred Stroobants en Piet Chielens uit Rening-Elst, die een fascinatie voor die oorlog heeft.

Gifgas

De Duitsers gebruikten in deze oorlog voor het eerst gifgas. Mosterdgas, fosforgas en chloorgas.
      Ik lees voor uit dagboeken van soldaten over de afschuwelijke gevolgen van dit soort chemische wapens.

Montage te Hilversum

Monteren met technicus Berry Kamer (Foto's Michal Citroen)

Het programma is natuurlijk ook te beluisteren op DE SITE VAN OVT.

Gebruikte muziek is ondermeer Oh,oh, oh, It’s al lovely war van Courtland & Jeffries.

 

 

 

 

Mijn vriend en oud VPRO-collega Stan van Houcke had zeven jaar geleden alweer een vermakelijke correspondentie met Prof. Dr. J.G.G. Jansen. Inderdaad de man die op de vierde plaats staat voor de PVV bij de Europese verkiezingen. Het  begint met een stukje dat hij vijf jaar daarvoor schreef in het tijdschrift De Humanist.  
Daarna blijkt dat de professor toen al de weg enigszins kwijt was. 

 

Een Arabist als poseur

‘Opvallend is het aantal poseurs onder de columnisten. Pim Fortuyn, Leon de Winter, Sylvain Ephimenco, om er enkelen te noemen. Opvallend maar niet onverklaarbaar. De column is bij uitstek het wapen van de poseur in zijn strijd om erkenning. Hoewel ze in uiteenlopende gradaties en soorten voorkomen hebben de poseurs onder de columnisten één ding gemeen: na verloop van tijd gaan ze in hun eigen geconstrueerde waarheid geloven.
Als vanzelf valt hij (of zij) automatisch terug op een pose. Z'n woorden zijn een schreeuw om aandacht. Hij wil behagen om bewonderd te worden. De opinie an sich interesseert hem niet, alleen het effect dat ze teweegbrengt. En omdat in een massamaatschappij gedachten niet de ultieme impact opleveren, zet hij sentimenten in: het simplistische vooroordeel tegen het complexe oordeel, de impuls tegen de bezinning, de verholen suggestie tegen de beargumenteerde gedachte. Hij is de man van de soundbite, zijn wereld is eendimensionaal, even overzichtelijk als een stripboek.
De columnist is als een standup comedian, een hit en runfiguur, die met de snelheid van een tasjesdief te werk gaat. Daarbij moet hij als broodschrijver telkens weer een mening over van alles en nog wat ophoesten, hetgeen automatisch leidt tot een inflatie van meningen.
Om dit te verdoezelen moet elke opinie de kracht van een donderslag krijgen. De minder bekwame columnist pompt zijn vruchteloze woorden op tot ze als reusachtige ballonnen boven hem zweven en met hem aan de haal gaan. Hij gebruikt de taal niet om inzicht te verschaffen maar om te heersen, om te straffen, om iemand in een hoek te dwingen en verbaal af te ranselen. Hij dicht de ander alle denkbare gruwelijkheden toe om zelf buiten schot te blijven. Hoe zwarter de ander wordt afgeschilderd des te onschuldiger lijkt hij.
De column is voor hem een techniek, een foefje, een suikerspin van woorden; na vijf minuten is het op en weg, de consument met plakkerige handen achterlatend. Het lijkt allemaal echt, maar is het niet. De woorden zijn te hol, de begrippen potsierlijk, de zinnen drijven in een niet doorleefde werkelijkheid. In zijn hang een maximaal effect te bereiken, vervalt de poseur onder de columnisten onherroepelijk in pathetiek. Hij uit zich in steeds heftigere bewoordingen, zijn toon wordt geëxalteerd, zijn opinies grotesk. Meningen worden door hem uitgemolken en verder aangescherpt tot ze een karikatuur van de werkelijkheid zijn geworden.
Een jaar voor zijn dood wees de auteur Frans Kellendonk me op een ander fenomeen: ‘'Het gruwelijke is: zodra je iets opschrijft, verhardt het. Het gevaar is dat je er dan ook in gaat geloven, dat de dingen zijn zoals je zegt dat ze zijn. Wat je moet behouden is een scepsis, een vrijheid, het gevoel van de ongrijpbaarheid van alles. Dat vereist een geweldige krachtsinspanning.’’ Maar juist aan die scepsis ontbreekt het de poseur onder de columnisten, zijn stukje zou het niet verdragen, het zou dan te duidelijk worden dat er wartaal staat, wat bij closereading al snel blijkt. De columnist en de schrijver leven in twee gescheiden werelden.
Voor een auteur vormt de taal een moreel criterium, hij heeft niets anders. Hij weet dat, zoals de satiricus Karl Kraus schreef: '’Taal de moeder [is] van de gedachte, niet haar dienstmeid.’' Die wetenschap ontgaat de hier genoemde columnisten. Voor hen zijn de woorden zelf inhoudsloos geworden, ze hebben slechts propagandistische waarde en kunnen derhalve als dodelijk gif werken.’

Ik zou daar nu, vijf jaar later, de HP-columnist professor dr. Hans Jansen aan toe willen voegen. Jansen is arabist die, om het maar eens voorzichtig te stellen, in onmin leeft met zijn onderwerp, de arabieren. Hij ligt wat dat betreft op 1 lijn met Geert Wilders. Het is dan ook niet vreemd dat hij het volgende schreef:

'Op het gastenpodium : Prof. Dr. J.G.G. Jansen
NIEUWE GOUDEN BLADZIJ

De bedenkingen van Geert Wilders over de dubbele nationaliteiten in het Nederlandse kabinet zijn dan ook geen wereldvreemde en absurde onzin, maar zouden het rustig onderwerp van discussie moeten zijn, al was het alleen maar vanwege de overspannen verwachtingen die een aantal regeerders in het Midden-Oosten en in Turkije koesteren over de uitbreiding van hun macht over West-Europa.'



Lees verder: http://blog.seniorennet.be/angeltjes/archief.php?ID=466

Ik stelde professor Jansen de volgende vraag: hoe nu? 'De overspannen verwachtingen die een aantal regeerders in het Midden-Oosten en in Turkije koesteren over de uitbreiding van hun macht over West-Europa?' Hallelujah, dat is even schrikken!!! Een omgekeerde kruistocht? Over wie heeft u het? Kunt u wetenschappelijk bewijzen dat uw bewering ook klopt? Waarom noemt u geen namen? Worden de christenen in het Westen bedreigd door wilde horden arabieren? En zo niet, waarom dan de suggestie dat we bedreigd worden? Nu we toch bezig zijn: gezien zijn Israelische contacten, hoe loyaal, denkt u, is Geert Wilders aan het Koninkrijk der Nederlanden? Of is het toch 'wereldvreemde en absurde onzin' om in die termen te denken?

Zie ook de professor zijn website:
http://www.arabistjansen.nlNaar aanleiding van dit ontving ik dezelfde dag nog deze email van hem:

'wo 9-5-2007 14:12

Zeer geachte Stan van Houcke: Waar haalt u het vandaan dat ik in onmin leef met 'mijn onderwerp'? Heeft u enig idee hoeveel Moslims en hoeveel Arabieren er precies zo over denken als ik? Nagenoeg alles wat ik aan 'lelijke' dingen over 'mijn onderwerp' schrijf, is wel al eens door een Arabier of Moslim opgeschreven. Meestal wel meer dan een keer. Waarom kiest u eigenlijk geblindoekt partij voor de ayatollah's, en verraadt u rest van de Arabische en Islamitische wereld? In afwachting van uw antwoord, met vriendelijke groet, HansJansen’

Vroeg in de ochtend daarop ontving ik deze email:

'do 10-5-2007 7:34

‘Vergeet u niet mij te antwoorden? Met vriendelijke groet, HansJansen’

Ik heb professor Jansen dit geantwoord:

'Geachte heer Jansen
Zeker niet, maar ook al had ik geweten dat u zo dringend op mijn antwoord wachtte, had ik toch niet eerder kunnen antwoorden. Een korte verklaring daarvoor: gistermiddag viel in het centrum van Amsterdam de ADSL-verbinding uit en dus ook mijn computerverbinding.
Vanochtend had ik geen tijd aangezien ik druk doende was de arts/epidemioloog Pieter Bol te interviewen over zijn boek ‘Biological Globalisation’. Warm aanbevolen. Vervolgens heb ik in het Van Gogh museum de tentoonstelling Max Beckmann in Amsterdam, 1937-1947 bezocht. Eveneens warm aanbevolen. Een van zijn uitspraken was dat het grootste gevaar dat de mensheid bedreigt het collectivisme is, en voorop het westers collectivisme, wel te verstaan. Tenslotte ben ik al flierefluitend door Amsterdam naar huis gefietst. Warm aanbevolen.

Het antwoord op uw vraag is bijzonder simpel, lees uw eigen teksten op uw weblog. Zie:
http://www.arabistjansen.nl/

U suggereert veel, impliceert veel, en sterker nog: uw toon van schrijven is die van een verbeten mens, van een man die zich door iets of iemand, misschien wel door het leven zelf, tekort voelt gedaan. Er is daarbij sprake van een bepaalde mate van grofheid in vorm en inhoud, in doen en denken, waarachter een rancuneus gevoel lijkt schuil te gaan.
De lezer/luisteraar mist in uw opvattingen een zekere onafhankelijke, wetenschappelijke benadering. Uw betoog verraadt een manichëisch wereldbeeld, goed en kwaad zijn bij u bijzonder sterk gescheiden. Telkens als ik iets van u lees of van u hoor moet ik denken aan Milan Kundera die ooit eens schreef: ‘De mens wenst zich een wereld waarin het goed en het kwaad duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn, want in hem huist het ingeschapen en ontembare verlangen te oordelen alvorens te begrijpen.’ En u doet dat ook nog op zo’n typisch Hollandse manier, nogal grof.
Ik heb u eens in het openbaar zien optreden. Dat was tijdens de promotiebijeenkomst van de arabist Maurits Berger in november 2005, toen u zich druk maakte over een in uw ogen verkeerde arabische vertaling in zijn dissertatie. U deed dat niet op een wetenschappelijke, afstandelijke manier, maar op een voor de aanwezigen pijnlijk verbeten, onbehouwen manier, zonder enige charme. Uw lippen trilden, uw ogen puilden uit, u liep rood aan, het was een bespottelijk gezicht. Ook toen al vroeg ik me af waar deze verbeten, grove houding vandaan kwam.

U bent kennelijk nogal trots op uw stukjes in de HP. In elk geval heeft u ze op uw website gezet. Een daarvan gaat over de auteur Geert Mak. Twee korte fragmenten daaruit:Gedoemd tot kwetsbaarheid is een fout boekje.’ Fout? Is er dan oorlog? U schrijft voorts:
Leuke uitdrukking trouwens, ‘’handelaren in angst’’. Waar komt die eigenlijk vandaan? In Arabische versies van de zogenoemde Protocollen van de Wijzen van Zion, een berucht anti-semitisch vervalst document uit de 19de eeuw, worden de joden zo genoemd. Het zal toch niet zo zijn dat Geert Mak die aardige uitdrukking aan de Protocollen heeft ontleend?’

Die toon, meneer Jansen, die suggestie van anti-semitisme, het stigmatiseren van de tegenstander, het proberen iemand’s persoonlijke integriteit aan te tasten, is de handelwijze van een pamflettist, van iemand die graag een hetze voert en zeker niet de werkwijze van een beschouwelijk mens die met de toon en argumenten van een wetenschapper op een zakelijke manier een meningsverschil uitvecht. Het schermen met anti-semitisme wordt veelal gedaan door querulanten die bij gebrek aan argumenten de onderbuikgevoelens bespelen.

Overigens, nu we toch met taalkritiek bezig zijn. Gezien het feit dat u hecht aan een juist taalgebruik, zult u mij dankbaar zijn dat ik u op de volgende fout wijs. U schreef voor Belgische bejaarden in uw hoedanigheid van professor, dr.: 'De overspannen verwachtingen die een aantal regeerders in het Midden-Oosten en in Turkije koesteren over de uitbreiding van hun macht over West-Europa?’ Fout. Aantal is enkelfout, dus: ‘De overspannen verwachtingen die een aantal regeerders’ koestert.

Dan nog even dit, u eindigde een toespraak eens als volgt: ‘
Ik wil u ook nog voorstellen om straks wanneer het programma dat toestaat een dronk uit te brengen op twee afwezigen: Pim Fortuyn en Theo van Gogh’ die ‘samen met de profeten, martelaren en heiligen schuilen onder de troon van de Allerhoogste.’

Een dronk uitbrengen op twee mensen die met opmerkingen als deze:‘de islam is achterlijk, ik zeg het maar, het is gewoon een achterlijke cultuur’ en ‘de vijfde colonne van de geitenneukers’ symbool staan voor de grofheid ten opzichte van de islam, tekent uw houding. Ondermeer daarom, maar zeker niet alleen daarom, mijn stelling dat u 'om het maar eens voorzichtig te stellen in onmin leeft met’ uw 'onderwerp, de arabieren.’
Nadat Van Gogh vermoord was werd ik geinterviewd door Time Magazine over de situatie in Nederland. Ik vertelde de verslaggeefster wat Van Gogh allemaal in het openbaar had gezegd over joden en arabieren. Ze luisterde aandachtig en zei toen: 'Dit kan ik niet opschrijven in mijn artikel. Het is te stigmatiserend en te grof. Dat wordt in de VS niet toegestaan.' Hier in Nederland is die grofheid normaal geworden in het zogeheten publieke debat. Ik zie deze grofheid geenszins als een teken van vrijheid, maar als een gebrek aan beschaving.

Tenslotte: Maar natuurlijk, meneer Jansen, weet ik dat we te maken hebben met slechts een kleine groep extremisten binnen de islam. Dat is nu juist mijn verhaal. Mijn kritiek op u is ook dat u zo weinig genuanceerd bent. Dankzij de VPRO Radio heb ik vele jaren lang door de arabische wereld kunnen reizen en ik herken nagenoeg niets van die wereld in uw opgewonden stukjes. De wereld is veel gecompliceerder dan de zwart-wit portrettering die u geeft, zo van wij het Verlichte westen en zij de obscurantistische wereld voor wie we waakzaam moeten zijn vanwege: ‘overspannen verwachtingen die een aantal regeerders in het Midden-Oosten en in Turkije koesteren over de uitbreiding van hun macht over West-Europa.’
De nodige scepsis ten opzichte van onze eigen cultuur is dringend gewenst, gezien het feit dat zowel Auschwitz als Hiroshima exclusieve producten van het beschaafde Westen zijn dat zo prat gaat op zijn Verlichtingsidealen. Bovendien heb ik zoveel islamieten ontmoet dat ik nooit een dronk zou uitbrengen op de stigmatisering en stereotypering die Fortuyn en Van Gogh als wapen gebruikten.

Over die regeerders. Volgens mij is dit absurde bangmakerij, vandaar nogmaals mijn door u nog niet beantwoorde vragen: 'De overspannen verwachtingen die een aantal regeerders in het Midden-Oosten en in Turkije koesteren over de uitbreiding van hun macht over West-Europa?' Hallelujah!!!
Een omgekeerde kruistocht? Over wie heeft u het? Kunt u wetenschappelijk bewijzen dat uw bewering ook klopt? Waarom noemt u geen namen? Worden de christenen in het Westen bedreigd door wilde horden arabieren? En zo niet, waarom dan de suggestie dat we bedreigd worden? Nu we toch bezig zijn: gezien zijn Israelische contacten, hoe loyaal, denkt u, is Geert Wilders aan het Koninkrijk der Nederlanden? Of is het toch 'wereldvreemde en absurde onzin' om in die termen te denken?

Er vanuit gaande dat ik uw vraag naar volle tevredenheid heb beantwoord, zie ik met spanning uit naar uw antwoorden op mijn vragen.
vriendelijke groet
stan van houcke'

Ik kreeg daarop snel deze reactie van de heer Jansen:'do 10-5-2007 19:52
Veel woorden, sommige ter zake. Uw enthousiasme voor de standpunten van de ayatollahs blijf ik vreemd vinden. Uw gebrek aan belangstelling voor de rest van de Arabische en islamitische wereld komt naar mijn indruk voort uit harteloosheid. Vriendelijke groet, HansJansen'

Ik constateer twee dingen:
1. de professor weigert antwoord geven op mijn vragen, of kan het domweg niet. Mijn conclusie is dat zijn bewering op niets is gebaseerd en niets anders is dan tendentieuze verdachtmakerij.
2. de heer Jansen maakt gebruik van een oude truuk: je legt je tegenstander woorden in de mond en die ga je vervolgens bestrijden. Ook dit is een vorm van tendentieuze stemmingmakerij.
Ik heb nergens ook maar iets geschreven of gezegd dat duidt op mijn 'enthousiasme voor de standpunten van de ayatollahs.' En gebrek aan 'belangstelling voor de rest van de Arabische en islamitische wereld' blijkt niet uit hetgeen ik geschreven en als radiomaker gezegd heb. Zie onder andere mijn weblog of mijn website:
http://home.planet.nl/~houck006/

Toch stelt professor dr. Jansen dit en hij geeft en passant ook een antwoord op zijn zelf beweerde stelling: het 'komt naar mijn indruk voort uit harteloosheid.' Professor, op welke uitspraken van mij baseert u deze beweringen? En op welke deze: ‘Waarom kiest u eigenlijk geblindoekt partij voor de ayatollah's, en verraadt u rest van de Arabische en Islamitische wereld?
Professor, los van de inhoudelijke nonsense gevat in een retorische vraag, ontdek ik toch weer opnieuw een taalkundige fout. ‘Geblindoekt’ moet zijn ‘geblinddoekt’, dus met twee d’s, anders staat er geblind-oekt. En oeken betekent in het Nederlands: ‘brommen, grommen, mompelen en pruttelen’. Met andere woorden: dan staat er ‘geblind pruttelen’ en dat heeft u toch niet bedoeld. Althans, daar ga ik gemakshalve vanuit.

Hoe dan ook, ik zal van de heer Jansen geen antwoord op mijn vragen krijgen. Het is deze tendentieuze manier van debatteren die het niveau van gedachtenuitwisseling in Nederland zo laag en naargeestig maakt, en een waar debat onder intellectuelen volstrekt onmogelijk maakt. Toch heeft het gebrek aan wetenschappelijk niveau de Universiteit Utrecht niet weerhouden om de heer Jansen tot professor te benoemen. Welke criteria zou die universiteit gebruiken? Toch eens aan mijn goede vriend André Klukhuhn vragen, die doceert aan dezelfde universiteit.

 

Het ging hierna natuurlijk nog een tijdje door. Ga naar:

 

http://www.stanvanhoucke.blogspot.nl/2007/05/geert-wilders-en-israel-4.html

http://www.stanvanhoucke.blogspot.nl/2007/05/geert-wilders-en-israel-5.html 

http://www.stanvanhoucke.blogspot.nl/2007/05/geert-wilders-en-israel-6.html

 

 

Een ode aan vijf VPRO radiomakers


Dit curieuze geschrift is direct na verschijning een collector’s item geworden. Het is een ode aan vijf medewerkers van de VPRO-Radio. Of liever: ex-medewerkers van de VPRO-Radio. Zij zijn namelijk ontslagen. Slachtoffer van verkeerde bezuinigingen.
      Ze waren gezamenlijk meer dan 125 jaar in dienst. Het zijn: Tessel Blok, Ger Jochems, Djoeke Veeninga, Jacqueline Maris en Annemieke Smit. De AFSCHIJTSBODE is sfeervol en humoristisch, betoont respect en ziet om in verwondering. Het blad is geschreven door collega’s en oud-collega’s. Ik mocht voor deze gelegenheid nog één maal een MEMO voor Cor Galis schrijven. Dat staat er zo in.

 

Bal der boventalligen

De bode werd aangeboden. Natuurlijk. Dat gebeurde in Desmet te Amsterdam waar het zogeheten Bal der Boventalligen werd gehouden. Het was er druk. Een soort reünie. Want naast de vijf radiocollega’s werd ook afscheid genomen van vier T.V.-mensen. Zij mochten allen zelf kiezen wie ze wilden uitnodigen. Een feest van herkenning & wederzijdse erkenning dus. Een feest natuurlijk ook met een droevige ondertoon.

Colofon

Aan de afschijtsbode werd meegewerkt door: Jan Haasbroek, Chris Kijne, Marjoke Roorda, Astrid Nauta, Gerrit Kalsbeek, Remy van den Brand, Stefan Heijdendael, Jair Stein, John Jansen van Galen, Frederique Melman, Hans Dorrestijn, Freke Vuijst, Ingeborg Beugel, Sietske van Weerden, Lemke Kraan, Gerard Leenders, Irene Houthuijs, Ronald van den Boogaard, Fieneke Diamand, Godfried van Run, Ineke de Jong, Paul van der Gaag, Peter Flik, Aukje Holtrop, Dini Bangma, Olaf Oudheusden, Klaas Vos, Jan Donkers, Kees van den Bosch, Eric Arends, Max van Weezel, Harmke Pijpers, Mei Lang Ng, Barbara Schreuders, Kees Schaepman, Sofoula Schalkwijk en Geert Mak.

 

 

Deetman dus

Nederland telt ongeveer 250.000 analfabeten; mensen dus die niet of nauwelijks kunnen lezen en schrijven. Er zijn voorts 1.3 miljoen laaggeletterden, mensen die moeite hebben met lezen en/of schrijven. In totaal is dit 9.4% van de bevolking.

      Zo’n 25 jaar geleden was dit 7%. Men hanteerde toen het begrip functioneel analfabeten.

We zijn er in een kwart eeuw dus eerder achter- dan vooruit op gegaan. Dit ondanks cursussen die op tal van plekken in dit land gegeven worden.

      In de jaren 1984-‘90 gaf het steunpunt Volwasseneneducatie in Den Haag een kwartaalblad uit voor medewerkers van alfabetiseringscursussen. Het blad heette SCHRIFT en had een vaste columnist: Ronnie Glas; soms Ronnie Glass. Dat was ik.

      Ik heb een aantal nummers teruggevonden met die columns. Ze zijn volgens mij niet of nauwelijks gedateerd. Oordeel zelf. Ik zal er de komende tijd een aantal publiceren.

Uit nummer C van november 1984: Titel; Deetman dus
      Over Wim Deetman; in 1984 minister van Onderwijs in het eerste kabinet Lubbers.

Hij meldde toen bij KRO’s Brandpunt, dat er voldoende vrijwilligers zijn om te helpen bij alfabetiseringscursussen en benadrukte daarmee ongewild het dedain voor deze vorm van onderwijs.

       En ja: enigszins is fout gespeld!


Spinsels M: Dyslexie & schroevedraaiers

Spinsels N: Kankeren op niveau

Spinsels H: Troonredes & leesplezier 

Spinsels F: Functionele onzin

Spinsels Q: Van Gorter tot Haverschmidt

Spinsels O: 1990; Een erg verhaal

Spinsels G: Hè!

Spinsels I: Punt!

 

 

 

 

Subcategorieën