Het zorghotel 

Gratis bingo en volop sociale contacten


Ze heeft het even helemaal gehad met haar moeder. Josefien. Over drie weken zou ze vertrekken naar Venetië . Daar begon de cruise over de Middellandse Zee. Met vijf vriendinnen zou ze gaan. Maar haar hulpbehoevende moeder had bijna roet in het eten gegooid.
      Josefien had met heel veel moeite een zorghotel in de buurt bereid gevonden om haar moeder drie weken op te vangen.
      ’Prima verzorgd, een eigen kamer, dagelijks keus uit drie menu’s, gratis bingo en volop sociale contacten met andere hotelgasten’ had Josefien benadrukt.

Haar moeder was woedend geworden.
      ‘Je wilt me opbergen in een asiel. Met andere gehandicapten, gekken en a-socialen’. En als het je bevalt, laat je me daar nog zitten ook.
      Ben je lekker van me af ’.

Josefien was geschrokken. Ze had zo goed haar best gedaan. Haar hele leven had ze al voor haar moeder gezorgd. Nooit was ze langer dan een week weggeweest.
      ’s Avonds was ze er altijd om haar moeder naar bed te brengen. Dagelijks maakte ze eten, deed haar in bad en kamde haar haren uit.
      En omdat ze niet meer zindelijk was, deed ze haar ook twee soms drie maal per dag een schone luier aan. En dan nu dit. Josefien moest een beetje huilen.

      ‘Ja ja, schreeuwde haar moeder. ’Mij laten barsten en dan nog janken ook. Toe maar. Als je maar weet dat ik niet naar die tent ga. Ik ga niet en jij gaat ook niet. Middellandse Zee! Wat moet jij in de Middellandse zee? En dan nog op zo’n duur schip ook.
      Heb je daar wel geld voor. Mijn geld zeker. Mijn geld’.

Josefien was het huis uit gerend en had haar beste vriendin Daphne gevraagd wat ze moest doen. Maar Daphne was heel duidelijk geweest.
      ’Je moet eindelijk ook eens aan jezelf denken’, zei ze. ’Daar heb je meer dan recht op. En aan dit soort chantage moet je niet toegeven. Terreur is het. Terreur’.

‘Ja maar ze is zo hulpbehoevend’, zei Josefien.
      ‘Ze kan absoluut niet voor zichzelf zorgen. Misschien wordt ze wel doodongelukkig in dat hotel’.

‘Het is toch een zorghotel‘, had Daphne geroepen.
      ‘Nou dan zorgen ze toch voor haar. Daar zijn ze voor’.
En toen: ‘Zal ik met je meegaan om het haar uit te leggen?’.

Josefien wilde eerst ‘ja’ zeggen,maar vermande zich.
      ‘Nee hoor. Ik ga gewoon zelf en zeg tegen haar dat ze zich niet zo moet aanstellen.’.

‘Goed zo’, zei Daphne. ‘Prima’.

En Josefien was terug gegaan en had het er allemaal uitgegooid. Haar moeder had het aangehoord en niets teruggezegd. Helemaal niets. En dat was al een halve dag geleden.
      Maar ze zou niet veranderen Josefien. Dit keer niet. Ze zou moeder niet haar zin geven.

Ze was nu in de kantoorboekhandel om een dagboek te kopen. Want dat zou ze doen. Een dagboek bijhouden van haar grote reis.
      De eerste regels zou ze schrijven op een terrasje op het San Marcoplein van Venetië.
      Ze kende die regels al bijna uit haar hoofd”