De damesclub

Rietje & Josje & Ria & Laila & Daphne & Josefien


Ze weet het niet. Josefien. Echt niet.
      Met haar beste vriendin Daphne gaat ze volgende maand een cruise maken over de Middellandse Zee. Maar nu had haar collega Rietje Meinders gevraagd of ze ook meekon. Daphne was daar eerst op tegen geweest, maar had toen geopperd dat haar vriendin Josje van Dijk uit Thesinge dan ook mee mocht.
      En toen Josefien het vertelde aan haar buurvrouw Laila Hensen wilde die ook van de partij zijn. En Daphne had daarna Ria van Maaren gevraagd.

Met z’n zessen zouden ze nu gaan.

Josefien wist niet precies wat ze daarvan moest denken.
      Die Josje was soms nog een echte bakvis en Ria was ook al zo’n uitbundig tiep. Daphne ging alleen mee om leuke mannen te ontmoeten en de altijd goed verzorgde en knappe Laila Hensen had zich nu al voorgenomen om een bemanningslied -het liefst een stuurman of zo- te veroveren.
      Veel zou ze deze vriendinnen dus niet zien en dan zou ze overblijven met Rietje Meinders.
      En juist met haar kon ze niet zo goed opschieten. Rietje was gevallen op hun directe chef Joost Cornet, iemand waar Josefien in stilte verliefd op was.

Het oorspronkelijke plan was op deze manier behoorlijk in duigen gevallen.
      Daarbij kwam dat Josefien ineens bang geworden was om ernstig zeeziek te worden. Vroeger op de kermis in de Rups werd ze al niet goed en ze had ook altijd last van wagenziekte.
      Juist op de Middellandse Zee kon je het heel erg te pakken krijgen, had ze inmiddels gelezen.
      Het zijn korte golven, die een schip hevig aan het rollen kunnen zetten. En als er dan een zware wind zou opsteken, een wind die daar de Meltemi genoemd werd, zou ze wel eens een kotszak nodig kunnen hebben.

Uit voorzorg had zij al een setje van die zakjes aangeschaft. Bovendien had ze een doos dramamine-pillen gekocht. Pilletjes tegen bewegingsziekte.
      Toen ze een autoritje met Daphne ging maken had ze het uitgeprobeerd en de voorgeschreven dosis ingenomen. Maar ze was toen vrijwel onmiddellijk in slaap gevallen en dat vond Daphne natuurlijk weer vervelend.
      ‘Als je zo ook op onze reis gaat doen, hoeft het voor mij niet’, had Daphne haar dreigend toegevoegd, toen ze was bijgekomen.

Josefien was daar weer erg van geschrokken.
      ‘Ja maar als ik nou zeeziek word’, dan heb je helemaal niets aan me’.

‘Als je je voorneemt om niet ziek te worden, word je niet ziek’, zei Daphne.
      ‘Zoiets zit alleen maar tussen je oren’.

Josefien had daarover nagedacht.
      ‘Ik word niet ziek
       Ik word niet ziek’, had ze tegen zichzelf in de spiegel geroepen.
Daarbij had ze haar handen een paar maal stevig tegen de oren gedrukt.

Josefien zou veel boeken meenemen. Thrillers ook.
      Ze had Glotz ontdekt, een schepping van H.J.Oolbekkink. Glotz -geen voornaam- was een Nederlands geheim agent met een fotografisch-encyclopedisch geheugen. Kenner van pikante limericks, die in het verleden diverse malen de wereld gered had zonder dat zelf in de gaten te hebben.
      Een aardige anti-held. Tegenhanger van 007.
Josefien had besloten daar van te houden. Sterker; ze identificeerde zichzelf met hem.
      Nog even had ze overwogen om het aan Daphne te vertellen, maar die zou natuurlijk alleen maar weer geschamperd hebben.

Josefien raadpleegde nog even haar eigen scherpe geheugen.
      Ze zouden onderweg ondermeer Montenegro aandoen. Land van de Zwarte Bergen. Hoofdstad Podgorica. 678.177 inwoners.