Cruisen naar Turkije



Een vakantieplan maken 

Ze is er nog niet uit, Josefien. Over een week of zes ging ze met vakantie. Samen met haar beste vriendin Daphne.
      Maar ze waren het niet eens over de reisbestemming en bleken verschillende ideëen te hebben.

Josefien wilde een cruise maken.
      ‘Weet je dat ze prachtige cruises hebben bijvoorbeeld naar Antarctica’, had ze zomaar eens opgemerkt.

      ‘Naar Antarctica’, had Daphne gezegd.
      ‘NAAR ANTARCTICA’. Ben je nou helemaal gek geworden!’.

‘Hoezo?’, had Josefien geroepen.
      ‘Het is daar heel ongerept. Prachtige natuur. En ik heb gelezen dat je er snel bij moet zijn, want over tien jaar is al dat ijs daar gesmolten. Dan kan je er wel varen maar je ziet geen ijsbergen meer’.


Josefien was geschrokken. Daar had ze niet aan gedacht.
      ‘Maar waar wil jij dan naar toe’.

Daphne was heel resoluut.
      ‘Naar Turkije. Net als alle gewone mensen. Je neemt een pakket waarbij alles verzorgd is. Vliegen, hotel, eten en drinken. Uitstapjes zelfs, maar dat hoeft voor mij niet.
      Je kunt lekker op het strand liggen en er zijn genoeg leuke mannen om mee te stappen’.

      ‘Leuke mannen’, had Josefien geantwoord. ‘Turkse mannen?’.

‘Nee natuurlijk niet’, zei Daphne. ‘Die mogen die hotels niet in. Gewoon. Hollandse mannen. Die kan je tenminste verstaan en ze gaan daar ook naar toe om een pleziertje te hebben.
      Turkse mannen. Nee zeg. Stel je voor’.

Josefien had tegengestribbeld. Tien dagen naar Turkije gaan en dan niets van het land zien. Tien dagen op het strand liggen. Tien dagen westers eten en drinken en geen Turk ontmoeten.
      ‘Dat was … dat was DECADENT’ had ze geroepen. ‘Hartstikke decadent‘.

Ze waren mokkend uiteen gegaan. Tot Josefien het ineens wist. Als ze nu eens een cruise gingen maken over de Middellandse Zee. Ze had daar over gebeld met Daphne en die vond het wel een aardig idee.
      Vooral toen Josefien had gezegd, dat zo’n cruiseschip een soort loveboat was.

En als Daphne zou roepen dat dit nou echt decadent was, dan zou Josefien dat beamen.
      ‘Het moest er maar eens van komen’, had ze in zichzelf geroepen.

‘Het moest er maar eens van komen ja!‘.