Kiezen en tanden trekken 


Het kunstgebit

Ze is nerveus en bang. Josefien. Ze heeft al bijna haar hele leven last van haar mond. Gaatjes in haar tanden en kiezen. Ontstoken tandvlees. Ontstekingen van weefsels en tandwortelpunten. Ze slikte twee maal per dag Bocasan.
      Haar boven- en onderkaak sloten ook niet goed aan.
Haar tandarts André van den Berg sprak van parodontitis en tandplaque.
      Hij had haar een half jaar geleden naar een kaakchirurg gestuurd. 
Die moest beoordelen of er implantaten konden worden geplaatst voor twee bruggen.

Dat bezoek was vervelend verlopen. De chirurg -een knappe donkere man- had het direct gezien.
      ’Ik heb een vervelende mededeling voor u’, zei hij. ‘Alles moet eruit. U bent toe aan een kunstgebit.’ Hij had haar ook nog gezegd dat er nog drie miljoen andere Nederlanders met een kunstgebit rondliepen en dat je er tegenwoordig niets meer van kon zien.

Josefien was erg geschrokken. Zij. Een kunstgebit. En ze was nog maar net vijftig geworden.
      Ze had daarna twee maanden gewacht voor ze een afspraak maakte met haar eigen tandarts. Ze durfde niet. Josefien. Al haar tanden en kiezen in één keer trekken.
      Dat was vreselijk. Meer dan vreselijk. Afschuwelijk.


De afspraak  

Vandaag was het zover. Om elf uur zou het gebeuren.


Eksterlaan  

Ze stapt op haar fiets en gaat naar de praktijk in de Eksterlaan.
      Josefien had wel eens gehoord, dat het vroeger Eksterstraat was, maar omdat er nogal wat bomen stonden, hadden de bewoners actie gevoerd om van hun straat een laan te maken.
Zij is de enige patiënt in de wachtkamer. Bladert een autoblad door zonder iets te lezen.
      Josefien heeft zweet in haar handen. Aan de wand hangt een kaart met zieke ontstoken tanden en kiezen.

      ‘U kunt komen’, zegt assistente Ria van Maaren.

Josefien staat op, gaat naar binnen en neemt plaats op de neergeklapte bank.
      ’We gaan je eerst verdoven’, zegt André van den Berg. Hij pakt een injectiespuit en begint rechtsboven. Josefien zucht en probeert flink te zijn. Nog een injectie recht boven haar voortanden. Links volgt. Beneden. Er gaan maar liefst acht injecties in.

      ‘Blijf maar even hier’, zegt Ria. ‘Het werkt snel tegenwoordig‘’

 

Wrikken & kraken  

Nog geen tien minuten later pakt hij zijn tang en begint te wrikken aan de achterste kies rechtsonder. Het gaat niet direct goed en Josefien slikt hevig en krijgt kotsneigingen.
      Ze voelt zich beroerd en wil het liefst de stoel uit vluchten.

André stopt even. ‘Probeer rustig te blijven’, zegt hij. ‘Denk aan leuke dingen. Haal mooie herinneringen op’.

Josefien wil helemaal niet aan leuke dingen denken.
      Ze wil weg. Naar huis. Weg uit die martelkamer.
‘Doe je mond wijd open’, zegt André.
      Hij begint opnieuw te wrikken en dan hoort Josefien het kraken. Luid en duidelijk. De kies komt eruit.

      ‘De eerste’, zegt André . ‘Drink maar even wat’.
Hij gaat door en Josefien ondergaat het gespannen, hoewel André steeds roept dat ze zich moet proberen te ontspannen.
      Als alle kiezen eruit zijn zegt André dat het ergste voorbij is. En inderdaad de tanden gaan er veel vlotter uit.

 

Bloed & slijm  

Als het allemaal voorbij is spuugt Josefien slijmerig bloed uit. Er gaan gaasjes en watten in de wonden.  
      ‘We wachten even en dan plaatsen we het gebit er direct in. Dat zit er dan als een soort verband om’.

Josefien knikt maar wat. Haar mond is nog verdoofd. Ze voelt zich beroerd en afgemat. Het gebit gaat er in.
      ‘Zuigt goed’, zegt André . ’Heel goed’.
‘Ik geef je een receptje voor pijnstillers en antibiotica mee.
      En als je last hebt kom je direct terug. Een afspraak hoef je niet te maken’.

Josefien wil het liefst direct naar huis, maar besluit toch maar eerst naar de apotheek te gaan. En dan gebeurt het.

Hans Heijne kijkt haar verbijsterd na.