Een patstelling


Averecht breien

Ze is aan het breien. Josefien. Een truitje voor haar nichtje Fieneke, die naar haar vernoemd is.
      Ze kan het goed. Vooral averecht breien.

'Insteken-omslaan-doorhalen-af laten glijden'.

Josefien repeteert het.
      En ze wisselt het af met haar psychologie-oefening.


Hekslootpolder  

Een maand geleden was haar feestje geweest, toen ze vijftig geworden was. Ze had gedanst met Hans Heijne, die ze nog kende van de computercursus.
      Josefien had zich erop verheugd om samen naar een bijeenkomst te gaan van de vereniging Behoud de Hekslootpolder. Ze was een beetje verliefd geweest, maar Hans had niets meer van zich laten horen. En zelf durfde ze geen initiatief te nemen.
      Haar buurvrouw Laila Hensen zou dat natuurlijk gewoon gedaan hebben. Maar ja: die zag er voor haar leeftijd nog heel goed uit.

‘Zou dat nou makkelijk zijn?’, denkt Josefien. ‘Breien op een machine’.
      Nee hoor. Niets voor haar.
Breien moest je met de hand doen?
      Was dat nou ouderwets?
De was deed je toch ook niet meer met de hand.

Haar afwas ook al niet meer.
      En een computer had ze ook al.

‘Hans’. Zou ze hem gewoon bellen. Misschien durfde hij ook wel niet. Was er een patstelling ontstaan. Zo heette dat toch?

Een patstelling.


Actie

Ze staat abrupt op.
      Doet haar jas aan.
Gaat naar buiten.
      Naar de Hekslootpolder tegenover haar huis.

Want als Hans haar zou bellen moest ze toch weten waartegen ze actie moest voeren.
      Net als ze haar voordeur wil sluiten gaat de telefoon.
Haar hart slaat over.

Hans!
      Stel je voor.
Toch nog.