Vissen naar vis

(Gisteren gehoord bij de visboer).

Een mevrouw -begin twintig- tegen de mevrouw –ook begin twintig- achter de toonbank:
      ‘Ik zoek vis; u weet wel van die vis, die niet zo naar vis smaakt’.

      ‘Tja eh... ik weet hier niet direct raad mee’

      ‘Nou ja kijk, het zit zo; ik eet eigenlijk nooit vis. Maar nu hadden we kennisssen op bezoek en die zeiden dat vis zo lekker en gezond is. En toen zeiden ze ook, dat als je nooit vis eet en je wil beginnen met vis eten, dat je dan het beste kan beginnen met vis eten, die niet zo naar vis ruikt en ook niet zo naar vis smaakt’.

      ‘Maar hebben die kennissen dan gezegd om welke vis het gaat?’

      ‘Nee, dat niet. Ze zeiden, dat ik het maar gewoon aan jullie moest vragen ’.

      ‘Het is anders wel zo, dat vis nu eenmaal naar vis smaakt. Daar is het namelijk vis voor’.

      'Dat begrijp ik ook wel, maar de ene vis is toch de andere niet’.

      ‘Als u nu deze neemt’. De winkeljuffrouw wijst naar kabeljauwfilet.

      ‘Dus deze smaakt niet zo naar vis?’.

      ‘Nou ja dat wel. Maar het lijkt in ieder geval niet meer op vis’.

      

Goedemorgen!