IK BEN EEN BIJZONDER AANGENAME MAN

Op 10 november 1994 was ik voor de VPRO-radio een ochtend lang te gast bij Hugo Claus in zijn grote huis in Antwerpen. Hij praatte urenlang in mijn microfoon. In prachtige markante volzinnen. Ik heb de oude cassettebandjes teruggevonden en laat u een stukje van ruim 26 minuten horen. ('t kan even duren)

In 1994 werden overal in Vlaanderen en Nederland Clausmanifestaties gehouden, omdat hij 65 jaar was geworden. Het was ook het jaar dat zijn roman Belladonna verscheen.

Wij praten over al die herinneringen (alsof hij al dood was) en bespreken de vergankelijkheid van het leven.
      Over zijn schrijfproces (trekkebenend verder ploeteren), over zijn discipline (hij leverde Het verdriet van België in 1982 op 31 december om kwart voor twaalf ‘s nachts in), over zijn poezen Moshe en Adeline, over zijn ego (Ik ben een bijzonder aangename man), over de zachte corruptie in België.

En over de mensheid, DIE DE WARE CLAUS PAS ZAL ONTDEKKEN ALS HIJ DOOD IS.