Uncategorised

 

Al te bont

                            De Santekraam kleurt zwart en rood
                                Het bont hangt aan een koord
                              de huid gevild rondom het lood
                              De mutsen zijn hier ongehoord

 

Dichter bij de grond.

Vindsels 1 t/m 30

Vindsels 31 t/m 60

Vindsels 61 t/m 90

Vindsels 91 t/m 120

Vindsels 121 t/m 150

Vindsels 151 t/m 180

Vindsels 181 t/m 198

 

 

 

Voorjaar 2002. Longyearbyen

1. Midzomernacht: Een onttakeld bioritme

 

Ik ben met de Nederlandse Constance Andersen. Zij werkt bij een plaatselijk reisbureau. Eigenlijk zou ze nooit meer weg willen, want ze is hier ’volmaakt gelukkig’. Lyrisch is ze over het landschap, de natuur en de uitzichten. En met het klimaat kan ze inmiddels goed leven.
      ‘Ja, het doet wel wat met je’, zegt ze. ’s Winters kan het vijftig graden vriezen en in de zomer loopt de temperatuur wel eens op tot twintig graden boven nul. ’Het is hier ondanks dat het een eiland is, een droog klimaat. ’Dat helpt‘

De weinige inwoners van Longyearbyen moeten een huis en een baan hebben, anders mogen ze zich er niet vestigen. Het merendeel van de inwoners komt uit Noorwegen, maar omdat er een universiteit is, waar je arctische wetenschappen kunt studeren zijn er hoogleraren en studenten uit de hele wereld. Op de heenweg in het vliegtuig van Tromsø naar Longyearbyen zat ik naast een IJslandse hoogleraar arctische geologie, op de terugweg naast zijn Deense collega. Beide professoren zijn net zo lyrisch over het eiland als Constance.
      Dat je naar een merkwaardige uithoek in de wereld gaat, blijkt op de heenweg trouwens ook, want als we over het Beren-eiland in de Noordelijke IJszee vliegen, keert de piloot van de Noorse vliegmaatschappij Braathens het lijnstoestel en vliegt nog eens terug, zodat alle passagiers het eiland kunnen zien. “Een zeldzaamheid’, legt hij uit, ''want vrijwel altijd is het hier zo bewolkt dat het eiland niet te zien is.''

      De eeuwige zon schijnt dag en nacht fel die week. Zo fel, dat baby’s niet alleen petjes op het hoofd gedrukt krijgen, maar ook een zonnebril op hebben. Bij drie graden boven nul kun je -uit de wind- in een t-shirt op een terras zitten. Rendieren komen zomaar langs. Ze zijn mager, want de afgelopen winter was erg streng. In de stad mogen de dieren niet geschoten worden. Daar buiten wel. Iedere inwoner van Longyearbyen mag per jaar één rendier schieten. Men hoort van tevoren of dat een mannetje, een vrouwtje of een kalf is. Als een dier geschoten wordt, moet bij de overheid ter controle een tand van het beest ingeleverd worden.


EXTREEM DUUR
  

WAPENS  

 Als je het stadje verlaat ben je verplicht om een wapen mee te nemen. Je kunt namelijk zomaar een ijsbeer tegen komen. Sommige toeristen nemen dit zo letterlijk, dat ze het wapen zelfs bij zich dragen in de enige supermarkt van het plaatsje. Johan., de Noorse echtgenoot van Constance verhuurt die wapens. ’Oefenen moet, zegt hij. ’Oefenen’.
      Hij troont mij mee naar de schietbaan, die een paar kilometer buiten de stad ligt. 
’Ik ben met wapens opgegroeid’, zegt hij.
Dan kijkt hij mijn richting op.
      ‘En jij’.
      ‘Tja’, zeg ik maar eens. Zo’n dertig jaar geleden zat ik in het leger. Toen bleek dat ik wel aardig kon schieten. Maar ja, sinds die tijd heb ik 't nooit meer gedaan’.

Na wat oefenen zet Johan. een vizier op het geweer en schiet ik een mooie serie. ‘Ongelooflijk’, zegt hij. ‘Ik geloof bijna niet dat jij zolang niet geoefend hebt’.
      ‘s Avonds, als het groot feest is en er enorme hoeveelheden drank zijn omgezet in Huset, het plaatselijke restaurant annex feestzaal, staat Johan. op en begint mij luidruchtig te prijzen.
      Applaus klinkt en nog meer drank is ons aller deel.
     
                                Op naar Spitsbergen!

‘s Winters als het 24 uur lang pikkedonker is, schijnt er wel eens een verdwaalde Japanse toerist te komen.

1a. Rubicon
     
En ik had een walkman op met muziek uit de films Rubicon en Orions Belte. Die laatste film, een spionageverhaal uit de Koude Oorlog, speelt zich voornamelijk af op Svalbard. De muziek is van de Noren Geir Bøhren en Bent Ǻserud. Het begint en eindigt met Svalbardtema.
      Iedere nacht draaide ik die muziek. Het zat verankerd tussen mijn oren en meer en meer ging de muziek op in het landschap.

Luister  HIER naar Svalbardtema uit Orions Belte, De Riem van (sterrenbeeld) Orion.

 

 

2. Zonnebadende walrus 

  

Deze aquarel is van de Noorse kunstenares Ellen Linde-Nielsen. Ik kocht een reproductie (47 x 37 cm) in Galerie Svalbard te Longyearbyen, waar het schilderij ook gemaakt is. 
      Het heet: Soltilbeder 79 N'' (Zonnebaden op 79 graden Noorderbreedte)

 

 

3. Toeristen met geweren

 Als je Longyearbyen, de hoofdstad van Spitsbergen verlaat moet je een geweer bij je hebben.
      Je kunt dan namelijk een ijsbeer tegenkomen. Die moet je doodschieten als ‘ie agressief wordt.
Op de schietbaan even buiten het stadje wordt het je allemaal uitgelegd.
       Er hangen zelfs plaatjes met de plekken waar je het beest ‘t best kan raken.
Dat de theorie en de praktijk hier wel eens lelijk kunnen botsen, lijkt me duidelijk.

 

 

Verhalen

De verhalen op Spitsbergen gaan vaak over ijsberen. Dat lijkt logisch, maar het is ‘t niet.
      Er zijn maar weinig van de 1500 inwoners van Longyearbyen, die een beer in het echt gezien hebben.
Ze komen namelijk vrijwel nooit naar het stadje.

IJsberen op Spitsbergen zitten in het noorden en het oosten. De geschatte aantallen variëren van 3.000 tot 5.000.
      Je moet een tocht per schip maken om ze te zien. Er worden zelfs cruises aangeboden waar je je geld terugkrijgt als je geen beer ziet.

Dit jaar in augustus werd een groepje Britse jongeren nog aangevallen door een ijsbeer.
      Zij kampeerden op veertig kilometer afstand van de hoofdstad. Een jongen van zeventien kwam om het leven, vier andere kinderen werden ernstig gewond.
      De ijsbeer werd doodgeschoten.
Autopsie leerde dat het beest zo agressief was omdat hij tandpijn had. De zenuwen van twee hoektanden lagen bloot.


Standbeelden

Er zijn op Svalbard -waaronder Spitsbergen valt- diverse standbeelden van ijsberen.
     
Er hangen tal van foto’s en in ieder boek over de eilandengroep wordt er ruim aandacht aan besteed.
Logisch dus dat je in de plaatselijke souvenirwinkel veel ijsberen vindt.
    Deze moeder met kind heb ik daar gekocht.
    

 

 

 

1. Een dubbel tarief

 

Je kunt makkelijk in één dag door Oostenrijk rijden.
      Bijvoorbeeld van Passau in Duitsland via Linz en Graz naar Maribor in Slovenië.
Je hebt dan een vignet nodig. Niet voor één dag, want dat kan helemaal niet. Je moet voor € 9,90  (Bij de ANWB 12,85) een vignet kopen voor minimaal tien dagen. Dat is een beetje raar.
      Nog vreemder is het dat je op dit traject nog eens extra tol moet betalen voor twee tunnels. .
De Bosruck € 10,95 en de Gleinalm € 14,95 -
      Bij de rusthaven Rottenmann-Nord wordt dat allemaal op een bord aangegeven.
(Foto 2014)

 

Je krijgt er wel een mooi uitzicht voor.

 

 

2. Verslaggever te Wenen

Eregasten

We zien hier uw bloghouder in smoking; 25 jaar oud.
      Het was 16 januari 1970. Locatie: De grote Redoutensaal van de Hofburg in Wenen, het voormalige paleis van de Oostenrijkse keizers.
Daar werd op die dag de Wiener Fasching gehouden, een muziekgala waar naast de pas overleden Johannes Heesters die avond maar liefst 27 muziek-, dans- en balletgezelschappen optraden.
      Eregasten waren De Trommelaeren van Roesendaele, een show- en dansorkest uit Roosendaal dat in die dagen grote triomfen vierde.

Ik was toen verslaggever bij het Dagblad De Stem. En ik verzeker u dat het gezelschap in Wenen groot succes had.
      Bovendien werd er -zoals u ziet- goed voor de pers gezorgd.

Foto's: Dick de Boer

 

De Trommelaeren in Wenen met dirigent Wim Laros

Wim Laros
    Bij boekhandel De Boekenwurm in de Roosendaalse Molenstraat vond ik een boekje van C.J.Heeren, die de achtergronden van dit korps schetst in een uitvoerige en zeer gedetailleerde sociaaal/culturele beschouwing. De band werd in 1953 opgericht en groeide uit tot een internationaal vermaard gezelschap, dat bij de wereldmuziekconcoursen in Kerkrade in 1958 en 1962 wereldkampioen werd. Het korps bestond op enig moment uit 59 instrumentbespelers: negentien slagwerkers met een overslagtrom, twee pauken, acht parade- en acht concerttamboers, zestien jachthoornisten, vier tubaspelers, twee sousafonisten of bassisten, twee bekkenisten en zestien trompettisten.

      Muzikaal leider was Wim Laros, een gedreven man. Aan hem vooral wordt het succes van de Trommelaeren toegeschreven.

      Hij was niet alleen de dirigent, maar ook een componist, die voortdurend naar vernieuwing streefde.
Met grote ijver, enorme discipline, inspiratie en een ongekende inzet leidde hij het gezelschap. Soms werd zeven dagen per week geoefend.
Muzikanten die een keertje niet kwamen opdagen, werden eruit gezet.
     
Bij het eerste wereldmuziekconcours haalden de Trommelaeren 118 punten, slechts twee punten onder het maximum.

C.J.Heeren: ‘Voor een menigte van 30.000 toeschouwers etaleerden De Trommelaeren hun Rijsdijkmars. De band had amper de mars ingezet of bij de eerste exercitiefiguur ging er een golf van applaus door de rijen en dat hield niet meer op voor het korps de sintelbaan helemaal rond geweest was. De jury had reeds na enige minuten de formulieren ingevuld. Voor de rest keken ook zij vol bewondering toe!’

Nadat de band in 1962 opnieuw wereldkampioen was geworden, volgden steeds meer optredens in binnen- en buitenland.
      Maar het absolute hoogtepunt was de voorstelling in Wenen, waarvoor Wim Laros een parafrase op het Weense carnavalssymbool ‘Der Lieben Augustin’ had gemaakt.
      Na het Weense avontuur ging het door allerlei verwikkelingen, ruzies en onbegrip bergafwaarts met het orkest. Een paar jaar later werd het roemloos opgeheven.

Monumentaal eerbetoon

Veel mensen hebben zich in die jaren afgevraagd hoe er zo’n vermaard gezelschap kon ontstaan in een provincieplaatsje als Roosendaal.
      Niet in de laatste plaats de Roosendalers zelf.
Het antwoord is steevast: Wim Laros.
      De dirigent overleed in 2007 en dat was aanleiding om het initiatief te nemen voor een blijvende herinnering.
Dat werd een kunstwerk van Léon Vermunt; negentien in staal gesneden manshoge figuren, die geplaatst zijn op het dak van een winkelgalerij aan de Nieuwe Markt in Roosendaal.

 

 

3. Obernberg. Een Marktdorp in Oostenrijk


Het ziet er niet erg Oostenrijks uit: Obernberg am Inn. Een dorpje van nog geen 2.000 inwoners in het Noordwesten van Oostenrijk. Aan de andere kant van de rivier ligt Duitsland.
      Vooral het Marktplein is karakteristiek met rococo-huizen, waarvan er een paar beschilderd zijn door Johann Baptist Modler. Hij woonde daar zelf een tijd en beschilderde ook zijn eigen huis.
      Op de Markt zijn ook het raadhuis, de Nicolauskirche en een Heimatmuseum. Het dorp heeft relatief veel hotels en is een interessant oord voor toeristen die op rust gesteld zijn en in de omgeving willen wandelen.

Café Woerndle



Raadhuis



Heimathaus



Nicolauskirche

         

Modlerhaus



De Markt met rechtsvoor het in bruin beschilderde huis van Modler


Hausgemachtes Beuschl



Je kunt hier bijvoorbeeld huisgemaakte Beuschl eten.
      Een soort soep naar authentiek Oostenrijks recept, waar je orgaanvlees voor nodig hebt. Meestal worden kalfslong en -hart gebruikt. Dat wordt zo’n anderhalf uur gekookt in kalfsbouillon en -soms- rode wijn en dan gaat het in een saus van boter, bloem, uien, peterselie, selderie en zure room.

 

4. BIJ DE RADIO AANGENOMEN

(Door Peter Flik te Hongarije)

Was ik te jong? Ja
Onervaren? Ja
Vol goede moed? Nou ja…

Ik was onderwijzer en had het wel naar mijn zin op een vrij progressieve school in Utrecht. Alleen die kinderen, hoe moest je die aanpakken. Van alles geleerd op de toenmalige kweekschool. Schuifkrijt, solfège, didactische principes, figuurzagen, zang en dans en wat niet. Maar hoe om te gaan met wanhopige kinderen die de scheiding van hun ouders meemaakten. Daar was in de opleiding nooit iets over verteld. Ook niet hoe je houding moest zijn ten opzichte van uitgesproken domme of slimme kinderen. Ordening in hun levens aanbrengen, terwijl je zelf nog maar net daaraan toe was. Het was een prima baan, maar voor mij te zwaar.
      Er verscheen een advertentie van de V.P.R.O. Die omroep zocht iemand die schoolradioprogramma’s wilde maken. Een introductiegesprek, stemtest. Aangenomen.
      De eerste werkdag. Allereerste ervaring in radioland. Collega’s vroegen me of ik misschien wist hoe de kerst in dat jaar zou vallen. Ik had geen idee en begreep ook niet wat ze wilden weten. Pas na geruime tijd werd me dit duidelijk: zou de kerst op vrijdag en zaterdag vallen, dan hadden we drie vrije dagen aaneengesloten.
      Het werken voor de schoolradio was niet moeilijk, maar ik zag wel in dat dit werken in de luwte was. Het echte werk: nieuws, lezingen, documentaires, muziek, reportages, daar kon ik nog niet bij. Oudere collega’s waren daar zeer bedreven in en sommigen van hen lieten dat merken ook. Omroepster Mieke van Dillen schreeuwde me een keer toe dat ik niet moest denken als jonkie dat ik nog met iets nieuws kon komen, alles was al een keer gedaan.

        
    Kasteel Belvedere Wenen

Na een paar maanden waagde ik de stap naar het echte werk te maken, en zocht steun bij een vijf jaar oudere collega die op het punt stond naar Wenen af te reizen om verslag te doen van een politieke bijeenkomst ergens op een kasteel. Hij gaf mij instructies. Onberispelijk gekleed zijn. Naar de kapper. Apparatuur op compleetheid controleren. Ik zou me gedeisd moeten houden, hij zou het echte werk doen, daar kon ik dan wat van leren.
      Hotel te Wenen. De avond er voor niet de stad in gaan, niet drinken. Je inlezen. Hij gaf me knipselmap met zeker twintig bladen. Op mijn kamer studeren. Ik snapte er werkelijk geen hout van. Moeilijk Duits, onuitspreekbare namen, onbegrijpelijke verwijzingen. Een diepe slaap redde me.
      De volgende morgen met een taxi naar de plaats des onheils, zo voelde ik het. Zakdoek vergeten, alsmede schrijfgerei. Geen nood, de collega had er wel drie van. Tijdens de rit nog wat instructies. Nooit iemand bij zijn voornaam noemen of tutoyeren. Nooit directe vragen stellen, maar eerst aan een omweg beginnen. Het liefst niet gaan zitten maar blijven staan, een stoel houdt je vast. Niet opvallen.
      Bij binnenkomst in de grote spiegelzaal van het kasteel loop ik tegen een tafeltje. Tien glazen op de grond. Dit moet dus niet fluistert de collega. En dit ook niet bijt ik hem toe: een Oostenrijkse politicus komt op mij af en negeert mijn collega. Hij ziet dat ik een microfoon in de hand heb en de collega niet. Stellen Sie jetzt die Fragen, zegt hij vriendelijk tegen mij In mijn hoofd ontrolt zich een film. Politieagenten voeren mij af naar een somber gebouw met martelkamers. Tegelijk ben ik me er van bewust dat ik die film niet moet afwachten. De politicus wacht op mijn vragen. Vragen die ik niet heb en ook niet kan verzinnen. En die eerste omweg heb ik ook al niet. Welke kapper doet Uw haar, dat is het enige dat mij te binnen schiet. Maar dat kan je toch echt niet vragen. Mijn collega ziet in welk parket ik zit en grijpt in. Vielleicht Herr Schönbrunn Wartelegger können Sie uns erklären was der ÖVP…….

Het eind van de zin heb ik nooit gehoord. Werd wakker in een ambulance.

Terug in Hilversum vroegen collega’s hoe het was in Oostenrijk. Weihnachten fällt dieses Jahr auf Mittwoch und Donnerstag, antwoordde ik en zij wendden zich af.

 

 

Zomer 2010. České Budějovice

1. Een ingetogen stad met flair


Aangenaam

České Budějovice is een mooie aangename stad; voornaamste plaats van de regio Zuid-Bohemen in Tsjechië.
      Het is een ingetogen stad met flair.
Ooit heette het in de Duitse tijd Budweis en het is dan ook in de wereld het meest bekend om zijn Budweiser bier, dat nog steeds in de stad gebrouwen wordt.


Centraal plein

Veel wegen leiden naar het vierkante centrale plein (133 bij 133 meter), vernoemd naar vorst Ottokar II die de stad in 1265 stichtte.
      Het plein heeft nog steeds een bestrating met kinderkopjes; er zijn monumentale gebouwen en huizen, die stammen uit de renaissance of de barokperiode.
      Er zijn hotels, restaurants, terrasjes en aan alle zijden tref je zuilengalerijen met winkels.

 


Stadhuis

Markantste gebouw op het plein is het barokke stadhuis, dat in blauwwit-tinten is opgetrokken.
      Op het dak staan beelden die Voorzienigheid, Gerechtigheid, Wijsheid en Oprechtheid uitbeelden.
Op de middelste toren staat de Tsjechische leeuw en er zijn wapenschilden op de wand. Diezelfde leeuw komt terug in de Samsonfontein, die midden op het plein staat.     

Een paar andere ‘ludieke’ beelden van denkers en een soort vrouwelijke Atlas geven het plein ook een hedendaagse aanblik.

 


Zuilengalerijen

Overal op het plein heb je uitzicht op de Zwarte Toren uit de zestiende eeuw.
      Je kunt de 225 treden beklimmen; je kunt dat -als je al wat op leeftijd bent- beter nalaten.
Ook de toegangswegen hebben zuilengalerijen met winkels.

 


 Zwarte toren

 

 
Samson fontein

 


Hotel Dvorak

 

 
Grand hotel Zvon (Drie panden)

 


DamesAtlas met fiets


Denkers op het plein

 

 

2. Lekker bier & namaakbier

 


Morele verplichting

Als je in Tsjechië bent, ben je min of meer moreel verplicht om af en toe een biertje te drinken.
      Het land kent een rijke traditie van bierbrouwen en de Tsjechen drinken met bijna 160 liter per persoon per jaar veruit het meeste bier in de wereld.
      In de stad Plzen (Pilsen) werd het Pils uitgevonden en in České Budějovice (Budweis) wordt het lekkere Budweiser bier (budvar) gebrouwen.
Dat gebeurt in de brouwerij aan de noordzij van de stad nog op een ambachtelijke manier met graan, hop en zuiver water.


Slap Amerikaans aftreksel

Als je wel eens in de Verenigde Staten bent geweest zie je ook overal Budweiser bier.
     
Dat merk heeft daar een bijna ongekend grote populariteit.
Maar het is namaak; een slap aftreksel van het Tsjechische merk.

Dat komt zo.
     
In České Budějovice wordt al sinds 1265 bier gebrouwen. Pas in 1895 werd dat bier commercieel vermarkt.
Maar in 1876 startten de van oorsprong Duitse heren Adolphus Busch en Carl Conrad in de Verenigde Staten hun bedrijf Anheuser-Busch en ze noemden hun bier schaamteloos Budweiser bier.
      Sinds die tijd zijn er veel rechtszaken gevoerd en mag het Amerikaanse merk bijvoorbeeld in een aantal Europese landen alleen verschijnen onder de naam Bud.


Grootste brouwers

 

 

Anheuser-Busch ging in 2008 samen met het Belgisch-Braziliaanse merk InBev en werd zo de grootste bierbrouwer in de wereld met een omzet van veertien miljard Euro per jaar.
      Dat is natuurlijk heel veel meer dan de Budweis-brouwerij in Tsjechië die een jaaromzet van 80 miljoen Euro heeft.

Daarom ook is Anheuser-Busch er in het verleden in geslaagd een aantal rechtszaken te winnen.
     

Overigens: ook als je geen groot bierdrinker bent , proef je het verschil tussen de beide Budweisers heel goed.
Dan begrijp je ook waarom ze in Tsjechië zoveel bier drinken en er op tal van plekken in het land reclame voor wordt gemaakt..

 

Om toch op de Amerikaanse markt te kunnen opereren hebben de Tsjechen het merk Czechvar in het leven geroepen. Dat is gewoon de echte Budweiser.  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
Zvikovské Podhradi. De Moldau

3. Vltava & Otava; een drierivierenpunt

 

 Dit is een drierivierenpunt. 

      Het bevindt zich bij het dorpje Zvikovské Podhradi in Tsjechië , een kleine honderd kilometer ten zuiden van Praag.
Rechts stroomt de Moldau (Vltava) en links de Otava.
      De rivier gaat verder als de Moldau, stroomt via Praag en mondt in het noorden van het land uit in de Elbe.

 
Moldau

Otava

Toeschouwers

Het is een mooie rivier.
      Soms vaart er een bootje met toeschouwers, die het ook allemaal heel mooi vinden.

Symfonisch gedicht

Je kunt het best naar de foto’s kijken met de beroemde zeer herkenbare muziek van componist Bedrich Smetana op de achtergrond.
      Hij schreef in de tweede helft van de negentiende eeuw zijn monumentale werk Má Vlast. (Mijn vaderland).
Zes symfonische gedichten waarin niet alleen het landschap wordt verheerlijkt, maar waarin ook aandacht is voor verhalen, sagen en legenden uit Bohemen, het westelijk deel van Tsjechië .
      Het tweede gedicht is de Moldau.
     
Ik heb een mooie uitvoering voor u gevonden. Je hoort in 58" hoe de rivier ontspringt bij twee bronnen: een warme en een koude. Dan volgt de harmonieuze samenvloeiing.
      Een opname uit 1950. 
Het NBC Symphony Orchestra onder leiding van dirigent Arturo Toscanini.  

 

 Telč Moravië

4. Een verbluffend mooi plein

 


Een soort filmdecor

Dit is het Náměsti Zachariaš z Hradce, een verbluffend mooi plein in het plaatsje Telč in Moravië Tsjechië.
      Het is zo mooi, dat het een beetje onecht lijkt. Een soort filmdecor. 
Achter: het meest opvallende object van dit plein, kasteel (ZámekTelč).


Werelderfgoed

Het plein, gefotografeerd vanaf de kant van het chateau.
      Telč is een werelderfgoed van Unesco.
Het werd in 1530 door brand verwoest en daarna werden alle huizen in renaissancestijl gerestaureerd.
      Het is een verrassende architectonische eenheid.

Kasteel


Renaissance-huizen


Geen openluchtmuseum

Telč is meer dan een openluchtmuseum.
      Er zijn hotels, restaurants, terrasjes en aan alle kanten van het plein zijn zuilengalerijen met winkeltjes.


Zuilengalerijen


Standbeeld

Uiteraard staat op het midden van het plein het standbeeld van Zachariáš z Hradec, de oud-gouverneur van Moravië .

 

 

Mladá Vožice. Bohemen

5. Zomaar een stadje in de heuvels


Zuid-Bohemen Tsjechië

Mladá Vožice is een stadje in Zuid-Bohemen Tsjechië
     
Nog geen 3.000 inwoners. Zo’n tachtig kilometer onder Praag.
Het is dromerig. Aangenaam. Verstild.
      Heuvels en bossen in de omgeving.
Vrijwel alles gebeurt op het centrale pleintje: Zižka Square.


Hotel

Een relatief groot hotel, een paar restaurants, terrasjes, een grote Coop, een kleine Coop en nog een paar winkeltjes.
      Een kerk met een mooie toren, een aantal karakteristieke huizen aan het centrale plein,  twee scholen, een standbeeld en een vervallen kasteel.


Plein

Alle wegen leiden naar het plein.


Kerk

Overal in het stadje zie je de Sint Martinskerk


Toren


Entree

 In Mladá Vožice kom je niet per ongeluk, want het ligt bepaald niet aan een hoofdweg.

      Je kunt er eenvoudig een huis huren.
Met uitzicht op het dorp en uitzicht op heuvels en bossen. De mensen zijn aardig.
      Er komen vrijwel ieder weekend vrij veel mensen uit Praag , die hier een weekendhuis hebben.
Men eet dan graag karper, die in de vijvers rond het dorp gekweekt wordt.

Vietnam-handel

Op zaterdag zijn de winkels dicht. Met uitzondering van de levensmiddelenzaak van de Vietnamees Van Lap Luong.
      Die is trouwens ook op zondag open.
En hoe laat hij op weekdagen open gaat, laat zich raden.
     
Vanaf januari 1950 kwamen er Vietnamezen naar het toenmalige communistische Tsjechoslowakije. De landen knoopten toen diplomatieke betrekkeingen aan.
      De Vietnamezen kwamen om te werken en om te studeren.
Zij zijn de op twee na grootste ethnische groepering in het huidige Tsjechië.
      Na de Slowaken en de Ukrainers.


Second hand


Afval

Een verworvenheid van de Europese Unie.
      Gescheiden afval.


Kasteel

Ooit was het kasteel (Zamek) 't belangrijkste object in Mladá Vožice.
      Nu is het een bouwval, die snel opgeknapt moet worden.
Het pand lijkt verlaten, maar als je dicht in de buurt komt, gaan een paar honden vreselijk tekeer.


Standbeeld

Zoals op veel pleinen in Bohemen staat op het plein een standbeeld van Svaty Vaclave (Wenceslaus, hertog van  Bohemen)


Zaklokni School


Lagere School

 

 

6. Zoekend naar centra

Als ik in een stad ben, ga ik op zoek naar het centrale plein. Zo leer je die stad volgens mij het best kennen.
      Als het een goed plein is, kom je er eigenlijk vanzelf. Je volgt de drukste straten en de meeste mensen.
Op dat plein speelt zich van alles af.
      Er staan fraaie gebouwen; vaak een stadhuis en een kerk; er zijn hotels en restaurants, mooie winkels en er is een monumentaal beeld.
Soms staan er bomen. Daar hou ik niet van.
     
En ook niet van markten of kermissen, die op pleinen gehouden worden. Of auto’s die er geparkeerd worden.

Symboliek
‘Als pleinen konden vertellen’, is de titel van een documentaire serie van Rob Hof. Hierin portretteert hij dertien pleinen, die een symbolische functie hebben in de geschiedenis van de betrokken steden en landen.
     
Neem het Plein van de Hemelse Vrede in Peking, het Rode Plein in Moskou of het Wenceslausplein in Praag; het Nelson Mandela plein in Johannesburg of het Plein van de Dwaze Moeders in Buenos Aires. Pleinen met een bewogen geschiedenis, plekken vol herinneringen; van mystiek ook. Toeristische pleinen als Washingtion Square in New York, San Marco in Venetië of Garavillas in Spanje.
  
Verbeelding   

En dan zijn er ook nog Berlin Alexanderplatz, de Dam in Amsterdam, Times Square New York, Placa Bolivar in Caracas Venezuela of de Place d’Armes in Quebec. Neem het Rigestanplein in Samarkand Oezbekistan, het Zócalo in Mexico, het Tahrirplein in Cairo, Federation Square in Melbourne of het Plaza de Armas in Lima Peru.

Vorige maand was ik Tsjechië . Niet alleen Praag heeft zijn mooie en beroemde pleinen, maar vrijwel iedere stad of zelfs dorp.
      Prettige pleinen zijn het.
Heel prettig.

 
Telč Moravië

 

Tabor Bohemen

 

Milevsko Bohemen

 

Mladá Vožice Bohemen

 

Pacov Moravië

 

České Budějovice Bohemen

 

Telč Moravië


Tabor Bohemen

 

Milevsko Bohemen

 

Mladá Vožice Bohemen

 

Pacov Moravië

 

České Budějovice Bohemen

 

 

 

 

Geloofsgenoten & feestgangers

Lang hebben critici & lezers gedacht dat J.J.Slauerhoff in onderstaand gedicht afrekent met kerkgangers, gelovigen en strenge voorgangers. Niemand stelde zich de vraag, waarom de mensen uitgerekend op vrijdagavond naar de kerk gaan om daar als het allemaal voorbij is een portie kaas met mosterd te nuttigen.
     
Maar achteraf begreep iedereen het, waarna sommige critici beweerden het altijd al gedacht te hebben. Het was Simon Vestdijk, die ze uit de droom hielp. Dit gedicht gaat helemaal niet over gelovigen of kerkgangers, maar Slauerhoff bedoelt hier de leden van de Amsterdamse studentenvereniging USA (Unitas Studiosorum Amstelodamensium).
      Zowel Slauerhoff als Vestdijk waren daar in hun studiejaren lid van. Net als bijvoorbeeld -volgens Wikipedia- Hedy d’Ancona, Piet Dankert, Cas Enklaar, Joris Luyendijk, Pim de la Parra, Herman Pleij. Jef Rademakers, Han Reiziger, Uri Rosenthal, Gerard Spong, Henk Vonhoff en Willem Wilmink.

Van J.J.Slauerhoff

De afgescheiden Gemeente

Volbracht zijn alle wekelijksche plichten,

En Vrijdagsavonds gaan ze vroom ter kerke

Om zich aan 's voorzangers vroed woord te stichten,

Opdat zijn hemeltaal hun zielen sterke.

Soms raakt de goede man in zalvend vure

En wekt hen op jaarliedren te psalmeeren,

Dat stijgt ten hemel, en te twalef uren

Mogen de vromen zelfgenoegzaam keeren.

Nog enklen zitten in de kille kerk,

Zich troostend met een portie kaas met mosterd,

Armzaliger als hongrige kerkratten.

Spoedig komt dan de sluimerdronken koster

En jaagt de achterblijvers uit de kerk.

Dit is de Dienst dier op hun secte pratten.

Rijks HBS Leeuwarden

 Slauerhoff en Vestdijk kenden elkaar al van de middelbare school.
      Op deze foto uit 1916 van de Rijks HBS in Leeuwarden staan zij beiden.


Vestdijk op de achterste rij , tweede van links. Slauerhoff onderaan helemaal rechts. 

 

 

1. Omringd door Zuid-Afrika

Lesotho is een land. Het wordt geheel omringd door Zuid-Afrika. Het ligt niet aan zee en is dus een landlocked-country (geen Nederlands woord voor).    
       Suggestie: ZEEVRIJLAND


Het is geen enclave, omdat het onafhankelijk is. Ook voor een dergelijk gebied is in onze taal geen woord.
      Suggestie: LANDEILAND.


Zijn er nog meer landeilanden in de wereld?
      Je moet goed zoeken, maar in Italië is het raak. San Marino! Een echte.
Dan is er ook nog Vaticaanstad. Er zijn mensen, die dit een onafhankelijk land noemen. Daar is inderdaad iets voor te zeggen. Vaticaanstad is namelijk -zij het onder speciale voorwaarden- lid van de Verenigde Naties. Vaticaanstad wordt niet alleen geheel omgeven door één land, maar ook door één stad: Rome. 
      Suggestie: LANDSTADEILAND.


Er zijn nog meer landen die door één ander land omringd worden.
      Maar ze liggen aan zee.
Monaco bijvoorbeeld ligt in Frankrijk, Gambia in Senegal en Brunei in Maleisië.
       Suggestie: LANDSCHIEREILAND. 

 

 

Voorjaar 2000 

2,  Hoedjes, hoedjes & hoedjes

Eén van de merkwaardigste gebouwen in Afrika staat in de belangrijkste straat van de hoofdstad Maseru in Lesotho. Een onafhankelijk land dat geheel omringd wordt door Zuid Afrika. Een koninkrijk.  

      Kingsway heet die straat. En daar staat een vrij groot gebouw in de vorm van een hoed, de zogenaamde Basotho hoed. Er is een restaurant in gevestigd, waar je hele dikke omeletten kunt eten. Het bouwsel is van onderen rond en loopt omhoog in een punt met een kroon erop.
      Het is felgeel met een bruine rand. Het is gevormd naar de heuvel, die zich in het land bevindt bij het fort van de voormalige koning, Meshoeshoe de Grote. 
      Deze hoed is het nationale symbool van Lesotho. Je vindt het overal terug.        Bijvoorbeeld in de vlag, maar ook op nummerplaten van auto’s.

 

Pitriet

      In Maseru, maar ook in kleinere plaatsjes op het platteland, kun je van die hoedjes kopen. Ze worden gemaakt van een soort pitriet. Uiteraard met de hand.  
      Recht tegenover mijn hotel aan Kingsway op een pleintje was zo’n verkoopplaats. Er stonden twaalf verkoopsters. Als ze je zien gaan ze elkaar beconcurreren. ’ You want hat, mister? Selfmade hat. Very very cheap‘.
      Ze zijn leuk en druk en kleurrijk gekleed. Ze trekken aan je haar, aan je broek, aan je trui. Ze lachen en flirten. En ze bieden zo hard tegen elkaar op, dat de hoedjes uiteindelijk vrijwel niets meer kosten.
      Ik keerde in Holland terug met 12 hoedjes in verschillende soorten en maten.
      Op Internet wordt zo'n wat groter hoedje aangeboden voor 49,95 US $. 

 Ik heb er nog een paar over. 

 

 

3. Een bloedstollend mooie tocht 

                

Het tweede deel van de weg van de hoofdstad Maseru naar Semonkong in het centrum van Lesotho is niet zo best. De weg is niet geasfalteerd, maar bestaat uit keien, stenen, scherpe steentjes, grint en zand met daar tussen kuilen. Veel kuilen.
      Er moeten drie passen genomen worden. Nkesi’s pass (2660 meter), de Ponto (2905 meter) en de Thaba Putsoa (3096 meter). Vangrails zijn er niet en diverse keren smeek ik om alsjeblieft maar geen klapband te krijgen.
      Het is een bloedstollend mooie tocht in een voornamelijk kaal en ruig landschap in een fascinerende schakering van tinten rood, paars, blauw en geel, afwisselend donker en licht. 

     

De mensen zijn gehuld in dekens en hebben een doek om het hoofd, een pet of de karakteristieke Lesotho-hoed op en soms een mijnwerkershelm als souvenir aan werkzaamheden in de Zuid-Afrikaanse koper- of diamantmijnen. Ze zwaaien, steken een duim op of maken het V-teken. Blanken zijn hier nog een bezienswaardigheid.

Lesotho is het koninkrijk in de lucht met –zoals men mij diverse keren uitlegt- het hoogste laagste punt ter wereld; namelijk 1300 meter. Het is ook een geografisch wonder, want het wordt geheel omringd door één land: Zuid Afrika. Een soort landeiland dus. Net als San Marino.  
      Het land is sinds 1966 onafhankelijk en was nooit een thuisland en kende geen apartheid. Eén inwoner heet Masotho, meerdere inwoners zijn Basotho, de taal is Sesotho en het land van de Sotho’s is dus Lesotho; (spreek uit als Lesoetoe).  Ongeveer net zo groot als België met ruim twee miljoen inwoners; vrijwel allemaal Basotho.

 

ONRUSTIG

In 2000 was het erg onrustig in het land.  Dat was al zo sinds 23 mei 1998 , toen de regerende LCP ( Lesotho Congres Party) bij verkiezingen 79 van de 80 zetels in het parlement haalde. Een schandaal meende de oppositiepartijen. Er zou sprake zijn geweest van verkiezingsfraude op grote schaal.
      Maar toen een door Zuid Afrika uitgevoerd juridisch onderzoek uitwees, dat het met die fraude wel meeviel en de zittende regering recht van bestaan had, braken ernstige ongeregeldheden uit. En toen in september van datzelfde jaar een staatsgreep dreigde riep de regering Zuid Afrika te hulp. President Nelson Mandela, die op dat moment in de Verenigde Staten was, gaf opdracht een zogeheten vredesmissie naar Lesotho te sturen. Het Zuid-Afrikaanse leger viel het land binnen, maar stuitte op onverwachte tegenstand. En ging al spoedig over tot grof geweld.Veel doden; nog meer gewonden.

Daarna verkeerde het land enige tijd in een volstrekte anarchie. Plunderingen gevolgd door brandstichting waren aan de orde van de dag. Vooral winkels en bedrijven van Zuid-Afrikanen moesten het ontgelden. Anno 2000 is de hoofdstad Maseru nog lang niet hersteld van die activiteiten. Langs de belangrijkste straat de Kingsway staan overal nog zwartgeblakerde panden, er zijn gaten geslagen in de weg, spullen worden in stalletjes op straat verkocht of middenstanders zijn in containers getrokken.

                                                                                                      GEZELLIGE CHAOS  

Het is er overigens wel een uiterst gezellige chaos. Overal wordt muziek gedraaid of gemaakt, de mensen lijken vrolijk en spreken je voortdurend aan. Dat gebeurt overigens niet alleen om hun Engels uit te proberen, maar heeft ook nogal eens een bijbedoeling.
      “Ach u komt uit Nederland. Mooi land. Heel mooi land. Ik heb er nog een zuster wonen. Misschien kan ik ook bij u langskomen als ik daar naartoe ga. By the way: hebt u wellicht interesse om diamanten te kopen. Ik heb prachtige exemplaren, die bij u veel geld waard zijn. Heel veel geld. Mister, u kunt miljoenen verdienen. Miljoenen”.
      Om tot besluit vijf Rand te vragen als ik daar niet op inga. Kennelijk was zijn eigen handel niet zo lucratief als hij voorstelde. En de diamanten waren waarschijnlijk gewoon bergkristallen.

De zestiende mei zou een spannende dag worden in Maseru. De oppositie had geëist, dat er een datum genoemd zou worden voor nieuwe verkiezingen. Er zou die dag ook een nationale staking plaatsvinden en tegen stakingsbrekers zou streng worden opgetreden. In anonieme pamfletten, die in de stad verspreid werden, werd opgeroepen opnieuw tot actie over te gaan als geen datum genoemd zou worden. Vooral buitenlanders zouden hard worden aangepakt. Nieuws, dat in Zuid-Afrikaanse kranten heel veel aandacht kreeg.

Als ik een paar dagen voor die zestiende mei in het noorden van het land met de auto vlak voor de grensovergang Ficksburg-Maputsoe arriveer, word ik tegengehouden door de Zuid-Afrikaanse politie.
     
      “U weet toch wat zich daar in dat land afspeelt?

      'Ja? Goed!
      U bent gewaarschuwd!”.

In Lesotho blijken inderdaad veel roadblocks te zijn opgeworpen. Soms controleert de politie, soms het leger. Regelmatig moet je een formulier invullen, waar je denkt heen te gaan. Verder zijn er overigens in die tijd geen ernstige ongeregeldheden geweest. Men vermoedt dat er geen belangwekkende organisatie achter de anoniem verspreide pamfletten zit, maar dat het om individuele acties gaat. Vrij algemeen is men overigens wel van mening, dat het tijd wordt om nieuwe verkiezingen uit te schrijven.

                                                                                            HEY MISTER  

In Semonkong in het centrum van het land is van al die opwinding niets terug te vinden. Ik ben de enige gast in de plaatselijke lodge en dat zal ik weten ook.
      De plaatselijke bevolking komt en masse langs.
     
      'Hey daddy, you want something? Koffie, thee, zelfgemaakt gebak? Fruit? Een poppetje kopen, mister? Een Lesotho-hoed wellicht. 
      Hey father, goedemorgen, wil je paard rijden? 
      Heb je een gids nodig? Wat is het koud hè. Heb je misschien een deken nodig? Een trui, een jas?' 
      Hey boss! Ik heb diamanten bij mij thuis. Kom maar kijken. Very, very cheap''.

Een kilometer of zes buiten Semonkong liggen de Maletsunyane watervallen, die maar liefst 192 meter hoog zijn.
      Ik wil er naar toe.
In Lesotho hoor je dat op een paard of een pony te doen, maar ik heb van mijn leven nog nooit op zo’n beest gezeten. Bovendien heb ik geen zin in een gids.

Dan maar lopend.

Men legt mij omstandig uit hoe ik moet lopen om daar te komen, want groene of rode stippen zijn hier gelukkig nog niet. Eigenlijk is het een kwestie van de rivier volgen, maar die is vaak niet te vinden tussen het kreupelhout.
      De hond van de lodge vertrouwt het -waarschijnlijk terecht- niet en besluit dat hele eind voor mij uit te lopen. Ik noem hem Lucky.

We komen door hele kleine dorpjes, waar de mensen in de karakteristieke ronde Rondavels wonen. Ze zijn vriendelijk en niet opdringerig. De kinderen vinden het allemaal prachtig en lopen met ons mee. Als een soort rattenvanger van Hamelen bereik ik met hond en zo’n dertig kinderen de watervallen. Ik ga zitten en kijk. Haal de frisse lucht diep naar binnen.
      Heel even is het leven volmaakt.
    


VOLKSLIED  

        

’s Avonds laat de eigenaar van de Semonkong-lodge mij het volkslied horen.

4. Sotho Sounds; stoflongen & afval

Lesotho dus.  
      Een onafhankelijk land in Zuid-Afrika met een geheel eigen cultuur, eigen tradities; eigen muziek,
    
In het voorjaar van 2000 zat ik 's avonds wat te drinken met de eigenaar van een lodge in het plaatsje Semonkong. Plaatselijk geproduceerd bier onder de naam Maluti.
      Ik was de enige gast. 

De man had vroeger in de dimantmijnen van Zuid-Afrika gewerkt, Daar had hij stoflongen aan over gehouden. Met af en toe een rochel in zijn stem vertelde hij nostalgisch over zijn land. Over de armoe, de uitbuiting door Zuid-Afrika, maar ook over trots en overlevingsdrang.
     
Hij liet mij het nationaal volkslied horen en gaf mij een C.D. cadeau. Met Sotho Music. 

U kunt HIER luisteren naar vijf schaapsherders, die muziek maken met instrumenten, die ze zelf gemaakt hebben van afval en schroot. En natuurlijk hebben ze de karakteristieke Lesotho-hoedjes op.
 
The Sounds        

 

 

 

Staatstabakwinkel


                                          Nyitva staat voor open deur
                                         die duwt men dan naar voor
                                      men ruikt het spoedig aan de geur
                                       tabak verkoopt men hier in koor

 

Dichter bij de grond.

Vindsels 1 t/m 30

Vindsels 31 t/m 60

Vindsels 61 t/m 90

Vindsels 91 t/m 120

Vindsels 121 t/m 150

Vindsels 151 t/m 162

 

 

Echte man

 

Ik heb nog nooit een echte man harp zien spelen

 

Goedemorgen!

 


 

IJselijke elementen

 

                   
                                    In Dokkum op het middenplein
                                             staat deze ijsfontein
                                De zon, de wind en vochtigheid
                                       worden hier speels geleid

 

 

Dichter bij de grond.

Vindsels 1 t/m 30

Vindsels 31 t/m 60

Vindsels 61 t/m 90

Vindsels 91 t/m 120

Vindsels 121 t/m 144

 

 

De Nederlandse onderwereld


Het aantal liquidaties in de Nederlandse onderwereld is gedaald mede omdat een aantal leden al is geliquideerd.


Goedemorgen!


 

 

Daddy’s Favorite Klutz

(Door Hugo Kijne Te Hoboken USA)

While the FBI was conducting its limited investigation into Christine Blasey-Ford’s and Deborah Ramirez’s accusations against Brett Kavanaugh the president seemed to be more relaxed than normally, probably because this time he was not directly the problem, but only indirectly because he had nominated the judge.  Under severe pressure from his advisors he even succeeded in showing some respect for Dr. Ford’s ‘position.’  In one of his surreal speeches Trump declared that he had fallen in love with Kim Jong-un and Kim with him, and out of the public eye he signed a bill that will keep the government funded until December 7th, when the elections are over and he can safely shut it down if he doesn’t get money for the Wall.  But the president’s good mood disappeared when on Wednesday the New York Times published an article that outlined how Trump’s father had evaded taxes all of his life and together with his favorite son committed fraud on numerous occasions.  It torpedoed the myth that Trump is a self-made man, but instead showed that he was a millionaire at age 2 and in total received $413 million from his old man, while together with his siblings scheming the IRS out of half a billion dollars.  Most hurtful for the president must have been the information that his father had to bail him out of all of his failed business enterprises.

Voters who hoped that Trump would do for the country what he did for himself should now have buyer’s remorse, and the article also details how the president unsuccessfully tried to manipulate his half-senile father’s will to get a larger part of the inheritance, money he needed to cover his losses.  In response to the publication the White House stated that it showed that Trump’s father had a great deal of confidence in him, but denied none of the allegations.  Off  his medication Trump could no longer contain his urge to attack Dr. Ford and shamelessly mocked her testimony before the Senate Judiciary Committee at one of his mass meetings.  Meanwhile it gradually became clear that the White House had micromanaged the FBI investigation to the point where 18 witnesses who could corroborate either Dr. Ford’s or Ms. Ramirez’s allegations were not interviewed, and neither were Dr. Ford and Judge Kavanaugh.  Polls showed the controversy energizing the Republican base, and for that reason Mitch McConnell may have considered to let it last somewhat longer, but since every day the risk increased that Kavanaugh might not be confirmed the FBI report was released late Wednesday night only for the senators to see, and McConnell announced that a floor vote on the nomination would take place this week.

In the week since the last hearing the assessment of whether Kavanaugh is qualified for the Supreme Court shifted.  Initially it dealt with his alleged attempt to rape Christine Blasey, then it was about obvious lies he told senators, subsequently the focus was on the bad temperament and blatant partisanship he exhibited during the hearing, and finally it became about the strong impression that he doesn’t adhere to basic principles of the American justice system.  The judge felt the danger his nomination was in, and in a highly unusual move published and Op-Ed in the Wall Street Journal that pretended to be apologetic but in reality was a whiny complaint about the process.

Friday morning the US Senate voted on ‘cloture’ of the Kavanaugh nomination, meaning that a final vote would take place within 30 hours.  All eyes were on the undecided senators Collins, Flake, Manchin and Murkowski, of which only Murkowski initially decided to vote against cloture.  Opponents of Kavanaugh still had some hope that two of the other three would eventually cast a ‘no’ vote, but the chance that that would happen was slim at best.  First Flake announced that he’s a ‘yes’ vote, then Collins followed suit Friday afternoon with a rambling speech that will haunt her the rest of her career, freeing Manchin up to also vote ‘yes.’

True to form as an accused and confessed sexual assaulter, Trump set out to make Kavanaugh’s case an object lesson of the risks boys and men face in life, namely the chance that at any time a false allegation can be leveled against them, destroying their career and livelihood.  He urged mothers to defend their husbands and sons in an environment where men are the most threatened species, in an attempt to bring them back into the GOP fold.   In the #MeToo era that’s quite a stretch.


Ga HIER naar toe voor alle afleveringen