Van Simone de Beauvoir tot Zadelpijnen


Een kok voor de vrouwenleesclub

Een paar weken geleden hield ik voor mijn werk een inleiding in Zalencentrum Akantes in Amsterdam. Waar ik menig maal dansend op “ I will survive” mijn eigen toekomst had bezworen of gemijmerd op muziek van Joni Mitchell – daar hield ik nu achter een katheder een power point presentatie voor ambtenaren. Wel onder het toeziend oog van Henny de Zwaan, feministe van het eerste uur – prachtig en groot geportretteerd aan de muur.
      De toiletten zijn nog op de bekende plaatsen. Gek om op de helft van de deuren nu bordjes ‘heren’ te zien. Ik was er zeker 25 jaar niet binnen geweest maar (of juist ‘ dus’ ) voor mij was het altijd het vrouwenhuis gebleven. Pas bij de bijeenkomst nu, met subgroepen tot in wat ooit de redactieruimte van de Amsterdamse Vrouwenkrant was geweest, voelde ik aan den lijve hoezeer het verleden tijd is, ‘ onze’ vrouwenbeweging.

Kort na die roerige tijd richtten wij een vrouwenleesclub op – omdat we vonden dat we meer moesten lezen maar er uit ons zelf niet aan toe kwamen. Het was wel een braaf aftreksel van de activiteiten van de jaren daarvoor, maar het was een vrouwengroep.
      We begonnen met ons zevenen en zijn nu nog met vijf: Linjo, Heleen, Elly en Rikste, ooit respectievelijk collega’s en schoonzus van me, en ikzelf.
      Het is al zo lang geleden dat we niet zeker weten of we al ons 25 jarig jubileum kunnen vieren. Ik denk dat ‘t moment wel bijna daar is. We hebben allemaal Elly zwanger meegemaakt en dat was in 1985. Daarmee werd moederschap een, waarschijnlijk nog bescheiden, item – na en naast Simone de Beauvoir en Marguerite Yourcenar.
      Allereerst kwamen we beurtelings bij elkaar – dat wil zeggen bij de Amsterdamse groepsleden, wat we allemaal waren op Heleen na. Alles passeerde de revue: slechte en aflopende relaties, nieuwe verkeringen, teleurstellende en nieuwe banen, kinderen en kleinkinderen, gezondheid, ouders die oud werden en dood gingen, de toestand in de wereld waarover we nooit echte consensus bereikten – en de boeken die we afspraken maar dan toch weer opzij hadden gelegd voor eigen keus.
      Over minstens één boek waren we het eens. ‘”Zadelpijnen en andere verhalen” is een elitair niemendalletje. Die tuttenclub lijkt in niets op wat wij zijn: beide benen op de grond, geëngageerd, serieus met niet meer dan vleugjes uitspatting en meer met elkaars leven bezig dan met de mannen die er in voorkomen.

Inmiddels woont niemand van ons meer in Amsterdam en treffen we elkaar elke zes weken bij Elly – oorspronkelijk omdat zij kleine kinderen thuis had en daarom moeilijk weg kon, nu omdat ze nu eenmaal het grootste huis heeft en het beste kan koken.

Jaren lang lazen we alleen boeken van vrouwelijke schrijvers – volgens zeggen omdat ik dat had verordonneerd. Tegenwoordig zit er ook nog wel eens een man in het stapeltje dat ieder voor zich heeft liggen na het eten. De man van Elly eet al een paar jaar met ons mee als dat zo uit komt.


Uitstapjes naar de Hoeksche Waard

Een grote eer