Van Schiedam naar 't Paradijs 

  


LONG AGO; FAR AWAY

Dertig jaar na het verschijnen van zijn album Bat Out Of Hell gaf Meat Loaf vorige week een concert in de Heineken Music Hall.

Mijn ouders zetten destijds de tv uit wanneer de videoclip van ‘die vieze, harige gehaktbal’ (woorden van mijn vader) werd uitgezonden. En er werd heel wat keren naar boven gebruld dat ‘die rotherrie’ zachter moest. Op ieder feest stond de dansvloer vol als Paradise by the dashboard light werd gedraaid. En nog steeds krijg je met dit nummer de meest verstokte muurbloempjes van mijn generatiegenoten in beweging.
      Het is zonder twijfel Meat Loaf’s bekendste nummer; het staat nog elk jaar bij de eerste tien nummers van de Top 2000. Ik vind het zeker niet zijn beste nummer, maar het blijft dierbaar jeugdsentiment.

Dat jeugdsentiment deed ons in januari besluiten om kaarten voor zijn concert in Amsterdam te kopen. En zo kwam het dat we afgelopen woensdag vol spanning stonden te wachten tot Meat Loaf het podium zou betreden.
      We hadden ons goed voorbereid: zijn laatste cd aangeschaft, een video van een live-optreden in Melbourne bekeken en alvast wat op internet gesurft, op zoek naar informatie over de setlist, de bandleden, recensies, amateurbeelden op YouTube etc. 
      De verwachtingen waren hooggespannen. Ja, natuurlijk, hij is dertig jaar ouder … net als wij! Maar wij voelen ons eigenlijk nog steeds 18, dus wat zou dat? Geweldig toch, dat een man van bijna 60 nog steeds dergelijke concerten geeft?

Na een aardig voorprogramma (de Noorse Marion Raven, bekend van het duet It’s all coming back to me now dat ze samen met Meat Loaf zingt op zijn laatste cd), was het om half 9 eindelijk zo ver. De band zette stevig in met een verkorte versie van All revved up with no place to go en Meat Loaf liet nog even op zich wachten. De zaal bruiste van verwachting en enthousiasme…
      Toen werd het tweede nummer ingezet, onmiddellijk door alle fans herkend en met luid gejuich ontvangen: Paradise by the dashboard light. Meat Loaf verscheen op het podium, uitgedost als een karikatuur van zijn 30 jaar jongere ik: hetzelfde zwarte pak, dezelfde witte blouse, het rode sjaaltje en een vreselijke, langharige pruik.
       Het enige wat hij had ingeruild voor een spiksplinternieuw exemplaar was zijn zangeres: Ellen Foley (of stand-in Karla DeVito) had plaats moeten maken voor de jonge, strak in haar vel en schaarse kleding zittende Aspen Miller.

                              I remember every little thing
                           
  As if it happened only yesterday

Ik kon het grapje met zijn outfit wel waarderen, maar dat hij de karikatuur nog schrijnender maakte door zijn stem onzeker en wat bibberig te laten klinken en soms de plank mis te slaan wat betreft timing en zuiverheid, vond ik minder. “Soms krijgt de acteur in hem de overhand over de zanger,” dacht ik nog en hoopte stilletjes dat dit nummer niet de beloofde 25 minuten (!) zou duren.
      De zangpartij van Aspen Miller was overigens wel heel goed. Samen zetten ze een prachtig toneelstukje neer, dat zijn hoogtepunt aan het einde van het nummer had. Meat Loaf trok toen zijn jasje uit, wat Aspen de vraag ontlokte of hij werkelijk dacht dat hij er beter uitzag naarmate hij meer kleren uittrok.
      Er volgde een hilarische dialoog, waarbij Meat Loaf haar op het videoscherm een foto liet zien van zijn prachtige torso (lang leve Photoshop): “Have a look darling, I haven’t got a sixpack, I’ve even got - count with me - a sevenpack!”
      Aspen pareerde zijn verhaal met “I simply don’t like old men with cheap wigs”, waarna ze de pruik van zijn hoofd trok.
      Einde parodie, einde van het zwijmelen in jeugdherinneringen, nu kon het concert echt beginnen…

Meat Loaf kleedde zich om en zette het volgende nummer in. Er volgde een geweldige show: een topband, prachtige visuele effecten, scherpe en komische dialogen met het publiek, veel vuurwerk en passie… Je zou zeggen dat er niets ontbrak.
       Dat was helaas niet waar. Want dachten we bij dat eerste nummer nog dat zijn matige stem onderdeel van de parodie was, bij de volgende nummers bleek al snel dat dit niet het geval was: vocaal gezien zette Meat Loaf een zeer matige prestatie neer. Gelukkig werd het na de eerste nummers wel wat beter, maar zeker bij de meer ballad-achtige stukken redde hij het niet.
      Na een fabelachtige uitvoering van Bat Out Of Hell, waarbij hij kennelijk alles gaf, kwam hij gedurende de drie toegiften soms nauwelijks boven zijn band uit. Het zingen kostte hem zichtbaar moeite, hij stond bijna dubbelgevouwen om nog wat volume te produceren en zijn zangeressen namen regelmatig de solopartij over.

Ik heb ondanks dat een hele leuke avond gehad. Het was een spectaculaire show, en Meat Loaf is nog steeds een performer in hart en nieren. Ooit zei hij in een interview in de Volkskrant: "De meeste rockbands denken dat het voldoende is gewoon hun liedjes te spelen. Ik niet. Mensen moeten meegesleept worden in een drama. Ieder hoekje van het podium moet worden benut.”
      Dat kunstje verstaat hij nog steeds. Maar ik kwam ook voor de zanger Meat Loaf. En zijn vocale prestatie zorgde ervoor dat de laatste woorden van Paradise by the dashboard light nog heel lang in mijn hoofd rondzongen:

  It was long ago

  and it was far away

                and it was so much better than it is today...