Een heet eilandkoninkrijk

  (Door Rolf Weijburg)

      Bahrein, het op 22 na kleinste land ter wereld, werd onafhankelijk in 1971. De Britten, die zich tot die tijd in een protectoraat hadden opgeworpen als “beschermers” van Bahrein, verlieten niet alleen Bahrein maar ook de andere staten in de Golf. Alleen een vriendschapsverdrag bleef over.
      Hoewel Bahrein het eerste land in de regio was waar olie werd gevonden (in 1929), heeft het vanwege de beperkte voorraden nooit zo fabelachtig van het zwarte goud kunnen profiteren als zijn omringende landen.
      Bahrein besloot daarom al vroeg om zich economisch te diversifiëren. Olieraffinaderijen waar de olie uit vooral Saoedi Arabië kon worden verwerkt, verrezen; maar belangrijker werd de ontwikkeling van de financiële sector.

Toen in 1975 de burgeroorlog in Libanon uitbrak en Beiroet, tot dan toe het financiële centrum van het Midden Oosten, aan stukken werd geschoten, nam Bahrein die positie over. De financiële sector is daarna in Bahrein alleen maar gegroeid en is al vele jaren lang de belangrijkste inkomstenbron van de kleine eilandstaat.

Bahrein is een tamelijk reliëfloos eiland; er is landschappelijk niet zo veel te zien en het is er het grootste deel van het jaar vreselijk heet, maar toch doet toerisme een aardige duit in het zakje van de Bahreinse schatkist. Ruim 8 miljoen toeristen bezoeken jaarlijks het eilandkoninkrijk beweert het Economic Development Board in de hoofdstad Manama.


Qal'at

Een deel  van de toeristen komt voor het ten westen van de hoofdstad Manama gelegen Qal'at al-Bahrain, of Bahrain Fort, een oorspronkelijk Portugees fort op een heuvel waar ook eerdere beschavingen in Bahreins rijke historie nederzettingen of forten hadden gebouwd.

Het is een World Heritage Site en de plek waar ooit de “hoofdstad” van het legendarische Dilmun Rijk lag.


A’ali

De archeologische opgravingen van een tempel bij het dorp Babar en een uitgebreid gebied vol grafheuvels tussen de flatgebouwen van A’ali zijn nog andere overblijfsels van deze mythische beschaving.

Deuren & kozijnen

 

Muharraq

Ook een aantal prachtig gerestaureerde oude huizen van rijke zakenlieden of vorstelijke families is in Manama en de vroegere hoofdstad  Muharraq te bezichtigen.  De huizen hebben ingewikkeld bewerkte houten deuren en marmeren kozijnen en zijn nog voorzien van ingenieuze windtorens,

Dankzij deze Arabische voorvaderen van de airco kun je binnenshuis, terwijl het buiten 35 graden of meer is, een koele bries langs je bezwete lichaam voelen scheren.

Nationaal Museum

Dan is er nog het National Museum. De vloer van de begane grond van dit schitterende moderne gebouw bestaat uit een gigantische satellietkaart van heel Bahrein, waarop bijna ieder afzonderlijk huis in het hele land zichtbaar is.

In het museum loop je de hele Bahreinse geschiedenis door met een variëteit aan tentoongestelde voorwerpen zoals artefacten uit de oudheid, wapens, interieurs, klederdrachten en de prachtigste gekalligrafeerde Korans en andere geschriften.


Soukh



En ook de Manama Soukh met de beroemde Gold Soukh is vanouds een trekker.


Formule 1

Verder is er nog, sinds 2005, het Formule 1 circuit in de Sakhir-woestijn ten zuiden van Manama, dat vooral tijdens de Grand Prix veel bezoekers trekt.


Oil Museum



Ook bij het kleine Oil-museum, met de eerste aangeboorde oliebron, nabij Bahrein’s hoogste punt, Djebel Dukhan (122 meter), komen wel wat toeristen.
      Toch gaat het bij al deze plekken maar om relatief bescheiden aantallen toeristen. Zelden is het, behalve in de soukh of tijdens de Grand Prix, ergens druk.

Maar waar zijn dan die miljoenen toeristen die het land claimt jaarlijks binnen te halen?

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen