The Billionaire’s Island


(Door Rolf Weijburg)

Saint Vincent en the Grenadines is het op elf na kleinste land ter wereld en hoewel de eilandketen The Grenadines slechts ongeveer een achtste van het 390 vierkante kilometer grote land bestrijken, zijn ze toeristisch verreweg het meest in trek. Voor “de gewone toerist” misschien een onbekende bestemming, maar onder zeilers genieten ze, vanwege hun schoonheid en ideale bevaarbaarheid, enorme populariteit.
      De paradijselijke baaien en baaitjes op de meeste eilanden liggen in het hoogseizoen dan ook vol met zeiljachten.
We voeren het drukke Admiralty Bay uit, om de westpunt van Bequia heen en draaiden de dubbele neus van de catamaran “Icaros” richting Mustique.

Onderweg probeerden we met de dinghy op het vlak bij Bequia gelegen Petit Nevis aan land te gaan, maar door de flinke golfslag lukte dat niet. Jammer, want op het eilandje zijn nog resten van een walvisstation te zien. Er liggen ook nog veel walvisbotten, hoewel het merendeel in de jaren zestig is weggehaald door de bewoners en bouwers van Moonhole, een kleine kluizenaarsgemeenschap op het uiterste zuidwestelijke puntje van Bequia.
      Daar had een uit New York afkomstig gepensioneerd echtpaar zich teruggetrokken om samen met enkele geloofsgenoten en lokale ambachtslieden met lokaal hout en keien, walvisbotten en allerlei aangespoeld materiaal enkele uiterst experimentele woningen te bouwen. Eerst onder een grote natuurlijke rotsboog, maar later ook tegen de hellingen erachter. De commune leefde er enkele jaren in afzondering, maar tegenwoordig is de kleine nederzetting een zogenaamd eco-resort.
      Het was vanaf zee goed te zien.

In een goed uur staken we over naar Mustique. Een klein bootje begeleidde ons naar een ankerbal in de prachtige Brittannia Bay, waar we aanlegden.
      Er lagen hier beduidend minder jachten voor anker dan we bij Bequia hadden gezien.
Voor ons trok een smal strand onder hoge palmen langs de kust. Iets naar het noorden zagen we het grote overdekte houten terras van het wereldberoemde Basil’s Bar & Restaurant dat de zachte branding overkapte.
      Dit was één van de drie bars en één van de twee restaurants die het eiland rijk was. Er waren twee zeer luxe hotels op het eiland (bij elkaar goed voor 25 kamers) en er was een piepklein dorpje, Lovell Village, dat slechts een paar honderd inwoners telde. Een eindje voorbij Basil’s stak een aanlegsteiger waar eens in de zoveel dagen de Inter-Island Ferry aanmeerde, het kraakheldere water in. Het eiland had ook een klein vliegveld waar een paar keer per dag vliegtuigjes uit Barbados en enkele andere eilanden landden.

Waarom zoveel voorzieningen voor een eiland met slechts een paar honderd inwoners?
      Wel, als ik u zeg dat het weelderig begroeide, met prachtige stranden omgeven Mustique als bijnaam “The Billionaire’s Island” heeft, dan voelt u de bui al hangen.
      Het ongeveer 5 bij 2,5 kilometer metende Mustique werd in 1958 gekocht (voor 45000 Pond) door de rijke Britse aristocraat en ondernemer Colin Tennant, later Lord Glenconner, die het eiland wilde ontwikkelen tot een exclusieve hideaway voor zijn rijke en adellijke vrienden. Hij plantte het eiland vol palm- en fruitbomen en bouwde een compleet nieuw en keurig dorp voor de oorspronkelijke bewoners. Toen het Koninklijk jacht Brittania in 1960 op zijn Caribische tour ter gelegenheid van het huwelijk van Prinses Margaret en Lord Snowdon Mustique aandeed, bood Tennant de prinses, met wie hij goed bevriend was, als huwelijksgeschenk een stuk land op het eiland aan, waarop zij haar eigen vakantievilla mocht bouwen.
      Dat huis, “Les Jolies Eaux”, staat er inmiddels sinds 1969 op een schiereiland aan de zuidkust. De prinses, die wel van een partijtje hield, kwam er vaak, hield er grote feesten, ontving en relaxte er. Na haar overlijden in 2002 bleef het enige tijd ongebruikt, maar nu kan je de villa voor zo’n 30.000 dollar per week huren.


Colin Tennant

Door de jaren heen vonden allerlei andere beroemdheden, adellijken en magnaten de weg naar Mustique en inmiddels staan er 110 villa’s verspreid over de heuvels en langs de kusten van het idyllische eiland. De één nog extravaganter dan de ander. Zo’n beetje iedere bouwstijl is er terug te vinden, variërend van Caribische gingerbreadhouses, Franse chateaux en Veneziaanse palazzi tot kapitale villa’s in Balinese, Marokkaanse of Japanse stijl. Het zijn follies waar je écht in kan wonen.
      Stuk voor stuk imposante bouwwerken die voor het overgrote deel van het jaar leeg staan of voor viernullenbedragen verhuurd worden (inclusief personeel uiteraard). De eigenaren, waaronder Mick Jagger, wijlen David Bowie, Tommy Hilfiger, Shania Twain en Bryan Adams, komen er slechts enkele weken per jaar.

      Om financiële redenen was Colin Tennant in 1976 min of meer gedwongen het eiland over te dragen aan de nieuw opgezette Mustique Company waarin alle villa-eigenaren zich hadden verenigd. Tennant verliet het eiland en stierf in 2010 op het naburige Saint Lucia.

      Zijn standbeeld blijft uitkijken over Mustique.

De Mustique Company regeert nu over het eiland. Alle huizen en gebouwen, anders dan de villa’s van de jetset, zijn eigendom van de Company. De oorspronkelijke bewoners die bij elkaar in het dorpje Lovell wonen betalen geen huur. Hun kinderen mogen gratis naar de basisschool, het enige onderwijs op Mustique. 

      Later is er gegarandeerd werk voor ze op het eiland. De Company onderhoudt voorts de wegen, stelt algemene regels op, zorgt voor security, harkt de stranden aan, exploiteert de ankerballen in Brittania Bay , etc. etc. Mustique geeft zelfs, zij het zeer sporadisch, zijn eigen postzegels uit.

 

 Kaartje


Mules

Het eiland is als een apart landje uitsluitend voor de Rich & Famous, een afgeschermde speeltuin met hoog Disneylandgehalte waar The Company over waakt.
     

Het eerste dat opviel toen ik er aan land stapte was het verkeer. Dat was er haast niet, maar als er dan iets gemotoriseerds over de keurige asfaltweggetjes langstrok, waren het van die elektrische golfkarretjes, van het merk Mule.
      Afgezien van een enkele vrachtwagen of bestelbus van The Company, waren dit de enige auto’s op het eiland, andere waren verboden. Er waren geen stoplichten of verkeersborden.

Ik liep Basil’s Bar binnen en bestelde op het terras een cappuccino. Voor een zo gerenommeerde en wereldberoemde tent als dit vond ik het er eigenlijk niet zo bijzonder, een beetje sleets zelfs, uitzien. Maar je zat er heerlijk, dat moet gezegd.
      Een eindje verderop stonden tussen uitbundig bloeiende frangipani’s en bougainvillea twee gingerbread huisjes die zó uit Disneyland hadden kunnen komen. De een was een bakkerij, de ander een souvenirwinkeltje.

Door lopend langs de kust een kleine heuvel op kwam ik bij het dorpje Lovell, de enige nederzetting op het eiland, een aantal kleine, goed onderhouden huisjes rondom een lus aan het einde van de weg.
      Ik slenterde verder het eiland over. De weggetjes kronkelden netjes tussen de heuvels door langs keurig bijgesnoeid bos, aangeharkte perkjes en strak gemaaid gras. Vogeltjes kwetterden precies zoals het hoorde en qua wildlife was er nog de roodpotige landschildpad, een beschermde diersoort en troeteldier van het eiland - ergens staat zelfs een klein standbeeld van twee copulerende schildpadden - dat voorrang heeft als het de weg oversteekt.

Hier en daar doemden uitspattingen van overdreven architectonisch optimisme op achter pompeus bewerkt hekwerk, lange muren of hoge heggen. Af en toe schitterde het blauw van een zwembad tussen de palmbomen door.
      Ik kwam bij het kleine vliegveldje. Hoewel de huiseigenaren van Mustique waarschijnlijk allemaal wel een eigen privé jet hadden, konden en mochten ze die hier vanwege ruimtegebrek niet parkeren (overigens is er ook geen plek waar je je megajacht kwijt kunt). Er stond één klein vliegtuigje van Grenadine Air dat net was aangekomen. In het postkantoortje dat tegenover de terminal stond kocht ik een aantal Mustique postzegels.
      Later liep ik langs een klein binnenmeer vol watervogels aan de westkust en kwam terecht op het strand van Lagoon Beach aan de zuidkust. In de schaduw van de wuivende palmen stonden talloze mooie houten bankjes keurig in gelid in het zand, maar er zat niemand op. Er was niemand op het strand, alleen drie mannen die met rookgeweren bezig waren muggen en zandvliegen te vernietigen.

Want Mustique moet schoon!

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

 KliHIER voor alle afleveringen