Voorjaar 2002
Midzomernacht op Svalbard
Ieder jaar weer op 19 april begint het. De zon gaat niet meer geheel onder. Daarna blijft het iedere dag steeds lichter.
Ik ben hier in de tweede helft van juni. De zon maakt inmiddels hoog in de lucht een cirkeltje.
Er is geen enkel verschil meer tussen dag en nacht.
Mijn bio-ritme is na een paar dagen totaal onttakeld. Vier keer in een etmaal slaap ik kort. Onrustig. Hevige dromen.
Afgelopen nacht heb ik om drie uur een wandeling gemaakt langs de stroompjes van de smeltende gletsjer.
Dit is Longyearbyen op Spitsbergen.
Het meest noordelijk gelegen stadje in de wereld.
78+ graden Noorderbreedte. 1500 inwoners.
VOLMAAKT GELUKKIG
Ik ben met de Nederlandse Constance Andersen. Zij werkt bij een plaatselijk reisbureau en woont hier nu twee jaar. Eigenlijk zou ze nooit meer weg willen, want ze is hier ’volmaakt gelukkig’. Lyrisch is ze over het landschap, de natuur en de uitzichten. En met het klimaat kan ze inmiddels goed leven.
‘Ja, het doet wel wat met je’, zegt ze. ’s Winters kan het vijftig graden vriezen en in de zomer loopt de temperatuur wel eens op tot twintig graden boven nul. ’Het is hier ondanks dat het een eiland is, een droog klimaat. ’Dat helpt‘
De weinige inwoners van Longyearbyen moeten een huis en een baan hebben, anders mogen ze zich er niet vestigen. Het merendeel van de inwoners komt uit Noorwegen, maar omdat er een universiteit is, waar je arctische wetenschappen kunt studeren zijn er hoogleraren en studenten uit de hele wereld. Op de heenweg in het vliegtuig van Tromsø naar Longyearbyen zat ik naast een IJslandse hoogleraar arctische geologie, op de terugweg naast zijn Deense collega. Beide professoren zijn net zo lyrisch over het eiland als Constance.
Dat je naar een merkwaardige uithoek in de wereld gaat, blijkt op de heenweg trouwens ook, want als we over het Beren-eiland in de Noordelijke IJszee vliegen, keert de piloot van de Noorse vliegmaatschappij Braathens het lijnstoestel en vliegt nog eens terug, zodat alle passagiers het eiland kunnen zien. “Een zeldzaamheid’, legt hij uit, want vrijwel altijd is het hier zo bewolkt dat het eiland niet te zien is.
De eeuwige zon schijnt dag en nacht fel die week. Zo fel, dat baby’s niet alleen petjes op het hoofd gedrukt krijgen, maar ook een zonnebril op hebben. Bij drie graden boven nul kun je -uit de wind- in een t-shirt op een terras zitten. Rendieren komen zomaar langs. Ze zijn mager, want de afgelopen winter was erg streng. In de stad mogen de dieren niet geschoten worden. Daar buiten wel. Iedere inwoner van Longyearbyen mag per jaar één rendier schieten. Men hoort van tevoren of dat een mannetje, een vrouwtje of een kalf is. Als een dier geschoten wordt, moet bij de overheid ter controle een tand van het beest ingeleverd worden.
EXTREEM DUUR
Het leven op Spitsbergen is verschrikkelijk duur.
Een bloemkool kostte (2002) omgerekend vijf Euro, een liter melk drie Euro, een kilo zeehondenvlees 18 Euro.
Daar staat tegenover dat sigaretten en drank belastingvrij zijn.
Iedere volwassene krijgt een zogeheten alcoholkaart, waarop per maand een krat bier en een fles sterke drank -meestal wodka- gekocht mag worden.
Wijn mag men zoveel als men wil inslaan.
WAPENS
Als je het stadje verlaat ben je verplicht om een wapen mee te nemen. Je kunt namelijk zomaar een ijsbeer tegen komen. Sommige toeristen nemen dit zo letterlijk, dat ze het wapen zelfs bij zich dragen in de enige supermarkt van het plaatsje. J., de Noorse echtgenoot van Constance verhuurt die wapens. ’Oefenen moet, zegt hij. ’Oefenen’.
Hij troont mij mee naar de schietbaan, die een paar kilometer buiten de stad ligt.
’Ik ben met wapens opgegroeid’, zegt hij.
Dan kijkt hij mijn richting op.
‘En jij’.
‘Tja’, zeg ik maar eens. Zo’n dertig jaar geleden zat ik in het leger. Toen bleek dat ik wel aardig kon schieten. Maar ja, sinds die tijd heb ik 't nooit meer gedaan’.
Na wat oefenen zet J. een vizier op het geweer en schiet ik een mooie serie. ‘Ongelooflijk’, zegt Johan. ‘Ik geloof bijna niet dat jij zolang niet geoefend hebt’.
‘s Avonds, als het groot feest is en er enorme hoeveelheden drank zijn omgezet in Huset, het plaatselijke restaurant annex feestzaal, staat J. op en begint mij luidruchtig te prijzen.
Applaus klinkt en nog meer drank is ons aller deel.
Op naar Spitsbergen!
‘s Winters als het 24 uur lang pikkedonker is, schijnt er wel eens een verdwaalde Japanse toerist te komen.
Zonnebadende walrus
Deze aquarel is van de Noorse kunstenares Ellen Linde-Nielsen. Ik kocht een reproductie (47 x 37 cm) in
Galerie Svalbard te Longyearbyen, waar het schilderij ook gemaakt is.
Het heet: Soltilbeder 79 N'' (Zonnebaden op 79 graden Noorderbreedte)


