Ervaringen met de internationale rampenpers

Vandaag precies 40 jaar geleden had er in de wereld voor ‘t eerst een treinkaping plaats.
      Zwaar bewapende Zuid-Molukkers hielden bij Wijster de stoptrein Groningen-Zwolle stil en gijzelden de passagiers.
De eerste dag werden twee mensen geëxecuteerd, later nog één. Na twaalf dagen kwam er op zondag 14 december 1975 een eind aan de kaping.
      Ik was erbij en maakte voor De Volkskrant ondermeer het onderstaande openingsverhaal.
Ik was toen dertig jaar. Het was mijn eerste ervaring met de internationale pers. Met de rampen- en oorlogsverslaggevers.
      De trein stond stil bij Wijster, maar het beleidscentrum waar alles gecoördineerd werd bevond zich in Beilen.
Daar was een grote legertent ingericht als perscentrum.
      Wij moesten daar vrijwel alles doen, want een bezoek aan de trein was niet mogelijk. Die was omringd door een kordon militairen.
Er waren veldbedden en een paar tafels.
      Niet meer dan twintig telefoons. En dat was bijzonder weinig voor honderden journalisten uit de hele wereld.
Er zaten trouwens wel een paar enorme klootzakken tussen.
      Sommige vertegenwoordigers van de internationale persbureaus hadden mensen ingehuurd om permanent die telefoons in gebruik te houden. Als er dus snel iets moest worden doorgegeven moesten de andere verslaggevers wachten.
     
Er heerste een gespannen sfeer in die perstent. Journalisten hielden elkaar scherp in de gaten.
Er deden de wildste geruchten de ronde. Er was een Amerikaan, die mij voortdurend dollars bood als ik mijn stukjes voor hem wilde vertalen.
      Ongeacht waar het over ging. Hij kwakte dan een biljet van 100$ neer.

 Ik had contact gelegd met een familie in Beilen.
      Zij vonden het wel interessant en hadden mij in zekere zin geadopteerd. Ik kon daar eten en bellen.
Maar al te lang kon ik daar niet blijven, want alleen in de perstent kon je aan nieuws komen.
      Op zondag 14 december 1975 maakte ik dit verhaal en belde dat bij mijn Beilense familie door naar de krant.
Het verhaal werd getikt op een kleine schrijfmachine en werd in Amsterdam opgenomen en uitgetikt door een zogeheten dictafonist.
      Waarom ik deze geteisterde velletjes papier bewaard heb, weet ik eigenlijk niet.
Misschien om vele jaren later nog eens een weblog mee te vullen.     

Voor de jongeren onder ons:
     
Mobieltjes waren er in die dagen nog niet.
Het gebruik van PC's was onbekend
E-mail en Internet moesten nog worden uitgevonden

Het woord gijzelaar wordt in dit verslag angstvallig vermeden. Dat werd toen soms gebruikt voor de daders dan weer voor de slachtoffers.
Let niet op de tikfouten, want die hoorde je bij het doorbellen niet.


Geteisterde velletjes