De symbolische bom onder Shell Moerdijk

Ik loop langs het Hollandsch Diep bij Strijensas op de Hoeksche Waard. Een mooi bijna sereen water.
       De oevers zijn druk begroeid. Dood hout wordt niet geruimd.
Waterpartijen langs de rand van het grote water.

Aan de overkant is het industrieterrein Moerdijk met Shell als blikvanger.

Ik wandel door en ga in gedachten terug.   

De actiegroep bestond in eerste instantie uit één persoon. Een man. Hij woonde in de buurt.
       ‘’Ik ga een bom leggen onder Shell Moerdijk’’, zei hij door de telefoon. 
Het was 1968. Shell had op het industrieterrein Moerdijk zijn eerste 250 ha. grond gekocht.
       Voor een zeer schappelijke prijs. Te schappelijk voor de normen, die toen golden.
Maar als het voor die prijs niet zou doorgaan, zou Shell naar Antwerpen uitwijken. Zo simpel was het.

Ik maakte een afspraak met die man, want ik was verslaggever van het dagblad De Stem. Gevestigd in Breda, maar een krant met diverse edities.     
      Moerdijk hoorde bij de redactie Roosendaal en daar was ik actief; 23 jaar en aangewezen om de activiteiten van Shell Moerdijk te volgen.

De man wilde niet echt een bom leggen. Het was symbolisch bedoeld. Maar hij wilde via gerichte actie proberen te voorkomen, dat er in dit landelijke gebied een petrochemische industrie gevestigd zou worden. Dat zou slecht voor het milieu zijn, vervuiling geven en er waren risico’s op grote ongelukken. (Is later ook allemaal gebeurd.)

      Ik schreef daar natuurlijk grote verhalen over. Soms kwam de landelijke pers langs, want ik was ook correspondent voor het ANP. Daar kon ik meer kwijt dan bij mijn eigen krant, omdat de hoofdredactie besloten had dat de komst van Shell een goede zaak was en dus vooral een positieve benadering verdiende..

De man kreeg steun. Het werd een echte actiepartij. De zogeheten ZeKluZa-gemeenten (Zevenbergen, Klundert en Hooge en Lage Zwaluwe) waren er behoorlijk bang voor.

       Maar er werd natuurlijk niet echt iets bereikt. West-Brabant was in die tijd een geïsoleerd, arm gebied met hoge werkloosheidscijfers. Shell zou werkgelegenheid geven. Er zouden andere bedrijven komen, Toeleveringsbedrijven zouden opbloeien of verschijnen. De infrastructuur zou drastisch verbeterd worden. Autoweg A-59 zou speciaal voor het nieuwe industriegebied worden aangelegd en de Kiltunnel bij Dordrecht werd een meter dieper aangelegd dan aanvankelijk de bedoeling was. Dit natuurlijk om de grote schepen van en naar Rotterdam een goede doorgang te verlenen.
      Het werd hierdoor veel duurder. Mensen moeten anno 2021 daar nog steeds tol voor betalen.

De plaatselijke autoriteiten, de bestuurders, de politici en al die andere bobo’s waren dolblij met de komst van Shell. Ze liepen aan de leiband van hogere overheden. Daar viel geen actie tegen op te voeren.      

Soms ging ik ook bij Shell langs. Jasje aan; stropdas gestrikt. Opschrijfboekje in de zak.

 

Hier kom ik in gezelschap van collega Gerard Arninkhof terug van een bezoek aan de directie.
      De auto van fotograaf Ben Steffen was vastgeraakt in de modder.
Daarom lopen we met planken te sjouwen. Als we die onder de wielen zouden schuiven, kwam de auto wel weer los.