Radio, ontdekkingsreizigers en de NSB.

Wat deden de mensen op Eerste Kerstdag 1957? Of laat ik het toespitsen op mijn eigen situatie. Ik was toen bijna dertien jaar en vond zo’n Kerstdag verschrikkelijk. Er was in Haarlem-Noord niets te doen. Dat gold overigens voor het hele land. Alles was dicht en er werd vrijwel niets georganiseerd. Televisie hadden we nog niet. Met de auto erop uitgaan was ook niet aan de orde, want we hadden geen auto.
      Iemand bellen? Geen telefoon. Een potje biljarten? Horeca dicht
Buiten voetballen hoorde niet op zo'n dag. En een balletje gooien met honkbalmaten natuurlijk ook niet.
        Het was een complete lockdown. Veel erger dan nu.    

Ik zat in de eerste klas van het Lorentz Lyceum en las boeken. Uit de jeugdbibliotheek. Een boek met een blauwe stip was ter ontspanning, een boek met een rode stip ter lering.
      Ik zocht in die tijd vooral naar verhalen van ontdekkingsreizigers. Roald Amundsen, Marco Polo, Abel Tasman, Fridtjof Nansen en David Livingstone. Met de atlas erbij. Welke onbekende, misschien wel duistere gebieden zou ik, als ik later groot was, zelf nog kunnen ontdekken?
   

Het kolenhok
 
Minstens drie maal op zo'n dag moest ik de tuin in naar het kolenhok om een kit cokes te scheppen. Er was ook antraciet. Dat brandde langer, maar was duurder. Daar moest spaarzaam mee worden omgegaan. Ik moest van mijn moeder een klein schepje gebruiken om de kolenkit vol te maken.  Maar als ze niet keek, pakte ik de kit met twee handen en maakte hem in één vloeiende beweging vol.
      Alleen in de huiskamer stond een kolenkachel. De rest van het huis bleef onverwarmd. Dat zorgde nogal eens voor bevroren waterleidingen.



De Radio     
’s Ochtends werd naar de radio geluisterd, ’s Middags speelden we mensergerjeniet, waarna mijn vader een borreltje nam en een tukje ging doen en mijn moeder in de kleine keuken verdween. De riblappen stonden al een paar uur op een petroleumstelletje te sudderen, de rode kool moest worden schoongemaakt en gekookt, een appeltje erbij en de aardappelen werden geschild. Mijn broer van 20 jaar ging een blokje om met zijn vriendin Corrie. Sein voor mijn vader om nog maar eens te benadrukken, dat Corrie de dochter was van een NSB’er. Dat ‘’ die jongen’’ nou uitgerekend zo’n kind moest uitkiezen.
      Wat was er ‘s ochtends op de radio?

Dat zal ik u laten zien, want ik heb de gebundelde verzameling Vrije Geluiden van het jaar 1957. Vrije Geluiden was het programmablad van de V.P.R.O., de Vrijzinnig Protestantse Radio Omroep. De omroep was toen kleiner dan VARA, KRO en NCRV, maar kreeg op eerste Kerstdag vanwege dat Protestantisme extra zendtijd.
     
Hieronder het programma, zoals dat werd uitgezonden op Hilversum 2.
Let vooral op het programma KOMT HOREN DEN NIEUWGEBOREN, waarin onder meer gedichten van Gerrit Achterberg en Hugo Claus werden voorgedragen door Elisabeth Andersen en Guus Hermus. En om 1 uur was er een nationaal programma met een Kersttoespraak van koningin Juliana.

Programma

  

Isotopen

Het gedicht Isotopen van Gerrit Achterberg stond in Vrije Geluiden afgedrukt.

   

Televisie

Het televisieaanbod was nog zeer beperkt. Hieronder het programma van Eerste Kerstdag 1957.