De laatste hindernissen


Geen verbindingen

(Door Rolf Weijburg)

Een wekelijkse retourvlucht van Portugal naar Angola met een tussenstop in São Tomé was in 1981 de enige vlucht die de democratische volksrepubliek São Tomé e Príncipe, het op 24 na kleinste land ter wereld, met de buitenwereld verbond.
      Vanuit Gabon was er geen enkele reguliere verbinding met dit stukje Marxisme, een kleine driehonderd kilometer westelijk in de Atlantische oceaan.

Niet per vliegtuig. Niet per boot.

Gelukkig had de kapitalistische overvloed van Libreville, de hoofdstad van het met oliedollars rijk geworden Gabon, veel aantrekkingskracht op het in São Tomé gevestigde communistische corps diplomatique. In het straatarme Sao Tomé was niets te krijgen en Cubanen, Roemenen, Oost-Duitsers en Russen maakten nogal eens snoepreisjes naar Libreville met zijn met Franse lekkernijen volgestouwde winkels.
      Na vier dagen rondhangen op het vliegveld van Libreville hadden we dan ook beet. Een paar Russische diplomaten op São Tomé wilde naar Gabon en had daartoe via de radio een vliegtuigje gehuurd bij Air Affaires, een klein Gabonees chartermaatschappijtje (dat vijftien jaar later failliet zou gaan en daarna als Nouvelles Air Affaires op de Zwarte Lijst van de EU terecht kwam).

"Ik vlieg leeg naar Sao Tomé", vertelde de piloot," Jullie kunnen mee. Gratis, de Russen betalen."
      De tweede hindernis was genomen.

 

Vriendelijke Fransman
"De grootste hindernis komt nog." zei de piloot toen we onze paspoorten hadden laten stempelen en in het vliegtuigje hadden plaatsgenomen. Hij was een vriendelijke Fransman van middelbare leeftijd met Johnny Hallyday-bakkebaarden en bijpassende zonnebril. Al meerdere jaren vloog hij zo nu en dan naar São Tomé.
      Dolgraag zou hij er eens een poosje blijven om te kunnen diepzeeduiken in de prachtige wateren rondom het eiland. “Maar nog nooit heb ik een visum gekregen. Terwijl ze me nu toch wel zo’n beetje kennen. De paar hotels die er waren ten tijde van de Portugezen zijn trouwens allemaal gesloten. Teruggegeven aan het volk, zoals dat heet, en dat is nou net jullie probleem. Iedere buitenlander die in São Tomé aankomt is op een missie, wordt opgehaald en logeert op van te voren geregelde adressen. Jullie hebben alleen maar een visum. Niemand staat op jullie te wachten."
      Hij stuurde het vliegtuigje de startbaan op, gaf gas en trok het na een lange aanloop los van de grond. Libreville gleed onder ons weg. Daarna was er alleen nog zee. Catherine staarde uit het raampje. Ik frommelde wat aan mijn seatbelt. Het vliegtuigje pruttelde zachtjes deinend verder boven het eindeloze water.


Twee Russen

Na een flink uur veranderde de horizon van diepblauw naar donkergroen. Opeens schoot een klein eilandje onder ons door, een stukje zee nog,een strand, palmbomen, wat huisjes en sneller dan verwacht was daar het zwart van de landingsbaan.
      We rolden over het asfalt naar een klein, keurig wit geschilderd gebouwtje. Aeroporto Internacional de São Tomé stond erop. Het werd omringd door palmbomen en bloemen. Toen de piloot de motor uitzette was het doodstil. Hij draaide zich om.
      "Maak je geen zorgen. Ik moet zo twee Russen mee terug nemen. Heb ik nog drie stoelen over. Als het niet lukt, als ze jullie het land niet in laten, vliegen jullie gewoon weer mee terug."

We stapten uit en liepen over het hete, lege asfalt naar het witte gebouwtje. De aankomsthal was leeg op een militair na die zei dat we moesten wachten. Buiten kwam even later een man aangefietst die zijn fiets tegen de muur van de aankomsthal zette, enkele deuren opende en gewichtig plaats nam achter het loket "Immigraçao". Hij bladerde aandachtig in onze paspoorten, vond de visa, keek ons met een doordringende blik aan en vroeg:

      "Wat is uw missie in São Tomé?"
      "Posterijen." zei ik.
      "Posterijen?" Hij bekeek de visa nog eens. "Posterijen?"
      “Jazeker, Posterijen. Wij zijn …”

Denis Alexis Vouaya

"Bonjour messieurs dames, welkom op São Tomé!" Een kleine man in onberispelijk driedelig grijs was bij het loket komen staan en sprak ons in perfect Frans aan. "Mijn naam is Denis Alexis Vouaya, Conseiller van de Gabonese ambassade hier in São Tomé. Komt u mee? De wagen staat voor."
      Een kort handgebaar naar de douanier was voldoende om deze ertoe te zetten het fel begeerde Entrada stempeltje in onze paspoorten af te drukken, die hij daarna met een onderdanig knikje aan onze nieuwe vriend overhandigde.

                      

"Allons-y!" De heer Vouaya pakte onze tassen en liep kordaat door de lege ruimtes van dit Internationale vliegveld naar buiten. De laatste hindernis leek genomen.

Op het parkeerterrein stonden wat plantenbakken vol bloemenpracht en kleine boompjes met kwetterende vogeltjes. Op de achtergrond verdwenen intens groene bergen in de lage wolken. Van de vertrekkende Russen was geen spoor te bekennen. Tussen de vers witgeschilderde betonnen randjes op het grove asfalt stond slechts één auto: een enorme glimmende zwarte Mercedes met op beide koplampen een Gabonees vlaggetje.
      Denis Alexis Vouaya legde de tassen achterin, opende één van de zes portieren en zei met een innemende glimlach: "Stapt U in.” Hij sloot het portier achter ons en nam plaats achter het stuur.

”U vraagt zich natuurlijk af wat dit allemaal heeft te betekenen." zei hij terwijl hij de wagen achter de twee vlaggetjes aan het lege parkeerterrein af reed. "Het is hier erg rustig moet u weten. São Tomé is waarschijnlijk één van de kleinste landen ter wereld. Er is niets te doen, maar vooral: er is niets te krijgen. Mijn ambassadeur had het daar nogal eens moeilijk mee. Onlangs vertrok hij voor een weekend naar Gabon, en sindsdien is het onduidelijk wanneer en of hij terugkomt."

      We reden langs een prachtige baai omringd door palmbomen en weelderig begroeide bergen. Er was nauwelijks verkeer. Hier en daar liepen mensen op de weg. Kinderen begonnen enthousiast te zwaaien.

       “Ach, misschien komt hij wel nooit meer terug. Maar ik zorg ervoor dat de Mercedes altijd gepoetst en wel klaarstaat zodat ik op ieder moment Mijn Ambassadeur in stijl kan afhalen. Vanochtend zat ik in de tuin toen ik opeens het geronk van een vliegtuigje hoorde. Dat zal hem zijn, dacht ik en ik ben snel naar het vliegveld gereden. Toen zag ik in plaats van Mijn Ambassadeur, u beiden. Ik had direct door dat er iets mis was, zo makkelijk zijn ze hier niet, en besloot een handje te helpen."

São Tomé-stad

We reden São Tomé-stad binnen. Een slaperig Portugees dorpje in de tropen. Gepleisterde huizen in pasteltinten. Een parkje met bankjes onder de bomen. Een sfeer als in een verhaal van Babar, de Franse olifant. We draaiden een oprit op en in de schaduw van een enorme flamboyantboom parkeerde Denis Alexis Vouaya de wagen.

"Mag ik u uitnodigen om deze eerste dag in São Tomé e Príncipe de gast te zijn van de Gabonese ambassade?"


(Wordt vervolgd)

  

 


Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld


Kl
iHIER voor alle afleveringen