Een aangenaam sloom oord

(Door Rolf Weijburg)

We namen de Osprey-ferry naar Carriacou, Grenada’s noordelijke zustereiland.
      Qua grootte is Carriacou het tweede eiland van Grenada, de op tien na kleinste staat ter wereld, en het grootste van alle Grenadines eilanden, zowel de Grenadaanse als de Vincentiaanse. Het eiland huist ruim 8000 inwoners die bijna allemaal in het hoofdstadje, Hillsborough, wonen. In de paar kleine dorpjes op het eiland wonen slechts enkele honderden Carriacouans.
      Twee uur varen. We voeren eerst langs de groene westkust van Grenada, daarna over open zee waar de vulkaan Kick’em-Jenny op de bodem slaapt en langs de eerste onbewoonde  eilandjes van de Grenadines, de lange eilandketen die vanaf Grenada helemaal tot aan Saint Vincent reikt.

We kwamen vlak langs Ile Ronde, een mooi heuvelachtig eilandje dat tegenwoordig voor 80 miljoen dollar te koop is en kregen gezelschap van vliegende vissen en bruine genten. Toen we bijna langs de zuidkust van Carriacou voeren duikelde er een school van wel 15 dolfijnen met ons mee.

Het was druk toen we aanlegden aan de jetty van Hillsborough. Overal klonk luide muziek, er was veel volk op de been, maar er waren vooral ook veel boten. Het was de laatste dag van de Carriacou Regatta, een belangrijke, jaarlijks gehouden driedaagse gebeurtenis die zeilboten en -bootjes van over de hele wereld aantrekt, maar ook vooral de vele bootjes uit Carriacou zelf.
      In de 19e eeuw streken er op het eiland Schotse scheepsbouwers neer die een bepaald soort boten ontwikkelden die nog immer traditioneel op de Carriacouaanse stranden gebouwd worden,  de Carriacouaanse sloep. De afstammelingen van deze Schotten wonen nog steeds in het noordelijke dorpje Windward en de zeilwedstrijden die er op gezette tijden met deze bootjes werden gehouden  zijn uitgegroeid tot de Carriacou Regatta.

De Regatta wordt in diverse categorieën  in de wateren rondom het eiland gevaren, maar ook aan land zijn er gedurende het festijn talloze evenementen en wedstrijden variërend van Miss verkiezingen tot ezelraces.
      Het lawaai was enorm. In de hoofdstraat stonden om de paar huizen enorme luidsprekertorens opgesteld die allemaal op bijna ondraaglijk geluidsniveau ritmische muziek uitstootten. En allemaal een ander nummer. De zware bassen maakten de geluidsgolven voelbaar als windstoten en het leek of mijn lichaam uit elkaar zou trillen. De Carriacouans zelf leken er weinig last van te hebben en sloften relaxed langs in de brandend hete zon.

Men zei dat er op Carriacou wel 100 rumbarretjes waren, geen idee of dat waar is, maar er liepen wel aardig wat dronken lui rond in Hillsborough. De waarschuwing die op de muur van de overdekte markt was geschilderd gold kennelijk voor andere drugs.

Het stadje was een aangenaam sloom oord met drie rechte straten parallel aan de kust die doorkruist worden door andere straatjes die glooiend de heuvels op lopen.

Hoe verder je van de kust raakte hoe bouwvalliger de huizen werden.

Er waren wat restaurants en winkels  en er stond een mooi katholiek kerkje langs het strand. Bijna overal had je prachtige uitzichten over zee en het Tahiti of the Grenadines,  Union Island in Saint Vincent & the Grenadines.

Op het politiebureau in Hilsborough kocht ik een Tijdelijk Bezoekers Rijbewijs, want dat moet hier. We huurden een Suzuki Samurai en gingen op weg. Langs een kokosplantage waar op een bord stond dat het verboden was de kokosnoten zonder toestemming mee te nemen en wat verder westelijk kruiste de weg de landingsbaan van het kleine vliegveldje. Een piepend en knarsend maar wel elektronisch hek sloot de weg af als er een vliegtuig landde of opsteeg.

We kwamen bij Tyrrel Bay in het zuidwesten van het eiland. Carriacou is ook buiten de beroemde regatta een geliefde plek voor yachties en de meesten meerden hun jachten af in de buurt van de kleine ansichtkaart eilandjes voor de kust of in Tyrrel Bay waar het nu extra druk was.
      Achter het strand van deze mooie baai stond een hele rits guesthouses, hotelletjes, barretjes , restaurants , winkeltjes en supermarkten waar alles veel duurder was dan op Grenada. Er was zelfs een Nederlandse club met Nederlandse vlaggen en veel oranje, waar we maar niet naar binnen zijn gegaan.

Carriacou is een droog eiland. Het heuvelachtige landschap is begroeid met acacia’s en cacti, vroeger groeide er ook veel suikerriet maar dat is tegenwoordig nagenoeg verdwenen. Alleen in het noorden zijn nog dichte bossen die prachtige verlaten strandjes verbergen.
      We lieten de auto staan aan het eind van de weg voorbij Windward en gingen te voet verder. Na een kilometer of twee, drie, kronkelde een klein zandpad rechtsaf het mangrove bos in. Half gebukt strompelden we onder de laaghangende takken en tussen  de wirwar van mangrove wortels door totdat we aan het strand van Petit Carenage Bay stonden.
      Hier ergens moest de grens met Saint Vincent & The Grenadines parallel langs de branding lopen om iets verderop aan land te komen en het noordelijkste puntje van een klein schiereiland, Gun Point,  vernoemd naar een door de Britten in 1780 geplaatst en inmiddels verdwenen kanon, af te snijden.

De grens tussen Saint Vincent & The Grenadines en Grenada is ooit bepaald als een lijn die pal oost west loopt en de kortste afstand tussen beide staten precies door midden snijdt. Die kortste afstand ligt tussen het Grenadaanse eiland Petite Martinique en het eilandje La Roche (inderdaad niet meer dan een rots in zee) dat Saint Vincent toebehoort. Trek je deze lijn door naar het westen, dan snijdt hij precies het meest  noordelijke puntje, Gun Point, van Carriacou af. In feite ligt Gun Point dus aan gene zijde van een internationale grens en behoort het tot Saint Vincent.
      We konden het duidelijk zien liggen. Het was een rotsig heuveltje vol dorre struiken dat als een vinger naar het noorden wees. Een overwoekerd pad slingerde door de bush de heuvel op. Boven bleek een trigonometrisch baken te staan, een betonnen paaltje, G/CA 72 – 26 stond er op, maar verder was er niets. Nergens was een bordje waarop bijvoorbeeld “You are now in the State of Saint Vincent & The Grenadines” stond.

 We liepen terug de staat Grenada in. In de schaduw van een boom vleiden we ons neer in het warme strandzand. Het uitzicht was prachtig. De eilanden Petite Martinique, Petit Saint Vincent, Union en Mayerau lagen op de horizon. We lieten ons de meegenomen picknick uitstekend smaken. Een picknick op de grens tussen twee landen.
      Toen we later besloten terug te lopen, onze spullen pakten en toevallig omhoog keken, zagen we dat er recht boven de plek waar we een dik uur hadden zitten picknicken, een enorme slang opgerold aan een aantal takken hing.  De Grenadian Tree Boa, Corallus grenadensis!

 

 

 


Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld


KliHIER voor alle afleveringen