Who's the best?


Mickey Mantle of Ted Williams



Vrij veel grote Amerikaanse romans bevatten passages, die de meeste Europeanen niet of nauwelijks begrijpen.
      Ze gaan namelijk over honkbal of zijn daaraan gerelateerd. Amerikaanse auteurs weten veel van hun National Pastime.
Een schrijver daar, die toegeeft dat hij niets van honkbal weet wordt niet helemaal serieus genomen.
      Jacques Barzun
(Honkbal 14)  schreef het al in zijn God’s Country and Mine:
‘Whoever wants to know the heart and mind of America had better learn baseball’.


Neem nou het eerste deel van John Updike’s fenomenale Rabbit Serie: Rabbit Run.
     
Het verhaal van Harry ’Rabbit’ Angstrom, dat een prachtig inzicht geeft in de Amerikaanse samenleving van 1960.
Rabbit gaat een pakje sigaretten halen, verlaat vrouw en kind, gaat bij een voormalige hoer samenwonen, keert terug als zijn vrouw van een dochtertje bevalt en loopt weer weg bij de begrafenis van zijn dochtertje, dat door onoplettendheid van zijn dronken vrouw om het leven komt.

Hierin komt een passage voor waarbij Rabbit en zijn zoontje op een schoolveldje kijken naar een softbalwedstrijd tussen brandweerlieden.
      Schoolkinderen kijken ook naar de wedstrijd. En dan krijgen we de volgende passage;

‘Een oeroude vertrouwde warmte doorstroomt Rabbit: de schuine zonnestralen op zijn wangen, het kleine en weinig enthousiaste publiek, de ruzieachtige gesprekken van de jongens, het dwarrelende stof op het gele speelveld, de meisjes in shorts die voorbij slenteren en chocolade-ijs eten. Bruine meisjesbenen met dikke gewrichten en zachte dijen. Ze weten zoveel; hun huid tenminste. Jongens van dezelfde leeftijd, knokige bonenstaken in tijgerbroeken en gymschoenen, die er fel over debatteren of Williams moet ophouden of niet. Mantle is tienduizend keer beter. Williams is tien miljoen keer beter’.

 

Het gaat hier over Ted Williams en Mickey Mantle, twee van de grootste sterren in de lange Amerikaanse honkbalgeschiedenis.
     
Ted Williams was een geweldige slagman.
In 1941 besloot hij het seizoen met het ongelooflijk hoge slaggemiddelde van 0.406. Daarmee is hij nog steeds recordhouder.
      De laatste honkballer, die de 0.400 passeerde. Sinds die tijd zijn er eigenlijk geen spelers meer geweest, die daarbij in de buurt kwamen.
Williams was in 1960 42 jaar en in zijn nadagen.
      Hij zou inderdaad in 1960 een eind aan zijn carrière maken.


Mickey Mantle was in dat jaar 29 jaar en op het toppunt van zijn roem.
      Hij sloeg in 1960 40 homeruns en had 94 binnengeslagen punten.

Waarom discussieerden die jongetjes nu zo fel?
     
Welaan.
Mickey Mantle speelde zijn hele achttienjarige carrière bij de New York Yankees en was immens populair.

Ted Williams speelde negentien jaar lang voor de Boston red Sox en was eigenlijk niet zo populair.
      Hij was arrogant en weigerde bijvoorbeeld zijn cap voor het publiek af te nemen als hij een homerun had geslagen. Een goed honkbalgebruik. Diverse malen spuugde hij naar supporters, die het waagden om kritiek op hem uit te oefenen.


John Updike was erbij toen Ted Williams in 1960 zijn laatste wedstrijd in Boston speelde.
      Hij schreef daar een prachtig essay over:
Hub Fans Bid Kid Adieu.

Over de in zekere zin treurige loopbaan van Ted Williams.
      Een onwaarschijnlijk groot talent. Jawel. Maar iemand die faalde op de momenten dat het er echt om ging.
Updike geeft daarvan in zijn essay diverse voorbeelden en benadrukt dat Williams in zijn lange carrière maar één maal in de World Series uitkwam.
      Het werd verlies na zeven wedstrijden waarin Williams zeer matig presteerde.
Hij kreeg in totaal 25 slagbeurten en sloeg daarin niet meer dan vijf simpele honkslagen.
      Een slaggemiddelde dus van 0.200. Dramatisch slecht voor zo’n slagman.

Nee. Dan Mickey Mantle.
      Die kwam maar liefst twaalf maal uit in de World Series en presteerde daarin vaak goed.
Hij werd zes maal kampioen en sloeg bijvoorbeeld in al die series achttien homeruns.

Genoeg stof dus voor een leuke discussie tussen een paar schooljongetjes.

 

Links Ted Williams; Rechts: Mickey Mantle