Danspartner

Vroeger was er humor op de Amsterdamse tram. Althans dat verhaal gaat. Als je bijvoorbeeld van buiten kwam en je vroeg aan de bestuurder:
      'Gaat deze tram naar de Overtoom?’, kreeg je in plat Amsterdams te horen:      
      ‘Vanmorgen nog wel’.

Het was lang geleden, maar gisteren moest ik vanwege de autoloze zondag weer eens met lijn één naar de Amsterdamse Overtoom. De bestuurster was een Antilliaanse mevrouw in een strak pakje; de conducteur een Surinaamse jongeman met een rasta-kapsel.
      Het was erg druk. De tram zat stampvol.
Maar bij iedere halte moest er weer een pluk mensen bij.

De conducteur vond dat leuk en maakte er iedere keer weer een hele show van.  
      ‘Mensen daar buiten, druk je naar binnen. Drukken mensen, drukken. Iedereen kan er bij.
      Druk je maar tegen elkaar aan. Geniet ervan, maar…pas op voor zakkenrollers'.

Hij herhaalde dit in swingend vrijwel accentloos Engels. Bijna rappend.Bij de volgende halte riep hij:
      ‘Ik zie ik zie wat jij niet ziet en het begint met een o.
Om door te gaan met:
      ‘Een open plek. Daar’.

Als we even vaart maken zegt hij:
      'Mensen hou je vast. We krijgen turbulentie.
      'A lot of turbulence. Maar hou je portemonnee in de gaten. Die kan geen turbulentie gebruiken'.

Bij de brug voor de Overtoom was het helemaal een bende. De conducteur maakte weer zijn nummertje en zei tenslotte:
      'Het voordeel van die autoloze zondag is, dat jullie vandaag in de tram allemaal een danspartner hebben.

Goedemorgen!