Een weinig vleiende recensie

Keje Molenaar was een voetballer. Een vleugelverdediger, die ondermeer bij Ajax en Feyenoord speelde,
     
Hij speelde twee wedstrijden voor het Nederlands elftal. Over hem is net een biografie verschenen onder de titel Meesterlijk. Dit omdat Molenaar advocaat is.
     
In 2010 werd Molenaar gekozen in de ledenraad van Ajax. Mijn vriend en oud VPRO-collega Klaas Vos zat ook jarenlang in die raad. Hij heeft het boek gelezen en schreef daar op zijn blog een weinig vleiende recensie over.  

 

Meesterlijk?

(Door Klaas Vos)

Sinds het succes van biografieën over Kieft en Van der Gijp is een steeds meer groeiende berg aan boeken ontstaan over (oud-)voetballers. Ondanks mijn liefde voor het spelletje laat ik de meesten rustig in de schappen van de boekwinkel staan. Wat voegen ze toe aan wat ik al weet? Uitspattingen en andere onthullingen halen de kranten en de talkshows als lokkertjes om tot aanschaf over te gaan, waarna blijkt dat er niet veel meer nieuws in staat dan wat je al weet. Onlangs kwam een biografie van Keje Molenaar op de markt. Ik liet me nu wel verleiden, omdat ik nieuwsgierig was wat er geschreven was over de zgn. fluwelen revolutie van Cruijff bij Ajax. Keje speelde daarbij een grote rol en als lid van de ledenraad was ik nauw bij die revolutie betrokken en heb met Molenaar, ook lid van die raad, een aantal keren de degens gekruist.

Meesterlijk, zo luidt de titel van zijn biografie. Voor de hand liggend, aangezien Molenaar meester in de rechten is en als advocaat gespecialiseerd in arbeidsrecht. Verder dan dat wordt de titel totaal niet waar gemaakt. Het boek is een aaneenrijging van bekende feiten en anekdotes. Nergens een interessante voetbalvisie of prikkelende reflectie. En het is een grote lofzang op Johan Cruijff. Wat me het meeste stoort is dat de periode van de revolutie een staaltje schoon bezemen van eigen straatje bevat. Geen enkel mededogen met de mensen die van die revolutie de dupe of zelfs slachtoffer werden. En nog erger: een verkeerde voorstelling van zaken. Molenaar greep in die tijd elke gelegenheid aan om in de media te verschijnen, ondanks dat in de ledenraad afgesproken was dat alleen de voorzitter naar buiten zou treden. De vergadering, waarin dit werd afgesproken was koud afgelopen of hij stond al weer voor een camera. Ik weet nog dat medelid Marc Stuut hem daarbij toeriep: ‘hé Molenaar, wat hadden we nou afgesproken!’ Molenaar zat dan ook in de ledenraad, met zes andere door Cruijff geparachuteerden, niet om de club te vertegenwoordigen, maar om de belangen van Cruijff te behartigen. Je kunt ook zeggen obstructie te plegen. In zijn boek zegt hij dat de ledenraad een slap zooitje zwijgers was. Dat het totaal niet functioneerde daardoor en daarom werd opgedoekt. Natuurlijk waren er leden die nauwelijks hun mond open deden, maar dat waren juist de Cruijff-adepten, die in Molenaar hun masters voice hadden. En de ledenraad functioneerde juist na de komst van de zeven van Johan niet meer zoals dat zou moeten zijn. Los van hun komst was daarvoor echter ook al duidelijk geworden dat sinds de beursgang de raad aan betekenis had ingeboet. Stuitend is Molenaars bewering dat Edgar Davids mede in de Raad van Commissarissen werd gekozen als vertegenwoordiger van het ‘kleurrijk’ deel van Ajax. Hierin horen we de echo van Cruijff, die volgens Davids hem had gezegd, dat ‘hij in de RvC zat vanwege zijn ‘kleurtje’. Dat Molenaar overhoop kwam te liggen met de door Cruijff naar voren geschoven Tsjeu La Ling als algemeen directeur was al bij verschijnen van het boek bekend geworden. Dat Cruijff daarin persisteerde maar niet op vergaderingen van de RvC, waarvan hij ook lid was verscheen en dus zijn medebestuursleden uiteindelijk ‘dwong’ om Ling af te wijzen, vanwege teveel ‘lijken in de kast’ en uiteindelijk Louis van Gaal benoemde, staat niet of onvolledig in het boek. Natuurlijk de rechter heeft de RvC teruggefloten, op formele gronden, omdat hij niet kon treden in het dieper gelegen conflict tussen Cruijff en Van Gaal. Objectief was Van Gaal de best denkbare kandidaat op dat moment in een bestuurlijk vacuüm van de club.  

In 2008 probeerde Cruijff Ajax te hervormen; hij kreeg daartoe verzoek van de ledenraad, later gesteund door het bestuur. Ik was er bij tijdens de vergadering daarover. Maar Cruijff wilde rigoureus te werk gaan en bijna alle jeugdtrainers onmiddellijk ontslaan. Dat ging toenmalig coach Van Basten te ver en technisch directeur Martin van Geel reageerde terecht met de opmerking dat dat arbeidsrechtelijk helemaal niet kon. Van een advocaat gespecialiseerd in arbeidsrecht mag je verwachten dat hij Van Geel daarin steunt. Maar geen spoor daarvan. Molenaar stond toen trouwens ver van de club af, je zag hem ook bijna nooit bij wedstrijden. Nu trouwens ook niet meer, hij vindt het bij Feyenoord warmer. Zou het? Ik denk dat Van Geel daar nu wel anders over denkt. Nu is Ajax ook geen makkelijke club. Tegen nieuwkomers zei Bobby Haarms altijd: ‘welkom in de hel.

Molenaar claimt ook dat de huidige successen van de club aan de revolutie te danken zijn. Dat is wel erg kort door de bocht. Veel mede-revolutionairen zijn al weer een tijdje van het toneel verdwenen; kinderen van de revolutie hebben elkaar opgevreten, bekwame opleiders van voor de revolutie zijn gebleven en hebben ook hun sporen verdiend en verder is er altijd ook een portie geluk, dat zich opeens zoveel talenten zich aandienen. Dat Molenaar een fan is van Van Morison en net als ik graag cryptogrammen oplost is nog geen reden dit boek te kopen. Meesterlijk mag de titel zijn, meesterlijk is het boek niet.