Een bericht in het jaarboek

 
Iris Driessen is docent Nederlands op het Hyperion Lyceum in Amsterdam-Noord.

      Een experimentele school voor VWO en Gymnasium. De school werd zes jaar geleden geopend.
Naast de ''normale'' vakken wordt ook aandacht besteed aan Grote Denkers, Lifestyle, Logica & Argumentatie, Drama & Rede.
     

Zij was vanaf het begin betrokken bij deze school en werd gevraagd om een stukje te schrijven in het jaarboek. 

 
Een brok in mijn keel

De eerste keer dat ik met het pontje overging, was voor een sollicitatiegesprek. Ik woonde al zo’n vijftien jaar in Amsterdam, maar verder dan café de Pont in Noord was ik nog niet geweest. Ja, met de auto, over de ring om plantjes te kopen in landelijk Landsmeer. Ik werd aangenomen op mijn verjaardag en je begrijpt; ik heb een extra fles champagne opengetrokken.
      Ik maakte het schooljaar af op het toenmalige Amstel Lyceum, maar met mijn hoofd zat ik toen al op het Hyperion Lyceum. Ik moest me namelijk gaan voorbereiden op innovatief en vernieuwend onderwijs, ik moest lessen gaan bedenken die op andere scholen niet mogelijk waren vanwege beperkende factoren, ik moest gaan samenwerken met die ene andere docent Nederlands die was aangenomen (hoe leuk; we zaten bij elkaar in de klas op de middelbare school!), ik moest onderdeel worden van een fanatiek, maar klein team. En ik moest de leerlingen die zo stoer waren geweest om zich aan te melden op een geheel nieuwe school (op dat moment nog zonder gebouw!) op hun gemak gaan stellen en ze het idee geven dat ze op een èchte school waren beland
      Voor het eerst dat jaar was ik geen mentor van een eerste klas. Maar met zo weinig leerlingen voelde ik me al gauw een mentor van velen. We zijn op hetzelfde moment gestart en nu gaan jullie de school verlaten. Het voelt alsof jullie een stukje van mijn hart mee gaan nemen. Het voelt een beetje als liefdesverdriet. Een relatie van zes jaar is best lang! We begonnen onervaren en onwennig; de relatie moest vorm krijgen. Nu zetten we de relatie stop en ik krijg er een brok van in mijn keel.
      Als ik door de school loop – inmiddels maak je op een dag behoorlijk wat meters door de lange gangen- dan zie ik jullie zitten. In de eerste aula; nog steeds een geliefde plek voor de huidige zesdejaars. Ik zie jullie in lokalen een presentatie oefenen. Ik hoor jullie op muziekinstrumenten spelen in het muzieklokaal, of op de piano in de hal. Ik zie jullie stiekem zoenen bij de kluisjes. Ik zie jullie studeren voor lastige toetsen. Jullie maken grapjes met me, komen voor advies, een dikke knuffel of jullie komen met een mooi verhaal. In die zes jaar zijn jullie zulke prachtige mensen geworden. Beugels zijn verdwenen, kapsels zijn beter geworden, jeugdpuistjes uitgeknepen en weggeclearasild, truitjes zijn strakker geworden, spierballen en sixpacks zijn zichtbaarder. Als ik door de school loop zie ik jongvolwassenen die met hun kennis, kunde en voorkomen een hele mooie toekomst tegemoet zullen gaan.
      Jullie zullen andere relaties aangaan. Met andere leermeesters in andere omgevingen. Jullie gaan misschien op reis en zullen van die opgedane ervaringen leren. Misschien ga je een tijdje achter de bar werken en leer je wanneer iemand genoeg drankjes heeft gehad en leer je hoe je een inventarisatie op moet maken. Misschien word je lid van een studentenvereniging en ga je de senaat in om de club te runnen. Of je gaat een studie doen in het buitenland; Utrecht schijnt mooi te zijn. Je wordt slimmer, levenswijzer, je wordt verliefd, gedumpt, opnieuw verliefd, je gaat op kamers, je moet je kamer uit, je krijgt een huisgenoot. Je merkt dat je nieuwe kamer een stuk kleiner is dan ‘thuis’. Een hoogslaper is een optie, maar die van Ikea vind je niet mooi genoeg. Je leert het nummer van de Biertaxi uit je hoofd, je houdt het aantal behaalde studiepunten nauwkeurig bij, je gaat stage lopen, je switcht van studie, je bezoekt de SOA-poli, je leert hoe een organisatie werkt, je leert een recept uitschrijven, je leert hoe je een onderneming moet starten. 

Een wondje, een pleister, een wondje, een pleister
 
Je leert aardappels koken en een pasta met spinazie en Boursin. Je merkt dat je studiebeurs snel op is en je huur hoog. Je leert je wekker te zetten om op tijd op college te zijn. Of je leert dat je het best kan skippen. Je leert dat je je tas moet neerzetten in de UB om een plekje te confisqueren om daarna eerst een latte macchiato te gaan drinken voor je aan de studie gaat. Je leert dat mensen je kunnen teleurstellen en dat mensen je veel kunnen wijsmaken op allerlei manieren. Je leert een hut maken van bamboe in Senegal, je leert dat Immodium echt helpt bij diarree. Je waardeert het ineens dat je moeder je was doet in het weekend als je met een volle tas naar huis komt. Of je leert hoe de wasserette werkt en dat er  weinig van die wasserettes zijn; wat kost een wasmachine eigenlijk? Je leert dat nieuwe vrienden maken best moeilijk is, of juist heel makkelijk. Je leert wie je echte vrienden zijn. Je leert dat je je fiets toch echt op dubbel slot moet zetten voor de Bubbels. Je leert dat de shotjes daar een flinke kater kunnen opleveren.

      Je gaat een totaal ander leven tegemoet. Maar het wordt hoe dan ook mooi. Heel mooi.
Ik hoop dat je dan een keer het pontje neemt en iets verder fietst dan café de Pont. En dat je me dan even meeneemt in het leven dat je dan leidt. Zodat ik weer even terug kan denken aan onze tijd samen hier op deze school. En dat ik trots kan zijn dat jij, JIJ, hier bij mij op school zat, jij mooi mens.
      Mijn hart is een beetje gebroken. Ieder jaar breekt het een stukje meer, maar het wordt ieder jaar met een nieuwe lichting eerstejaars weer een stukje geheeld. Een wondje, een pleister, een wondje, een pleister. Ik ben blij met dit hart; het is een kleurig palet van pleistertjes. En jullie zitten onder één van die pleisters. Ik trek ze er nooit meer af.

 Heel veel liefs,
Iris

Zie HIER voor alle Juffen