Een best aardig stadje

    

D

Bankbiljetten

(Door Rolf Weijburg)

 Basseterre, de hoofdstad van de federale Caribische staat Saint Kitts & Nevis, het op zeven na kleinste land ter wereld, is eigenlijk best een aardig stadje.
      Gesticht door de Fransen in het begin van de zeventiende eeuw, is het één van de oudste plaatsen in de oostelijke Cariben. De havenstad aan de zuidwestkust van Saint Kitts, groot geworden door slavenhandel en suikerriet, is het belangrijkste economisch centrum van het land en van de regio.
      Zo heeft de Centrale Bank van de Eastern Caribbean er haar hoofdkwartier. Basseterre is daardoor het financiële centrum van de muntunie, die de Caribische staten Saint Kitts & Nevis, Antigua & Barbuda, Dominica, Saint Lucia, Saint Vincent & the Grenadines, Grenada (allemaal landen die behoren tot de 25 kleinste onafhankelijke landen ter wereld) plus de Britse gebieden Anguilla en Montserrat, met elkaar verbindt. In al deze landen is de East Caribbean Dollar betaalmiddel. Een soort Caribische Euro.

                     

Basseterre is ook de grootste stad van het land, het regeringscentrum en “the place where it all happens” in Saint Kitts & Nevis. 18.000 mensen wonen er.
      En kent u Joan Armatrading nog? Die is in Basseterre geboren.
De oudere huizen van Basseterre zijn naar goed Caribisch gebruik “aardbeving bestendig “ gebouwd: dat wil zeggen steen op de begane grond, hout op de verdieping, zodat het allemaal wat makkelijker te herbouwen is na een eventuele beving. Veel gingerbread  houtsnijwerk aan de veranda’s en langs de dakranden. In de lange laagbouwstraatjes speelt het familieleven zich op straat af en klinkt er permanent muziek uit de vele (rum) barretjes.
      In het centrum ligt Independence Square, een park met een gigantische baobab misschien als symbool van de slavenmarkt die hier vroeger was. Er zijn veel andere mooie bomen en uiteraard een fontein en bankjes en beelden. De grote Kathedraal van de Onbevlekte Ontvangenis overziet het allemaal vanaf de overkant van de straat.

The Circus

    

Niet zo ver ervandaan ligt The Circus, een rotonde eigenlijk, waar in het midden een oude typisch Britse clocktower de juiste tijd aangeeft. De plek wordt omringd door veelkleurige gebouwen en het was er permanent een drukte van belang. Verkeer rommelde er onophoudelijk (links)omheen, maar wat opviel was dat het er erg galant aan toe ging: als je ook maar een vage hint gaf dat je eventueel zou willen oversteken, werd er al voor je gestopt. En niet alleen voor de vele classy hooggehakte dames. Oók voor mij.

Aan de zeekant van de stad ligt Port Zante, een speciaal voor de vele cruiseschepen aangelegde haven, met shopping malls, kleine straatjes met souvenirwinkeltjes, restaurants en wuivende palmen. Heel fancy allemaal, zij het waarschijnlijk niet voor de gemiddelde Kittiaan.
      We reden de stad uit en belandden vrijwel direct tussen de suikerrietvelden. In de verte landden vliegtuigen midden in de zee van wuivende bladeren op Saint Kitt’s internationale luchthaven. Voor ons lag de laatste nog werkende suikerrietfabriek.
      Het was april 2005 en de oogst was net begonnen. Kleine locomotiefjes trokken enorme slierten wagonnetjes vol suikerriet over smalspoor door de plantages naar de fabriek. Het gefluit van de treinhoorn konden we in Basseterre al horen. De sporen liepen het hele eiland rond, maar ze zouden dit jaar voorlopig voor het laatst worden gebruikt.

           

 

Suikerriet

Suikerriet zorgde ervoor dat Saint Kitts jarenlang de rijkste Britse kolonie was. Iedere vierkante kilometer van het eiland was beplant met suikerriet, maar liefst 68 suikerrietplantages waren er aan het einde van de achttiende eeuw op het eiland en Saint Kitts was suikerrietwereldleider.
      Met de afschaffing van de slavernij begon de terugval. Het werd moeilijk en vooral duur om arbeidskrachten te vinden. De Europese suikerbiet werd ook nog eens een gedegen concurrent. De prijzen voor suikerriet op de internationale markten daalden. De marges werden steeds kleiner. Nevis stopte in 1958 met de suikerrietproductie, wonderbaarlijk eigenlijk dat Saint Kitts nog zolang door kon gaan.
      Maar toen de wereldprijs voor suikerriet al maar verder daalde en Saint Kitts de elders ingevoerde verregaande technologische innovaties in productie, verwerking en transport niet meer kon bijbenen was de productie meer gaan kosten dan het opleverde. Saint Kitts moest afhaken en de overheid had besloten dat dat dit jaar (2005) zou gaan gebeuren.

De arbeiders raakten werkloos, compensatieregelingen waren ontoereikend. De plantages verwilderden en de fabrieken werden ruïnes.

Toch werd een deel van het spoor enige jaren terug weer opgeknapt, een locomotief gereviseerd en doorgesmeerd en een aantal wagons omgetoverd tot passagierswagons met een open bovenverdieping. Het fenomeen The Saint Kitts Scenic Railway was geboren en de enige functionerende spoorweg in de oostelijke Cariben is daarmee een Kittiaans feit.

   

Het was één van de initiatieven om Saint Kitts toeristisch aantrekkelijker te maken, maar niet genoeg om de suikerrietloze economie weer op de rails te krijgen. Saint Kitts en Nevis moest op zoek naar nieuwe inkomstenbronnen en de overheid stimuleert nu kleinschalige industrie en alternatieve agrarische initiatieven zoals rijst- en bananenplantages en blijft volop investeren in de toeristenindustrie getuige Port Zante in Basseterre.
      Daarnaast wil het land zich richten op offshore banking en levert de verkoop van paspoorten een flinke bijdrage aan de staatskas. Een onschuldig Kittiaans paspoort kan voor een internationaal reizend zakenman een handige uitkomst zijn: met het paspoort kun je ruim 120 landen visumloos bezoeken.


Grijsgroen

We reden het eiland rond. Alle dorpen en stadjes van Saint Kitts lagen vlak langs de kust om ieder bruikbaar stukje grond voor de suikerrietverbouw vrij te kunnen houden. Overal zagen we het mooie grijsgroen van het suikerriet dat na de oogst over een paar maanden aan zijn lot zou worden overgelaten.

     

Hier en daar staken nog de schoorstenen van de inmiddels gesloten suikerrietfabrieken uit het gebladerte. Lange hellingen van wuivend groen liepen tot aan de steile wanden van de vulkanische centrale bergrug (waarvan Mount Liamuiga met 1150 meter het hoogste punt van het hele land is), waar het groen van het suikerriet overging in het veel donkerder groen van de laatste stukken overgebleven jungle op het eiland.

   

De jungle verdween in de grijze wolken die vrijwel permanent rondom de vulkaantop hingen.

   

Aan de westzijde van het eiland ligt het schitterende Brimstone Hill Fortress, één van de meest indrukwekkende Britse versterkingen in het gebied en niet voor niets heeft de UNESCO het op de Wereld Erfgoedlijst gezet. Het fort is in de 17e eeuw strategisch gebouwd op een bizar soort pukkel midden tussen de glooiende hellingen, waardoor het de bijnaam Gilbraltar of the West Indies kreeg.

   

Vanachter de kanonnen zagen we de Nederlandse gemeenten Sint Eustatius en Saba aan de horizon.

 

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

Klik HIER voor alle afleveringen