Josefien (40)

 

De Vinkenslag

Ze is inmiddels 57 Josefien. Woont met haar oude moeder in een bescheiden huisje aan de Vondelweg in Haarlem-Noord.
      Onhandig, altijd twijfels, verlegen, een leven lang vrijgezel.  Broeken, bloesjes & platte schoenen. Bleek haar, dunne lippen.
Is goed in het herkennen van vogelgeluiden. ‘
’Weet je’’, zegt ze tot verbazing van haar collega’s op het kantoor van de Papierfabriek, ‘’dat de vinkenslag in Zeeland net iets anders klinkt dan in Groningen’’.
      En als er dan beleefd vragende reacties komen zegt ze: ‘Ze zingen in dialect’’.


‘’Mijn god, ben ik dat?’’

Ze had vanmiddag een afspraak, Josefien. Met haar collega Elvira. Ze zouden elkaar treffen in café De Roemer op de Botermarkt in Haarlem.   

      Ze had haar trenchcoat aan. Een vuurrode bloes en een zwarte klokrok. Ze had ook laarsjes gekocht. Met een klein hakje. Dat moest van Elvira. 
De bloeduitstorting in haar rechteroog, die ze had opgelopen na een ooginjectie was nog niet volledig hersteld. Om dit te maskeren had ze mascara gebruikt. Ze had bovendien een gouden kleur op haar ooglid gedipt, zodat ze een frissere en meer open blik had. Dat hoopte ze tenminste, want ze had dat gelezen in de make-up voorschriften.

      Josefien kijkt eens in de spiegel. En dan kijkt ze nog eens., ‘’Mijn god, ben ik dat?’’ denkt ze. En dan gaat ze naar haar oude moeder. Maar ja, die had natuurlijk weer vervelend gereageerd.
       ‘’Wat heb jij toch allemaal voor rommel om je heen. En die ogen! Ben je niet helemaal lekker. Je ziet er hoerig uit. Dat trekt alleen maar foute mannen aan. Hele foute mannen. Zo wordt het nooit wat met jou. Nooit’’. 

Josefien was niet in snikken uitgebarsten, maar had haar schouders opgehaald. Ze trok haar ceintuur wat strakker om haar taille, zette haar handen op haar heupen en keek nog eens in de spiegel. Eigenlijk was ze wel tevreden

      Ze ging met die laarsjes niet op haar fiets naar het centrum.
Liep de deur uit, want bus 5 stopte vlakbij hun huisje. Op naar de Botermarkt dan maar. Het was lekker weer en het café had een prachtig terras. Waar altijd veel mannen en veel vrouwen in elkaars gezelschap waren. ‘
      ’Het is daar niet alleen gezellig’’, had Elvirá gezegd. ‘’Het is ook intiem. Kunnen we eens serieus over wat zaken praten’’.

Daar dacht ze over na, Josefien. Serieuze zaken?
      Wat zou ze daar nou toch weer mee bedoelen.  

 

 

Wisselborgtocht


Ze is inmiddels 57 Josefien. Woont met haar oude moeder in een bescheiden huisje aan de Vondelweg in Haarlem-Noord. Onhandig, altijd twijfels, verlegen, een leven lang vrijgezel.  Broeken, bloesjes & platte schoenen. Bleek haar, dunne lippen.

Is heel goed in kruiswoordpuzzels.
      Weet bijvoorbeeld tot verbijstering van haar collega’s op het kantoor van de papierfabriek, dat Ogam een Oudiers alfabet is en Aval een wisselborgtocht.



Een bloeduitstorting in haar oog

Ze heeft een bloeduitstorting in haar rechteroog, Josefien. Er was iets fout gegaan bij haar laatste ooginjectie in het Haarlemse Spaarne ziekenhuis. Ze hadden haar de schuld gegeven, want ze had haar oog niet stilgehouden en toen was er een ader geraakt. Maar ja. Hoe moest je dat doen. Je oog stilhouden? De oogarts was er bij gehaald en die zei dat het niet ernstig was. Het zou zeven tot tien dagen duren.
       ‘’Tien dagen’’, dacht Josefien. ‘’Mijn god’’. Ze had een cruise naar Noorwegen geboekt. Zeer binnenkort zou dat schip vertrekken. En dan zou ze met zo’n oog mee moeten. Het oogwit was helemaal rooddooraderd. Het zag er bijzonder onsmakelijk uit.  En wat moest ze dan met al die singles aan boord. Met de mannen, die haar om meer dan pikante foto’s hadden gevraagd. Een zonnebril op zetten zeker. Maar ja… en dan?

      Zou ze haar vriendin Elvira om raad vragen. Die had haar laatst voorgesteld om samen op vakantie te gaan. Maar had ze erbij gezegd: ‘’in geen geval naar Noorwegen’’. Elvira had haar bij een schouder gepakt en twee maal geknepen. En -dacht Josefien- Ze had daarbij een beetje ondeugend gekeken.  Wat had ze daar nou toch mee bedoeld.

      Ze pakt eerst maar even een kruiswoordpuzzel. Wisselborgtocht. Wat was dat eigenlijk? Stom toch. Dan vulde je aval in en ging je weer verder.  En wie was er nou geïnteresseerd in een Oudiers alfabet.
      Ze had het wel eens tegen haar oude moeder gezegd. Maar die had haar schouders opgehaald. ‘Kind, wat kan jou dat nou toch schelen. Ik begrijp gewoon niet wat je daar aan vindt. Van die stomme puzzeltjes. Heb je nou echt niets beters te doen?  Zoek liever een man. Maar liefst wel een echte Hollander’’.
      Josefien had even geslikt. Ze kende die riedel nou wel. Maar toch ... En toen ging haar moeder door.
''Moet jij nou toch eens kijken naar dat oog, Ze hebben je verschikkelijk toegetakeld. Waarom laat je dat toe? Dat is toch helemaal niet nodig.
Hier!... Neem mijn leesliniaal. Dan kan je gewoon de krant lezen. En de taalkalender. Kijk maar. Dat koddige mannetje die Gommers, krijgt ook al injecties in zijn ogen''.
      

Leesliniaal

 

Josefien geeft maar geen antwoord. En dan neemt ze een ferm besluit.
     
Ze cancelt haar cruise. Pakt de telefoon en belt Elvira.     

 

 

De zwartwitte zebra

Ze is inmiddels 57 Josefien. Woont met haar oude moeder in een bescheiden huisje aan de Vondelweg in Haarlem-Noord.

       Onhandig, altijd twijfels, verlegen, een leven lang vrijgezel.  Broeken, bloesjes & platte schoenen. Bleek haar, dunne lippen.
      Maakt zich nog wel eens druk over triviale zaken.
‘’Is’’, zegt ze dan ineens tegen haar collega’s, ‘’een zebra nou zwart met witte strepen of wit met zwarte strepen?”


Een verwarrend voorstel

Ze weet het niet meer. Josefien. De tweede helft van juni zou ze een cruise gaan maken naar Noorwegen. Een reis waaraan vooral singles zouden deelnemen. Ze had al mailtjes gekregen van mannen, die graag een foto van haar wilden ontvangen. ‘’Het liefst een pikante’, had er één gevraagd.   
      En een ander had een halfnaakte foto van zichzelf gestuurd.  
Zo’n man met een lijf als een wasbord.

Nog nooit had Josefien iets gehad met dat soort mannen. Met een ander soort mannen had ze trouwens ook weinig ervaring. ‘’Moet daar niet eens wat verandering in komen?’’, had haar collega Elvira gevraagd.   
       Elvira, die half juni met haar mee zou gaan naar de oogkliniek als ze weer een injectie in haar rechteroog zou krijgen. Elvira die haar had gerustgesteld, nadat ze de mogelijke risico’s op bijwerkingen van zo’n injectie had voorgelezen. ‘’Dat moeten ze altijd meedelen’’, zei Elvira. ‘’Maar de kans dat er iets ergs gebeurt is heel klein. Die kans heb je bijvoorbeeld ook als je een paracetamolletje neemt. Daar staan in kleine lettertjes ook de meest vreselijke dingen in . Je moet dat allemaal relativeren’’.

      Josefien had geslikt en geknikt. Elvira had makkelijk praten. Die kreeg geen ooginjectie. Bovendien had zij altijd contact met leuke mannen.
Ze kwamen op haar af als bijen op de honingpot.  ‘’Hoe doe je dat toch?’, had Josefien geroepen.
       ‘’Wat?’’, zei Elvira.
‘’Nou dat. Dat je altijd mannen om je heen hebt’’

      ‘’Als jij dat ook wilt moeten we aan je gaan werken’’, zei Elvira. ‘’Laten we eerst eens in je klerenkast kijken. Ik herinner me nog dat je een paar jaar geleden wel eens andere kleren aanhad. Want laten we wel wezen, een beetje tuttig zie je er wel uit’’.

      Josefien was geschrokken. Was het echt zo erg.
Maar Elvira had de daad bij het woord gevoegd en dat ook in haar beste Engels gezegd. Want: ‘’Dat maakt indruk op die wasbordjes. You put the money where the mouth is’’.  
      Ze pakt een zwarte trenchcoat uit het kledingrek en doet de dubbele knoopsluiting dicht. Josefien moet daarna de afneembare ceintuur om haar taille doen en de handen losjes in de steekzakken zetten. Daarop zit een klep met een knoopsluiting .Bandje met nog een knoopsluiting onder aan de mouw. Epauletten.
      ‘Die knoopsluitingen zijn heel verleidelijk’, had Elvira gezegd.

Daaronder draagt ze een zwarte blouse. Een getailleerd model met ronde kraag. Korte kapmouw met rimpeleffect. Een wijnrood vest. V-halsmodel.
      Geribde rand onder aan het vest en de mouw. Zachte fijn gebreide kwaliteit.

 Voor ’t eerst in vijf jaar heeft ze weer eens een rok aan, Josefien. Zwart. Klokkend model. Rond gesneden figuurnaden onder de rokband.
      Rits achter.

‘’Zo’’, zegt Elvira. ‘’Dat ziet er een stuk beter uit. Vooral als je er ook nog een zwart gelakt laarsje bij doet. Met een hakje".
       Zij had haar hand op de schouder van Josefien gelegd en er twee maal in geknepen.
Toen kwam het:

‘’Zullen we samen vakantie vieren? Maar zo’n cruise zie ik niet zitten. Liever iets anders’’.  
Josefien had haar verbaasd aangekeken. In verwarring ook.
       Wat moest ze daar nou weer van denken?

 

 

Een aardrijkskundig weetje.

Ze is inmiddels 57 Josefien. Woont met haar oude moeder in een bescheiden huisje aan de Vondelweg in Haarlem-Noord.
      Broeken, bloesjes & platte schoenen. Bleek haar, dunne lippen.
Kijkt vaak in atlassen en weet bijvoorbeeld dat Sucre de hoofdstad van Bolivia is en niet La Paz.
       ‘’Daar zit wel de regering’’, zegt ze dan tot grote verbazing van haar collega’s op het kantoor van de Papierfabriek..
       ‘’In Nederland is het met Amsterdam en Den Haag net andersom’’.

Bloedingen en verlammingen

Ze weet het niet meer Josefien. In de tweede helft van juni zou ze een cruise maken naar Noorwegen. Bergen, Trondheim, Tromsø, Noordkaap, Spitsbergen. Het klonk als een lieflijk gedicht. Ze wist ook al hoe je die namen ongeveer moest uitspreken, want ze had de Babbel-App op haar telefoon geïnstalleerd. ‘’Noors leren in 15 minuten per dag’’.
      De dagen zouden lang zijn. Ze zou zelfs de Midzomernacht meemaken. De Midtsommernatt. Ze zouden dat in Trondheim vieren. Met vreugdevuren, muziek en dans.  En drank natuurlijk. Veel drank.  Dat had ze tenminste gelezen. Maar ze zou daar niet aan meedoen, Josefien. . ‘’Aan mijn lijf geen dronken Noren’’, had ze tegen haar moeder gezegd. Maar die had natuurlijk weer haar schouders opgehaald. ‘’Noren zuipen zich altijd klem. Daar hoeft het echt geen Midzomernacht voor te zijn.’’.

      Maar ze wist het echt niet meer. Half juni kreeg ze weer een injectie in haar rechteroog. Vorige week had ze die voor het eerst gehad. Dat was een heel gedoe geweest. Josefien was een beetje bang geweest. Een jonge dokter -gelukkig een vrouw- en een jonge verpleegkundige -ook een vrouw- hadden geprobeerd haar gerust te stellen. Maar dat was niet zo best gelukt. Ze trilde over haar hele lijf, toen de jonge dokter met die spuit haar oog inging. ‘’Rustig maar, rustig’’, zei de dokter, ‘’het is zo gebeurd’’.

      Na afloop werd haar oog afgeplakt. En zo ging ze terug naar haar collega Elvira, die met haar was meegegaan. ‘’Je ziet er geteisterd uit’’, zei Elvira. “Kind, je trilt als een espenblad’’.
Josefien had Elvira een arm gegeven en zo liepen ze naar de parkeerplaats van het ziekenhuis.
‘’Er kunnen bijwerkingen zijn’, zei Josefien, ‘’Vervelende bijwerkingen. Dat heeft die jonge dokter mij verteld. Ze heeft mij een papier gegeven, waar het allemaal op staat’’.

      Toen ze thuis was en het verband van haar oog verwijderd was, had Elvira voorgelezen wat er mogelijk allemaal zou kunnen gebeuren. ‘’Het kan zijn’’, las Elvira ,‘’dat je oog wat gevoelig aanvoelt. Dat verdwijnt na een paar dagen. Door de injectie kan een bloeduitstorting op het oogwit ontstaan. Hierdoor wordt het wit van het oog geheel of gedeeltelijk helderrood. Dit verdwijnt na enkele weken’’.
     
Elvira had haar doordringend aangekeken. ‘’Moet ik nog doorgaan of zullen we eerst een drankje nemen. Mijn god, daar ben ik wel aan toe zeg’’. Ze hadden een glas Prosecco genomen en toen –‘’vooruit dan maar’’- nog één. En daar ging Elvia weer: ‘’Bij plotselinge buikpijn met braken of constipatie, een beklemmend gevoel op de borst, abnormale bloedingen, ernstige hoofdpijn, verlammingsverschijnselen of spraakstoornissen moet u direct een arts raadplegen en melden dat u een ooginjectie heeft gehad’’.

      Ze hadden nog een glaasje genomen. ‘’Doe maar net of je al in Noorwegen bent’’, zei Elvira, Josefien had een beetje gehuild. Door emoties en drank overmand. “Ze hebben dat allemaal niet gezegd. Wat moet ik daar nou toch mee. Vreselijk is het. Vreselijk’’.

      ‘’We zijn er nog niet’’, had Elvia gezegd. ‘’Ik zal het even afmaken. Daar gaat ie:

''Er zijn risico’s verbonden aan toediening van injecties in het oog, zoals pijn, infectie, verhoogde oogdruk, bloedingen, staarvorming en netvliesloslating. Deze complicaties kunnen leiden tot een slechter gezichtsvermogen of zelfs blindheid’’.

‘’Hou op’, gierde Josefien ‘’Hou alsjeblief op’’.   

‘’Nee’’,
riep Elvira. ‘’Nee. Je moet dat weten. Dat moet je allemaal weten. Die kansen zijn allemaal niet zo groot. Maar: ‘’De voornaamste complicatie is de mogelijkheid van een ernstige bacteriële ooginfectie (endolphthalmitis). Aanvullende operaties of onderzoeken kunnen dan nodig zijn’’.

En nu wist ze het niet meer., Josefien. Stel je voor, dat ze op dat schip zou zitten en ze kreeg van die verschijnselen. Wat dan? WAT DAN?

 

 

 

Zakdoekje leggen

Ze is inmiddels 57 Josefien. Woont met haar oude moeder in een bescheiden huisje aan de Vondelweg in Haarlem-Noord. Onhandig, altijd twijfels, verlegen, een leven lang vrijgezel.

      Broeken, bloesjes & platte schoenen. Bleek haar, dunne lippen.
Kent veel kinderliedjes uit haar hoofd. Bijvoorbeeld zegt ze dan ineens:

Zakdoekje leggen, Niemand zeggen
Ik heb de hele nacht gewaakt
Twee paar schoenen heb ik afgemaakt
Eén van stof en één van leer
Hier leg ik mijn zakdoekje neer

 

Een injectie in haar oog

Vanmiddag om half vier zou het gebeuren. Ze zou een injectie in haar rechteroog krijgen, Josefien.  ‘’Mijn god’’ had ze tegen haar moeder gezegd. ‘’Mijn god’’. Maar haar moeder had lauw gereageerd.
‘’Stel je toch niet altijd zo ontzettend aan. Een spuitje in je oog. Nou en’’.

      Dat was nu weer typisch haar moeder. Nooit eens meevoelen. Nooit eens empathisch reageren.
Josefien had zich afgewend. Als dat mens het niet begreep moest ze dat toch zelf weten. Ze kijkt in haar zakspiegeltje en bedekt haar linkeroog met de palm van haar haar hand.  

      Ze had al een tijdje last van haar rechteroog, Josefien. Het zicht werd steeds minder en op advies van haar huisarts had ze een afspraak gemaakt bij de oogheelkundige hulp van het Spaarne Ziekenhuis in Haarlem-Zuid. Er waren allerlei testjes geweest, haar ogen werden bedruppeld en verdoofd. Na drie visitaties was het duidelijk geworden.
Ze had macula-degeneratie. Een soort slijtage van het netvlies.

      De oogarts, een charmante man die sprak met een Spaans accent, had het haar geduldig uitgelegd. Het was erfelijk. En je had droge en natte macula. Haar rechteroog was nat en om te voorkomen dat het zicht steeds minder zou worden, moest ze die injectie ondergaan. En daarna nog drie keer. Iedere maand. Ze zouden Avastin inspuiten.  Dat zou het aftakelingsproces remmen. Er was zelfs een kans dat het zicht beter zou worden.
      Erfelijk dus. Haar moeder had het ook. Zij kon nauwelijks nog de krant lezen. Dat deed ze met hulp van een loupe, die in een liniaal was geconstrueerd.  
      ‘’Weet je dat jij het ook hebt’, had Josefien geroepen. ’’En nog veel erger dan ik’’. Maar ook daar had haar moeder nauwelijks op geregeerd. ‘’Doe toch niet zo opgewonden kind. Ik kan nog prima lezen met die liniaal. Er is niets met mij aan de hand. Niets’’.

Ze had verder maar haar mond gehouden Josefien. Las nog eens de informatie, die ze van het ziekenhuis gekregen had. ‘’Het voornaamste doel van de behandeling is het tot rust brengen van afwijkende of lekkende bloedvaten door het blokkeren van de lichaamseigen stof VEGF (Vasular Endothelial Growth Factor").
       Ze had het drie keer gelezen, Josefien. Zonder het te begrijpen. Maar ze had wel degelijk begrepen, dat ze meerdere keren verschillende druppels toegediend zou krijgen. Druppels om het oog te verdoven en druppels om het oog te desinfecteren. Bovendien moest er iemand mee om haar na afloop te begeleiden. Ze had haar collega Elvira gevraagd. Die had aarzelend toegestemd.

Elvira zou haar namelijk helpen bij het uitzoeken van een nieuwe bikini voor haar cruise naar Noorwegen. En nu moest ze mee naar dat ziekenhuis. ‘’Een injectie in je oog’’, had Elvira geroepen. ‘’Bah. Verschrikkelijk. Dat lijkt me verschrikkelijk. Moet dat nou echt?’’.
      Ze mocht twee dagen van tevoren geen make-up gebruiken. Dat vond ze niet erg. Josefien, want ze gebruikte vrijwel nooit make-up. Maar een dag na de behandeling mocht het wel. En dat zou ze doen ook. Ze zou een make-up app installeren en een wijnrode lippenstift opbrengen. Een grunge-lip zou het worden. De trend van het jaar. En daarna ging ze met Elvira een nieuwe bikini uitzoeken.
      Het werd niet die gele met push-up gebeuren, maar misschien wel een zeegroene met ruffles. Dat vond Elvira beter bij haar passen.

 

Subcategorieën