Reizen (324)

 

Maart 1994

Een inferno boven een grot

Op de Palestijnse Westbank heerst grote onrust. Dat is niet helemaal nieuw. Ik ben er in het verleden vier keer geweest en altijd was er onrust.
      Kijk eens naar deze foto, die ik in maart 1994 maakte in het centrum van Hebron.

  


Machpéla

De man met het keppeltje heeft een geweer bij zich. Hij is op weg naar de Joodse Synagoge, die zich bevindt in de grot van Machpéla, ook wel de grot der Patriarchen.
      De twee Israëlische soldaten hebben hem doorgelaten. Ze waren niet zo blij, dat ik daar foto’s maakte.
     

     Op de achtergrond spelen kindertjes het spelletje dat ze overal op de Westbank spelen: Joodje & Palestijntje. Eén kind was de Jood; één kind de Palestijn en het derde kind (links naast het bord) was de verslaggever die het allemaal moest filmen.

      In zekere zin was het nog een rustig tafereel. Hebron stond die dagen letterlijk en figuurlijk in brand.
       Op 25 februari had de Israëlische arts Baruch Goldstein een bloedbad aangericht in de Ibrahimi moskee, die zich ook in de grot bevindt. Hij schoot 29 biddende moslims dood en verwondde nog eens 150 anderen. Goldstein werd daarna ook gedood en er verspreidde zich grote onrust in de stad. Maar ook in Oost-Jeruzalem en in andere plaatsen op de Westoever.

 Brandende autobanden

     Stan van Houcke en ik gingen er heen voor de VPRO-Radio. Met een satelliettelefoon van honderd kilo om rechtstreekse uitzendingen te kunnen verzorgen. Wij belandden in hevige gevechten te Oost-Jeruzalem, maar wilden natuurlijk naar Hebron. Dat was niet simpel. Wij werden bij controles door het leger diverse malen tegengehouden en teruggestuurd.
     
Tot wij een taxichauffeur vonden, die niet alleen heel goed de weg wist, maar ook al beschikte (1994!) over een mobiele telefoon, waarmee hij in verbinding stond met collega’s. Zo kon hij patrouilles en controles vermijden en geraakten wij via allerlei landweggetjes in Hebron.
      In het centrum van die stad woonden zo’n 400 extreem orthodoxe Joden. Een aantal van hen had de daad van Goldstein bewierookt. Met name tegen hen richtte de Palestijnse volkswoede zich. Er werd geschoten, met stenen gegooid en overal werden barriėres opgeworpen met autobanden die in brand waren gestoken. Het centrum van Hebron was verworden tot een waar inferno.

       

Op de Palestijnse Westbank heerst anno 2015 onrust. Dat is niet helemaal nieuw.

 


Het symbool van Bengaalse vrijheid

Fotograaf Kadir van Lohuizen is één van de exposanten op het Fotofestival Naarden, dat nog duurt tot 21 juni. Water is daar het overkoepelend thema. De fotograaf reisde naar een aantal plekken op aarde, waar de stijging van de zeespiegel duidelijk zichtbaar is.
                   

Hij was ondermeer in Bangladesh en schetste voor de T.V. een angstaanjagend toekomstbeeld voor dit land. Jaarlijks zijn er overstromingen en die zullen steeds erger worden. Enerzijds door de stijging van de zeespiegel, anderzijds door toenemend smeltwater uit de Himalaya door klimaatverhoging. Als er geen ingrijpende maatregelen worden getroffen moeten volgens de fotograaf binnen afzienbare tijd zo’n 50 miljoen mensen geëvacueerd worden.
      Foto's: Henk Weltevreden

Ik had dit verhaal al eens gehoord. In 2002 was ik in de hoofdstad Dhaka na een tiendaags bezoek aan de Cooch Behar enclaves in het uiterste noorden van dit land bij de grens met India. (Reizen 30).
      Het regende vrijwel onafgebroken, de elektriciteit viel voortdurend uit, grote delen van het gebied stonden onder water en het wemelde er van de muggen.

      In mijn hotel in Dhaka logeerde een Nederlandse waterbouwkundig ingenieur, die daar was op uitnodiging van de Bengaalse overheid. Hij moest adviezen geven.

 ‘’Hopeloos’’, zei hij in vertrouwen tegen mij. ‘’Hopeloos. Wat ze hier doen is letterlijk dweilen met de kraan open. Als je hier in de toekomst grote rampen wil voorkomen moet er een Deltaplan komen. Groter, veel groter dan het onze. Dat gaat een paar honderd miljard US$ kosten. En dat is hier natuurlijk niet’’.

Hij was er al voor de zevende keer. Hij had zich echt in het land verdiept; hield van de mensen; van hun cultuur.
      ‘’Ze hebben niet zoveel om trots op te zijn’’, zei hij. ‘’Maar als je wilt neem ik je mee naar Savar. Dat is een kilometer of 40. Daar is het National Martyrs Memorial. Dat staat symbool voor hun vrijheidsstrijd.

 Jatiyo Sriti Shoudho
   

Het monument in Savar, dat in 1982 werd onthuld.
      Van een bezoek kwam het overigens niet. Koorts, diarree, uitdrogingsverschijnselen en tientallen muggenbulten.  De ansichtkaart heb ik in Dhaka gekocht
.
  Op de voorgrond met rode cirkel in het midden de Bangladeshi vlag.

Bij de onafhankelijkheid van India en Pakistan in 1947 werd Oost-Bengalen tot een provincie van Pakistan gemaakt: Oost-Pakistan. Tot groot ongenoegen van de Bengali’s die gediscrimineerd of genegeerd werden door West-Pakistan.
      Dit leidde in 1971 tot een onafhankelijkheidsoorlog die negen maanden duurde. Er kwamen 3 miljoen burgers en militairen om het leven. Uiteindelijk werd de strijd door de Oost-Bengalen gewonnen en werd de nieuwe staat Bangladesh uitgeroepen.

    

 

 

 

Leuke willekeur in Europa

Vorige week schreef ik een stukje over een Frans stempeltje dat in 1984 in mijn paspoort werd gezet. (Reizen 98; Khartoum-Cairo-Parijs).  Daar kreeg ik diverse reacties op. Onder meer van kunstenaar-reiziger Rolf Weijburg, die de moeite nam om een paar pagina’s uit zijn paspoorten te scannen en op te sturen.  

Uit alle reacties blijkt dat er in Europa geen echt stempelbeleid is. Waar ik aanvankelijk meende dat inwoners van achtereenvolgens de EEG, de EG en de EU geen stempeltjes kregen, blijkt dat onwaar.
Kijk eens naar de pagina’s van Rolf hierboven.  Links Frankrijk en de Spaanse enclave Melilla in Marokko. Rechts: Beni-Anzar (Marokko), Ceuta (enclave in Marokko). Bovendien Harwich in Groot-Brittannië.

Hier zien we stempels voor Marseille in Frankrijk en veel voor de voormalige DDR.
      Zelf bleek ik trouwens ook nog stempels te hebben voor Spanje en Griekenland, nadat ze bij de EU waren aangesloten. Onder links
         

Conclusie: Een grote mate van willekeur.
Dat moet maar zo blijven.

 

 

 

Een opmerkelijk Frans stempeltje



Kijk eens naar dat stempeltje rechtsboven. Police Nationale, vliegveld Charles de Gaulle Parijs. Dat is opmerkelijk. Het paspoortstempeltje werd gezet in 1984. Frankrijk en Nederland waren toen al lang lid van de EEG, de Europese Economische Gemeenschap. Inwoners van die landen kregen gewoon geen stempeltjes in hun paspoort.
      Ik benaderde wat kennissen, die veel reizen. En daar kwam het antwoord van Wim Kerkhof. Een zeer druk reiziger. Op de lijst van de Amerikaanse organisatie MTP (Most Traveled People) scoort hij wereldwijd 494 bestemmingen. Van de 193 bij de VN aangesloten onafhankelijke landen bezocht hij er 167. Dat is veel. Op die reizen schrijft hij ondermeer muziekteksten, want hij is lid van de Rotterdamse groep The Amazing Stroopwafels. (''Ik ga naar Frankrijk'')
      Zijn commentaar: “Als je vreemde grensbewegingen maakt die iets ongewoons of verdachts hebben kan je ook stempels krijgen van West Europese landen. Door mijn vele Oostblokbezoeken kreeg ik stempels van Nederland ( toen ik in Hoek van Holland met de boot naar Engeland ging, ik was net voortijdig terug uit Polen, 1976) en stempels van West Duitsland, plm 1981 ( ook ivm Oostblok, vnl. Tsjechoslowakije)”.

Zandstormen en gezeik

In 1984 maakte ik inderdaad ‘’vreemde grensbewegingen’’. Ik was in Khartoum, de hoofdstad van Sudan. ’s Avonds om zes uur zou ik met de KLM rechtstreeks naar Schiphol vliegen. Maar… een paar uur tevoren was een zandstorm uitgebroken. Dat was erg. Het zicht was niet meer dan een paar meter. Zand zat overal; tot in de bilspleet. Toch liet ik mij met een taxi naar het vliegveld brengen. Daar werd er al voor gewaarschuwd, dat de vlucht wel eens gecanceld zou kunnen worden.
      Het vliegtuig arriveerde op tijd, zoemde over het vliegveld en steeg weer op. Een kwartier later eenzelfde manoeuvre. Maar toen keerde het niet meer terug. Het ging door naar Cairo. Na veel rumoer, gekanker en gezeik van een aantal passagiers werden wij in een bus gezet en vervoerd naar het prestigieuze  Friendship hotel.
     De KLM vloog maar één keer per week naar Amsterdam. Er moest dus een andere vlucht genomen worden. Maar… de zandstorm hield de volgende dag aan en pas na een tweede nacht konden wij mee met een toestel van Egypt Air naar Cairo.  Een uur later vertrok dat  toestel naar Parijs.
      Wij arriveerden op Charles de Gaulle. Het was al laat en ik moest in Parijs blijven slapen. Bij de douane kreeg ik toen zomaar dit stempeltje. 

 

 



 

Voorjaar 1988

Hidden Valley Ranch; een privé gevangenis

 

Meneer T. I. Keohane Jr. legde het enthousiast en uitvoerig uit. Je neemt in San Francisco de uitvalsweg naar het zuiden richting Mateo County.
      Je rijdt langs de kust via Pacifico en Half Moon Bay naar San Gregorio. Sla linksaf en ongeveer een kilometer voor het plaatsje La Honda ga je rechtsaf een onverharde weg op.
      Na een paar honderd meter staat er een klein bordje met ‘Hidden Valley ranch’. Midden in het bos op een inderdaad verborgen plek. ‘Past u op voor reëen en herten, want die zitten daar volop’.

      Ik ben hier met Lida Iburg voor een radioprogramma van de VPRO. De Hidden Valley Ranch is een privé-gevangenis. In Nederland is -1988- een plan gepresenteerd om te gaan onderzoeken of het gevangeniswezen -deels- geprivatiseerd kan worden.   
      Nu -2013- zijn die plannen er weer. De VVD begon er mee, maar ook bij de P.v.d.A. en een paar andere partijen is het niet onbespreekbaar. Volgens voorzichtige ramingen zou er zo’n 200 tot 400 miljoen mee bespaard kunnen worden.

     

Meneer T.F. Keohane Jr. ziet -en ruikt zelfs- er uit zoals hij klonk. Fris, opgewekt, enthousiast. Hij zal ons rondleiden en vertellen wat de voordelen van privatisering zijn. We kunnen met gedetineerden spreken en mogen een counseling meemaken.

‘U treft het’, zegt hij. ’Dat doen we één maal per week. Onder mijn leiding. Goede resultaten behalen we hier. Absoluut goede resultaten’.

      In de gevangenis zitten 112 gedetineerden. Vrijwel allemaal zijn het drugsverslaafden, die ‘gewone’ misdaden hebben gepleegd. Overvallen, inbraken, geweld.

      Ze hebben een cel voor zichzelf en kunnen in de inrichting simpele klusjes doen. Daarnaast hebben ze een enkelband om zodat de leiding voortdurend op de hoogte is waar ze zijn. (Dat bespaart personeel). Ze kunnen bovendien ieder moment te horen krijgen dat ze onverwacht gecontroleerd kunnen worden. Controles op bezit en gebruik van drugs.
      Als ze eenmaal gepakt worden krijgen ze een waarschuwing; na een tweede keer worden ze onherroepelijk teruggestuurd naar een staatsgevangenis.

En dat laatste willen ze in geen geval. Ze gaan dan meestal naar de St. Quentin gevangenis bij San Francisco. En het kan wel dat Johnny Cash daar zijn bekende lied heeft opgenomen, maar de regel ‘St, Quentin I hate every inch of you’ gaat voor deze gevangenen echt op. In de Hidden Valley hebben ze een eigen cel en redelijke bewegingsvrijheid; in St. Quentin zitten ze met zes op cel, hebben ze weinig bewegingsvrijheid en er is hiërarchie, corruptie, uitbuiting, seksuele intimidatie en seksueel misbruik.

      Dat horen we van alle gevangenen die we spreken. Alles, echt alles liever dan terug te moeten keren naar St. Quentin of -als ze bijvoorbeeld HIV besmet zijn- naar de California Medical Facility in Vacaville, waar plaats is voor 4.730 inmates, maar waar er op dat moment 8.035 zitten.

     

Bij de counseling is het druk. Lida is een aantrekkelijke vrouw en dat heeft zich snel rondgepraat. Zo’n 60 gevangenen zitten in een cirkel rond een tafel waar mister Keohane heeft plaatsgenomen. Wij moeten er gewoon tussen zitten en dan wordt Frank naar voren geroepen. Een man van een jaar of vijftig, die zijn hele leven al crimineel is. Alles bij elkaar heeft hij ruim twintig jaar gevangen gezeten.

      Frank moet zijn verhaal vertellen, Hoe het allemaal zo gekomen is en wat hij eraan denkt te doen om een normaal burger te worden. Frank kan dat goed. Hij heeft ’t kennelijk al vaker gedaan. Hij schetst een ontroerend beeld van zijn jeugd, compleet met een dronken vader, die er op los ramde, een moeder die de hoer speelde, een jeugd van miskenning, misbruik, armoede en ellende. Iedere keer probeerde Frank er bovenop te komen, maar altijd gebeurde er weer wat, zodat hij terugviel.

      Het is een clichéverhaal, dat aanslaat vanwege de manier waarop hij het vertelt. Gedragen met beheerste pathos, stemverheffing hier en daar en soms bijna een traan.

      Als hij klaar is moeten alle inmates hun indruk geven. Eerst de negatieve indrukken, dan de positieve. Lida en ik moeten ook meedoen. Dat vinden de gevangenen prachtig. Als ik zeg dat hij een geboren loser lijkt, volgt er een beleefd applaus, maar als Lida ferm te kennen geeft dat zij hem ’een push’ wil geven -onderstreept met een vuist naar boven- , volgt hard instemmend gebrul.

      Na afloop als we weer terugrijden naar San Francisco bespreken we natuurlijk ons bezoek. We zitten in het Mirabar Beacht Restaurant te Half Moon Bay met uitzicht op de oceaan. Er zijn krabbepoten en grote garnalen.  Er is witte wijn uit California. Nederland is ver weg. 
        Bovendien is de situatie in de V.S. totaal niet te vergelijken met Nederland. 
En Teeven was in 1988 nog veel te jong.

 

 

 

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh