Reizen (253)

 

Zomer 1982

De beste akoestiek ter wereld

 

HET IS ECHT WAAR 

Mijn kinderen Babette en Rutger, die in 1982 resp. dertien en twaalf jaar oud zijn willen dat natuurlijk uitproberen. Rutger en ik sluiten ons op het toneel aan bij talrijke wachtenden, die ook een reisboek gelezen hebben. Er staat namelijk een enorme bak met afgebrande lucifers.
      Mijn vrouw Heleen en Babette gaan boven zitten.
      Als we eindelijk aan de beurt zijn en ook een lucifer hebben afgestreken, gaan boven de duimen omhoog. Het is echt waar. Ze hebben het gehoord. 

Een Engelsman, die ons geamuseerd aankijkt, begint een gesprekje. Leuk zo’n theater en leuk die akoestiek. Leuk ook voor al die toeristen, ‘maar, zegt hij ’iedereen laat zich hier in de maling nemen’.
      ‘Hoezo?’, roep ik een beetje verontwaardigd.
      ’Ze hebben het daar boven echt gehoord.
      Die akoestiek is fantastisch’.

      ‘Nep’, zegt de Engelsman.
      ‘Allemaal nep’.
      Kijk maar eens naar boven. Daar: achter die uitstulpingen bevinden zich allemaal  microfoons en luidsprekers.
      Zo wordt het geluid versterkt. Slim van die Grieken. Heel slim’.

Ik zeg het maar niet tegen mijn kinderen, maar vertel jarenlang -als het zo te pas komt- de smakelijke anekdote van het bedrog van het Epidaurus theater in Griekenland.

Tot ik een tijdje geleden onderstaande ingezonden brief in NRC-Handelsblad las.
      De Engelsman had mij misschien op zijn beurt weer in de maling genomen, want de akoestiek in het theater is wel degelijk zo goed.
      ‘De akoestische truc‘, schrijft meneer of mevrouw D.N.P. Brandsma uit Rijswijk ,‘van de bouwmeester van Epidaurus is even geniaal als simpel’.

Hieronder de toch niet zo simpele uitleg. 
      

                 
 
Het doosje lucifers is dus een duetje van Purcell geworden.
      Maar ik sluit niet uit dat meneer Brandsma -ik denk toch echt dat het een meneer is- er ook ingetuind is. 

Ontmoetingen in de lucht:

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse
6. Joe, een Samoaan
7. Nor, een Singapore-girl


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische
9. Uncle Basil, een indiaan in Guyana
10: Boris, een Siberiër
11: Mr. Omar, een Soedanees
12: Arvid, een Gotlander
13: Mr. T.F. Keohane Jr.,een Yank
14: Stefan, een Tovenaar
15: De Museumdirecteur, een Mauritiaan
16: Godfrey, een Zimbabwaan
17: Bassam Abu Sharif, een Palestijn
18: De oude schilder, een Cypriotische
19: Lucky, een hond te Lesotho 
20: Mulu, een Eritreeër 
21: De dierenarts, een Belg 
22: De taxichauffeur, een Egyptenaar 
23: De uitbater, een Bosniër
24: Piia, een Estlandse 
25; De wapendrager, een kolonist op de Westbank
26: De pizzakoerier, een Geluidsliefhebber 
27: Sigurd, een IJslander 
28: De opvarende, een Helsinki-ganger
29: De luitenant-kolonel, een militair in Mozambique 
30: Stan Aerts, een veehouder in een Schierenclave
31: De Jilkiankans, een familie in Kirgizië
32: Brigita, een Letse 
33: De intrigant, een Engelsman in Griekenland

 
                   

 
Het ‘’eiland van wolken’’


(Door Rolf Weijburg)

De Grenadines is een keten van zo’n 50 eilanden en nog veel meer eilandjes, die zich als de lange wapperende staart van de vlieger Saint Vincent zuidwaarts uitstrekken tot aan Grenada. De archipel is verdeeld tussen Saint Vincent & The Grenadines, het op elf na kleinste land ter wereld, en Grenada, het op tien na kleinste land ter wereld.  De totale landoppervlakte van de archipel meet 86 km2 waarvan 47 km2 tot Saint Vincent & The Grenadines behoort en en de overige 39 tot Grenada. 11 van de eilanden zijn bewoond, 6.000 op de drie bewoonde Grenadines van Grenada en 10.000 op de 8 bewoonde Grenadines van Saint Vincent.


YOUNG ISLAND

We lagen voor anker in de smalle doorgang tussen Young Island en Saint Vincent. Hoewel Young Island behoort tot de Parochie van Saint George - één van de zes parochies waarin Saint Vincent & The Grenadines bestuurlijk is opgedeeld - en niet tot de Parochie van de Grenadines, wordt het eilandje geografisch tot de Grenadines gerekend.
      Young Island is vernoemd naar Sir William Young, in 1764 President of the Commission for the Sale of Lands in the Ceded Islands, de eilanden - waaronder Saint Vincent - die Frankrijk bij de Vrede van Parijs in 1763 aan de Britten moest afstaan. Het verhaal wil dat de grote Black Carib Leider der Leiders  Joseph Chatoyer het eiland ruilde voor Young’s indrukwekkende hengst.
      Eind twintigste eeuw kwam Young Island in handen van de Hilton Group, die er een luxe resort bouwde en tegenwoordig zijn het eiland en het resort eigendom van twee Vincentiaanse investeerders.

Je kan er voor zo’n 500 dollar per nacht één van de 29 bungalows huren of het hele eiland huren voor een kleine 20.000 dollar per nacht, maar dan mag je wel 57 vrienden meenemen.


DUVERNETTE

       

Net ten zuiden van Young ligt nog een klein hoog eilandje, Duvernette, waar vroeger een klein fort op lag.
      Via een steile trap kan je naar het topje van het eiland klimmen en in het gezelschap van enkele kanonnen genieten van het prachtige uitzicht.


BEQUIA

Vanaf de ankerplaats bij Young Island voeren we langs Indian Bay waar op het kleine Dike Island een enorm wit kruis stond en draaiden naar het zuiden voor de 15 kilometer lange oversteek naar Bequia (spreek uit Bèkweei), het noordelijkste van de eilanden in de Grenadines Parochie van Saint Vincent & The Grenadines.


DIKE

Tekening Rolf Weijburg

We zeilden over een zachte zee zuidwaarts. Bequia leek een stuk dorder dan het veel hogere Saint Vincent dat de meeste regen al uit de wolken had gemolken. Geen jungle hier, maar droge heuvels met struikgewas, wat bomen en palmen en hier en daar een langgerekt strand. Af en toe een huis.
      Toen we Saint Hillaire Point in het zuiden van het eiland rondden kwamen we in een mooie beschutte baai, Friendship Bay. Hier gooiden we het anker uit.
      Met 18 km2 is Bequia het grootste van de Grenadines van Saint Vincent. Er wonen ruim 4000 mensen en het eiland dankt zijn naam aan de Arawak indianen die het het “Eiland van wolken” noemden: Bequia, vraag me niet waarom.
      We gingen aan land.


FRIENDSHIP BAY

“SVG Notebook II” (detail), kleurets Rolf Weijburg

Bequia was vroeger één van de weinige plekken in de oostelijke Cariben (Nelson’s Dockyard op Antigua was een beroemde andere) waar een belangrijke scheepswerf bestond. Dat was hoofdzakelijk te danken aan de combinatie van beschutte ankerplekken en de aanwezigheid van cederbomen die ideaal hout voor scheepsreparaties leverden.
      De cederbomen zijn inmiddels verdwenen maar toen we de heuvel achter Friendship Bay opklommen en in de schaduw van een met mooi houtsnijwerk versierd afdakje, een soort bushokje, even uitpuften van de hitte, kwam er een jongetje naar ons toe die een handgemaakt houten modelbootje te koop aanbood.  Scheepswerven zijn er niet meer, maar kleine ateliers waar modelboten in alle maten en variaties met de hand in hout worden vervaardigd zijn er tegenwoordig des te meer op Bequia.

We liepen verder over kronkelende paadjes en langs smalle weggetjes. Cubavinkjes en kolibries vergezelden ons. Af en toe waren er grootse uitzichten en in de noordelijke verte zagen we het grillige silhouet van Saint Vincent. 

      We daalden af naar Lower Bay Beach, één van de stranden aan Admiralty Bay, de grote beschutte baai die een flinke hap uit Bequia’s westkust neemt. We kwamen bij een sterk hellend strand waar jongens voetbalden en complete gezinnen in de schaduw van de bomen in het zand lagen. Het was zondag.
      Via een rotsige heuvel en een strand dat was vernoemd naar Princess Margaret, omdat ze hier ooit eens geweest was, bereikten we de hoofdstad van het eiland, Port Elizabeth, tevens de hoofdstad van de Grenadines Parochie. Een prachtig Anglicaans kerkje stond aan de rand van het nog geen duizend inwoners tellende plaatsje.


ANGLICAN CHURCH

Het stadje lag knus tegen de heuvels aangeschurkt. De baai lag vol met zeiljachten en catamarans, terwijl het nog niet eens hoogseizoen was.
      Dit is de plek waar de yachties zich verzamelen, hun jachten vaak ook inklaren en scheepsbenodigdheden en proviand inslaan, want Port Elizabeth was door de jaren uitgegroeid tot een yachties heaven.


ADMIRALTY BAY

“SVG Notebook II” (detail), kleurets Rolf Weijburg

Langs de waterkant strekte zich een hele rits barretjes en restaurants uit waar de clientèle bestond uit yachties uit alle windstreken, maar om de één of andere reden toch altijd als yachtie herkenbaar waren. Lokale gasten zag je zelden in deze uitspanningen.
      Bij de steigers en her en der op het smalle strand, lagen de dinghies waarmee druk werd heen en weer gevaren tussen de jachten en het stadje. Eén van de strandtenten was de Whale Boner Bar & Restaurant , een inmiddels beroemd geworden pleisterplaats met twee enorme walvisribben als ingangspoort, een walvisrib als bar en walviswervels als barkrukken.


WHALES

Hoezo walvis?

Nou, Bequia is één van de weinige plaatsen ter wereld waar het de lokale bevolking nog is toegestaan om, zij het uitsluitend op traditionele wijze, straffeloos walvissen te vangen. Vier stuks bultrugwalvissen mogen er jaarlijks  gevangen worden, een aantal dat zeer zelden gehaald wordt, in sommige jaren wordt er niet één binnengehaald.
      Hoewel deze vergunningen worden afgegeven door de International Whaling Commission , die ook de regels opstelt en controles regelt, zijn er nogal wat landen die de Commissie niet erkennen of haar regels aan hun laars lappen, maar is er ook flink wat kritiek op het verstrekken van jachtvergunningen aan Bequia.
      Bequia kent wel degelijk een historie van walvisvangst, er is zelfs een klein walvismuseumpje op het eiland, en op de vlag van Bequia die her en der op het eiland wappert, figureert een walvis.


VLAG
  

Maar waar bijvoorbeeld de Alaskaanse Inupiat en de Chukotka in oost Siberië (beide is de walvisvangst door de International Whaling Commission toegestaan) , inheemse volkeren zijn voor wie de walvisvangst al eeuwenlang tot de eigen levenswijze behoort, zijn de bewoners van Bequia geen inheems volk en is de walvisvangst er niet echt traditioneel.
      De huidige bewoners zijn afstammelingen van immigranten en de walvisvangst op het eiland begon pas rond 1875. Om commerciële redenen. Er zijn op Bequia nooit bewijzen gevonden van een walvisvangst van vóór die tijd.

Zit wel wat in dus, die kritiek.

      Toch dronken we een lekker fris Hairoun biertje op het aangename terras van de Whale Boner Bar. We reden bij het vallen van de avond in een open pick-up truck terug naar Friendship Bay en toen we daar weer bij het “bushokje” uitstapten zag ik pas wat de houtsnijwerk versiering langs het dak ervan eigenlijk voorstelde.

Juist, walvissen.

  

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

 KliHIER voor alle afleveringen






 

Zomer 2001

Klinker-Metropool met Gildehuizen

Op de terrassen van het Domplein fibreert het om je heen. 
      Dit is de oude stad van Riga, hoofdstad van Letland. 
Een ontegenzeggelijke metropool van net geen miljoen inwoners. Ongeveer de helft van de bevolking in de stad is Lets, de andere helft Russisch. 
      De oude stad heeft een labyrinth aan smalle straatjes met kinderkopjes. De mooie Kalku Iela verdeelt de oude stad in twee delen. Daaromheen brede boulevards met chique winkels. Parken aan de ene kant en de Daugava rivier aan de andere zijde.

      Tien jaar na de hernieuwde onafhankelijkheid gaat het in een aantal opzichten goed in dit land. 
      De mensen in de stad zijn goed en modern gekleed, er zijn cafés, restaurants, terrassen volop, prachtige architectuur met veel Jugendstil, mooie gildehuizen uit de Hanzetijd, kerken, musea en winkels met exclusieve spullen.

                        

Als je hier zomaar zou worden neergezet kom je nooit op het idee dat je in een Oost-Europese stad bent. 
      Fred Kamperman vindt dat bijvoorbeeld ook. Hij is een Nederlander, die hier al vier en een half jaar woont. Getrouwd met een Letse. Hij is manager van de Baltic Container Terminal. Hiernaar toe gehaald om de havenactiviteiten in Riga te bevorderen en te vergroten. En die mogelijkheden zijn er volgens hem volop. 
      De stad is booming, in de haven komen steeds meer activiteiten en het lidmaatschap van de Europese Unie lonkt. De haven is de grootste van de Baltische landen en kan zich opwerken tot een zeer belangrijke doorvoerhaven voor het grote Russische achterland. ’De mensen werken hard en zijn flexibel, zegt Fred. ‘En de bonden zijn niet zo sterk’.
      
Een uitgesproken mening dus. 

Verkeerde sokken 

Die heeft Brigita ook. Zij is een ravissante Letse met lange zwarte haren. 28 jaar. Modevakschool heeft ze gedaan. 
      Brigita heeft het niet op de Russen. Je pikt ze er zo uit. De vrouwen zijn hoerig gekleed. Teveel bloot, te rode lippen en te hoge hakken. En de Russiche mannen, ach de Russische mannen hebben ‘verkeerde snorren en verkeerde sokken’. Bovendien weigeren veel Russen om Lets te spreken. Sterker: ‘Ze kunnen het niet. Wij moesten vroeger Russisch leren en dan denken ze dat wij in het Russisch tegen ze gaan praten. Maar dat doen we niet. Niet meer’.
      
Zij neemt mij mee naar de Brivibas Iela. Dure elegante winkels met de bekende buitenlandse merken: Cardin, Armani, Benetton, Hugo Boss.

      Maar ja. Wie kan zich dat in Riga veroorloven?

Alleen de steenrijke bovenlaag die vooral rijk geworden is door criminele activiteiten.

      Brigita knikt bevestigend. Maar de eigen Letse mode-industrie komt eraan.

Fred Kamperman weet ook dat het verschil arm/rijk in dit land nog heel erg groot is.

      De gemiddelde Let verdient -2001- zo’n 200 gulden per maand. 
De prijzen voor levensmiddelen liggen in de winkels in de oude stad niet eens zoveel lager als in Nederland. Dat geldt ook voor de duurzame goederen. 
      Er zijn dus veel grijze circuits en veel mensen hebben een dubbele baan.

Wij gaan naar de Markt , die aan de oever van de Daugava ligt. 
      De grootste markt van Europa, weet Fred. 
Vijf hangars, waarin ooit de Zeppelins werden gebouwd zijn daar voor die markt ingericht. Alles, werkelijk alles is hier te koop. 
      Ik zie vlees & vis, schoenen, kleding, toiletartikelen en veel drank. En buiten de hangars hebben zich mensen van het Letse platteland opgesteld. 
      Zij verkopen fruit, bessen en paddenstoelen, die ze in het bos gevonden hebben. 
Sommige vrouwen verkopen plastic zakjes en tasjes, houten speeltjes, gedroogde bloemen.

                         

Zowel Fred als Brigita vinden dat je de stad het best leert kennen door te lopen en goed om je heen te kijken.
      Terrassen om even uit te rusten zijn er genoeg en ook in de parken rond het oude centrum kan dat goed. Riga is 800 jaar oud en daar kan een ieder zijn eigen feestje rond bouwen. 
      En zijn huis versieren.

                         

 
(Eerder geplaatst: 10-04-'13)

 Ontmoetingen in de lucht:

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse
6. Joe, een Samoaan
7. Nor, een Singapore-girl


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische
9. Uncle Basil, een indiaan in Guyana
10: Boris, een Siberiër
11: Mr. Omar, een Soedanees
12: Arvid, een Gotlander
13: Mr. T.F. Keohane Jr.,een Yank
14: Stefan, een Tovenaar
15: De Museumdirecteur, een Mauritiaan
16: Godfrey, een Zimbabwaan
17: Bassam Abu Sharif, een Palestijn
18: De oude schilder, een Cypriotische
19: Lucky, een hond te Lesotho 
20: Mulu, een Eritreeër 
21: De dierenarts, een Belg 
22: De taxichauffeur, een Egyptenaar 
23: De uitbater, een Bosniër
24: Piia, een Estlandse 
25; De wapendrager, een kolonist op de Westbank
26: De pizzakoerier, een Geluidsliefhebber 
27: Sigurd, een IJslander 
28: De opvarende, een Helsinki-ganger
29: De luitenant-kolonel, een militair in Mozambique 
30: Stan Aerts, een veehouder in een Schierenclave
31: De Jilkiankans, een familie in Kirgizië
32: Brigita, een Letse 

 

 

 

 

Een onverwacht feestje  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook mijn buurvrouw, die vlak voor de landing op een apart stoeltje was gaan zitten. Nor, stond op haar badge. Zij was stewardess. 
Het was duidelijk. Ik had iets gemist, maar had geen idee wat.
Nor was  het prototype van een ''Singapore girl''.
Goed figuur, jong, vrij lang, slank, sluike zwarte opgebonden haren en een eeuwige glimlach. 

''Wat is er aan de hand Nor?'' vroeg ik maar eens.  Zij keek mij aan met die glimlach, die ineens iets vertederends kreeg. 
''Weet u dat echt niet sir?"

''Nee Nor. Vertel''.
''Het nieuwe vliegveld is gisteren geopend. Wij zijn de eerste lijnvlucht die hier landt. Het woordt feest, sir. Groot feest".

Onbekende helden  

Toen wij in de aankomsthal kwamen begon ook daar iedereen te klappen en te juichen alsof wij -simpele passagiers- een soort Wereldcup gewonnen hadden.
      We werden uitgenodigd om naar een mooi versierde ruimte in de terminal te gaan om een drankje te gebruiken en een snack te eten.

Pas toen ik bij mijn tweede glas whisky en een paar uitstekende dim-summetjes een informatiepakket ontving, drong het echt tot mij door dat ik stomtoevallig op het nieuw geopende vliegveld van Singapore was geland: Changi Airport. 


Informatie

De informatie leerde ondermeer dat de bouw 1.5 miljard Singaporese dollars had gekost -toen ongeveer 1 miljard US$-. 
      Voorts dat er voor het vliegveld 200 ha. zeemoeras was opgeofferd en dat de luchthaven was dichtgegooid met 12 miljoen kubieke meter zand en gesteente, dat was verwijderd van de nabij gelegen heuvels.
       En er zat deze foto bij van de opening.

Nor was natuurlijk bij de crew aangeschoven. Maar toen zij mij zag, hief ze haar glas.
      Ik meende een knipoog te zien, maar betwijfel achteraf of dat echt waar was. 
      Die Singapore-girls kunnen zich niets veroorloven. 
Daar is later nog wat literatuur over verschenen.

 

Ontmoetingen in de lucht:

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse
6. Joe, een Samoaan
7. Nor, een Singapore-girl


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische
9. Uncle Basil, een indiaan in Guyana
10: Boris, een Siberiër
11: Mr. Omar, een Soedanees
12: Arvid, een Gotlander
13: Mr. T.F. Keohane Jr.,een Yank
14: Stefan, een Tovenaar
15: De Museumdirecteur, een Mauritiaan
16: Godfrey, een Zimbabwaan
17: Bassam Abu Sharif, een Palestijn
18: De oude schilder, een Cypriotische
19: Lucky, een hond te Lesotho 
20: Mulu, een Eritreeër 
21: De dierenarts, een Belg 
22: De taxichauffeur, een Egyptenaar 
23: De uitbater, een Bosniër
24: Piia, een Estlandse 
25; De wapendrager, een kolonist op de Westbank
26: De pizzakoerier, een Geluidsliefhebber 
27: Sigurd, een IJslander 
28: De opvarende, een Helsinki-ganger
29: De luitenant-kolonel, een militair in Mozambique 
30: Stan Aerts, een veehouder in een Schierenclave
31: De Jilkiankans, een familie in Kirgizië

 

 

 

Voorjaar 1998

Het achterland van God's wraak


GRENSOVERGANG

De waarschuwingen zijn voor niets geweest. Bij de grensovergang tussen Andizjan in de Ferganavallei van Oezbekistan en het stadje Osh in Kirgizië is niets aan de hand. Een slagboom die open staat en een man in een oude autobus, die gebaart dat we toch vooral moeten doorrijden. 
       Ik zit in een auto met Janny Doornbusch, een vrouw van middelbare leeftijd met lang vuurrood henna-haar. Ze valt op hier Janny. Maar dat vindt ze niet erg.
       Zij woont in een buitenwijk van Osh met haar man Kasper. Hij is een Nederlandse politiecommissaris die een anti-drugs project van de Verenigde Naties leidt.

Osh is namelijk het verzamelpunt van grote hoeveelheden opium en heroïne, die vanuit Afghanistan via het Pamirgebergte in Tadjikistan naar Kirgizië worden gesmokkeld. De drugs gaan van hieruit naar Europa, de Verenigde Staten en het verre Oosten.

 
 


OUDER DAN ROME

Osh is oud. Ruim 3.000 jaar. ’Ouder dan Rome’, staat er op borden in en rond de stad. Van die ouderdom is in de stad overigens niets te merken. Het is zeer armoedig en architectonisch niet interessant. Oude monumentale gebouwen, bijzondere pleinen, mooie beeldhouwwerken of anderszins interessante objecten zijn er niet of ze zijn verdwenen. 
      Ranzige nonchalance onder de Sovjet-periode heeft ervoor gezorgd, dat deze stad die ooit een belangrijke pleisterplaats op de Zijderoute was, verloederd en uitgewoond is.

Aan de rand van de stad ligt een ruggengraat van drie bergen, die de vorm van een zwangere vrouw heeft. Zij heet de troon van Salomo. Op de top ligt een naar Mekka gerichte kapel, waarin zich het graf van Salomo bevindt. De bergrug is een bedevaartsplek voor vrouwen , die maar niet zwanger willen worden. Als wij de berg bestijgen komen we dan ook veel vrouwen tegen. ‘Eén keer de Salomo beklimmen en het komt wel goed‘. Zeggen ze in Osh.

              

 

 

LENINPIEK & PIEK KOMMUNIZMA

ONEINDIGE ONAARDSE ONHEILSPELLENDE SCHOONHEID!

ALCOHOLISCHE PAARDENMELK

De familie spreekt een beetje Russisch; Janny & Kasper ook en zo leren wij, dat deze mensen tot oktober hier blijven wonen. 
Ze hebben een paar paarden. Die worden niet alleen als vervoermiddel gebruikt maar de merries worden gemolken en daarvan worden diverse producten gemaakt.

DRIELANDENWERELD

Wij zetten de tocht voort en komen in de drielandenwereld Kirgizië -Tadjikistan-China.

Bij de grensovergang worden de vrachtauto’s door medewerkers van Kasper tegengehouden. De chauffeurs moeten alles uitladen. Daarna moeten ze hun wielen één voor één verwijderen. De banden moeten van de velgen, koplampen moeten gedemonteerd worden; kortom alles wordt eraan gedaan om het de chauffeurs zo moeilijk mogelijk te maken. 
Zo’n controle duurt al gauw tien tot twaalf uur. En dan lopen ze de kans dat ze het verderop nog een keer moeten overdoen.

Het gevolg is dat de smokkelauto's de route door het Pamirgebergte steeds meer mijden. Maar daarmee is het probleem niet opgelost. De grens is groot en ontoegankelijk voor de mensen van de V.N. omdat hun mandaat niet zo ver reikt. Mensen op paarden en ezels of zelfs te voet gaan hier de grens over met grote hoeveelheden drugs. Het duurt allemaal wat langer dan met de vrachtauto’s maar het is wel zo effectief.

TERUG IN OSH

Terug in Osh valt me nu pas goed op, dat de Kirgiezen en Oezbeken in aparte wijken wonen, maar wel met elkaar de enorme grote markt bevolken.
      De Kirgiezen hebben vaak gevorkte baarden, Chinese trekken en Kirgiezenogen zoals die beschreven worden in De Toverberg van Thomas Mann. Ze hebben hoge witvilten hoeden op het hoofd. De vrouwen hullen zich in traditionele kledij met uiterst felle kleuren.
      De Oezbeken hebben een meer Mongools uiterlijk. Vrouwen alweer vaak in rood, roze, paars en gifgroen. Mannen met wijde broeken en zwart-witte platte hoedjes. Veel mensen hebben gouden tanden.


HEVIGE RELLEN

Zij verlaten het land dan ook en masse.

Ontmoetingen in de lucht:

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse
6. Joe, een Samoaan


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische
9. Uncle Basil, een indiaan in Guyana
10: Boris, een Siberiër
11: Mr. Omar, een Soedanees
12: Arvid, een Gotlander
13: Mr. T.F. Keohane Jr.,een Yank
14: Stefan, een Tovenaar
15: De Museumdirecteur, een Mauritiaan
16: Godfrey, een Zimbabwaan
17: Bassam Abu Sharif, een Palestijn
18: De oude schilder, een Cypriotische
19: Lucky, een hond te Lesotho 
20: Mulu, een Eritreeër 
21: De dierenarts, een Belg 
22: De taxichauffeur, een Egyptenaar 
23: De uitbater, een Bosniër
24: Piia, een Estlandse 
25; De wapendrager, een kolonist op de Westbank
26: De pizzakoerier, een Geluidsliefhebber 
27: Sigurd, een IJslander 
28: De opvarende, een Helsinki-ganger
29: De luitenant-kolonel, een militair in Mozambique 
30: Stan Aerts, een veehouder in een Schierenclave
31: De Jilkiankans, een familie in Kirgizië



Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh