Reizen (272)

 

Sterilisaties & Voetenpercussie 

In januari 1994 was het erg heet in Maputo, de hoofdstad van Mozambique in het zuiden van Afrika. Ik logeerde bij Rob Pannekoek, een Nederlander die daar via een soort uitwisselingsprogramma terecht was gekomen. Er was geen airco in dat huis, dus ik kocht de tweede dag een ventilator, die een uur later prompt uit de auto werd gejat.
     Rob Pannekoek was gegrepen door het land, zijn cultuur, zijn mensen en vooral zijn muziek. Omdat de temperaturen overdag opliepen tot meer dan veertig graden, stonden wij ’s ochtends om vier uur op. Rob was in Nederland zanger geweest bij de Rockgroep The TitBits en zette dan muziek op van lokale groepen. “Man, man, die kunnen er wat van”.
      Hij was verliefd geworden op een Mozambikaanse en had zijn sterilisatie weer ongedaan laten maken, want anders kon er niet getrouwd worden. Het waren dat soort problemen, die hij heel openlijk en humoristisch bij een drankje besprak. Er waren trouwens nog veel meer problemen, want ik moest proberen vanuit Maputo een rechtstreekse radio-uitzending van twee uur te verzorgen. Daarvoor had ik één van de allereerste satelliettelefoons bij me inclusief een modem om het telefoongeluid te kunnen digitaliseren. De elektriciteit in Maputo viel regelmatig uit en als dat tijdens de uitzending zou gebeuren, zouden we uit de lucht zijn. Om dit op te lossen had ik voor noodgevallen een grote generator geregeld, die met de hand aan een touw moest worden opgestart. 
  
      Wij sliepen overdag van twaalf tot vier, werkten weer door tot een uur of tien en dronken dan een paar glaasjes whisky. Dat had ik op zijn verzoek meegenomen. Zijn vrouw keek ondertussen naar Braziliaanse soaps, want dat kunnen ze daar in die voormalige Portugese kolonie goed verstaan. 
      's Avonds konden we er niet met de auto op uit. In de straten van Maputo lagen namelijk roosters, waardoor regenwater werd afgevoerd. Maar veel van die roosters waren gestolen door mensen, die ze gebruikten om er vleesjes op te roosteren. Gevolg: Er zaten in alle wegen enorme gaten, die je 's avonds niet meer zag.

      Er zou in die uitzending ook live muziek gemaakt worden. Rob had in Mozambique Nambu-Producties opgericht, een instituut dat bedoeld was om de cultuur van het land uit te dragen. Hij kende veel muzikanten, maar vond dat ik een Makwayela Dance moest laten horen. Daarin zingen mannen a capella en begeleiden zichzelf met voeten-percussie. Instrumenten komen er verder niet aan te pas. Op een zondagmiddag gingen we naar een lokaaltje waar een groep van zo’n tien mannen aan het repeteren was. Ik vond het fascinerend en legde de groep vast.
      Hoe ik dat allemaal met een paar simpele microfoons en eenvoudige apparatuur moest registreren wist ik toen eigenlijk ook niet. Ik was immers programmamaker en geen radiotechnicus. Maar ook hier was in voorzien, want ik had een cassettebandje met die muziek klaarliggen als het allemaal niet om aan te horen zou zijn.
      Het lukte echter wonderwel en twee jaar later kwam de Grupo cultural de dança tradicional Moçambique naar het Nederlands Wereldmuziekfestival. Het werd een groot succes.

Rob Pannekoek is inmiddels al weer meer dan twaalf jaar dood.
      Laten we op hem een whisky drinken en luisteren naar de Makwayela Dance.

Of luister naar hemzelf met The TitBits in River

       


Klik HIER voor alle Ontmoetingen



 

Dagelijks op en neer

We zitten op een terras in Holwerd, waar over een halfuur de veerboot naar Ameland vertrekt.
      Mooi uitzicht op het wad. Veel krijsende meeuwen.
Het is namiddag.
      Een man gaat aan ons tafeltje zitten.
‘’Zo! Ik heb wel een biertje verdiend. Hard gewerkt vandaag. En het terras is gelukkig ook weer open.’’
      De man is schilder. ‘’Huisschilder’’.
Hij is 51 jaar en komt uit Groningen, maar woont op Ameland. Daar komt zijn vrouw vandaan.

Iedere dag gaat hij over. Naar het vasteland. Daar staat zijn auto. Op Ameland gaat hij gewoon fietsen. Dat alles geeft wel wat gedoe, maar het is ‘t dubbel en dwars waard.
      ‘’Als je op Ameland naar het strand wil, dan ga je naar het strand. Wil je naar het bos, dan ga je naar het bos’’.

Hij heeft een jaarabonnement voor de veerboot Holwerd-Ameland. ‘s Avonds gaat hij altijd terug met die boot. Die doet er zo’n drie kwartier over. Als het even kan om half zes, maar het loopt wel eens uit. Niet als hij in Friesland of Groningen werkt, maar hij moet ook geregeld naar Amsterdam of Haarlem. ‘’Liever naar Haarlem, want dat is een veel mooiere stad’’.

Watertaxi

’s Ochtens gaat hij met de Watertaxi. Die doet er maar een kwartier over.
      ‘’Ik stap om half zeven aan boord. Dat kost me dan 7,50, omdat ik dat jaarabonnement heb. Het wordt vergoed door mijn baas. Die wil ook dat zijn mensen het naar hun zin hebben. En dat heb ik. We hebben wel eens overwogen om naar het vasteland te verhuizen, maar dat zet je wel weer uit je kop als je hier die eilandrust ervaart. Daar weegt niets tegenop. Niets’’.


(Eerder geplaatst: 29-09-'17)

 Klik HIER voor alle Ontmoetingen

 

 

Zomer 1995

Vader en grootvader in hout

In september 1995 reed ik in een rammelende huurauto van Victoria Falls in het noordwesten van Zimbabwe naar het Hwange National Park. Het was prachtig weer en ik was in een zeer goede bui, want het werk was naar tevredenheid geklaard. 
 
      Ik zou nog een paar dagen voor mezelf hebben. En dan moet je natuurlijk -als je toch in de buurt bent- naar één van de grootste wildparken die er op deze wereld zijn.

      Even voor het stadje Hwange stond een man te liften bij een kraampje waar handgemaakte spullen verkocht werden. De man werkte in het wildpark. ’Oppassen, opruimen, mensen rondleiden, ach meneer van alles’. In het kraampje stond een jongen van een jaar of zestien. ’Cheap mister, very cheap. Have a look’’.



Ik besloot een houten poppetje te kopen. 
      ’My father’ zei de jongen.
‘And here: grandfather’

Of ik ze beide wilde kopen voor de prijs van één.

      En hier staan ze dan. Enigszins scheef, vrij ruw gesneden, divers van snit, ietwat geteisterd, maar trots en voornaam.


      De liftende man, die Geoffrey heette, ging daarna met mij mee naar het park. Ik moest bij een lodge mijn auto laten staan en hij nam mij mee in een jeep. Natuurlijk kende hij alle waterplaatsen en wist hij waar de dieren zaten. Vier van de vijf Big Five beesten heb ik die dag gezien: Leeuwen, olifanten, buffels en luipaarden. Trouwens ook zebra’s, giraffen, gnoes, wilde honden, heel veel apen, hyena’s , struisvogels, adelaars en tientallen andere vogels, die Geoffrey allemaal bij naam kende.    
      Alleen de neushoorn heb ik gemist. Maar die zaten volgens mijn gids verderop in het park, dat ongeveer een derde van het oppervlak van Nederland beslaat.


 

Klik HIER voor alle Ontmoetingen

 

 

Zomer 1999

Een aangeklede eland

          

Weg 25 ligt een slordige 100 kilometer boven Oslo in het oosten van Noorwegen.
      Het is een mooie bochtige weg over heuvels met dichte dennenbossen.

Ergens tussen Elverum en Hamar gebeurde het.

      Ineens liep daar een eland (met kalf) de weg op.
Je weet dat het kan gebeuren.
      Overal staan waarschuwingsborden. En toch word je erdoor verrast.
Mijn Citroën CX zou de befaamde elandtest glansrijker doorstaan hebben dan de mini-Mercedes, want de beesten konden nog net ontweken worden.

 

Ongelukken 

 Ze zijn groot; elanden.
      Mannetjes zijn groter dan twee meter, hebben een kop-romplengte van bijna drie meter en kunnen tot 800 kilo wegen. Vrouwtjes zijn zo’n 25% kleiner.
      In Noorwegen en Zweden gaat het om een half miljoen dieren, waarvan er jaarlijks zo’n 100.000 worden afgeschoten.
Er gebeuren duizenden ongelukken per jaar.
      Het aantal dodelijke ongelukken valt relatief mee, omdat de meeste wegen daar in Scandinavië niet breed zijn en nogal bochtig. Daarom kun je er niet zo hard rijden.
      Bovendien hebben de mensen geleerd om zich gedisciplineerd in het verkeer te gedragen. Altijd weer een vreugde om mee te maken.

 

 
Knuffeldier

De eland is een soort nationaal knuffeldier. In Hamar vond ik een gespecialiseerd winkeltje, waar je ze in allerlei varianten kunt kopen.
      Daar heb ik dit exemplaar aangeschaft.
 

Klik HIER voor alle Ontmoetingen

 


Monument op de Evenaar

     

(Door Rolf Weijburg)

Carlos Viegas Gago Coutinho was een Portugese marineofficier, navigator en cartograaf. Aan het begin van de vorige eeuw had hij de leiding over talrijke geodetische missies om de grenzen vast te leggen en de oppervlakten te berekenen van Portugese koloniën zoals Oost Timor, Angola,  Mozambique en São Tomé en Príncipe.
      Gago Coutinho was ook vliegenier en ontwikkelde nieuwe navigatie-instrumenten voor de luchtvaart. Samen met Sacadura Cabral was hij in 1922 de eerste die een vliegtuig de Atlantische Oceaan over vloog, van Lissabon naar Rio de Janeiro.

      Wereld beroemd werd hij daarmee en een Portugese held.
Sindsdien sierde zijn portret menig postzegel, verscheen hij op bankbiljetten en werden straten naar hem vernoemd.

             

 

Tortelduif

 

 

Ook een eiland kreeg zijn naam: het derde bewoonde eiland van het op 24 na kleinste land ter wereld - de Afrikaanse republiek São Tomé e Príncipe - dat voorheen Ilhéu das Rolas (Tortelduif eilandje) heette, werd omgedoopt tot Ilhéu Gago Coutinho.

                    

Ilhéu das Rolas

De nieuwe naam heeft echter nooit zo beklijfd en toen we het eilandje in 2016 vanaf São Tomé aan de overkant van het water zagen liggen noemde iedereen het gewoon weer Ilhéu das Rolas.

                        

In een klein bootje met buitenboordmotor staken we de smalle zeestraat over en legden aan bij de kade van het eilandje.

 

Evenaar

Het was niet zo raar dat nou juist dít eiland de naam van Gago Coutinho had gekregen. Tussen 1915 en 1918 leidde Gago Coutinho de geodetische missie op São Tomé.
      Na ontelbare berekeningen en astronomische observaties kon uiteindelijk de exacte positie van onder andere de evenaar bepaald worden. En die evenaar bleek precies over het eilandje Rolas te lopen.

     

Pestana Hotel

We stapten aan wal. Schuin tegenover de steiger bevond zich het mooi gerestaureerde hoofdgebouw van een oude roça. Het gebouw deed nu onder andere dienst als receptie van het Pestana Equador hotel, een luxe resort waar hoofdzakelijk blanke Portugezen, enkele Fransen en wat Italianen in de ligstoelen hingen.
      Het hotel had zich sinds 2000 op het eilandje gevestigd en aanvankelijk stonden de 300 inwoners van het enige dorp op het eiland, São Francisco, redelijk positief tegenover de komst van Pestana. Misschien bracht het wel werkgelegenheid. Maar dat viel tegen. Het hotel zag het dorp liever juist zo snel mogelijk verdwijnen zodat het hele 3 km2 grote eilandje met zijn mooie stranden, het exclusieve domein van het hotel zou worden.
      Er werd compensatie voor verhuizing aangeboden, maar de dorpelingen vonden het te weinig en weigerden. Het hotel verzorgt tegenwoordig weliswaar de elektriciteitsvoorziening van het dorp maar slechts heel weinig dorpelingen kregen er ooit een betrekking. De Santomese overheid, die misschien wel belangen heeft in de Pestana hotelketen, heeft inmiddels het lagere schooltje van het dorp gesloten. De kinderen moeten nu naar school in Porto Alegre, aan de overkant van het water, op São Tomé eiland.

      Toen we vanaf de kust over een pad van rode modderige klei het binnenland inliepen filterde de dichter wordende jungle het licht tot schemerniveau.  Op een richel aan de heuvel vlak achter en boven het hotel stonden de armoedige houten huisjes van São Francisco. Het was er een beetje een trieste bedoening en een schril contrast met de luxe van het hotel onder ons.
      Er was een klein cafeetje en een winkeltje waar je lokaal gemaakte souvenirs kon kopen, poppetjes, houten schalen, geweven rieten manden, dat soort spul. De dorpelingen boden zich aan als gids, maar zelden maakte iemand daar gebruik van. Het eiland was klein, er liepen overal paden en er stonden zelfs houten wegwijzerbordjes naar de mooiste stranden. Verdwalen leek uitgesloten.

We liepen verder de heuvel op. Enkele varkens uit het dorp liepen mee.

Varkentjes

Bij een afslag sloegen we rechts af naar een ander, deels overgroeid pad dat in een grote bocht langs de flank van een veel steilere heuvel omhoog draaide.


Pad

Hier en daar stonden lage, groen uitgeslagen en scheefgezakte vierkante zuilen langs het pad. De jungle was al begonnen ze aan het zicht te onttrekken. Het leek alsof we over een eens gewichtige, majestueuze maar nu door de natuur opgeëiste en vergeten allee liepen. Een allee die tien minuten verderop uitkwam op een open plaats waar we opeens in het felle zonlicht stonden.
      We waren aangekomen op de plek waar Gago Coutinho de evenaar had gevonden.


Mozaïek

Het ovaalvormige plateau was belegd met een prachtig mozaïek dat de wereldkaart uitbeeldde. Op de plek waar São Tomé ligt was een kleine stenen kolom met een wereldbol geplaatst. “Ao Almirante Gago Coutinho homenagem da colonia de S. Tomé e Príncipe” stond er op.

     

Tegen de heuvelflank stond een soort tribune waarvan het afdak in elkaar was gezakt. Onkruid had zich op verschillende plekken door het mozaïek geduwd en hier en daar waren delen van het mozaïek verdwenen.

Een schitterend uitzicht over zee en de grillige contouren van São Tomé omlijstte het noordelijk halfrond.

Grote vleermuizen rommelden in de bomen. Gele wevervogeltjes hadden hun nesten aan de uiteinden van de palmbladeren gehangen en varkens scharrelden langs de afgebrokkelde randen van de wereldkaart. Het was een magische plek.
      We voelden ons een beetje alsof we iets hadden ontdekt van lang geleden, een in vergetelheid geraakt bedevaartsoord waar ooit de evenaar werd vereerd.
     Later, toen we alweer goed en wel in Utrecht waren teruggekeerd ontving ik van kennissen die in de jaren negentig op São Tomé hadden gewerkt en er in 2009 voor vakantie waren teruggekeerd, deze foto.

Het monumentje stond er toen wel, maar van het mozaïek geen spoor, dus zó oud kon het allemaal niet geweest zijn …
      Na wat zoeken op internet vond ik onder andere deze foto. Jaartallen kon ik zo gauw niet vinden maar de foto is waarschijnlijk niet lang na de oplevering, dus in ieder geval ná 2009, gemaakt.

Wat later werden de eerste tekenen van verval zichtbaar.

Zonde wel, maar toch ook wel weer mooi.
      Een paar jaartjes van onoplettendheid en hup, de natuur pikt alles weer terug.

  

 


Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld


Kl
iHIER voor alle afleveringen

 




Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh