Poëzie (246)

 

Mijnheer Prikkebeen en andere Mopjes

J.J.A. Goeverneur (1809-1889) was een dichter en kinderboekenschrijver. Zijn initialen staan voor Jan Jacob Antonie. Een paar bekende kinderliedjes, die nu nog steeds gezongen worden, zijn: In een groen groen knollenland, Toen onze Mop een Mopje was, Roodborstje tikt tegen het raam en Op twee haasjes.


Mop en Mopje

Toen onze Mop een Mopje was
Was ’t aardig hem te zien;
Nu bromt hij alle dagen
En bijt nog buitendien

‘’Je bent een recht bedorven dier!
eerst at je, wat ik bood;
Nu wil je lekkre beetjes
En lust niet eens meer brood’’.

De Mop zei hierop tot den knaap;
‘’Hoe dwars praat gij daar toch!
Hadt gij mij niet bedorven,
‘k Was een lief Mopjen nog’’.


Mijnheer Prikkebeen

Zo mogelijk nog bekender is zijn bewerking van de strip "Fahrten und Abenteuer des Herrn Steckelbein’’ van de Zwitser Julius Kell. Een werk dat weer was ontleend aan M. Cryptogame van de Fransman Amédée de Noé (Cham). Goeverneur gaf zijn werk de titel Mijnheer Prikkebeen. Hij nam de tekeningen van Rodolphe Töpffer gewoon over.

Een fragment uit het hoofdstuk I.

Hoe mijnheer Prikkebeen aan zijne zuster een afscheidsbrief schrijft.


 

Maar helaas, 't was jammer, dat

Prik een booze zuster had,

Die hem dagelijks bekeef,

Dat hij bij haar t' huis niet bleef,

Tot hij eindlijk op papier

Bragt dit korte briefje hier:

 

 

 



‘Lieve zuster Ursula!

Ik ga naar Amerika;

Dat is 't echt kapelleland. -

'k Schrijf je dit met eigen hand

En blijf, evenals voorheen,

Je getrouwe Prikkebeen.’

 

 


Zuster Ursula en Amerika komen we dan weer tegen bij Rob de Nijs in zijn lied:

Dag Zuster Ursula


Boudewijn de Groot & Elly Nieman zingen:

Meester Prikkebeen


Bob Vrieling had in 1970 een hit met:

Prikkebeen


VPRO-Radio

J.J.A. Goeverneur heeft in dit land diverse straten en lanen op zijn naam. De bekendste is de Goeverneurstraat in Dordrecht, omdat de VPRO-Radio daar in het seizoen 1976-’77 een jaar lang programma’s maakte, die op vrijdagavond tussen negen en tien uur werden uitgezonden op de Muziekzender Radio 3. Kees Slager, Roel van Broekhoven en Katrien de Klein waren de makers van dit programma, dat werd gepresenteerd door Germaine Groenier.
       Eén van de nevenactiviteiten was een voetbalwedstrijd tussen vertegenwoordigers van de straat en de omroep. De foto van het VPRO-team plaatste ik al eens.


 
Staand v.l.n.r.: Gerrit Kramer, Ad Kooyman, Jan Donkers, Ronald van den Boogaard, Pim Buddingh', Roel van Broekhoven.
Zittend: Bob Ris, Kees van Kooten, Frans de Smit, John Jansen van Galen, Jan Haasbroek.   

De wedstrijd werd door de Goeverneurstraat gewonnen. Ik dacht eerst dat we met 6-1 hadden verloren, maar er was tot mijn verbazing een lezer die zeker wist dat het 5-2 was geworden.

 Wij waren technisch beter en hielden het tot de rust op 1-1. Daarna gaf conditie de doorslag.  

 
Klik HIER voor alle ZoekPoëzie 



Het homo-erotische gedicht van de priester

Ooit woonde ik aan de Gezellelaan in Roosendaal. Niet Gazelle maar Gezelle. Naar Guido Gezelle, de Vlaamse priester-dichter. Ik vroeg toen wel eens aan mensen of ze ooit iets van hem gelezen hadden. Dat was zelden of nooit het geval.

Guido Gezelle was een groot dichter. Daar zijn alle kenners, liefhebbers, recensenten en collega-dichters het over eens. Zijn meest geroemde en beroemde gedicht is DIEN AVOND EN DIE ROOZE. Geschreven op 1 november 1858 en opgedragen ‘’Aan den Voorgaande’’.
      Gezelle was toen leraar aan het Kleinseminarie van Roeselaere. Die voorgaande was zijn 18-jarige leerling Eugène van Oye aan wie hij al eerder gedichten had opgedragen. Als je het gedicht 160 jaar later leest kun je je met al die seksuele schandalen in de R.K. Kerk nauwelijks voorstellen dat zo’n gedicht nog ergens geplaatst of gepubliceerd zou worden. Hier is sprake van een homo-erotische -zo u wilt- pedo-erotische verhouding tussen leerkracht en leerling.

Lees het gedicht en oordeel zelf:


DIEN AVOND EN DIE ROOZE

                     Aan den voorgaande

‘k Heb menig menig uur bij u
gesleten en genoten,
en nooit en heeft een uur met u
me een enklen stond verdroten.
‘k Heb menig menig blom voor u
gelezen en geschonken,
en, lijk een bie, met u, met u,
er honing uit gedronken;
maar nooit een uur zo lief met u,
zoo lang zij duren koste,
maar nooit een uur zoo droef om u,
wanneer ik scheiden moste,
als de uur wanneer ik dicht bij u,
dien avond, neêrgezeten,
u spreken hoorde en sprak tot u
wat onze zielen weten.
Noch nooit een blom zo schoon, van u
gezocht, geplukt, gelezen,
als die dien avond blonk op u,
en mocht de mijne wezen!
Ofschoon, zoo wel voor mij als u,
- wie zal dit kwaad genezen? -
een uur bij mij, een uur bij u
niet lang een uur mag wezen;
ofschoon voor mij, ofschoon voor u,
zoo lief en uitgelezen,
die rooze, al was ‘t een roos van u,
niet lang een roos mocht wezen,
toch lang bewaart, dit zeg ik u,
‘t en ware ik ‘t al verloze,
mijn hert drie dierbre beelden: u
dien avond - en - die rooze!

Het gedicht is geschreven na een bezoek van Eugène (ook wel Eugeen of Eugen op z’n Vlaams) aan Gezelle. De leerling heeft bij die gelegenheid een roos meegenomen. Als het verschenen is, besluit de vader van Eugène om zijn zoon van het Seminarie te halen.
      Dat grijpt Guido Gezelle zo aan, dat hij instort. Niet veel later zal hij van het Seminarie verwijderd worden wegens te nauwe betrekkingen met leerlingen. Gezelle en Van Oye hadden een vertrouwelijke correspondentie, die bewaard is gebleven.

Voor zover ik heb kunnen nagaan gaat Boudewijn Büch het meest ver in zijn analyse.  In een stuk over ‘’pedofilie bij bekende schrijvers van gedichten’’ schrijft hij:

“In de Nederlandse letteren hebben we lang geleden al voor de eerste keer te maken gehad met een onmiskenbaar pedofiele priester. Zijn naam is Guido Gezelle (1830-1899), een Vlaming, en hij is één van de grootste dichters van de negentiende eeuw. Als taal- en dichtkunstvernieuwer is hij van zeer groot belang en zijn liefdesgedichten voor jongens – meestal pubers – zijn wonderlijk mooi. Vooral zijn verzen voor één van zijn leerlingen, Eugen van Oye (1840-1926) zijn werkelijk schitterend, zoals bijvoorbeeld het in Vlaanderen nog steeds beroemde Dien avond en die rooze. Helaas liep het met Van Oye minder mooi af: hij pleegde in de Eerste Wereldoorlog verraad, liep achter de Duitsers aan en werd na de oorlog van al zijn functies beroofd. Het was toen allang geen mooie jongen meer, maar een oude, bebaarde man’’.

 
Klik HIER voor alle ZoekPoëzie 

 

Kalfslever en benen

De Schoolmeester (1808-1858) was een populair en veelgelezen dichter. Op het oog simpele verzen. Alles rijmt, alles loopt ritmisch. Maar vaak kent zijn werk een diepere laag.
      Esopus in het volgende gedicht kennen wij beter als Aesopus, een Griekse maker van fabels, die leefde rond 500 Voor Christus. Of wij inderdaad het spreekwoord ‘’Als twee honden vechten om een been, gaat een derde ermee heen’’ aan hem te danken hebben is mij niet geheel duidelijk.
      Ik ga daar direct dieper op in maar lees eerst den Schoolmeester's gedicht De Hond.


De Hond 

Een hond is vermaard
  Om zijn gezellige aard
  En 't kwispelen van zijn staart.
    Zijn neus, doorgaans rond,
    staat gewoonlijk in 't front,
  En zo lang die maar nat en fris is,
Is 't een bewijs, dat meneer zo gezond als een vis is

Een hond is iemand, die van zijn baas bijzonder veel houdt,
Die hij, om zo te spreken, als zijn derde vader beschouwt,
En die hem dikwijls een hele boerewoning toevertrouwt,
Waar hij door zijn blaffen bedelaars en dieven vandaan weet te jagen
En de post van portier waarneemt, zonder er ooit geld voor te vragen.

  Als een haas niet op zijn tellen past,
  Wordt hij dikwijls door een hond verrast;
  Doch een hond loopt er ook wel tegen aan,
  Als men hem in de hondsdagen uit laat gaan.

    Menig een blinde hond
  Is verdronken, omdat hij geen zwemmen verstond;
    Doch zodra zij dit verstaan,
  Kan men ze rustig uit baaien laten gaan.

  Honden zijn dol op kalfslever en benen;
Doch, volgens Esopus, loopt er dikwijls een derde mee henen.
  Ook nuttigt een hond met plezier water en droog brood;
  Doch een pak slaag, daar heeft hij een broer aan dood.
Het opzetten is ook iets, daar hij niets om geeft
Als het maar niet begonnen wordt, terwijl hij nog leeft

Ook blaffen honden niet langer, als ze eenmal dood zijn;
Anders zou het leven op een hondenkerkhof te groot zijn.


Aisopische Fabels

In de zogeheten Aisopische Fabels van Aesopus komt de hond zeer regelmatig voor:

De hond en de schaduw

De hond en de hel

De hond en de haas

De wolven en de honden

De hond en de ruif

De smid en zijn hond

De honden en de vos

De hond en de wolf

De hond, de haan en de vos

De reiziger en zijn hond

De hond en de zeug

De ezel en de hond

De tuinman en zijn hond

De haas en de hond

De hond en de vos

De hond en de kok

De schelpen en de honden

Ik heb eerlijk gezegd lang niet al die fabels gelezen, dus of er ergens een derde met kalfslever en benen vandoor is gegaan, weet ik niet.
      De DBNL (Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren) verwijst naar een anoniem gebleven toneelschrijver, die rond 1647 ‘’De klucht van de pasquilmaker voor den duyvel’’ schreef.
      Daarin komen de volgende regels voor:

Daer twee honden vechten om een schinckel te kluyven,
 
Gaet een derde gemenelijck me hene schuyven.

 

 

 Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

ZoekPoëzie; een begrip verklaard

Sinds november 2009 doe ik eraan: ZoekPoëzie. Hierin probeer ik geen gedichten te verklaren op schoolse wijze: Wat bedoelde de dichter met….? Dat moet u zelf maar uitzoeken.
      Maar soms is er kennis voor nodig om een gedicht te kunnen begrijpen. Dat kan gaan om bepaalde uitdrukkingen, om historische gebeurtenissen, geografische bepalingen, minder bekende culturen, politieke achtergronden, om mensen voor wie een gedicht geschreven is. Soms brengt een foto van een beeld of een schilderij uitkomst.

Tot nu toe zijn in ZoekPoëzie 120 gedichten verschenen. Ik krijg daar redelijk veel respons op.
      Hier zijn ze:
 

 

ZoekPoëzie 1: Slauerhoff (1)
Maneschijn te Tsingtao

ZoekPoëzie 2; Natasha Lako
De vier heldinnen van Mirdita

ZoekPoëzie 3: Ursula Krechel
Boetedagen

ZoekPoëzie 4; Hugo Claus
Voor Gerrit Kouwenaar

ZoekPoëzie 5; Jan Engelman 
En Rade

ZoekPoëzie 6; Johnny the Selfkicker
Dendermonde 63

ZoekPoëzie 7; Carlos Drummond de Andrade
De liefde, natuurlijk

ZoekPoëzie 8: James S. LaVilla-Havelin
Silver nights in Rochester

ZoekPoëzie 9; Simon de Geus 
Jeugdherinnering

ZoekPoëzie 10: C.S. Adama van Scheltema 
De Dijk

ZoekPoëzie 11: Wyslawa Szymborska
Een bewogen herbegrafenis

ZoekPoëzie 12; Drs.P 
Heen & Weer

ZoekPoëzie 13: Tan-te Pol-lie 
Voor de klei-ne-ren

Zoekpoëzie 14: Paul Rodenko
Bommen

Zoekpoëzie 15: Paul van Vliet 
Meisjes van dertien

Zoekpoëzie 16: Joan Hambidge & Elisabeth Eybers 
Bloedbanden

ZoekPoëzie 17: Marc Chagall & Blaise Cendrars
De dichter (Half vier)

ZoekPoëzie 18: Homero Aridjis
Droom in Tenochtitlán

ZoekPoëzie 19; Jan Hanlo
's Morgens

ZoekPoëzie 20; Slauerhoff (2) versus Schotman 
Benard advies

ZoekPoëzie 21; Pablo Neruda 
Een witte bungalow op Capri

ZoekPoëzie 22: David Shapiro 
Empathy for Dave Winfield

ZoekPoëzie 23: Maurice Gilliams 
Winter te Schilde

ZoekPoëzie 24: Saul van Messel
Restaurant

ZoekPoëzie 25: Jacques van Tol
De olieman heeft een Fordje opgedaan

ZoekPoëzie 26: Lucebert (1)
Hoop op Iwosyg

ZoekPoëzie 27: Sujata Bhatt
The stinking Rose

ZoekPoëzie 28: Bert Schierbeek
Remembrandt

ZoekPoëzie 29: Peter Paul Zahl
In naam van het volk

ZoekPoëzie 30; Marnix Gijsen & René de Clercq 
Mijn moeder was een heilige vrouw

ZoekPoëzie 31; Simon Vestdijk & Willem Elsschot (1)
Slachtoffer Marinus van der Lubbe

ZoekPoëzie 32; Bertus Aafjes & Han G. Hoekstra (1)
Achter de Ruit (Van Han G. Hoekstra)

ZoekPoëzie 33: K.Schippers & J.H.
The value of comma's

ZoekPoëzie 34: Denise Levertov
Misschien Geen Gedicht Maar Alles Wat Ik Zeggen Kan 
En Ik Kan Niet Zwijgen

ZoekPoëzie 35: Ben Cami
Vier uitééngereten kinderen

ZoekPoëzie 36: Jan Kal & de kale berg
Mont Ventoux

ZoekPoëzie 37; Jac. van Hattum
Modern schilderij van een Fries dorp

ZoekPoëzie 38: Martinus Nijhoff & Simon Vestdijk (2)
De ingenieur

ZoekPoëzie 39: Slauerhoff (3)
Paschen

ZoekPoëzie 40: Hans Andreus
Huizen op zwemvogelvoeten

ZoekPoëzie 41: Hans van de Waarsenburg
Berlin -1900- zoveel

ZoekPoëzie 42: Menno Wigman & J.J. Slauerhoff (4)
Kaspar Hauser

ZoekPoëzie 43; C.Buddingh'
De Specht 

ZoekPoëzie 44; Constant & Gerrit Kouwenaar
Een essaytje in dichtvorm 

ZoekPoëzie 45: Rutger Kopland
De Drentse A

ZoekPoëzie 46: Judith Kazantzis & Anna Achmatova
Muze 

ZoekPoëzie 47: J.B.Charles
De kinderen van Marcinelle 

ZoekPoëzie 48: Henk Kooijman
Dorpsbewoner

ZoekPoëzie 49: Garmt Stuiveling
Landarbeidersstaking

ZoekPoëzie 50: J.J.Slauerhoff (5)
Woninglooze

ZoekPoëzie 51: Hans Vlek
Wetenschap

ZoekPoëzie 52: Bert Voeten & Jan Talboom
The facts of life

ZoekPoëzie 53: Brigitta Boucht
Een vermoeden van zelfmoord

ZoekPoëzie 54: Bert Bakker
Begrafenis aan de Hardangerfjord

ZoekPoëzie 55: Adriaan Morriën & Willem Bilderdijk
Haarlem

ZoekPoëzie 56: Hertog Jan & Harrie Beex
Harbalorifa

ZoekPoëzie 57: Slauerhoff (6) & Tristan Corbière
Mirliton

ZoekPoëzie 58: Slauerhoff (7)
Compagnie de Mozambique

ZoekPoëzie 59: Slauerhoff (8)
Sjin Nam Po

ZoekPoëzie 60: Slauerhoff (9)
Fernando de Noronha

ZoekPoëzie 61; J.J.Slauerhoff (10)
De krantenverkooper

ZoekPoëzie 62; Yge Foppema
Ballade van de ter dood veroordeelden

ZoekPoëzie 63: E. du Perron (1)
P.P.C

ZoekPoëzie 64: H.H. ter Balkt & Wallace Stevens
Poëzie

ZoekPoëzie 65: Jean Pierre Rawie & W.B.Yeats
No second Troy

ZoekPoëzie 66: Willem Elsschot (2)
Brief

ZoekPoëzie 67: Lucebert (2)
Visser van Ma Yuan

ZoekPoëzie 68; Leo Vroman
Aan een vriend

ZoekPoëzie 69: Jef Last
Het Galgewapen 

ZoekPoëzie 70: Ed.Hoornik:
Pogrom

ZoekPoëzie 71:J.J.Slauerhoff (11) en Simon Vestdijk (3)
De afgescheiden gemeente

ZoekPoëzie 72: Jan Eijkelboom
De Giraffe

ZoekPoëzie 73: Jan Eijkelboom (2)
Aelbert Cuyp

ZoekPoëzie 74; Jozef Eyckmans
Max Reger

ZoekPoëzie 75; Wilfred Smit & The Nits
Adieu sweet Bahnhof

ZoekPoëzie 76: Paul van Ostaijen (1)
Melopee

ZoekPoëzie 77: Lucebert (3)
De zeer oude zingt:

ZoekPoëzie 78: A.C.W. Staring
Aan een' navolger

ZoekPoëzie 79: Prosper van Langendonck
Mijn hart klopt hoorbaar.....

ZoekPoëzie 80: Sybren Polet
Proloog

ZoekPoëzie 81: Willem van Iependaal
Het lied is uit

ZoekPoëzie 82: Rein Bloem
Cuenca

ZoekPoëzie 83: Onbekend; Zoete lieve Gerritje
Dat gaat naar Den Bosch toe

ZoekPoëzie 84: Koos Schuur & Tom Eyzenbach
N.N.

ZoekPoëzie 85: P.N. van Eyck
Brent bridge

ZoekPoëzie 86: Ida Gerhardt (1)
Het carillon

ZoekPoëzie 87: Luc Tournier
God wat is dit land verlaten

ZoekPoëzie 88: Almudena Guzmán
Spelletje met de plavuizen

ZoekPoëzie 89: Riekus Waskowsky
De anatomische les

ZoekPoëzie 90: J.M.W. Scheltema
Overwerk 

ZoekPoëzie 91: Martinus Nijhoff
De Vogels

ZoekPoëzie 92: Paul van Ostaijen (2)
Huldegedicht aan Singer

ZoekPoëzie 93: Sonja Prins 
Bury my heart at wounded knee

ZoekPoëzie 94: Hans Vlek (2)
Apollo en de slang

ZoekPoëzie 95: Albrecht Rodenbach
Klokke Roeland

ZoekPoëzie 96: Medbh McGuckian
Geloof/Faith

ZoekPoëzie 97: Hans Faverey
De liefste

ZoekPoëzie 98: Juliette Gréco & Jean Paul Sartre
Dans la rue des Blancs-Manteaux

ZoekPoëzie 99: René de Clerq
Dorserslied

ZoekPoëzie 100: Marnix van Gavere & José Domingo Gomez Rojas
Elegie 

ZoekPoëzie 101: I.K.Bonset
De Trom

ZoekPoëzie 102: J.J.Klant
Een eksentriek komponist

ZoekPoëzie 103: Ab Visser & Francis Jammes
Tourrettes

ZoekPoëzie 104: Han G. Hoekstra (2)
De Ceder 

ZoekPoëzie 105: Gerard den Brabander
Elle se couche

ZoekPoëzie 106: Gerrit Achterberg
Hulshorst

ZoekPoëzie 107: Ida Gerhardt (2)
Herinnering 

ZoekPoëzie 108: E. du Perron (2)
De grote dichter 

ZoekPoëzie 109: Bertolt Brecht
De oorlog is ontheiligd 

ZoekPoëzie 110: Ida Gerhardt (3)
Afscheid van Holland

ZoekPoëzie 111: Jules Deelder (2)
Prägnante Topographie des Rijnmond

ZoekPoëzie 112: Jan Emmens
Spaans tourisme

ZoekPoëzie 113; Jan Kuijper
Botaurus Stellaris

ZoekPoëzie 114: Ida Gerhardt (4)
Anno Domini 1972 

ZoekPoëzie 115: Fetze Pijlman
Termunten

ZoekPoëzie 116: Paul van Ostaijen (3)
Malheur

ZoekPoëzie 117: De Schoolmeester
De Hond

ZoekPoëzie 118: Guido Gezelle
Dien avond en die rooze
 
ZoekPoëzie 119: J.J.A. Goeverneur
Mijnheer Prikkebeen

ZoekPoëzie 120: J.J.L. ten Kate en Frederik van Eeden
Aan J.J.L. ten Kate

ZoekPoëzie 121: De Génestet
Boutade

ZoekPoëzie 122: C. Buddingh’ (2)
Pluk de dag

ZoekPoëzie 123: Nico Scheepmaker (2)
Andrej Amalrik

ZoekPoëzie 124:  F.C. Terborgh
Tajotoren Trafalgar

 

 

 

Bijna autobiografische malheur

Paul van Ostaijen (1896-1928; Geb. Antwerpen) schreef zijn gedicht Malheur, toen hij direct na de eerste wereldoorlog in ballingschap in Duitsland verbleef. Het was -om precies te zijn- op 20 juni 1920.
      Hij was toen in het bergdorpje Seeshaupt in Beieren. Samen met zijn vriendin Emmeke Clément en het kunstenaarsechtpaar Van Campendonk. Zij beklommen de Benediktenwand in het Karwendelgebergte. Van Ostaijen kreeg het vlak voordat zij de top zouden bereiken spaans benauwd en moest de laatste meters door zijn gezelschap naar boven worden geholpen. Het gedicht is daardoor bijna autobiografisch.


Van Paul van Ostaijen

Malheur

Warme walmstal
de heer privaatdocent K.
in de zomerfriste uit Breslau
probeert of hij bij middel van een convergerend glas
zijn sigaar Uebersee Bismarck kan aansteken

Op 2 meter van de bergtop verwijderd
valt zijn hoge hoed in de afgrond
een waardevol kledingstuk voor een privaatdocent onmisbaar
wat de heer K. begrijpt
hij probeert te vatten zijn vallende cilinder
waarbij hij zelf valt in de diepte
zijn cilinder achterna
differens weerstand van de lucht
zo gelukt het de heer K. gelijktijdig met zijn hoge hoed
de afgrond te bereiken
Ongedeerde hoge hoed R.I.P. privaatdocent K.

Men siert de baar van de arme alpetoerist
met edelweiss
De te zware rouwsluier zijner echtgenote
wordt gevat door een sneltrein
en bijgevolg ook de treurende Hintergebliebene

Alpinetragedie der dagbladen

Uebersee is een plaats in Beieren. Daar vond tijdens het bewind van Otto vos Bismarck die Zweite Reichsgründung plaats.
      Breslau lag toen nog in Duitsland. Na de tweede wereldoorlog is het Pools geworden: Wroclaw.
Het ligt in Silezië in het zuidwesten van het land.


Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

Subcategorieën

 

Twee maal de helft en een geel strikje