Poëzie (239)

 

Een Contra-Germanisme 

Op 16 juni 2014 publiceerde ik op mijn blog een stukje over het gedicht ''Beknopte topografie van de Rijnmond'' van Jules Deelder.
        Hij was te gast geweest in het boekenprogramma van Wim Brands.

En nu werd ik geattendeerd op een Duitse vertaling van dat artikel.
      Dat gaat zo:

Madhouse im Delta

Jules Deelder war Gast im Buchprogramm von Wim Brands. Er war in Bewegung, Jules.
In einem eloquenten Rotterdam lobte er unabsichtlich seine Arbeit. Zitierte ein Gedicht nach dem anderen aus seinem Kopf. Es ging um sein berühmtes Gedicht "Prägnante Topographie des Rijnmond".
Ich kannte das Gedicht, fand es komisch, verstand aber nie genau, was die Intention war. Es geht so:

Von JA Deelder

Prägnante Topographie des Rijnmond

Rotterdam
Schiedam
Vlaardingen
Maassluis

gewinkelt
Trappie

Irrenhaus

"Es ist wie ein Haus", sagte Wim Brands, der auch nicht den Eindruck erweckte, die tieferen Seelen dieses Gedichts zu kennen.
Die erste Überraschung war, dass Jules Deelder sagte, dass das Gedicht nicht sein eigenes sei, sondern dass es ein Readymade sei. Nämlich ein vorhandener populärer Ausdruck, ein Countdown. Und dieses Irrenhaus hat nichts mit - wie ich immer dachte - der Industrialisierung im Rijnmond zu tun; mit Gestankwellen, Alarmphasen und Notfallplänen
Nein; das betreffende Irrenhaus ist das ehemalige Delta-Irrenhaus in Poortugaal; heutzutage das Psychiatrische Zentrum Delta.
Wenn Sie den Nieuwe Waterweg bei Maassluis überqueren und dann um die Ecke in Richtung Osten fahren, kommen Sie in das Dorf Portugaal auf der Zuid-Hollandse IJsselmonde. Die Anlage befindet sich auf einem großen Grundstück an der Oude Maas.


Stankgolf

Over de kwaliteit van deze vertaling wil ik niet oordelen, maar laten we even kijken naar het woord ''Gestankwelle''. Dat is afgeleid van het Nederlandse woord ''stankgolf''. . 
      Dat weet ik omdat dit woord verzonnen is door Wim Phylipsen met wie ik jarenlang de Rotterdamse redactie van De Volkskrant vormde. Wij ontvingen in 1972 een certificaat van de dikke Van Dale, waarin staat dat het woord geijkt is en aan hem wordt toegeschreven.   

      Gestankwelle is dus in het Duits een term, die wij in het Nederlands een germanisme noemen. 
Ik weet niet of er in het Duits een woord voor is. Ik heb 't niet kunnen vinden. 
      Niederlãndischerung zou misschien kunnen en dat kan je dan weer in het Nederlands vertalen met contra-germanisme of nederlandsisme.

Zijn er nog meet nederlandsismen in het Duits?

Wat denkt u van:

Oogmerk...................................Augenmerk
Matroos...................................Matrose
Orkaan.....................................Orkan
Pompelmoes............................Pompelmuse
Knuffelen ................................Schmusen
Lieveheersbeestje....................Liebherrentierchen  
Oorbellen................................ Ohrglocken
Feestneus............................... .Festnase
Krullenbol............................... Wüschelkopf

 
Klik HIER voor alle ZoekPoëzie



 


Twintig jaar vrijheid, twintig jaar verraad

Het werkwoord harden wordt in onderstaand sonnet van Ida G.M. Gerhardt twee maal gebruikt. Niet in de zin van hardmaken (staal) of hardworden (verf), maar in de vorm van ‘’niet te harden’’.
      Niet verdragen dus of niet uithouden.
Ida Gerhardt schreef het in 1965, twintig jaar na afloop van Wereldoorlog II.
      Zij is behoorlijk verbitterd.


Afscheid van Holland

Twintig jaar vrijheid, twintig jaar verraad
aan het edelste. Ik hard u, Holland, niet
met dit gelaat, waarop geschreven staat:
ziehier die zich voor geld aan ieder biedt.

Het valt mij zwaar dat ik mijn land verlaat.
’t Ware tè zwaar als ik het nièt verliet:
gelijk een mens die van een mens weggaat
niet hardend dat hij hem ontluisterd ziet.

Ik had u lief en leerde u verachten.
Holland. Ik groeide op onder uw stem:
Het water dat als kind mij ook wakker riep

wanneer het stormde onder Woudrichem.
Nog gaan de wolken over het Hollands Diep.
Gij zijt mijn land, gij blijft in mijn gedachten.

Ida Gerhardt (1905=1997) ging overigens niet weg uit Nederland. Zij woonde samen met Marie van der Zeyde, die daar geen trek in had.
      Wel gingen zij met grote regelmaat naar Ierland.

Hieronder haar handschrift.

               


Het gedicht werd opgenomen in het literair maandblad Maatstaf. In het novembernummer van 1966.

Dat was Jaargang 14, beginnend in april met een Herdenkingsnummer over de oorlog. Op de voorpagina dit citaat:  

                

Er staat:

Het Westduitse bondsgerechtshof te Karlsruhe heeft uitgemaakt dat joden die zich in de jaren ‘33-‘45 niet hebben gehouden aan Hitlers bevel om de Davidsster te dragen geen aanspraak op schadevergoeding kunnen maken. De redenering is dat zij niet de vernederingen hebben ondergaan, die de wél-dragers hebben getroffen. We kunnen over deze beslissing van alles zeggen. Het verstandigst lijkt ons, dat we ons maar voorbereiden op de dag dat zal worden uitgesproken: joden die niet vergast zijn, hebben al genoeg geboft.

Maatstaf verscheen tussen 1953 en 1999. Ik geloof niet dat er gekende auteurs zijn, die er niet in hebben gestaan.

 

Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

De ontheiligde Grote Oorlog

DE vraag in onderstaande verhalende poëzie van Bertolt Brecht is: ‘’Wat is een Ruhrkapitein?’’
      Het werk verscheen in 1945 in de bundel Deutsche Satiren. In de originele versie zijn Ruhrkapiteins  Ruhrkapitäne. Maar ook dat verschaft geen duidelijkheid, want met de rivier De Ruhr en met binnenvaartschepen heeft het niets van doen.
      Het gedicht is opgenomen in de bundel LICHT, een poëzieverzameling van 125 dichters uit meer dan vijftig landen. Gekozen door Amnesty International.

En daar komt de uitleg: Een Ruhrkapitein was in de Tweede Wereldoorlog iemand, die dwangarbeiders vervoerde en daar veel geld aan verdiende.

Het gedicht in de vertaling van Sigrid Lensink-Damen.

De oorlog is ontheiligd

Er wordt, zo heb ik vernomen, in de betere kringen over
       gesproken
dat de Tweede Wereldoorlog uit moraal oogpunt
niet op het niveau van de Eerste heeft gestaan. De
       Wehrmacht
zou de methoden betreuren waarmee de destructie
van zekere volkeren door de SS werd volbracht. De
       Ruhrkapiteins
beklagen zich naar verluidt over de bloedige klopjachten
die hun mijnen en fabrieken met slaven vulden. De
        intelligentsia
veroordeelt zo beweert men, de vraag naar dwangarbeiders
        van de kant van
de industriëlen, even als de laaghartige behandeling. Zelfs
        de bisschoppen
distantiëren zich van deze manier van oorlogvoeren. Kortom
        er heerst nu
overal het gevoel dat de nazi’s hun vaderland een uitermate
kwalijke dienst hebben bewezen en dat de oorlog
op zichzelf beschouwd natuurlijk en noodzakelijk door de
buiten alle proporties geraakte en gewoonweg onmenselijke
        wijze waarop hij
deze keer werd gevoerd, voor geruime tijd in diskrediet is
        gebracht.


Bertolt Brecht(1898-1956) schreef zijn gedicht , toen hij in ballingschap in de VS verbleef.

      In 1933 ontvluchtte hij Duitsland, omdat hij vervolgd zou worden voor hoogverraad. De opvoering van zijn stuk De Maatregel werd ruw verstoord.
Hij vluchtte naar Denemarken, woonde in Zweden en Finland en vertrok naar de V.S. waar hij vanwege communistische sympathieën vervolgd werd.  
      In 1949 keerde hij terug in Duitsland, waar hij in Oost-Berlijn ging wonen.

Het oorspronkelijke gedicht gaat zo

 
DER KRIEG IST GESCHÄNDET WORDEN

Wie ich höre, wird in den besseren Kreisen davon gesprochen

Daß der zweite Weltkrieg in moralischer Hinsicht

Nicht auf der Höhe des ersten gestanden habe. Die Wehrmacht

Soll die Methoden bedauern, mit denen die Ausmerzung

Gewisser Völker von der SS vollzogen wurde. Die Ruhrkapitäne

Heißt es, beklagen die blutigen Treibjagden

Die ihre Gruben und Fabriken füllten mit Sklavenarbeitern, die Intelligenzler

Hör ich,  verdammen die Forderung nach Sklavenarbeitern von Seiten der

Industriellen, sowie die gemeine Behandlung. Selbst die Bischöfe

Rücken ab von dieser Weise, Kriege zu führen, kurz, es herrscht

Allenthalben jetzt das Gefühl, daß die Nazis dem Vaterland

Leider einen Bärendienst erwiesen und daß der Krieg

An und für sich natürlich und notwendig, durch diese

Über alle Stränge schlagende und geradezu unmenschliche

Art, wie er diesmal geführt wurde, auf geraume Zeit hinaus

Diskreditiert wurde.


Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 
 

 

De smalle mens

Wie is de grote dichter in dit hekeldicht van E. du Perron?
      Daar is bijna een eeuw geleden druk over gespeculeerd.
Er waren tijdgenoten en collega-dichters, die er bepaald niet gerust op waren, want de poëet komt er niet zo best vanaf.

Maar...
      Ze konden na een tijdje gerust zijn. Du Perron gaf er in 1934 antwoord. op
Zelfspot! Hij was het zelf.
      
 

 
De grote dichter
 
't Is 't morgenuur. De grote dichter heeft
 zijn snor geknakt, zijn wangen ongeschoren,
 en mediteert. De taak is hem beschoren
 te mediteren over Al-wat-leeft.
 
De nachtmuts is hem schuins van 't hoofd gegleden,
 het linkeroor begraven; hij zit opgericht,
 in bed nog, alle knokkels onder het gezicht.
 O God! ééns zal men horen: ‘Hij is overleden’.
 
Bitter vooruitzicht. En hij vouwt zijn handen,
 zonder te weten, dat verstaat zich, en zijn vrouw
komt binnen, met een knoedel op het hoofd, en trouw
 geeft hij de sterke kus der ongewassen tanden.
 

Uit: De smalle mens (1934)

Panoptikum op rijm

(Heropend Mei '33)

IN 1925, na mijn ‘verzamelde werken’ gebundeld te hebben onder de weinig innemende titel Bij Gebrek aan Ernst en mijzelf onder pseudoniem te hebben laten overlijden, dacht ik afgedaan te hebben met het schrijven. Het misverstand tussen mij en onze literatuur leek mij toen een uitgemaakte zaak. Ik moest nog beter ondervinden hoezeer de schrijflust dwingen kan. Nauweliks 2 maanden later schreef ik voor mijzelf een verhaal, daarna, binnen enkele dagen, een handvol hekeldichten die ik apart liet drukken in beperkte oplage onder de titel Het Bozige Boekje. Wie in dat boekje belang stellen zou was mij niet duidelik; ik dacht eigenlik niemand dan twee of drie vrienden, en misschien dacht ik zelfs dat niet, maar wilde ik dat denken. In de definitieve druk van mijn verzen (Mikrochaos) liet ik deze weg. Nu ik het oudere boekje terugvind en doorblader, zie ik dat rijmwerk terug als minder poëties dan ooit tevoren, maar wordt de bedoeling ervan mij ook duideliker: in werkelikheid was ik ook toen, slechtverhuld door een schijnmantel van kunst, als polemist bezig. Daar de bundel waarin zij voorkomen niet meer in de handel is, breng ik hier een keuze bijeen, als rijm-panoptikum met wat prozakommentaar. Zelfs in hun onderwerpen staan zij zo dicht bij mijn latere antipatieën.. Hier is de grote dichter wiens realiteit mij toen onverenigbaar zal hebben geleken met zijn talent of de wereld van zijn poëzië.

De strijd tegen zo'n kontrast is al te gemakkelik gewonnen, maar ik was zelf zoekende naar mijn postulaten. Dat het dichterlike van de grote dichter juist bestond uit het aanvaarden en tegelijk ontkennen van zijn realiteit, van wat misschien eens lijflik tot zijn poëzie behoord had maar onweerhoudbaar zich bij zijn realiteit was gaan schikken, ontging mij. Ik maak er mij geen verwijt van; de grote dichter gaat onverminderd aan mijn vers voorbij! 

 

 Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

 

De IJssel bij Veecaten

Het is maart. De lente komt eraan.
      En als het lente wordt, denk ik even aan het gedicht van Ida Gerhardt:

 

Herinnering


’t Wordt voorjaar langs de IJssel bij Veecaten 

Wolken en licht, in wisselende staten,
scheppen een Voerman, een opalen zwerk
dat hemels is en Hollands bovenmate.

 

Jan Voerman


''Gezicht op de IJssel bij bewolkte dag'': Jan Voerman

Ik ben er even naar toe geweest. Veecaten bestaat niet meer.
      Het was een gehucht aan de IJssel halverwege Zwolle en Kampen en
 werd in de tweede helft van de vorige eeuw vrijwel geheel verzwolgen door de rivier. Een paar resterende huizen horen nu bij ’s Heerenbroek, dat ook niet veel meer dan een gehucht is.
      Het bordje herinnert er aan net als de Veecaterweg.  
Tot 1937 bestond de gemeente Zalk en Veecaten.
      Zalk ligt aan de andere kant van de rivier en is in het seizoen te voet of per fiets met een pontje te bereiken.


De IJssel bij Veecaten (1)



Ida Gerhardt (1905-1997) wist waar ze het over had. Zij was van 1939 tot 1951 lerares klassieke talen aan het Gemeentelijk Lyceum in Kampen.
      Zij woonde daar aan de IJsselkade met uitzicht op de rivier.
Ida Gerhardt kreeg in 1980 de P.C.Hooftprijs.


Pad naar het pontje



’s Heerenbroek


De IJssel bij Veecaten (2)


De IJssel bij Veecaten (3)



De IJssel bij Veecaten (4)


Wegwijzer

 

Klik HIER voor alle ZoekPoëzie 


Subcategorieën

 

Twee maal de helft en een geel strikje