Poëzie (248)

 

Een ouwe leekedis

Herman Teirlinck (1879-1967) was nog heel jong toen zijn eerste bundel gedichten in 1900 werd gepubliceerd onder de titel Verzen.
      Eén van die verzen is De Leekedisse.
Als u niet weet wat een leekedisse is, kunt u wel een vermoeden krijgen bij het lezen van het gedicht.


De leekedisse

Een zuiver waterken ligt in het lover
Te rusten. ’t Blauwe zonlicht valt er op,
En ene spinne kruipt er langzaam over
En wrijft soms met een pootje om haren kop.

Nu komt een schrijverke uit het gras gedreven
En spoedt zich warrr’lend door het jonge riet,
En doet het water ene wijle beven,
Zodat de spin verwonderd ommeziet.

De poel wordt stille en tussen grauwe keien,
Heel diep langs den grond, zie ‘k zachtjes aan
Een ouwe leekedis zich neerevleien
En haren steert traag heen en were gaan.

Zo!. Meneer Teirlinck ontwaart niet zomaar een leekedis, nee, een ouwe leekedis. Het beest heeft een staart en beweegt zich voort in een poel met zuiver water.
      Aanvankelijk kon ik het niet vinden, maar omdat het gedicht in 1900 verscheen, zocht ik in de Dikke van Dale onder lekedis (met één e).

En jawel! Verklaring: een hagedis (reptiel),
     
Maar hagedissen bewegen zich voort op het land en niet op de bodem van een poel.

 

 

En toen vond ik deze prentjes in een aflevering van “De Levende Natuur’’, een Nederlands-Belgisch tijdschrift voor veldbiologie.
      Een lekedis is een watersalamander (amfibie).

      Een schrijverke is een schrijvertje en dat is een kever, die over water kan lopen.
Daar schreef Guido Gezelle nog eens een gedicht over.

 

Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

Drank & maîtresses

Alain Teister (1932-1979) werd maar 47 jaar. Hij heette in het echt Jacques Boersma. Alain was een dichter, een schilder en een kunstcriticus. Maar bovenal een drinker en een womanizer die het met de moraal, de deugdzaamheid en het leven in het algemeen niet zo nauw nam.
      In het volgende gedicht komt het allemaal samen.
Het vliegveld ligt op Ibiza, een Spaans eiland in de Middellandse Zee, dat in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw een verzamelplek was voor kunstenaars, bohémiens, hippies, spuiters en slikkers.  

      Moegèr bestaat niet in het Spaans, maar het is de fonetische uitspraak van mujer en dat betekent vrouw. Die vrouw is zijn maîtresse Thera Westerman, ook een dichter. Van haar is de prachtige frase: ‘’Het toppunt van liefde is samen gapen’’
     
Ze gaan elkaar ontmoeten in het bekendste café van Ibiza-stad Wauna’s Bar, dat gedreven wordt door de inderdaad nogal forse Wauna Paul.

      Thera was ooit op bezoek bij Alain en toen zag haar man Jaap Drabbe haar auto staan. Hij belde aan en zij vluchtte naakt het huis uit naar de tuin van de buren. Ze moest een schutting over klimmen en om aan te geven hoe de inner-circles dan werken, schreef Rinus Ferdinandusse daarna zijn roman ''Naakt over de schutting''., die later ook nog eens verfilmd werd.


Van Alain Teister

Prijs

Aeropuorto. De chauffeur
toont niets van het ontzag dat ik verwacht.
Geen notie blijkbaar dat je aankomt.

Moegèr, moegèr, beweer ik
Thera, Thera, Thera Holandese,
dus por favor nu rapido,
hoewel het ongeveer twee uur te vroeg is,
maar Palma, Palma, houd ik vol,
moegèr, moegèr, felicidades
vanavond voor het eerst sinds dertig dagen
samen drinken en naar bed,
na eerst aan de verblufte vriendenkring getoond,
‘’dat is nu Thera waar ik van vertelde’’,
-Hi darling, zegt de meute lam
in Wauna’s dikke kielzog,
gezoend door Remco, en door Henk
door Jane en Cyril,
en onophoudelijk uit voorzorg vastgehouden
want weet ik veel, niet eens genoeg,
door dichtertje met een geringe staat van dienst
en een geduchte staat van liefde
de taxi uit, geen vliegtuig nog in zicht,

-toch, de chauffeur
berekent slechts zestig pesetas.


Wauna's Bar

 

Remco

Die Remco is inderdaad Remco Campert.
     
In een column in de Volkskrant heeft Campert nog eens de volgende passage geschreven (Formentera is een klein eiland onder Ibiza):

''Ik heb Alain Teister, die eigenlijk Jacques Boersma heette en behalve dichter ook beeldend kunstenaar en kunstrecensent was, goed gekend. Samen brachten we een paar regenachtige wintermaanden door op het eiland Formentera.
Vandaar het gedicht''

Remco groet 's morgens de dingen:

Dag glas, dag fles van gisterennacht,
hoest hoest, dag jam
dag jammerkenjam naast de boterham,
dag eitje, dag uitje,
hoest, hoest,
dag sokken, dag Formentera.
o jezus wat voel ik me
voel ik me eigenlijk wel?


Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

Dikke Dinges en het wiegewanken

Willem van Iependaal (1891-1970) was een opvallend auteur, die een nogal wild leven leidde. Toen hij 20 jaar was ging hij naar Engeland en deed daar wat tuinklusjes her en der. In 1915 tijdens de Eerste Wereldoorlog sloot hij zich aan bij het Engelse leger en vocht in België in de loopgraven. Hij verloor daardoor zijn Nederlandse nationaliteit.
      Na die oorlog keerde hij terug naar Rotterdam en ging wonen in de Iependaal in Tuindorp-Vreewijk.

Daar ontleende hij ook zijn pseudoniem aan, want hij heette Willem van der Kulk. Hij kwam diverse keren in de gevangenis terecht vanwege wat oplichterijen her en der.
       Daar ging hij schrijven en hij werd daarin aangemoedigd door A.M.de Jong. Hij schreef simpele ritmische gedichten, maar werd vooral bekend door zijn roman Polletje Piekhaar.
      Toen commissaris Hendrik Voordewind zijn memoires schreef onder de titels: ''De commissaris vertelt'' en ''De commissaris vertelt verder'' componeerde Van Iependaal heel gevat een verhaal met de titel ''De commissaris kan me nog meer vertellen''.

In de Tweede Wereldoorlog bood hij tientallen Joden een onderduikadres, waardoor hij in 1954 zijn Nederlandse nationaliteit terugkreeg.  

      R.I.P. in het onderstaande gedicht is een Latijnse afkorting en betekent Requiscant In Pace (Hij moge rusten in vrede). Dus niet Rest in Peace, want dat is er -tot spijt van die lallende Brexiteers- alleen maar van afgeleid.
      De Bargoense klanken zijn volgens mij verder wel duidelijk. Wiegewanken hou ik op wiebelen of wankelen; ingeplankte vieze dikkedooiigheid geeft aan hoe Van Iependaal over deze verscheiden kapitalistische huisjesmelker denkt.

       Permetasie staat voor permetatie en dat betekent hier gewoon familie of -beter- bloedverwanten.

 
Van Willem van Iependaal


Dikke Dinges R.I.P.


Dikke Dinges was verscheiden,
In z’n Heer en lit-jumeau,
de professor kwam en zeide:
‘Sjonge jong..' en liet het zoo.
Doodkist werd besteld, gemeten,
afgebiest met plint en lat.
die, met zillever besmeten,
krap, fataal en poenig zat.

Zeven bidders wiegewankten
in d'r grafgezanten vlijt
met de kostbaar ingeplankte
vieze dikkedooiigheid.
Van de traphal naar den wagen,
van den wagen naar het graf ...
trapten in plechtstatig dragen
voormans hak en hielen af.

Heel de Dingespermetasie
vormde om den kuil een O,
dominee hield predekasie
over Christenheil en zoo,
over dood en over leven,
zoo kortstondig als het gras;
treurend snoten al de neven,
om den duur van het gewas.

Hier ligt in z'n Heer ontslapen
(oogen toe en zonder weet)
de geliefde, zeer rechtschapen
makelaar in kinderleed.
Spekulant in graan en krotten,
zwaar geschut en menschenwee.
God z'n ziel! ... Het graf z'n botten!
Dikke Dinges R.I.P.

 

Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

Tajotoren Trafalgar

Kaap Trafalgar ligt in het uiterste zuidwesten van Spanje niet ver van Gibraltar.
     
Bij het grote publiek meer bekend door het Trafalgar-square in Londen. Iets minder bij ons bekend is, dat zich hier in 1805 een zeeslag afspeelde tussen de Britse en de Franse vloot. De slag werd gewonnen door de Engelsen, die daarmee voorkwamen dat Napoleon Engeland binnenviel.
      Hoewel admiraal Nelson om het leven kwam, is deze slag een markeringspunt in de geschiedenis, omdat Engeland hierna nog zo’n eeuw lang ‘’de wereld regeerde’’.
(Dat veel Brexiteers nog steeds menen dat dit zo is, zal na volgend jaar maart een ernstig misverstand blijken).

De Nederlandse diplomaat Reinier Flaes (1902-1981) diende onder meer in Spanje en schreef onder het pseudoniem F.C. Terborgh een mooi gedicht met een dubbele titel: Tajotoren Trafalgar.
       
Ik denk dan: die Tajotoren zal wel een vuurtoren zijn. Dat lijkt ook geheel in overeenstemming met het gedicht: Maar dat blijkt toch een misverstand.

       Lees eerst het gedicht.


Tajotoren

Trafalgar

Door bressen, gaten, veegt de wind
en werv’lend zand,
zoemt langs de steen, rukt aan een luik,
en zengend vreet de brand
der zon in ’t murw gebint
Een mijl in ’t rond geen boom, geen struik.

Verlatenheid
aan ’t einde van een wereld
vergeten wacht
….ginds Afrika.

Maar ziet, na elken nacht
klaart uit de woestenij
in ’t Oosten
koel,
lichtroze als verdunde wijn
de dageraad
en overgiet en baadt
den loggen romp,
steeds weer verjongd, nieuw opgericht
stralend in ’t eerste zonnelicht.
    

Torre del Tajo

De Tajotoren is in het Spaans de Torre del Tajo. Een dertien meter hoge toren, die in de zestiende eeuw werd gebouwd.
      De toren ligt tussen Kaap Trafalgar en Barbate en diende als uitkijkpost.
De mensen werden gewaarschuwd als op zee piraten of vijandelijke troepen uit Afrika werden gesignaleerd.


Vuurtoren

Er staat daar bij Kaap Trafalgar overigens wel een vuurtoren. Die ziet er zo uit.

 
Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

Drie regels; drie zinnen

Laat ik eens drie bekende regels uit de lliteratuur nemen. Dan mag u nadenken over de brandende kwestie wat die zinnen met elkaar te maken hebben.

---------'K Ben Brahman. Maar we zitten zonder meid

---------Rembrandt heeft nooit gevoetbald

---------Haalt de Sovjet-Unie 1984?

Het eerste citaat is de titel van een gedicht van J.A. dèr Mouw.
Het tweede is een boek van Nico Scheepmaker.
Het derde is een werk van Andrej Amalrik.

      En dit brengt de heren samen:

Nico Scheepmaker schreef in 1976 zijn gedicht Andrej Amalrik en parafraseerde daarin J.A. dèr Mouw.
      Het gaat zo:


Andrej Amalrik

‘K Ben Andrej. Maar we leven zonder moed.
Al wat hij doet is mij uit het hart gegrepen,
maar ‘k ben er bijtijds tussenuit geknepen:
als Nederlander heb ik het te goed.

Had ik gewacht, ik was een Rus geweest,
of een Brahmaan, of God wet wel ’n christen
die het verdomde zich te laten kisten
en boeken schreef voor wie de waarheid vreest.

Ik ben Andrej in ’t diepst van mijn gedachten,
een jongeman die om het noodlot lachte
en alles wegschoof wat hem niet beviel.

Of ben ik toch niet meer dan een schlemiel
die graag Amalriks moed zou willen delen
maar niet meer opbrengt dan Andrej-tje spelen?


Nico Scheepmaker

Nico Scheepmaker (1930-1990) was een dichter, die echter vooral journalist was. Of liever: columnist. Verder was hij auteur met als bekendste werk: Cruijff -Hendrik Johannes, fenomeen. Ook zijn boek “Rembrandt heeft nooit gevoetbald’’ trok aandacht. De eerste regel is overigens iets genuanceerder: ‘’We mogen rustig aannemen dat Rembrandt nooit gevoetbald heeft -althans niet in clubverband’’.

Hij was ook slavist en vertaler van onder meer Dokter Zjivago.
     
Hij schreef columns onder diverse pseudoniemen. Hopper in de Volkskrant, Trijfel in de GPD-bladen (Grote Provinciale Dagbladen; later Geassocieerde Pers Diensten) en als Ivo Vettewinkel in enkele sportbladen. Hij had voor Veronica een gesproken column.
       Diverse keren trad hij eind jaren zeventig voor de VPRO op als gastcolumnist. Hij kwam daarvoor niet naar Hilversum, maar vond dat wij maar naar zijn huis in Broek in Waterland moesten komen. Ik ben daar toen diverse malen geweest. Het was altijd onderhoudend en plezierig. Nico Scheepmaker was een erudiet man met een zeer brede belangstelling en een grote kennis van voetbal. Zo hield hij bijvoorbeeld lijstjes bij hoe vaak een speler tijdens een wedstrijd in balbezit was geweest en hoe vaak hij er  iets goeds, iets slechts of iets middelmatigs mee had gedaan.  

      In die jaren nam hij het als slavist ook op voor dissidenten in de Sovjet Unie.
Hij zat op één lijn met de oud-Moskou correspondent Karel van het Reve.
     
Bij de Volkskrant werd hem dat door niet iedereen in dank afgenomen. Anti-communisme was in die jaren niet zo populair in linkse kringen. Waarschijnlijk de voornaamste reden dat hij stopte (‘’moest stoppen’’) met zijn Hopper-column.
      Ik was destijds jong journalist bij de Volkskrant en betreurde die gang van zaken. Met mij waren dat er nog meer, maar zij hadden onvoldoende invloed. Het was een tijd van democratisering, van protest en oproer, een tijd dat redactievergaderingen om beurten werden geleid door diverse (gearriveerde) redacteuren.  
      Dit tot grote ergernis van hoofdredacteur Jan van der Pluijm. Maar ja, ook hij kon dat niet veranderen.


Andrej Amalrik

 

Amalrik (1938-1980) arriveerde op 15 juli 1976 in Nederland. Dat was wereldnieuws. Hij was een bekend dissident, die opzien baarde met zijn in 1969 verschenen boek  ‘’Haalt de Sovjetinie 1984?.
      Hij kwam naar Nederland door bemiddeling van Max van der Stoel en Karel van het Reve.

Nico Scheepmaker was één van de mensen, die zich over hem ontfermden.
      Amalrik kwam in 1980 bij een verkeersongeluk in het Spaanse Guadalajara om het leven.
Scheepmaker was bij zijn begrafenis in Madrid en schreef daar een ontroerend mooie Trijfel-column over.
     
      ZIE artikel Leidsch Dagblad.

 


J.A. dèr Mouw

Een vrijwel vergeten dichter onder het pseudoniem Adwaita.   
 

Klik HIER voor alle ZoekPoëzie



Subcategorieën

 

Twee maal de helft en een geel strikje