Poëzie (246)

Tajotoren Trafalgar

Kaap Trafalgar ligt in het uiterste zuidwesten van Spanje niet ver van Gibraltar.
     
Bij het grote publiek meer bekend door het Trafalgar-square in Londen. Iets minder bij ons bekend is, dat zich hier in 1805 een zeeslag afspeelde tussen de Britse en de Franse vloot. De slag werd gewonnen door de Engelsen, die daarmee voorkwamen dat Napoleon Engeland binnenviel.
      Hoewel admiraal Nelson om het leven kwam, is deze slag een markeringspunt in de geschiedenis, omdat Engeland hierna nog zo’n eeuw lang ‘’de wereld regeerde’’.
(Dat veel Brexiteers nog steeds menen dat dit zo is, zal na volgend jaar maart een ernstig misverstand blijken).

De Nederlandse diplomaat Reinier Flaes (1902-1981) diende onder meer in Spanje en schreef onder het pseudoniem F.C. Terborgh een mooi gedicht met een dubbele titel: Tajotoren Trafalgar.
       
Ik denk dan: die Tajotoren zal wel een vuurtoren zijn. Dat lijkt ook geheel in overeenstemming met het gedicht: Maar dat blijkt toch een misverstand.

       Lees eerst het gedicht.


Tajotoren

Trafalgar

Door bressen, gaten, veegt de wind
en werv’lend zand,
zoemt langs de steen, rukt aan een luik,
en zengend vreet de brand
der zon in ’t murw gebint
Een mijl in ’t rond geen boom, geen struik.

Verlatenheid
aan ’t einde van een wereld
vergeten wacht
….ginds Afrika.

Maar ziet, na elken nacht
klaart uit de woestenij
in ’t Oosten
koel,
lichtroze als verdunde wijn
de dageraad
en overgiet en baadt
den loggen romp,
steeds weer verjongd, nieuw opgericht
stralend in ’t eerste zonnelicht.
    

Torre del Tajo

De Tajotoren is in het Spaans de Torre del Tajo. Een dertien meter hoge toren, die in de zestiende eeuw werd gebouwd.
      De toren ligt tussen Kaap Trafalgar en Barbate en diende als uitkijkpost.
De mensen werden gewaarschuwd als op zee piraten of vijandelijke troepen uit Afrika werden gesignaleerd.


Vuurtoren

Er staat daar bij Kaap Trafalgar overigens wel een vuurtoren. Die ziet er zo uit.

 
Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

Drie regels; drie zinnen

Laat ik eens drie bekende regels uit de lliteratuur nemen. Dan mag u nadenken over de brandende kwestie wat die zinnen met elkaar te maken hebben.

---------'K Ben Brahman. Maar we zitten zonder meid

---------Rembrandt heeft nooit gevoetbald

---------Haalt de Sovjet-Unie 1984?

Het eerste citaat is de titel van een gedicht van J.A. dèr Mouw.
Het tweede is een boek van Nico Scheepmaker.
Het derde is een werk van Andrej Amalrik.

      En dit brengt de heren samen:

Nico Scheepmaker schreef in 1976 zijn gedicht Andrej Amalrik en parafraseerde daarin J.A. dèr Mouw.
      Het gaat zo:


Andrej Amalrik

‘K Ben Andrej. Maar we leven zonder moed.
Al wat hij doet is mij uit het hart gegrepen,
maar ‘k ben er bijtijds tussenuit geknepen:
als Nederlander heb ik het te goed.

Had ik gewacht, ik was een Rus geweest,
of een Brahmaan, of God wet wel ’n christen
die het verdomde zich te laten kisten
en boeken schreef voor wie de waarheid vreest.

Ik ben Andrej in ’t diepst van mijn gedachten,
een jongeman die om het noodlot lachte
en alles wegschoof wat hem niet beviel.

Of ben ik toch niet meer dan een schlemiel
die graag Amalriks moed zou willen delen
maar niet meer opbrengt dan Andrej-tje spelen?


Nico Scheepmaker

Nico Scheepmaker (1930-1990) was een dichter, die echter vooral journalist was. Of liever: columnist. Verder was hij auteur met als bekendste werk: Cruijff -Hendrik Johannes, fenomeen. Ook zijn boek “Rembrandt heeft nooit gevoetbald’’ trok aandacht. De eerste regel is overigens iets genuanceerder: ‘’We mogen rustig aannemen dat Rembrandt nooit gevoetbald heeft -althans niet in clubverband’’.

Hij was ook slavist en vertaler van onder meer Dokter Zjivago.
     
Hij schreef columns onder diverse pseudoniemen. Hopper in de Volkskrant, Trijfel in de GPD-bladen (Grote Provinciale Dagbladen; later Geassocieerde Pers Diensten) en als Ivo Vettewinkel in enkele sportbladen. Hij had voor Veronica een gesproken column.
       Diverse keren trad hij eind jaren zeventig voor de VPRO op als gastcolumnist. Hij kwam daarvoor niet naar Hilversum, maar vond dat wij maar naar zijn huis in Broek in Waterland moesten komen. Ik ben daar toen diverse malen geweest. Het was altijd onderhoudend en plezierig. Nico Scheepmaker was een erudiet man met een zeer brede belangstelling en een grote kennis van voetbal. Zo hield hij bijvoorbeeld lijstjes bij hoe vaak een speler tijdens een wedstrijd in balbezit was geweest en hoe vaak hij er  iets goeds, iets slechts of iets middelmatigs mee had gedaan.  

      In die jaren nam hij het als slavist ook op voor dissidenten in de Sovjet Unie.
Hij zat op één lijn met de oud-Moskou correspondent Karel van het Reve.
     
Bij de Volkskrant werd hem dat door niet iedereen in dank afgenomen. Anti-communisme was in die jaren niet zo populair in linkse kringen. Waarschijnlijk de voornaamste reden dat hij stopte (‘’moest stoppen’’) met zijn Hopper-column.
      Ik was destijds jong journalist bij de Volkskrant en betreurde die gang van zaken. Met mij waren dat er nog meer, maar zij hadden onvoldoende invloed. Het was een tijd van democratisering, van protest en oproer, een tijd dat redactievergaderingen om beurten werden geleid door diverse (gearriveerde) redacteuren.  
      Dit tot grote ergernis van hoofdredacteur Jan van der Pluijm. Maar ja, ook hij kon dat niet veranderen.


Andrej Amalrik

 

Amalrik (1938-1980) arriveerde op 15 juli 1976 in Nederland. Dat was wereldnieuws. Hij was een bekend dissident, die opzien baarde met zijn in 1969 verschenen boek  ‘’Haalt de Sovjetinie 1984?.
      Hij kwam naar Nederland door bemiddeling van Max van der Stoel en Karel van het Reve.

Nico Scheepmaker was één van de mensen, die zich over hem ontfermden.
      Amalrik kwam in 1980 bij een verkeersongeluk in het Spaanse Guadalajara om het leven.
Scheepmaker was bij zijn begrafenis in Madrid en schreef daar een ontroerend mooie Trijfel-column over.
     
      ZIE artikel Leidsch Dagblad.

 


J.A. dèr Mouw

Een vrijwel vergeten dichter onder het pseudoniem Adwaita.   
 

Klik HIER voor alle ZoekPoëzie



 

Marmite in Carré

Direct toen ik hoorde dat Marmite een geliefd Engels product van Unilever was, wist ik dat er iets mee aan de hand was. Maar ja. Wat?
     
Af en toe kwam een onbevredigd gevoel naar boven als er weer eens gezeurd werd over dividendbelasting.
Maar gisteren schoot het me zomaar te binnen. Marmite komt voor in een humoristisch gedichtje van C.Buddingh’.  
      Het gaat zo:


Pluk de dag

vanochtend na het ontbijt
ontdekte ik, door mijn verstrooidheid,
dat het deksel van een middelgroot potje marmite
(het 4 oz net formaat)
precies past op een klein potje heinz sandwich spread

natuurlijk heb ik toen meteen geprobeerd
of het sandwich spread-dekseltje
ook op het marmite potje paste

en jawel hoor: het paste eveneens


Poëzie in Carré

Het is -naast de Blauwbilgorgel- zijn bekendste gedicht.
     
Dat komt zo:
Simon Vinkenoog had een ideetje. We brengen een aantal dichters bij elkaar en laten die -kort- optreden. Niet meer dan een minuut of zes, zeven, acht. Ze kunnen uit eigen werk voorlezen, maar ze mogen er ook een andere act van maken. Alles moet kunnen.
     
Hij stapte naar de baas van het Amsterdamse Carré en die was meteen enthousiast. Hij stelde zijn theater gratis ter beschikking. Op 28 februari 1966 was het zover. Poëzie in Carré.

Binnen anderhalve dag was het uitverkocht, want dit was in Nederland nog nooit vertoond.  1500 mensen, die luisterden naar 25 dichters. Allemaal mannen. Het werd een daverend succes.
     
C. Buddingh’ las daar voor ’t eerst zijn Marmite gedicht. Hij sprak het op zijn Engels uit. De zaal lag plat.
De eerbiedwaardige Adriaan Roland Holst was er, een jonge Cees Nooteboom, Gerard Reve in een onberispelijk wit kostuum., Johnny de Selfkicker met een krankzinnige act en een debuterende Jules Deelder. De VPRO-televisie was erbij en maakte DIT PROGRAMMA van ruim een half uur.

Achtereenvolgens treden op: K.Schippers, A.Roland Holst, Ed Hoornik, Hans Verhagen, Cees Nooteboom, L.Th, Lehman, Jules Deelder, C.Buddingh’, Gerrit Kouwenaar, Bert Voeten, Johnny de Selfkicker, Gerard Reve, Jan Hanlo, Jan Elburg, Remco Campert, Gust Gils en Simon Vinkenoog.
      Niet in dit T.V.-programma zitten Koos Schuur, Bert Schierbeek, Dick Hillenius, Hugues C. Parnath, Ewald Vanvugt, Adriaan Morriën, Jaap Harten en J. Bernlef.

Achteraf blijkt C.Buddingh’ toen dus al voorspeld te hebben dat Heinz een vijandelijk bod op Unilever zou uitbrengen. Op ieder potje paste immers hetzelfde dekseltje.

    

 

 Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

  

Het land van mest en mist

De herfst komt eraan en dan denk ik altijd even aan die eerste regel uit Boutade van P.A. de Génestet:
      ‘’O land van mest en mist, van vuilen, kouden regen”.

Petrus Augustus de Génestet (1829-1861) was een jong gestorven dichter-dominee. Hij was volgens critici meer dichter dan dominee en bleef gespaard voor de hoon van de Tachtigers. Niet alleen omdat zijn werk aantrekkingskracht had, maar ook omdat hij er onmiskenbaar gevoel voor humor in legde. Zo’n man kon je maar beter niet afzeiken.

Als je het gedicht nog eens helemaal leest, kom je in eerste instantie nogal wat onbekende of -op het oog- niet bestaande woorden tegen. Dat laatste is overigens niet waar, want alle woorden staan -ik heb het er maar weer eens bij gepakt- in de dikke van Dale. Ik zal er direct wat dieper op ingaan, maar lees eerst het gedicht en schrik niet als gooien met enige verbeeldingskracht rijmt op zoon of vrede op zee.


Van P.A. de Génestet     

Boutade

O land van mest en mist, van vuilen, kouden regen.
Doorsijperd stukske grond, vol killen dauw en damp,
Vol vuns, onpeilbaar slijk en ondoorwaadbre wegen
Vol jicht en parapluis, vol kiespijn en vol kramp!

O saaie brij-moeras, o erf van overschoenen
Van kikkers, baggerlui, schoenlappers, moddergoön,
Van eenden groot en klein, in allerlei fatsoenen,
Ontvang het najaarswee van uw verkouden zoon!   

Uw kliemerig klimaat maakt mij het bloed in de aderen
Tot modder, ‘k heb geen lied, geen honger, vreugd nog vreé.
Trek overschoenen aan, gewijde grond der Vaderen,
Gij -niet op mijn verzoek- ontwoekerd aan de zee.



---Een boutade is een geestige uiting van misnoegen.

---Sijperen bestaat echt en betekent gewoon sijpelen of langzaam vloeien dan wel geleidelijk doordringen.
---Vuns is schimmel of schimmelig, muf dan wel vochtig.

---Kliemerig is kleverig, modderig of gewoon klef.
---Ontwoekeren is een samentrekking van woekeren en onttrekken, maar is sinds de woekerpolissen ook een bestaand werkwoord.

Er zijn in dit land diverse De Génestetstraten of -lanen.
       Maar ik hoor nooit iemand zeggen dat hij of zij naar de De Génestetstraat moet.
Ik denk dat Petrus  Augustus daar wel om zou kunnen lachen.


Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

De rijmelaar & de psychiater

De Van Eedenstraat in Haarlem ligt in een enigszins voorname wijk in het zuiden van het stadscentrum. Vlakbij het Frans Hals Museum. De Ten Katestraat ligt meer naar het oosten in de Oude Amsterdamse Buurt, een wat mindere wijk. Verder verwijderd van het centrum en het Frans Hals Museum.  

Is dit symboliek?
Het zou kunnen, maar ik denk niet dat er bewust voor gekozen is.
Hoewel!

J.J.L. ten Kate (1819-1889) was een dominee-dichter met een hoge productie. Hij rijmde gemakkelijk en schreef vrij simpele verzen, die er bij de gegoede burgerij goed in gingen.
      Frederik van Eeden (1860-1932) was een romancier (De kleine Johannes) en een psychiater-dichter. Samen met Willem Kloos, één van de voormannen van ‘’De Tachtigers’’, een beweging die zich onder meer afzette tegen het establishment.
      Toen hij 25 jaar was verscheen zijn bundel Grassprietjes onder het pseudoniem Cornelis Paradijs.  Daarin veegt hij de vloer aan met de dominee-dichters en andere rijmelaars.


Aan J.J.L. ten Kate

Ten Kate! Ten Kate! 
O koning der cantate! 
Die hupp'lend in het priesterkleed, 
Den lusthof onzer taal betreedt, 
De schoonste bloemen plukkend, menglend, 
Met bonten zwier ze strikkend, strenglend, 
Verenglend 's levens duistre sfeer, 
Ons minzaam dichtend naar de Heer! 
O, J.J.L. ten Kate, 
Wie zou u kunnen haten?

Ten Kate! Ten Kate! 
O, dichter boven mate! 
Uw ademtocht is Poëzie, 
Uw lach is Kunst, uw traan Genie, 
Wanneer uw wiekjes speelsch zich reppen, 
Of als een aad'laar opwaarts kleppen, 
Bij 't scheppen van de Schepping zelf, 
Kompleet, met aarde en stargewelf. 
O, J.J.L. ten Kate, 
O, vorst van rijm en maten!

Ten Kate! Ten Kate! 
Hoe glanst gij in uw state 
Van ethisch en irenisch licht! 
Beheerscher van 't godsdienstig dicht! 
Van Gods genade spelmeijer 
Met onze taal! Wie kan er blijer 
En vrijer zingen tot Gods eer! 
Wie schendt u aan, wie velt u neer? 
Neen, J.J.L. ten Kate! 
Laat vrij benijders praten!

Zing op! Zing op! ten Kate! 
(Gij kunt het toch niet laten) 
Laaf onze ziel aan Harmonie, 
Al wat gij zingt is Poëzie! 
Zing dartel, speelsch of vroom van zinnen 
Op kerken, vorsten of vorstinnen, 
Wij minnen alles wat gij doet: 
Want wat ten Kate schrijft is goed! 
Zing, J.J.L. ten Kate, 
Ten aller vromen bate!

        
Was het nu echt zo beroerd wat Ten Kate maakte? 

Ach….

Van J.J.L. ten Kate

Sonnet op het sonnet

Geverfde pop, met rinkelen omhangen,
Gebulte jonkvrouw in uw staal’ korset.

Lamzaligste aller vormen, stijf Sonnet!
Wat rijmziek mispunt deed u ’t licht erlangen?


Te klein om één goed denkbeeld op te vangen,

Voor epigram te groot en te koket,
Vooraf geknipt, koepletjes voor koeplet,
Knooptge onverdiend in onze minnezangen.

 

Neen! De echte Muze eist vrijheid, en het Lied
Onhoudbaar uit het zwoegend hart gerezen,
Zij als een bergstroom die zijn band ontschiet!


Gij deugt tot niets, ten zij het deugen hiet,
Om, enkel door de broddelaars geprezen,
Op GEYSBEEK een berijmd vervolg te wezen.

Later bij de honderdste geboortedag van Ten Kate, zal Frederik van Eeden een spijtbetuiging voorlezen.
Hoewel!

Spijtbetuiging aan J.J.L. ten Kate

Ter gelegenheid van de honderdjarige geboortedag van J.J.L. ten Kate

Frederik van Eeden

Niemand zal wel denken dat het mij te doen is om bij de dominees in de pas te komen als ik een enkel woord wijd aan de nagedachtenis van J.J.L. ten Kate. Ik gevoel er behoefte aan.

Ik heb eens een ruiter met steentjes beschoten uit een katapult. De aanval had alle succes dat een kwa-jongen kan begeren. Het paard ging ervan door en de ruiter had veel werk om in 't zadel te blijven. Ik heb toen een zwaren gang gedaan en ben den ruiter excuus gaan vragen. Jarenlang voelde ik een zeekre schaamte als ik hem ontmoette of zijn huis voorbijging. Toen ik zelf later eens het mikpunt werd en bijna uit het zadel ging, herdacht ik mijn daad met nog duidelijker gevoelens. Twee zaken behoren bij den goeden ouderdom. Namelijk meer verdraagzaamheid en meer waardering. Het bij elke kwetsing opstuwende zelfgevoel is noodig voor de jeugd, om zich te handhaven, de vinnige kritiek om de standaard van het goede werk niet te laten zakken. In den goeden ouderdom schijnt dit alles niet zoo dringend noodig meer. Men behoeft zich nu niet meer te verontrusten over den grooten aanhang en de groote bewondering die J.L.L. ten Kate ten deel viel-en een eerbiedwaardig mensch, die het zeer goed meende, en ook meenig goed vers gemaakt heeft, vinnig te bespotten, dat is actie uit de vleegeljaren, waarop men later niet trots is.

Ten Kate wordt nu niet meer over het paard getild-en er zijn nu nog wel anderen in tijdelijk aanzien, die meer spot verdienen dan hij. Ik heb een studenten-tijd gehad, maar ik gevoel geen recht om dien tijd-zooals veelen doen-tot de goede en noodzakelijke levens-perioden te reekenen. Ik heb mee-gedaan aan fuiven en baldadigheeden met heimelijke afkeer, en een gevolg van van stijgende schaamte. En tot die dingen, waarvoor ik toen te oud en te wijs had behooren te zijn-reeken ik ook: mijn spotternij teegenoover drie eerbiedwaardige mannen, Nicolaas Beets, Allard Pierson en J.J.L. ten Kate. Bij Pierson heb ik het door een persoonlijk bezoek zooveel mogelijk goedgemaakt-bij de andere twee is dat niet gebeurd en het gevolg is een pijnlijke herdenking. Het was voor een volwassene -als ik toen mocht heeten- niet waardig en niet correct -evenmin als het stuktrekken van een huis-schel. Ik wil ook geen verzachtende omstandigheden pleiten - maar voor de jongeren van deezen tijd nog meedeelen, dat het de omgeeving was van de `helden van tachtig' die tot zulke baldadigheden den stimuleerende bijval schonk. Voor Kloos en zijn satellieten kon het nooit heftig genoeg. En wie onttrekt zich geheel aan den invloed van een prijzenden kring? Men neeme nu ten Kate's verzen nog eens ter hand, en men zal zien dat het meer is dan vlotte rijmelarij.


Klik HIER voor alle ZoekPoëzie



Subcategorieën

 

Twee maal de helft en een geel strikje