Media (383)

 

Boven het maaiveld

Als je in Nederland boven het maaiveld uitsteekt, zul je dat weten. Het stelselmatig afbraakbeleid van achtereenvolgende regeringen geselt & gijzelt de publieke omroep.

      Als je niet fuseert word je afgestraft. Zo werkt arrogantie van de macht. In dit geval van omroepbaasjes, die verworden zijn tot zetbaasjes.

De VPRO verloor 61 full-time arbeidsplaatsen. Eénentachtig mensen is ontslag aangezegd.

      Maar we gaan door.

Uiteindelijk zegeviert kwaliteit.

 

 

 

Een idyllisch feest in een stoomgemaal

Mijn oud-VPRO college Kees Slager (met baard) bereikte de mooie leeftijd van 75 jaar. Dat was aanleiding om een groot aantal mensen uit te nodigen voor een herinneringsfeest. Dat gebeurde op zijn geboorte-eiland Tholen, waar hij op een wonderbaarlijk mooie plek woont in een oud stoomgemaal aan de Oosterschelde.

      Het was druk, er waren ondermeer Zeeuwse versnaperingen en er volgden toespraken. Bovendien werd de jarige toegezongen op de wijs van de Internationale.

      Kees werkte lang voor de VPRO, waar hij bedenker en grondlegger was van bekende programma’s als OVT en Het Spoor Terug. Programma’s waarin verhalen van ’gewone mensen’ gehoord worden. Oral History dus. Kees heeft er vele honderden bandjes mee vol laten lopen. Die verhalen waren ook de basis voor mooie boeken als Landarbeiders, de Hongerwinter, Vissersverhalen, Zeven Zeeuwse vrouwen en de Zeeuwse geschiedenis in meer dan 100 verhalen.

      Maar het meest bekend is zijn standaardwerk over De Ramp van 1953, verschenen in 1992 met een aanvulling in 2003.

      Kees was voor zijn periode bij de VPRO actief voor Het Vrije Volk en de VARA. Hij zat in de Eerste Kamer voor de Socialistische Partij. Ook voor die partij schreef hij geschiedenis met Het Geheim van Oss.

 

 

 

Jubileum met ondertoon 

Dat was een bijzondere bijeenkomst deze week in de villa van de VPRO in Hilversum. Twee oud-radiocollega’s van mij vierden daar hun 25-jarig jubileum. Dini Bangma en Ger Jochems. Het was bomvol. Een soort reünie van werkenden en gepensioneerden, die elkaar soms heel lang niet gezien hadden.
      En toch was er een ondertoon van onrust & onbehagen.

Op maandag 3 juni namelijk tussen tien en twaalf uur krijgen medewerkers per e-mail te horen of ze bij een komende reorganisatie worden betrokken. Bij de VPRO verdwijnen door de bezuinigingen 61 full-time arbeidsplaatsen.
      Dat betekent ontslag voor zo’n 80 tot 90 mensen. Ik hoorde dat de klappen vooral bij de radio zullen vallen. Leidinggevenden hebben al een training gehad om de slechtnieuws gesprekken te voeren.

      De jubilarissen werden echter gewoon in een bankje gezet om het samenzijn met verve & reserve te ondergaan. Er werden radiofragmenten herhaald, oude foto's geprojecteerd en er waren feestelijke toespraken.
      Ik mocht iets tegen Ger Jochems zeggen. Dat ging -ik hou me niet altijd aan de uitgeschreven tekst- ongeveer zo:

 Scherp & alert

 Op vrijdag 15 maart 1985 schreef ik na afloop van de radio-uitzending van Het Gebouw in een dagboekje de volgende passage:

Ger Jochems heeft zich ontwikkeld tot een bekwaam interviewer. Hij bereidt zich goed voor, luistert scherp, reageert alert en stelt de juiste vragen. Hij is een -tachtiger jaren woord- kanjer.

Ik geloof niet dat ik hem dat destijds gezegd heb. Zeker niet in die bewoordingen. Dus 28 jaar later moet het er maar uit. Je bent nu te oud om nog kapsones te krijgen.

      In die tijd werd het Nederlands ook verrijkt met een nieuw woord en een nieuwe gevleugelde uitdrukking.

Het woord was Belmemo; de leus: Bellen Jochems.

In de aanloop en voorbereiding van de Gebouwuitzendingen belde Ger namelijk erg veel. Langdurig en vasthoudend.

Vaak legde hij dan de telefoon neer en zei: ‘’Hij weet meer of hij liegt of hier zit meer achter. Maar ik hou hem vast‘’.  
      Soms ging dat over onderwerpen waarvan ik dacht:

‘Ger, is dat nou wel al die moeite en al die opwinding waard?’
      Vaak konden we er ook niets mee. Hoewel…

Ik besloot toen een keer om een tekst voor Cor Galis te schrijven, waarbij Cor de opdracht gaf aan Ger om iets tot op het bot uit te zoeken. Dat ging in de meester- knecht rol.

Cor zei: Bellen Jochems, bellen nu.

En Ger moest het gesprek beginnen met:
Ik moet u bellen van meneer Galis.

Ger wilde dat laatste nog wel eens vergeten. Zogenaamd per ongeluk.

      Dat was dus niet goed en dan moest het over.

Dat vond hij niet altijd leuk om het maar zacht uit te drukken.
      Het werd een populair onderdeel van Het Gebouw.

Soms belden er mensen met de vraag of de belmemo al geweest was.

 

Hoe kwam Ger bij de VPRO? Kijk even naar deze foto.

Een Pershing raket van tien meter zestig wordt geplaatst in de tuin van de VPRO-villa van Jan Haasbroek aan de 's Gravelandseweg. Geplaatst in de NRC en geschreven door Ger Jochems.

      Februari 1983.
In Nederland moeten Pershing II en kruisraketten geplaatst worden.
In Amsterdam was daar al eens grootscheeps tegen geprotesteerd, later dat jaar zou in Den Haag een nog grotere demonstratie gehouden worden.

      Er waren toen geruchten, dat die raketten al in Nederland aanwezig waren.

Wij zijn nog C-Omroep en maken een aantal programma’s onder het motto

‘En dan nu de toekomst’.

Ton van der Graaf verzint het plan om een Pershing raket en twee kruisraketten te laten namaken van polyester.
      We huren een truck met oplegger en gaan met die raketten door Nederland rijden. We gaan naar kazernes en luchtmachtbases. Ede, Soesterberg, Leeuwarden. ''Wij komen de kruisraketten brengen''.
      We rijden rondjes om de kerk in dorpen en steden en om de Dam in Amsterdamin. ''Oh'', zeggen de mensen. ''Zijn dat nou die kruisraketten''. 
      Beetje lauw allemaal. Maar ook veelbetekenend.
Veel mensen op de been bij demonstraties maar nog veel meer mensen interesseerde het niets.

Ger Jochems volgt die tocht voor de NRC en denkt:

''Bij zo’n omroep wil ik wel werken''.

      Die mogelijkheden komen er als wij in 1984 B-Omroep worden.

Ger komt bij Het Gebouw en maakt samen met Cees Grimbergen een paar programma’s voor Het Spoor Terug. Onder andere over FastFood.

      En wie treffen we in die serie aan?

Een studente. We noemen haar Dini. Ze is verslaafd aan hamburgers en vette sausen en vertelt daar uiterst smerig maar ook smakelijk over. En kijk eens naar haar. Mooi figuur toch voor een fastfood junk!

      En hier zien we dus een link tussen de twee jubilarissen, die elkaar toen volgens mij voor het eerst ontmoetten. Beiden waren natuurlijk nog niet in vaste dienst.

      Dat gebeurde pas in 1988.

Ger en ik gingen toen -om in zijn specifieke jargon te blijven- een bakkie doen en hadden een gesprek over de toekomst.

Ik zei toen ergens: ‘Ger! Je zou hier nog wel eens een jubileum kunnen vieren’.

      Hij keek mij toen aan en zei weer in dat jargon.

‘’Hoe je gedeisd zeg. Sodemieter op’.

Tja.
‘Maar wat ga je dan hierna doen Ger.

Je hebt al bij de NRC gewerkt en nu ben je in dienst van de VPRO.

De beste krant en de beste omroep van dit land.

Alles wat je hierna in de journalistiek gaat doet is minder’.


      ‘Verrek, zou je echt denken?’

Die term kende ik al van Ger. Ik zal het vertellen, want het is geen geheim meer.

       In 1987 gingen we in het kader van zomerprogramma’s met luisteraars in bussen naar het Oostblok. Henk van Hoorn ging niet mee. Hij sprak namelijk toen de memorabele woorden. ’Ik ga niet , want ik ben vorig jaar al naar Egypte geweest’.

     Ger, Ton en ik gingen naar Hongarije en Roemenie. Klaas Vos was reisleider.

In Cluj op een camping gebeurde het.

Ger was er niet zo bij met zijn gedachten. Dat was niet zo gek want het waren verwarrende tijden. Ceaucescu was nog aan de macht, de repressie was enorm, mensen mochten niet met ons praten en we werden voortdurend heel openlijk achtervolgd door de Securitate, de geheime dienst.

       Opnames werden gemaakt in tenten en bandjes werden verstopt in het chemisch toilet van de bus. In de winkels lagen vooral beschimmelde spullen.

Ger zei toen: ‘Ik weet niet wat ik heb, maar het gaat allemaal niet zoals ik wil. Ik ben er niet bij met mijn gedachten’.

Kwam dat door die Roemeense toestanden?

      Welnee.

‘Weet je het echt niet Ger?’

‘’Wat moet ik dan weten?’

‘Ger. Je bent verliefd‘’.

      Hij keek mij toen verbaasd aan en zei weer ‘Verrek. Zou je echt denken?’

Een zekere naïviteit? Misschien.

      We gaan naar de Marathoninterviews. 3 januari 1992.

Ger heeft het in zijn hoofd gehaald om mr. G. B. J. Hiltermann te vragen. En Mr. Gustavo Bernardo José wilde wel. Hij vond het een soort erkenning om nu eens voor de VPRO te mogen spreken, want hij was in onze kringen altijd neergezet als een rechts populistische tegenhanger van Anton Constandse.

      Wij hadden er vrij lang van tevoren over gesproken. Waarom die man zo’n podium geven. Ik bedoel: Ger met Vincent Icke dat wil wel maar hoe moet je Hiltermann vijf uur lang interviewen? Te agressief werkt tegen je en te lief ook.
      Ik heb ’t nog eens beluisterd en het is een interessant en onderhoudend gesprek. Juist door de rol van Ger, die zich niet laat afbluffen. Én door het één en ander te relativeren.

Als Hiltermann bijvoorbeeld spreekt over de CUBA-crisis en over Fidel Castro , zegt Ger: ‘Zullen we nog maar een bakkie doen’.

      En als Hiltermann, die toch hoofdredacteur was geweest van Elsevier en de Haagse Post zegt dat Zuid-Afrika er beter aan had gedaan om een blank Bantoestan -een blank thuisland dus- te vestigen is dat dankbare onzin om tegen in te gaan. Inkoppertje.

 

Maar de beste tijd had Ger volgens mij op Radio V. Het programma De Vrolijke Wetenschap. Debat op universiteiten met wetenschappers en met studenten in de zaal. Groningen, Leiden, Utrecht, Amsterdam in mijn herinnering.

      Ik ben wel eens mee geweest en was dan echt onder de indruk. Van de hele entourage, de belangstelling, maar vooral van de manier waarop Ger die gesprekken leidde.

      Hier was niet alleen een interviewer bezig, maar een gespreksleider die zich weer voortreffelijk had voorbereid en die lang niet altijd eenvoudige onderwerpen tot in details beheerste.

      Ger je bent nog steeds een kanjer.

 

 

 

 

 

 

De lipstick en nagellak van Neelie Smit-Kroes


(Opruiming 23: Uitgetikt voor luisteraars)


Joop van Tijn was adjunct-hoofdredacteur van Vrij Nederland. Hij trad ook veel op voor radio & televisie. Hij was erudiet, belezen en sprak zijn talen. Hij was ook dol op geld, hield zich slecht aan afspraken en was een rokkenjager.
      Op 7 maart
1980 kwam daar het één en ander van samen toen hij voor het VPRO-Radioprogramma De Suite een interview hield met Neelie Smit-Kroes. Zij was toen 38 jaar en zag er -vond Joop- zeer aantrekkelijk uit. En tja… ze was ook nog staatssecretaris van Verkeer & Waterstaat in het eerste kabinet Van Agt.

      Na een Kamerzitting over de PTT volgt een zeer bijzonder interview, waarop veel reacties kwamen. Het werd uitgetikt voor VPRO-medewerkers om vragen van luisteraars te kunnen beantwoorden.

      Ik heb ’t teruggevonden:

Joop van Tijn: Wat vindt u van mij?

Neelie Smit-Kroes: Ik vind u een hele aardige man.


De jonge Neelie

 

Aanleiding zijn eigenlijk deze portretten die op die dag in een ochtend- en een avondblad verschenen.


Het interview

 

  

 

 

 

Opruiming

Opruiming 1: Verslaggever te Wenen
Opruiming 2: Verslaggever te Standdaarbuiten

Opruiming 3: Verslaggever te velde

Opruiming 4: Stamping ground Rotterdam 1970

Opruiming 5: De eerste Panorama

Opruiming 6: Een mysterieuze kaart

Opruiming 7: De waanzinnige Williams Shift

Opruiming 8: Bophuthatswana; een racistische lappendeken

Opruiming 9: Rote Hilfe West-Berlin

Opruiming 10: Restaurant onder hoed in Lesotho

Opruiming 11: Fish shooters in Guyana

Opruiming 12: Meneer Koekkoek tekent een koekoek

Opruiming 13: De Gooise Matras

Opruiming 14; Een Citroën CX Limousine Turbo

Opruiming 15: De ontmanteling van een kruiwagen

Opruiming 16: Een leuk rapport zeg!

Opruiming 17: Dienstgeheim

Opruiming 18 a t/m f: Radioles

Opruiming 19: De laatste DDR-verkiezingen

Opruiming 20: Een kattebelletje van Dick Passchier

Opruiming 21: Muziek terwijl u slaapt
Opruiming 22: Een zakwoordenboekje

 

 

Dutch Harbor op de Aleoeten


Vadsig, mistroostig, stil & verlaten 

 Toen ik op 1 januari 2005 met vervroegd pensioen ging, had ik nog een lijst van programma’s en documentaires die ik wilde maken.
      Sommige plannen waren concreet en deels al uitgewerkt, anderen waren vaag.
Bijvoorbeeld het plan om met schrijver Gerrit Jan Zwier naar de Aleoeten te gaan, een eilandenreeks van 1800 kilometer lang tussen Alaska (V.S.) en het Siberische schiereiland Kamsjatka.

   

 

Vissershaven

Meer in het bijzonder zou het dan moeten gaan over de enige plaats van aanzien daar, de vissershaven Dutch Harbor.
      Het komt ter sprake in het radio-interview dat ik met de schrijver hield in juni 2002 voor de VPRO. Aan het eind van het gesprek van een uur filosofeert schrijver/antropoloog/geograaf Zwier over die haven.
      Hoe zou het er daar uitzien en waarom heette dat plaatsje zo? Wat was de band met Nederland? Wat voor mensen woonden daar en hoe zag het dagelijks leven eruit?

Het is er wat mij betreft niet meer van gekomen. En dat is in zekere zin jammer.
      Dat was tenminste mijn conclusie toen ik zijn nieuwste boek ‘Nooit hier, altijd daar’ gelezen had. (Verschenen in 2010 bij Atlas).
Een reis door Alaska, New-Foundland, Quebec, Labrador en…… Dutch Harbor op de Aleoeten.

Gerrit Jan Zwier schreef al eerder boeken over wat hij noemt ‘Het Noordelijk gevoel’. IJsland bijvoorbeeld, Lapland, de Wadden (vooral Vlieland), Ierland, Noorwegen, Groenland, Spitsbergen.
      Wat dat Noordelijk Gevoel nou precies is wordt overigens niet geheel duidelijk. Ook in het interview blijft het bij ’een gevoel, dat je ervaart’. Eenzaamheid, stilte, uitgestrektheid, dolen, dwalen. Dat soort termen, die je overigens ook in woestijngebieden en steppes kunt meemaken, in de tropen en op het zuidelijk halfrond. We houden het ondermeer op ’een gebrek aan zweet’.

 

Fascinatie

In ‘Nooit hier, altijd daar’ schrijft Zwier over zijn fascinatie voor de Aleoeten, die hij al in een ver verleden had opgedaan.
     
Dutch Harbor?
‘Wat’, schrijft Zwier, ‘hadden Nederlanders met de Aleoeten te maken? Die waren het jachtterrein geweest van Russische pelsjagers en Deense, Duitse en Baltische ontdekkingsreizigers als Vitus Bering, Georg Steller en Otto von Kotzebue. Maar Nederlanders?’.

En: ’Niemand ging vrijwillig naar de Aleoeten. Het spookt er meestal. Slagregens, daverende stormen die dagenlang aanhouden, sneeuwjachten en mistbanken die van geen wijken willen weten. Voeg daar een menselijke geschiedenis aan toe van knechting en machtsmisbruik, een dierlijke geschiedenis van slachting en uitroeiing en je hoort boven al het zeegeweld uit de omfloerste klanken van een treurmars’.

De schrijver gaat aan boord van de veerboot Tustumena met een bont internationaal gezelschap avonturiers, wetenschappers, vogelaars, fotografen en zonderlingen. Er zijn geen hutten aan boord,dus er moet in stoelen of op de grond geslapen worden.

Van Kodiak via Chignik, Sand Point en Cold Bay wordt Dutch Harbor bereikt. En -je voelde het in het boek voortdurend aankomen- , dat valt knap tegen.

Een slome werkstad van 5.000 inwoners. Een plaats zonder centrum, waar toeristen nauwelijks welkom zijn. Loodsen en visfabrieken.
      Zwier vraagt aan een paar mede-passagiers -waaronder de schrijver van de Lonely Planet gids over de Aleoeten- waar de naam Dutch Harbor vandaan komt, maar niemand weet het.
      De Russen zouden die naam gegeven hebben omdat een Nederlands schip als eerste in deze natuurlijke zeehaven voor anker zou zijn gegaan. Maar de naam en het scheepstype alsmede het doel van de reis, ontbreken.

 

Grand Aleutian

 

 

Het gezelschap slaapt in een treurige dependance van het overigens behoorlijk prestigieuze hotel Grand Aleutian.
      En dat is opmerkelijk, want van toerisme moet Dutch Harbor het inderdaad niet hebben.
‘Vadsig’ is het woord dat Zwier gebruikt. ‘Er is hier werkelijk niets te doen;’.
      Eettentjes blijken gesloten, bars zijn dicht en de Amerikaanse adelaar, trots symbool van de V.S, is hier gedegradeerd tot een aaseter die straten en fabrieken afschuimt op zoek naar visafval.

En in de visfabrieken zijn nauwelijks Aleoeten te vinden, want daar staan vooral Koreanen, Filippino’s en Japanners aan de lopende band.

 

   

 

Treurnis & eenzaamheid

Treurnis dus. Eenzaamheid. Afzien. Ellende en afgrijselijke misselijkheid.
     
Het noordelijk gevoel van Gerrit Jan Zwier bereikt een bijna beklemmend dieptepunt.
Of eigenlijk is het een hoogtepunt.
     
Een hoogtepunt dat maar anderhalve dag duurde.

 

Gepocheerde heilbot & gegrilde papegaaiduiker

 

                      

 

Als mijn plan was doorgegaan zouden we daar zeker een week hebben moeten doorbrengen.
      We zouden meer te weten zijn gekomen over de naam, over de slag die hier in de oorlog plaatsvond, over de mensen waarvan we er toch wel een paar gesproken zouden hebben.
      We zouden à raison van 199 US $ per persoon in het Grand Aleutian geslapen hebben. Er was gepocheerde heilbot en gegrilde papegaaiduiker geweest, whisky en whiskey. We zouden tochten met sneeuwscooters gemaakt hebben, ijsberen hebben ontweken en tijdens de eenzame avonden gekeken hebben naar De Deadliest Catch.
      We zouden het misschien wel heel even naar ons zin gehad hebben.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Subcategorieën