Een zelfmoord & een krolse poes.

Anne Frid de Vries (te gast 14) is een Nederlander, die in Israëel woont. Hij luistert heel goed naar de marathoninterviews van de VPRO en schrijft daar over in zijn weblog. Zowel de nieuwe als oude afleveringen, die HIER te beluisteren zijn.
      Anne had mijn eerdere interviews beluisterd en was daar nogal lovend over. Nu is mijn interview uit 1992 met de Vlaamse schrijver Ward Ruyslinck te beluisteren.
      Hij is daar bepaald
minder enthousiast over.

‘Het interview kende kleine hoogtepunten, maar echt swingen deed het niet’, schrijft hij.
      ‘Ruyslinck is een angstvallige en tegelijk rancuneuze, kleine man en Van den Boogaard kan voelbaar slecht met hem uit de voeten. ‘Ook is hij te ongeduldig en te cynisch voor dit timide type’.

Zo!

Ik heb het interview nog eens teruggeluisterd en ben het eerlijk gezegd in grote lijnen wel met Anne Frid de Vries eens.

Een voorgesprek 

Drie weken voor het interview ging ik naar een plaatsje even buiten Brussel voor een voorgesprek. Ik vond Wierook en tranen een mooi helder geschreven boek. Hoewel Ruyslinck jarenlang genoemd werd als mogelijke winnaar van de Nobelprijs, stelden die andere boeken mij nogal teleur.
      Maar een andere reden om langer met Ruyslinck te praten was een boekje dat eerder dat jaar was uitgekomen: De speeltuin.
      Een brievenroman tussen Ward Ruyslinck (Simon) en Monika Lo Cascio (Claudia). Deels autobiografisch; deels fictie.

Ruyslinck, die al heel lang getrouwd was en Lo Cascio (eveneens getrouwd) hadden al sinds 1980 een onstuimige buitenechtelijke liefdesrelatie. Toen zijn vrouw Alice hier achter kwam hadden zij een jaar lang zeer hooglopende ruzies. Alice deed een paar zelfmoordpogingen en hing zich in 1990 daadwerkelijk in de kelder van hun huis op.

 

De voormalig echtgenote  

Maar wat mij het meest opviel was de wijze waarop de voormalige echtgenote in dit boek wordt weggezet.


Zwarte humor  

In dat huis bij Brussel waren zij beiden aanwezig. Zij waren duidelijk nog zeer verliefd -of deden zo- en ontkenden dat de echtgenote van Ruyslinck model had gestaan. Het was immers een roman.
      En die moorddadige plannen?
Dat was humor. Zwarte humor, maar toch humor.

In het interview komt dit allemaal in het derde uur naar voren en in het laatste halfuur komt Monica Lo Cascio er ook nog bij.

Maar er wordt natuurlijk ook gesproken over Wierook en tranen, het verhaal van twee kinderen -Waldo en Vera- die in mei 1940 door ’de Vlaamse bossen trekken waar de koekoek roept, waar er opnieuw geen oorlog meer is en de lieflijke lente zacht en zonnig als het begin van een nieuwe tijd over de aarde ligt’.
      Het gaat over Vlaams en Nederlands, over beeldcultuur, over Louis Paul Boon en Hugo Claus, over Marnix Gijsen, Vestdijk en Mulisch, over vloeken in de literatuur, over zijn lange leven als adjunct-bibliothecaris in een museum, over kritiek en erkenning en over die jarenlang in media volgehouden bewering dat hij voortdurend kandidaat zou zijn voor de Nobelprijs voor literatuur.