Honkbal (115)

 

De honkbal-windwijzer

     
Ik kreeg deze foto opgestuurd van mijn schoonzuster Paula van den Boogaard. De windwijzer staat in Assen op de schoorsteen van vriend Peter Tel. Een fervent honkballiefhebber, die zelf op heel goed niveau heeft gepeeld. Hij leerde mij vroeger een balletje gooien.
      Altijd je roots, je cultuur, je liefdes, je herinneringen blijven koesteren en uitdragen. Een uitstekend principe.
Wat leert deze wijzer –indirect- nog meer?
      Honkbalvelden in de USA werden vanaf eind negentiende eeuw in een bepaalde windrichting aangelegd. Dat had niets te maken met de wind, maar alles met de ondergaande zon. Omdat wedstrijden destijds vrijwel altijd in de late namiddag gespeeld werden, moest ervoor gezorgd worden dat de spelers zo weinig mogelijk last hadden van die zon. De bal werd vanuit het oosten gegooid, zodat de slagmensen er goed zicht op hadden. En de werpers stonden met hun handschoen en hun gezicht naar het zuiden (linkshandige werper) of naar het noorden (rechtshandige werper). Nog steeds wordt in het Amerikaanse profhonkbal een linkshandige werper enigszins vertederend een SOUTHPAW genoemd.
      Het woord NORTHPAW is volgens mij verdwenen. Ik kom het nooit tegen.     

 Ik kreeg hierop de volgend reactie van Peter:

Er is een kleine geschiedenis aan verbonden. Zo’n kleine 20 jaar geleden waren wij op vakantie in Pezenas in Frankrijk, een stadje waar het oude ambacht hoogtij viert.

Zo kwamen wij langs het atelier van Lucien Marnet, een siersmid die voor de stad regelmatig hekwerken, brugleuningen etc. maakte. Daar stonden ook enkele windhanen en ik vroeg hem of hij deze ook in andere vormen kon maken. “ Als ik maar een afbeelding heb “ was zijn antwoord.
      Een jaar later stond ik weer voor zijn neus met een etiketje uit een T-Shirt, waarop de afbeelding van de honkballer. Deze afbeelding vind je ook terug in het stadion van de NY Yankees, althans  dat heb ik enkele malen gezien op TV wanneer er Amerikaans honkbal werd uitgezonden.
      Enkele dagen later was de windhaan klaar – kosten toen FF 1200,00.

Voor zover ik weet het enige exemplaar in de wereld, met eigen signatuur van de meestersmid en met een afwijkende volgorde van de windrichtingen , n.l. N(ord) – O(uest) – S(ud) – E( st) ipv N-E-S-O.

    
 

 

Een ongelooflijk dubbelspel

En natuurlijk gebeurde het in de zevende en beslissende wedstrijd van de World Series. Het infield van de San Francisco Giants maakt op een cruciaal moment een wonderschoon, bijna onwaarschijnlijk  dubbelspel.
      U kunt er HIER naar kijken.

Er gebeuren allerlei dingen die eigenlijk niet kunnen en volgens de regeltjes die we leren, ook niet mogen. Slagman Eric Hosman van de Kansas City Roals raakt, met het eerste honk bezet, de bal goed. Het lijkt een honkslag te worden, maar tweedehonkman Joe Panik duikt naar de bal, krijgt hem te pakken en flipt de bal vanuit zijn handschoen naar kortestop Brandon Crawford. Die maakt de eerste uit en slaagt er in om vanuit een bijna onmogelijke positie de bal naar het eerste honk te gooien. Hosman maakt vervolgens een zeer ongebruikelijke head first sliding op het eerste honk en wordt in eerste instantie door de veldscheidsrechter in gegeven.
      Een merkwaardige beslissing. De situatie is zeer close, maar een Big League umpire, die het spel echt aanvoelt, beslist in zo’n situatie vrijwel altijd in het voordeel van de veldpartij.
       Coach Bruce Bochy van San Francisco vindt dat ook en vraagt een challenge aan. Dat is voor ’t eerst dat zoiets mogelijk is in de World Series. Een arbitragecommissie in New York bekijkt daarop vanuit allerlei cameraposities het moment. En jawel, na ampel beraad wordt besloten dat Hosman uit is. 


Eén van de mooiste dubbelspelen ooit is een feit. San Francisco kon na dit moment de wedstrijd eigenlijk  niet meer verliezen.
      Als ik nog coach van een jeugdteam zou zijn, zou ik dit moment niet te vaak aan mijn spelertjes laten zien. Voor je het weet, gaan ze het ook proberen.  

 

     

 

Honkballiedjes gepresenteerd door Bob Dylan


Je neemt een thema, zoekt daar muziek bij en praat het aan elkaar. Een bekende en vaak gebruikte formule voor een radioprogramma. Praatje-plaatje. Simpeler kan het eigenlijk niet. Moeilijker trouwens ook niet, want alles hangt af van de persoon, die zo'n programma presenteert. Zijn/haar muziekkeus, zijn/haar kennis van muziek, zijn/haar welsprekendheid, zijn/haar persoonlijkheid.  
      Daarom was een dergelijk programma van 2006 tot 2009 wereldwijd bekend, zeer populair en druk beluisterd. Het programma heette Theme Time Radio Hour, werd uitgezonden door de Amerikaanse betaalzender XM-Satellite Radio en werd gepresenteerd door Bob Dylan. Vandaar.

      Ik werd destijds op dit programma geattendeerd omdat Bob Dylan in zijn vierde episode, zoals de afleveringen genoemd werden, muziek liet horen die gerelateerd was aan baseball, Amerikaans honkbal. Niet alleen muziek trouwens, maar ook beroemde radiofragmenten, commentaren en stukjes uit conferences.  Het was mei 2006. Ik probeerde het programma te downloaden, maar dat lukte niet omdat het goed beveiligd was. Toen heb ik voor 12.95 $ per maand een abonnement genomen. Bob Dylan maakte in totaal honderd episodes vol. Hij deed dat meeslepend. Ik heb er veel gehoord.     
      Vandaag beginnen in de VS de World Series tussen de Kansas City Royals en de San Francisco Giants.  Het leek mij wel aardig om nog eens naar dat honkbalprogramma te luisteren om een beetje in de stemming te komen. En wat bleek: Alle honderd episodes staan inmiddels on-line op het ARCHIEF van Theme Time Radio Hour.

      De aflevering over baseball begint met Take me out to the ballgame, één van de bekendste en meest gezongen liedjes in de VS. Bob Dylan neemt zijn luisteraars direct voor zich in door heerlijk raspend  een aantal strofen uit dit lied a capella te zingen. Hij blijft verder het hele uur in vorm en geeft er blijk van -zoals vrijwel iedere Amerikaan- veel verstand te hebben van s‘lands National Pastime.  Life is immers a ballgame en baseball is the greatest game on earth.

U kunt het programma HIER beluisteren.

Achtereenvolgens hoort u:

Take Me Out To The Ballgame-
Bob Dylan. A capella gezongen. (2006)
Take me out to the ballgame-The Skeletons (1988)

Baseball Boogie -Mabel Scott (1950)
Home Run -Chance Halladay
 (1959)
Baseball Baby -Johnny Darling
 (1958)
Baseball Canto -Lawrence Ferlinghetti (1973)

Three Strikes And You're Out -Cowboy Copas
 (1960)
The Ball Game -Sister Wynona Carr
 (1952)
Did You See Jackie Robinson Hit That Ball -Buddy Johnson
 (1943)
Joltin' Joe DiMaggio -Les Brown & His Orchestra 
(1941)
Joe DiMaggio's Done It Again -Billy Brack & Wilco
 (1988)
Don Newcombe Really Throws That Ball -Teddy Brannon 
Orchestra((1950)
Newk's Fadeaway -Sonny Rollins
 (1951)
(Dit is het enige instrumentale nummer. Pas na de uitleg van Bob Dylan wordt duidelijk waarom dit in de lijst is opgenomen. Sonny Rollins leek uiterlijk erg op pitcher Don Newcombe, die in het voorgaande nummer bezongen wordt. Daarom kreeg hij de bijnaam Newk).  

Say Hey -The Treniers (1954)

The Wizard Of Oz -Sam Bush (2004)

3rd Base, Dodger Stadium -Ry Cooder (2004)

Heart -Damn Yankees
(Original Broadway Cast) (1955)

 

 

 

 

 

  

 

Het fenomeen Derek Jeter


In de Amerikaanse honkbalcompetitie zijn op dit moment de pennants volop bezig, de strijd om het kampioenschap van de leagues. In de National League gaat het tussen de San Francisco Gians en de St.Louis Cardinals en in de American League tussen de Baltimore Oriols  en –zeer verrassend- de Kansas City Royals. 
      Dit betekent dat de New York Yankees zijn uitgeschakeld. Vrijwel niemand in de USA , die niet in New York woont of er vandaan komt, zou dat in normale omstandigheden erg vinden, want de Yankees zijn te succesvol en in veler ogen te arrogant om populair te zijn. Maar dit jaar wel, want het betekent dat Derek Jeter in zijn laatste jaar als actief speler niet in de playoffs te zien is. En dat is spijtig. Voor hem; voor iedereen die van baseball houdt. Derek Jeter is namelijk in allerlei opzichten een fenomeen. Een fantastische kortestop , een geweldige slagman, een trouw lid van de New York Yankees, waar hij sinds 2003 aanvoerder was.
      Derek Jeter maakte op 20-jarige leeftijd zijn debuut voor de Yankees. Hij zou er twintig seizoenen blijven spelen. Hij speelde in het reguliere seizoen 2.747 wedstrijden, sloeg 3.465 honkslagen, waaronder 260 homeruns,  had  het fantastische slaggemiddelde van 0.310 en stal 358 honken. Fenomenale cijfers. Bovendien was hij als kortestop betrokken bij 69.672 outs, waaronder 1406 dubbelspelen. Hij maakte in zijn lange carrière niet meer dan 254 fouten.
      Hij speelde zeven keer in de World Series en won vijf maal. In 38 wedstrijden haalde hij daarin het vorstelijke slaggemiddelde van 0.321.  Jeter kwam veertien keer uit voor het All Star American League-team. Hij won vijf maal een Golden glove, beste kortestop van zijn league. Vijf maal ook ontving hij de Silver Slugger award, beste slagman onder de shortstops. 

Derek Jeter gaat over vijf jaar wellicht een uniek honkbalrecord breken. Hij wordt dan genomineerd voor de Hall of Fame. Mogelijk wordt hij dan in de eerste ronde met 100% van de stemmen gekozen. Dat zou de eerste keer zijn in de geschiedenis van het Amerikaanse profhonkbal.   
      Er zijn veel hoogtepunten uit zijn carrière te zien. Maar de onderstaande reeks geeft een aardige indruk van zijn veelzijdig talent. En let dan vooral even op het fragment onder de naam The Flip. 


      Een onwaarschijnlijk staaltje honkbalinzicht. Een intuïtieve actie, die bijna te bizar is om waar te zijn.  

Ga HIER naar toe om het allemaal te zien.

 

 


Een roze kleedkamer met roze toiletten


Deze opmerkelijke zinnen haalde ik uit het blad GlansRijk, een uitgave van GlansGarant, een organisatie van schilders in het hele
land. Twee jaar geleden heb ik mijn huis door hen laten verven. Vandaar.
Hoe zou GlansGarant aan deze wijsheid komen? Om welk team zou het gaan? Was dit geen broodje Aap?

      Wat bleek. Een kwestie van de klok en het klepeltje.
Het ging niet om een honkbalteam, maar om een American footballteam, een collegeteam in Iowa onder de naam Hawkeyes.
Het team speelt in het Kinnick Stadion in Iowa-City en inderdaad is daar de lockerroom van de tegenpartij roze geverfd. Vloeren, muren, plafond, alles. Dat gebeurde al in 1980.
      In 2004 werd het nog een graadje erger, want toen werden ook de toiletten en de douches roze geverfd.

De initiatienemer was Iowa-coach Hayden Fry, een psycholoog. Hij meende inderdaad dat de kleur roze een rustgevende werking zou hebben op de tegenstanders en dat het de agressie zou wegnemen. De resultaten werden inderdaad een ietsje beter, maar dat het team geen enkele thuiswedstrijd meer verloor is absolute onzin.

                                   
In de loop der jaren is er nogal eens tegen deze psychologische strijd opgetreden. Coach Bo Schembechler van Michigan ging zelfs
zover, dat hij zijn staf opdracht gaf om alles in de roze kleedkamer af te plakken met een soort behangpapier van een andere kleur. Dat had nog succes ook. Michigan speelde vijf wedstrijden in Iowa, won er twee, verloor er twee en speelde één maal gelijk.
      En in 2005 vond er een protest plaats van spelers en begeleiders van een aantal collegeteams, die meenden dat Iowa de kleur roze alleen maar had aangebracht om de tegenstanders weg te zetten als ''mietjes'' en ''wijven''. En dat is behoorlijk erg in deze macho-sport.
Het leidde overigens niet tot resultaat. Anno 2014 is alles in de kleedkamer nog steeds roze. Het hoort er inmiddels bij.

 

 

 

Subcategorieën

Knuckleball (Druk up F5 om de beweging nog eens te zien)